Subsidieregeling en subsidieplafond 2015 Aanpak jeugdwerkloosheidHoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 - Begripsomschrijvingen In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: a. ASA 2013: Algemene Subsidieverordening Amsterdam
(2014)in Amsterdam opgelopen naar 24% van de jonge beroepsbevolking. Voor jongeren is het van groot belang dat zij waar nodig hun opleidingsniveau en werknemersvaardigheden versterken, en zo snel mogelijk een betaalde baan vinden. Het bestrijden van jeugdwerkloosheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente, het onderwijs, jongeren(organisaties), werkgevers en het maatschappelijk middenveld. De gemeente Amsterdam stelt een eenmalige subsidie beschikbaar voor plannen van derden. Met de inzet van deze subsidie wil het College bestaande en nieuwe initiatieven stimuleren. Toelichting per artikel Artikel 3 Doel Ad lid
- Onder randvoorwaarden wordt onder andere het versterken van werknemersvaardigheden verstaan. Artikel 4 Subsidiabele activiteiten Ad lid
- Onder meetbare resultaten worden zowel kwantitatieve resultaten als kwalitatieve resultaten verstaan. Ad lid
- Indien er sprake is van een latere start dan 1 april 2015 kunnen activiteiten uitgevoerd worden tot 1 juni
- Artikel 6 Verdeelsleutel subsidieplafond Ad lid 2.b. In de aanvraag moet uitgelegd worden waarom voor die methodiek wordt gekozen, bijvoorbeeld bewezen effectiviteit. Ook nieuwe methodieken dienen onderbouwd te worden. Ad lid 2.c. Bij concrete resultaten valt bijvoorbeeld te denken aan het aantal jongeren dat wordt bereikt, het aantal stageplekken of werkplekken dat wordt gecreëerd of vervuld. Ad lid 2.d. Hiermee wordt bedoeld dat de activiteit aanvullend is op het bestaande aanbod van de gemeente Amsterdam. Dit kan tot uiting komen in de doelgroep (jongeren die de gemeente nu nog niet of onvoldoende bereikt) maar ook in de methode (vernieuwende, creatieve methodieken en/of aanvullende expertise). De te subsidiëren activiteiten mogen ook zeker niet verstorend werken op de bestaande aanpak. Ad lid 2.e. Hiermee wordt bedoeld dat het plan realistisch is, bijvoorbeeld qua planning maar ook qua ambities. Ad lid 2.f. Met duurzaamheid wordt de financiële levensvatbaarheid na beëindiging van de subsidie bedoeld. Daarnaast is ook de duurzaamheid van het effect van de activiteit op de jongere van belang. Denk bijvoorbeeld aan de contractvorm die jongere verwerft door deelname aan de gesubsidieerde activiteit (een contract van een jaar telt zwaarder dan een contract van een aantal maanden). Ad lid 2.g. Het gaat hierbij om concrete afspraken met werkgevers of onderwijsinstellingen. Ad lid 2.h. De doelgroep zoals omschreven in het Aanvalsplan Jeugdwerkloosheid 2015 -
- Ad lid
- Het beoordelingsgesprek is bedoeld om partijen de gelegenheid te geven zaken te verduidelijken en aan te vullen en eventuele vragen van de gemeente te beantwoorden. Artikel 8 Grondslag Ad lid.
- Het College wil de subsidie, vanwege het eenmalige karakter en de wens om als ‘aanjager' te werken, inzetten als een incidentele stimuleringsbijdrage. Het is niet wenselijk dat een aanvrager voor realisatie van de activiteit volledig afhankelijk is van de gemeentelijke subsidie, bijvoorbeeld omdat de activiteit na het wegvallen van de bijdrage dan niet goed kan worden gecontinueerd. Daarom zal nooit meer dan 50% van de totale kosten van een activiteit worden gesubsidieerd. Artikel 12 Weigeringsgronden Ad lid
- De aanvrager kan deelnemers voor de activiteiten zelf werven. Namens de gemeente kunnen deelnemers aangedragen worden voor een activiteit, maar de aanvrager is daar niet in overwegende mate van afhankelijk voor het behalen van de beoogde resultaten.