← Nederland

Regeling gegevensverstrekkingen basisregistratie personen Steenwijkerland 2014 (Steenwijkerland)

Regeling gegevensverstrekkingen basisregistratie personen Steenwijkerland 2014 Algemeen Sinds 1 januari 2010 zijn alle overheidsorganen, waaronder de gemeenten en haar organisatieonderdelen, verplicht

Art. 3

.9 Wet BRP Buitenlandse EUoverheidsorganen *4 Vraag de burger om toestemming (zie toelichting). Bij gemeentelijke verordening aangewezen derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 3.9,

Art. 3

.9 Wet BRP (beperkte verstrekkingsmogelijkheden – zie ‘Waarvoor’) Buitenlandse niet EUoverheidsorganen *4 Alleen verstrekken indien indien een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie in de verstrekking van die gegevens voorziet. Vraag de burger om toestemming (zie toelichting). Bij gemeentelijke verordening aangewezen derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 3.9,

Art. 3

.9 Wet BRP (beperkte verstrekkingsmogelijkheden – zie ‘Waarvoor’) Buitenlandse rechtspersonen (Voorbeeld: instellingen voor sociale zorg en zekerheid) *4 Vraag de burger om toestemming (zie toelichting). Bij gemeentelijke verordening aangewezen derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 3.9,

Art. 3

.9 Wet BRP (beperkte verstrekkingsmogelijkheden – zie ‘Waarvoor’) Overheidsorganen van de Caribische landen (Aruba, Curaçao en Sint Maarten) en het Caribisch deel van Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) *3 Vraag de burger om toestemming (zie toelichting). Bij gemeentelijke verordening aangewezen derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 3.9,

Art. 3

.9 Wet BRP (beperkte verstrekkingsmogelijkheden – zie ‘Waarvoor’) Crematoria, begraafplaatsen (niet-gemeentelijke) *1 Bijhouding begraafplaats administratie en uitvoering Wet op de Lijkbezorging Bij gemeentelijke verordening aangewezen derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 3.9,

Art. 3

.9 Wet BRP Schema 3 Bij gemeentelijke verordening aangewezen derden (art 3.9 Wet BRP) De gemeente mag, buiten schema 1 en 2, zelf bepalen aan wie zij nog meer verstrekt. Aan deze vrijheid worden overigens wel grenzen gesteld. Zo mogen er alleen gegevens verstrekt van inwoners en overleden inwoners worden aan derden met een gewichtig maatschappelijk belang voor de gemeente. Ook als verstrekking in het belang is van een inwoner van de gemeente, dan kan dat worden aangemerkt als een gemeentelijk belang. Het is aan het gemeentebestuur om vast te stellen in welke gevallen de verstrekking, van inwoners en overleden inwoners, in het belang van de gemeente is. De kaders van artikel 3.9 Wet BRP en de gemeentelijke verordening of regeling zijn nu bepalend. Wie Waarvoor Welke categorie Welke gegevens Verstrekkingsbeperking Leges Basis Culturele organisaties Werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang Bij gemeentelijke verordening aangewezen derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 3.9,

Art. 3

.9 Wet BRP Fondsverwervende organisaties Werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang Bij gemeentelijke verordening aangewezen derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 3.9,

Art. 3

.9 Wet BRP Instellingen of organisaties ten behoeve van bijvoorbeeld: maatschappelijke dienstverlening, algemene/geestelijke gezondheidszorg, kinderopvang, jeugdwelzijnswerk, ouderenzorg, gehandicaptenzorg, werkvoorziening, etc. Werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang Bij gemeentelijke verordening aangewezen derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 3.9,

Art. 3

.9 Wet BRP Kredietbank (privaatrechtelijk, bijvoorbeeld een stichting) Werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang Bij gemeentelijke verordening aangewezen derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 3.9,

Art. 3.9 Wet BRP Migrantenorganisaties (bijv.

Stichting vluchtelingenwerk) Werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang Bij gemeentelijke verordening aangewezen derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 3.9,

Art. 3

.9 Wet BRP Rechtspersonen die niet in de gemeentelijke verordening benoemd Doel kan verschillend van aard zijn per aanvrager. Met schriftelijke toestemming van betrokkene Bij gemeentelijke verordening aangewezen Maximaal de gegevens genoemd in art. 3.9,

Art. 3

.9 Wet BRP Schema 3 Bij gemeentelijke verordening aangewezen derden (art 3.9 Wet BRP) De gemeente mag, buiten schema 1 en 2, zelf bepalen aan wie zij nog meer verstrekt. Aan deze vrijheid worden overigens wel grenzen gesteld. Zo mogen er alleen gegevens verstrekt van inwoners en overleden inwoners worden aan derden met een gewichtig maatschappelijk belang voor de gemeente. Ook als verstrekking in het belang is van een inwoner van de gemeente, dan kan dat worden aangemerkt als een gemeentelijk belang. Het is aan het gemeentebestuur om vast te stellen in welke gevallen de verstrekking, van inwoners en overleden inwoners, in het belang van de gemeente is. De kaders van artikel 3.9 Wet BRP en de gemeentelijke verordening of regeling zijn nu bepalend. Wie Waarvoor Welke categorie Welke gegevens Verstrekkingsbeperking Leges Basis zijn (persoon/gezaghouder) derde Onderwijsinstellingen *2 Werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang Bij gemeentelijke verordening aangewezen derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 3.9,

Art. 3

.9 Wet BRP Ouderenorganisaties Werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang Bij gemeentelijke verordening aangewezen derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 3.9,

Art. 3

.9 Wet BRP Patiëntenverenigingen Werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang Bij gemeentelijke verordening aangewezen derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 3.9,

Art. 3

.9 Wet BRP Pensioenfondsen Bijhouding administratie Bij gemeentelijke verordening aangewezen derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 3.9,

Art. 3

.9 Wet BRP Plaatselijke afdelingen van politieke partijen Werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang Bij gemeentelijke verordening aangewezen derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 3.9,

Art. 3

.9 Wet BRP Reclassering/verslaafd enzorg Werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang Bij gemeentelijke verordening aangewezen derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 3.9,

Art. 3

.9 Wet BRP Sportorganisaties en -verenigingen Werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang Bij gemeentelijke verordening aangewezen derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 3.9,

Art. 3

.9 Wet BRP Thuiszorgorganisaties Werkzaamheden met een Bij Maximaal de gegevens Mogelijk Ja Art. 3.9 Wet BRP Schema 3 Bij gemeentelijke verordening aangewezen derden (art 3.9 Wet BRP) De gemeente mag, buiten schema 1 en 2, zelf bepalen aan wie zij nog meer verstrekt. Aan deze vrijheid worden overigens wel grenzen gesteld. Zo mogen er alleen gegevens verstrekt van inwoners en overleden inwoners worden aan derden met een gewichtig maatschappelijk belang voor de gemeente. Ook als verstrekking in het belang is van een inwoner van de gemeente, dan kan dat worden aangemerkt als een gemeentelijk belang. Het is aan het gemeentebestuur om vast te stellen in welke gevallen de verstrekking, van inwoners en overleden inwoners, in het belang van de gemeente is. De kaders van artikel 3.9 Wet BRP en de gemeentelijke verordening of regeling zijn nu bepalend. Wie Waarvoor Welke categorie Welke gegevens Verstrekkingsbeperking Leges Basis gewichtig maatschappelijk belang gemeentelijke verordening aangewezen derde genoemd in art. 3.9, lid 4 Wet BRP Vakorganisaties Werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang Bij gemeentelijke verordening aangewezen derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 3.9,

Art. 3

.9 Wet BRP Verenigingen en stichtingen met maatschappelijk of filantropisch doel Werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang (voorbeelden: Rode Kruis, Astmafonds, Lilianefonds, Nierstichting, Bloedbank) Bij gemeentelijke verordening aangewezen derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 3.9,

Art. 3

.9 Wet BRP Vrouwenorganisaties Werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang Bij gemeentelijke verordening aangewezen derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 3.9,

Art. 3

.9 Wet BRP Woningbouwvereniging en/woningcorporaties Werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang en tegengaan illegale (spook) bewoning Bij gemeentelijke verordening aangewezen derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 3.9,

Art. 3

.9 Wet BRP Ziekenhuizen Patiëntenzorg, verlenen medische zorg, innen rekeningen i.v.m. zorg Bij gemeentelijke verordening aangewezen derde Maximaal de gegevens genoemd in art. 3.9,

Art. 3.9 Wet BRP Toelichting ‘Bij gemeentelijke verordening aangewezen derde'.

De genoemde instellingen zijn gemeentelijk aangewezen derde, tenzij men aantoonbaar gemandateerd is taken uit te voeren voor een overheidsorgaan, in dat geval betreft het een overheidsorgaan. De in het schema opgenomen opsomming van gemeentelijk aangewezen derden is niet limitatief. Het is niet noodzakelijk dat in uw gemeente deze derden gegevens kunnen krijgen. Dit hangt af van het verstrekkingenbeleid van de gemeente. Om tot verstrekking aan gemeentelijk aangewezen derden over te kunnen gaan, dienen deze opgenomen te zijn in de gemeentelijke verordening. Een gemeentelijk aangewezen derde kan worden opgenomen in een gemeentelijke verordening op het moment dat deze voldoet aan de criteria genoemd in artikel 3.9 Wet BRP. Crematoria en begraafplaatsen (*1) Er zijn gemeentelijke en niet-gemeentelijke crematoria en begraafplaatsen. gemeentelijk: de eigen gemeentelijke crematoria en begraafplaatsen kunnen we gelijkstellen met overheidsorganen die een orgaan zijn van de gemeente. Voor systematische verstrekking is opname in de gemeentelijke verordening nodig (artikel 3.8 Wet BRP). Gemeentelijke crematoria en begraafplaatsen van andere gemeenten kunnen we gelijkstellen met buitengemeentelijke overheidsorganen (artikel 3.5 Wet BRP). Zie schema 1 "overheidsorganen". Niet-gemeentelijke: deze vallen onder artikel 3.9 Wet BRP. U dient ook deze, afhankelijk van het gemeentelijke verstrekkingenbeleid, op te nemen in de gemeentelijke verordening om gegevens te kunnen verstrekken uit de BRP. Scholen (*2) Scholen hebben persoonsgegevens nodig voor een juiste registratie in de leerlingenadministratie. Vaak wordt de leerling gevraagd om een afschrift uit de BRP in te leveren. Een afschrift uit de BRP is echter vaak helemaal niet nodig. Zie hiervoor het artikel ‘Opvragen van GBA-uittreksels ten behoeve van inschrijving op scholen’ in Burgerzaken & Recht, jaargang 2013, nummer 4, pagina

  1. De werkgroep meent dat er geen grond is om op basis van de Wet BRP gegevens te moeten verstrekken aan scholen. Aan de burger zelf kan echter altijd een uittreksel van zichzelf of zijn minderjarig kind worden verstrekt als hij dit toch wenst. Geef wel de informatie dat het voor dit doel niet nodig is. Er worden aan de burger wel leges in rekening gebracht als hij toch een uittreksel wenst voor dit doel. Caribische landen en het Caribische deel van Nederland (*3) De Caribische landen zijn: Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. Onder het Caribisch deel van Nederland vallen: Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (openbare lichamen BES). De Wet BRP is geen rijkswet en daarom alleen van toepassing op het Europees deel van Nederland. De Wet Basisadministraties persoonsgegevens BES is alleen van toepassing op het Caribische deel van Nederland (openbare lichamen BES). Aruba, Curaçao en Sint-Maarten zijn zelfstandige Caribische landen binnen het Nederlandse Koninkrijk en hebben hun eigen verordeningen. Ten aanzien van deze landen en gebiedsdelen is het mogelijk om gegevens uit de BRP te verstrekken op grond van: artikel 3.12 van de Wet BRP De gegevensuitwisseling op grond van dit artikel vindt slechts plaats in het kader van de bijhouding van de BRP en de bevolkingsadministraties van de Caribische landen en het Caribische deel van Nederland (PIVA). artikel 3.9 van de Wet BRP Overheidsorganen van de Caribische landen en het Caribisch deel van Nederland zijn aan te merken als derde in de zin van de Wet BRP. Dit maakt verstrekking op grond van artikel 3.9 Wet BRP mogelijk. Zij moeten dan wel in de gemeentelijke verordening worden benoemd. Verstrekking aan buitenlandse overheidsinstellingen of buitenlandse rechtspersonen (*4) De BRP is er voor de Nederlandse overheid. Verstrekkingen aan andere verzoekers (derden) worden zonodig expliciet mogelijk gemaakt door de Wet BRP. De verstrekking aan buitenlandse overheidsorganen (ongeacht of dit nationale, regionale of gemeentelijke overheden in het land zelf zijn dan wel ambassades en consulaten van die landen in Nederland) of buitenlandse rechtspersonen is niet expliciet geregeld in de Wet BRP. Dit betekent dat verstrekking van gegevens uit de BRP aan buitenlandse overheidsinstellingen of buitenlandse rechtspersonen alleen aan de orde is op grond van artikel 3.6 (verstrekking van gegevens is voorgeschreven in Nederlands algemeen verbindend voorschrift – zie bij ‘Verplichte derde’) en 3.9 (volgens de gemeentelijke verordening) Wet BRP. De verstrekking op grond van artikel 3.9 Wet BRP moet gerechtvaardigd worden door een ‘gemeentelijk (Nederlands) maatschappelijk belang’, zoals benoemd in de Wet BRP, artikel 3.9, lid
  2. Dat kan liggen in het feit dat de buitenlandse verzoeker de gegevens nodig heeft voor de uitvoering van een Nederlands algemeen verbindend voorschrift dan wel voor een doel dat, met het oog op een publiek belang, expliciet in de gemeentelijke verordening is voorgeschreven. In het laatste geval kan bijvoorbeeld worden gedacht aan verstrekking van gegevens aan private, niet commerciële instellingen op het terrein van zorg (bijvoorbeeld: ziekenhuizen) of maatschappelijk welzijn in buitenlandse grensgemeenten, waar ook de eigen inwoners gebruik van maken, zodat de wachtlijsten in de Nederlandse instellingen kunnen worden weggewerkt. Bij een verstrekking op grond van artikel 3.9 Wet BRP geldt altijd de eis dat deze noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de derde en het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de ingeschrevene niet aan de verstrekking in de weg staan. Naar aanleiding van antwoorden op kamervragen die de afgelopen jaren aan bewindspersonen over dit onderwerp zijn gesteld, adviseert de werkgroep uit voorzorg om de burger vooraf uitdrukkelijk toestemming te laten verlenen voor dergelijke verstrekkingen. Als een verzoek niet voldoet aan de kaders die artikel 3.6 of 3.9 van de Wet BRP stelt, moet een verzoek van een buitenlandse instelling (waaronder de ambassade of het consulaat van dat land) worden afgewezen. Zie voor verstrekkingen aan buitenlandse advocaten de toelichting bij 'Schema 4 overige verstrekkingen'. Extra toetsingscriterium bij verzoek van buiten de EU EU De meeste verzoeken waar de voorgaande paragraaf op doelt zullen afkomstig zijn vanuit een ander land binnen de Europese Unie. Niet EU Artikel 3.9 lid 3 van de wet BRP noemt een extra toetsingspunt bij verzoeken van buiten de Europese Unie. Er mag dan alleen verstrekt worden indien een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie in de verstrekking van die gegevens voorziet. In overige gevallen zijn deze verstrekkingen door gemeenten enkel toegestaan indien de ingeschrevene daarin vooraf schriftelijk heeft ingestemd (onderdeel a). Hoe moet u omgaan met een verzoek van een buitenlandse overheidsinstantie of rechtspersoon? In de eerste plaats moet de gemeentelijke verordening de verstrekking van gegevens uit de BRP aan buitenlandse overheidsinstellingen en buitenlandse rechtspersonen mogelijk maken (zie artikel 3.9 Wet BRP) of moet de verstrekking van de gegevens in een Nederlands algemeen verbindend voorschrift worden voorgeschreven (zie artikel 3.6 Wet BRP en bij ‘Aangewezen derden’). Gezien hetgeen hiervoor is opgemerkt, zal verstrekking op grond van artikel 3.9 Wet BRP slechts in uitzonderingsgevallen aan de orde zijn. Daarbij adviseert de NVVB in de verordening daaraan de voorwaarde te verbinden dat er sprake moet zijn van een Nederlands publiek belang en dat de ingeschrevene vooraf toestemming verleent. Vanzelfsprekend vindt in dat geval geen verstrekking plaats, als er een verstrekkingsbeperking geldt op grond van artikel 3.21 van de Wet BRP. Overigens zullen de gevraagde gegevens soms al, buiten de BRP om, op grond van een andere internationale regeling kunnen worden verstrekt en is verstrekking uit de BRP niet aan de orde. Op basis van afspraken op internationaal niveau vindt er namelijk ook uitwisseling plaats van persoonsgegevens op specifieke terreinen. Denk hierbij niet alleen aan uitwisseling van gegevens op het gebied van de burgerlijke stand in het kader van de CIEC, maar bijvoorbeeld ook aan verstrekking van gegevens in verband met alimentatieverplichtingen of aan verkeersovertredingen die in het buitenland begaan worden door Nederlandse ingezetenen. In een aantal gevallen is het verzoek dat de ambtenaar van de BRP ontvangt dan ook gericht aan het verkeerde ‘loket’. De ambtenaar kan dan doorverwijzen of het verzoek doorsturen naar een andere overheidsinstelling, oftewel een ander ‘loket’. Denk hierbij aan de verzoeken die gericht moeten worden aan de Internationale Rechtshulp Centra (IRC). Zie ook daarvoor het artikel van Corrie Ebbers in B&R nummer 6 uit
  3. Ook verzoeken inzake internationale alimentatieverplichtingen moeten niet bij de gemeente, maar bij het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) worden ingediend. Het komt geregeld voor dat er in een verzoek van een ambassade of een consulaat verwezen wordt naar het Verdrag van Weneninzake consulair verkeer van 24 april
  4. Daarin staat dat vertegenwoordigingen van andere landen toegang moeten kunnen krijgen tot hun onderdanen. Dit verdrag regelt echter niet de ‘toegang’ tot de BRP. Artikel 36 van het verdrag geeft het recht aan een consulaire ambtenaar om een onderdaan te bezoeken, die bijvoorbeeld in een gevangenis of ziekenhuis verblijft. In dat geval vraagt de politie, respectievelijk het ziekenhuispersoneel, aan betrokkene of hij of zij dat goed vindt. Er wordt dus expliciet toestemming gevraagd aan betrokkene. Het verdrag regelt dus alleen de toegang tot de persoon zelf en niet tot zijn persoonsgegevens. De gemeente moet het schriftelijke verzoek om informatie dus afwijzen om bovenstaande redenen. Schema 4 Overige verstrekkingen Verzoeken die niet in te delen zijn onder schema 1, 2, of 3, maar waarvoor wel direct of indirect geregeld is dat gegevensverstrekking mogelijk is. Wie Waarvoor Welke categorie Welke gegevens Verstrekkingsbeperking Leges Basis Derde ivm algemeen verbindend voorschrift *1 Uitvoering van een algemeen verbindend voorschrift waarin het gebruik van gegevens uit de BRP is voorgeschreven Derde in de zin van de BRP Gegevens noodzakelijk voor het uit te voeren algemeen verbindend voorschrift Verstrekkingsbeperking mogelijk. Toetsing noodzakelijk. Na afweging van de belangen tussen noodzaak verstrekking en privacy bevraagde wordt al dan niet verstrekt. (zie art. 3.21 Wet BRP) Ja Art. 3.6, lid 1 onder a Wet BRP Derde met voorafgaande schriftelijke toestemming *2 Het doel kan verschillend van aard zijn per aanvrager. Met schriftelijke toestemming van betrokkene (persoons/gezaghouder) Derde in de zin van de BRP Algemene en verwijsgegevens voor zover noodzakelijk voor het doel waarvoor de gegevens worden gevraagd. Mogelijk Ja Art. 3.6, lid 1 onder b Wet BRP Buitenlandse advocaten *3 Gerechtelijke procedure Onder voorwaarden (zie toelichting) Geen overheidsorgaan of derde in de zin van de Wet BRP Gegevens noodzakelijk voor het uit te voeren algemeen verbindend voorschrift Mogelijk Ja Art. 3.6 Wet BRP + Art. 41 Besluit BRP Wetenschappelijke onderzoekers (bijv. faculteiten) Wetenschappelijk, statistisch of historisch onderzoek Derde in de zin van de Wet BRP Gegevens noodzakelijk voor het onderzoek Niet mogelijk Ja Art. 3.13 Wet BRP + Art. 44 Besluit BRP Derde ivm algemeen verbindend voorschrift (*1) Soms staat in een algemeen verbindend voorschrift (wet- en regelgeving) dat voor de uitvoering daarvan gegevens uit de BRP noodzakelijk is. Let op! Dit moet rechtstreeks blijken uit het algemeen verbindend voorschrift. Voorbeeld: Artikel 3 van de Regeling heroïnebehandeling. In dit artikel is als voorwaarde voor het toekennen van een specifieke uitkering aan gemeenten in verband met de kosten voor behandeling van heroïneverslaafden onder andere als voorwaarde opgenomen dat de behandelend arts, voorafgaand aan de heroïnebehandeling, heeft vastgesteld dat de cliënt tenminste 3 jaar is ingeschreven in de basisadministratie, bedoeld in artikel 2 van de Wet GBA (nu artikel 1.2 van de Wet BRP) Derde met voorafgaande schriftelijke toestemming (*2) In artikel 3.6, lid 1 onder b van de Wet BRP is opgenomen dat een derde die voorafgaand aan de verstrekking schriftelijke toestemming heeft gekregen van de ingeschrevene, recht heeft op verstrekking uit de BRP. In tegenstelling tot de derde met toestemming die is bedoeld in artikel 3.9 van de Wet BRP, aan wie alleen de NAW-gegevens mogen worden verstrekt, zijn ten opzichte van deze derde geen beperkende voorwaarden opgenomen voor de te verstrekken gegevens. Er bestaat ook geen beperking ten opzichte van een commerciële derde. Toch moet niet lichtzinnig worden omgegaan met een dergelijk verzoek. Alvorens aan een derde met voorafgaande schriftelijke toestemming gegevens worden verstrekt, wordt vastgesteld dat de ingeschrevene deze toestemming bewust en voor het doel waarvoor de gegevens worden gevraagd heeft gegeven. Zo nodig kan eerst contact worden opgenomen met de ingeschrevene om te controleren of de toestemming inderdaad bewust voor het doel waarvoor de gegevens worden gevraagd is gegeven. Buitenlandse advocaten (*3) Met inachtneming van artikel 3.6, lid 2 van de Wet BRP, kunnen gegevens uit de BRP worden verstrekt aan in het buitenland gevestigde advocaten, mits eveneens wordt voldaan aan alle voorwaarden van artikel 3.6 Wet BRP en artikel 41 van het Besluit BRP. De verstrekking van persoonsgegevens uit de BRP aan een advocaat is in de termen van de Wet BRP de verstrekking aan een derde. In artikel 3.6 Wet BRP is bepaald dat aan een derde met een gewichtig maatschappelijk belang gegevens uit de BRP kunnen worden verstrekt. In het Besluit BRP is in artikel 41 en bijbehorende bijlage 5 bepaald dat gegevens verstrekt moeten worden, als de gegevens worden gevraagd door een derde die uit hoofde van ambt of beroep met gerechtelijke werkzaamheden is belast en de gegevens nodig heeft ter uitvoering van een algemeen verbindend voorschrift. Advocaten kunnen geacht worden uit hoofde van hun beroep gewoonlijk met gerechtelijke werkzaamheden belast te zijn. Dat betekent nog niet dat aan de beroepsgroep van advocaten in het algemeen toegang wordt verleend tot het verkrijgen van gegevens uit de BRP. Er moet ook voldaan zijn aan het vereiste dat de verstrekking van de door een advocaat gevraagde gegevens noodzakelijk zijn in verband met de uitvoering van een algemeen verbindend voorschrift. Hierbij moet met name gedacht worden aan de uitvoering van bepalingen van het Nederlandse wetboek van burgerlijk rechtsvordering. Aangezien deze bepalingen zijn geschreven voor Nederlandse gerechtelijke procedures zullen alleen advocaten die bij het tableau van een Nederlandse rechtbank zijn ingeschreven zich op de uitvoering van een algemeen verbindend voorschrift kunnen beroepen. Dat kunnen ook buitenlandse advocaten zijn, zoals artikel 2a van de Advocatenwet laat zien. In dit wetsartikel is geregeld dat onder bepaalde voorwaarden advocaten, die in een andere lidstaat zijn gevestigd, om inschrijving als advocaat in Nederland kunnen verzoeken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.