Mandaat- en volmachtregeling gemeente Haaren 2008HOOFDSTUK1ALGEMENE BEPALINGEN MANDAAT- en VOLMACHTREGELING Burgemeester en wethouders van Haaren; De burgemeester van Haaren; De heffingsambtenaar van de gemeente Haaren; Ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft; overwegende dat uitgangspunt in de besturingsfilosofie is om verantwoordelijkheden zo laag mogelijk in de organisatie te leggen; mede overwegende dat het op grond van doelmatig en efficiënt bestuur en ter wille van de klantgerichtheid gewenst is om ter zake van de afdoening van stukken bevoegdheden te mandateren en volmachten te verlenen; overwegende dat het op grond van rechtmatigheidsaspecten noodzakelijk is in een regeling vast te leggen welke mandaten en volmachten verleend zijn; dat in verband met het voorgaande het gewenst is op zo ruim mogelijke schaal gebruik te maken van de mogelijkheden van de mandaat- en volmachtfiguur, waarbij de verantwoordelijkheid in eerste instantie voor het uitoefenen van bevoegdheden en ondertekening van de daarvoor in aanmerking komende zaken bij de ambtelijke organisatie worden gelegd; Gelet op het bepaalde in hoofdstuk 10 afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht; Besluiten: vast te stellen de volgende: Regeling tot verlening van bevoegdheden krachtens mandaat en volmacht; Artikel1.1Begripsbepalingen 1.bestuursorgaan: het college van burgemeester & wethouders, de burgemeester of de heffingsambtenaar; 2.besluit: een besluit als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht of een beslissing op grond van het privaatrecht; 3.delegeren: het overdragen door de gemeenteraad van zijn bevoegdheid tot het nemen van besluiten aan een bestuursorgaan dat deze bevoegheid onder eigen verantwoordelijkheid uitoefent; 4.nadere regeling: de bij dit besluit behorende nadere regeling delegatie, mandaat en volmacht waarin alle door de gemeentelijke bestuursorganen genomen en nog te nemen besluiten ten aanzien van delegatie, mandaat en volmacht, alsmede eventuele bijbehorende (verwijzingen naar) richtlijnen en/of beleidsregels zijn of worden opgenomen; 5.mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen; 6.ondertekeningsmandaat: de bevoegheid tot het namens het bestuursorgaan ondertekenen van besluiten; 7.volmacht: de bevoegdheid om een bestuurorgaan privaatrechtelijk te vertegenwoordigen; 8.gemandateerde: de functionaris aan wie krachtens deze regeling mandaat wordt verleend; 9.mandaatgever: het bestuursorgaan door wie mandaat wordt verleend; 10.gevolmachtigde: de functionaris aan wie krachtens deze regeling volmacht wordt verleend; 11.volmachtgever: het bestuursorgaan door wie volmacht wordt verleend. Artikel1.2Nadere regeling mandaat en volmacht 1.De, op grond van deze regeling, verleende bevoegdheden worden opgenomen in een nadere regeling; 2.De nadere regeling wordt ondertekend door de bestuursorganen en de in artikel 2.1 bedoelde ambtenaren, ieder voor zover zijn of haar bevoegdheden; 3.De nadere regeling kan, met inachtneming van de bepalingen van deze regeling, worden gewijzigd door de bestuursorganen, ieder voor zover zijn of haar bevoegdheden; 4.De nadere regeling wordt periodiek geactualiseerd, met een frequentie van tenminste éénmaal per jaar; Artikel1.3Verlening van nieuwe bevoegdheden Verlening van nieuwe bevoegdheden, in de vorm van delegatie, mandaat en volmachtbesluiten worden conform artikel 1.2, lid 3 als wijziging in de nadere regeling opgenomen. Artikel1.4Coördinatiebepaling regeling budgethouderschap Verlening van bevoegdheden met betrekking tot het beheer van budgetten, valt onder de werking van de Regeling budgethouderschap. HOOFDSTUK2ATTRIBUTIE Artikel2.1Aanwijzing gemeenteambtenaren ex artikel 231 Gemeentewet Het besluit tot aanwijzing van gemeenteambtenaren ex artikel 231 Gemeentewet wordt afzonderlijk door het college van burgemeester en wethouders genomen en als bijlage aan de nadere regeling gevoegd. Artikel2.2Mandatering van geattribueerde bevoegdheden 1.Op mandatering van bevoegdheden van de in artikel 2.1 bedoelde ambtenaren zijn de bepalingen van hoofdstuk 1, 4 en 6 van deze regeling overeenkomstig van toepassing. 2.De in lid 1 bedoelde verlening van bevoegdheden wordt opgenomen in de in artikel 1.2 genoemde nadere regeling. HOOFDSTUK3DELEGATIE Artikel3.1Verlening van delegatiebevoegdheden 1.Het besluit tot delegatie van bevoegdheden met bijbehorend delegatieregister wordt afzonderlijk door de gemeenteraad genomen en als bijlage aan deze nadere regeling gevoegd. 2.De in lid 1 bedoelde verlening van bevoegdheden wordt opgenomen in de in artikel 1.2 genoemde nadere regeling. HOOFDSTUK4MANDAAT Artikel4.1Gemandateerden 1.Het mandaat als bedoeld in artikel 1.1, lid 5 en lid 6, wordt verleend aan de medewerkers met de functieprofielen die bij de nadere regeling zijn aangewezen; 2.Bij afwezigheid van een gemandateerde mag de aan deze functionaris gemandateerde bevoegdheid worden uitgeoefend door een plaatsvervanger. De plaatsvervangingsregelingen van secretaris en afdelingshoofden zijn in bijlage aan deze regeling gevoegd; 3.Het in het tweede lid bepaalde, met betrekking tot plaatsvervangers, geldt niet bij ondermandatering. Artikel4.2Strekking van het mandaat 1.Het mandaat strekt zich uitsluitend uit tot de bevoegdheden genoemd in de nadere regeling; 2.Het mandaat wordt verleend met inachtneming van de per bevoegdheid in de nadere regeling vastgestelde of vast te stellen instructies, voorschriften en voorwaarden; 3.Van de mandaatverlening zijn weigeringen, afwijzende besluiten en daarmee gelijk te stellen besluiten niet uitgezonderd, tenzij dit in de voorschriften van de nadere regeling expliciet is opgenomen; 4.De mandaatverlening, zoals neergelegd in de bij deze regeling behorende “nadere regeling”, geldt niet voor de gevallen, dat een belanghebbende of een derde krachtens de bestaande procedures van rechtsbescherming zich tegen een besluit heeft verzet, bezwaar heeft aangetekend of in beroep is gegaan. Artikel4.3Algemene voorwaarden Het mandaat wordt door de gemandateerde uitgeoefend binnen het kader van wet- en regelgeving, het door de gemeenteraad en of de mandaatgever vastgestelde of vast te stellen algemeen beleid en binnen het raam van de toegekende budgettaire bevoegdheden en begrotingsrichtlijnen. Artikel4.4Raadpleging mandaatgever Indien de gemandateerde een besluit neemt dat grote politieke of maatschappelijke gevolgen of een verstrekkende precedentwerking kan hebben, dient deze alvorens het besluit te nemen de mandaatgever of – zo het bestuursorgaan meervoudig is – een lid van het orgaan te raadplegen. De gemandateerde dient vervolgens te handelen conform aanwijzingen mandaatgever. Artikel4.5Relaties met commissie De bevoegdheden, welke krachtens mandaat zijn verleend, laten onverlet de relatie welke dient te worden gelegd ten opzichte van de taken en bevoegdheden zoals deze zijn neergelegd in de verordeningen op de commissies. Artikel4.6Persoonlijke ondertekening 1.Het mandaat als bedoeld in artikel 1.1, lid 5, wordt verleend met inachtneming van de persoonlijke ondertekening door de gemandateerde. 2.Een krachtens mandaat genomen besluit vermeldt namens welk bestuursorgaan het besluit is genomen. 3.Het vorige lid is van overeenkomstige toepassing op overige correspondentie voortvloeiende uit de gemandateerde bevoegdheid. 4.Voor besluiten waarvoor geen mandaat is verleend, geldt slechts ondertekeningsmandaat indien dit bij afzondelijk besluit door het college is bepaald. Ingeval van een ondertekeningsmandaat dient uit het besluit te blijken, dat dit besluit door het bestuursorgaan genomen is. Hierbij wordt de datum van het besluit vermeld. 5.Ondertekening geschiedt met inachtneming van de ondertekeningsinstructie die in bijlage bij deze regeling is gevoegd. Artikel4.7Interne procedures 1.De gemandateerde aan wie een bevoegdheid is toegekend, welke ook één of meer andere afdelingen regarderen, dient eerst overleg te plegen met de overige afdeling(en) alvorens te besluiten; 2.De interne procedures inzake afdoening van stukken, voortgangscontrole, postbehandeling en dergelijke geschieden overeenkomstig de geldende regelingen. HOOFDSTUK5VOLMACHT Artikel5.1Gevolmachtigden 1.Een volmacht als bedoeld in artikel 1.1, lid 7, wordt verleend aan de bij de nadere regeling aangewezen personen; 2.Bij afwezigheid van een gevolmachtigde mag de aan deze functionaris overgedragen bevoegdheid worden uitgeoefend door een plaatsvervanger, mits dit de gemeentesecretaris of een afdelingshoofd is. De plaatsvervangingsregelingen van secretaris en afdelingshoofden zijn als bijlage aan deze regeling gevoegd. Artikel5.2Strekking van de volmacht 1.De volmacht strekt zich uitsluitend uit tot de bevoegdheden genoemd in de nadere regeling; 2.De volmacht wordt verleend met inachtneming van de per bevoegdheid in de nadere regeling vastgestelde of vast te stellen instructies, voorschriften en voorwaarden. Artikel5.3Algemene voorwaarden De volmacht wordt door de gevolmachtigde uitgeoefend binnen het kader van het door de gemeenteraad en of de volmachtgever vastgestelde of vast te stellen algemeen beleid en binnen het raam van de toegekende budgettaire bevoegdheden en begrotingsrichtlijnen. Artikel5.4Persoonlijke ondertekening 1.De volmacht als bedoeld in artikel 1.1, lid 7, wordt verleend met inachtneming van de persoonlijke ondertekening door de gevolmachtigde; 2.Een krachtens volmacht verrichtte handeling vermeldt namens wie de handeling is verricht; 3.Het vorige lid is van overeenkomstige toepassing op (overige) correspondentie, voortvloeiende uit de overgedragen bevoegdheid. 4.Ondertekening geschiedt met inachtneming van de ondertekeningsinstructie die in bijlage bij deze regeling is gevoegd. Artikel5.5Interne procedures 1.De gevolmachtigde aan wie een bevoegdheid is toegekend, dient alvorens de bevoegdheid uit te oefenen eerst na te gaan of de benodigde publiekrechtelijke besluiten zijn genomen; 2.De interne procedure inzake afdoening van stukken, voortgangscontrole, postbehandeling en dergelijke geschieden overeenkomstig de geldende regelingen. HOOFDSTUK6SLOTBEPALINGEN Artikel6.1Wijziging van wetgeving 1.Ingeval van wijziging van wetgeving waarop een verleende bevoegdheid berust, blijft de bevoegdheid verleend en wordt de bevoegdheid geacht te zijn verleend op grond van de corresponderende bepalingen in de gewijzigde wetgeving; 2.De wijzigingen worden zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk tijdens de jaarlijkse actualisatie, in de nadere regeling verwerkt. Artikel6.2Verantwoording aan mandaatgever. Een gemandateerde legt in de eerste week na afloop van een kalenderkwartaal een overzicht voor aan de mandaatgever waarop de in het voorafgaande kwartaal genomen besluiten zijn opgenomen. Artikel6.3Intrekking besluit De mandaatregeling van 22 april 2003 wordt ingetrokken. Artikel6.4Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald onder de titel: Mandaat- en volmachtregeling gemeente Haaren, 2008. Artikel6.5Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking nadat deze conform afdeling 3.6 van de Algemene wet bestuursrecht bekendgemaakt is. Haaren, 26 februari 2008 Burgemeester en wethouders van Haaren, secretaris, burgemeester, Mr. B.P.H. van Els F.H.G.M. Ronnes Haaren, 26 februari 2008 De burgemeester van Haaren, F.H.G.M. Ronnes Haaren, 26 februari 2008 De heffingsambtenaar van de gemeente Haaren, Afdelingshoofd publiekszaken, H.J. Dammingh 14e wijziging mandaatregister
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.