Belastingverordening OverijsselAlgemene toelichting Algemeen Op grond van artikel 220a Provinciewet dienen in de belastingverordening een aantal onderwerpen te worden geregeld, zoals de belastingplichtige, het voorwerp van de belasting, het belastbare feit, de heffingsmaatstaf, het tarief en het tijdstip van ingang van de heffing en van beëindiging van de heffing en hetgeen overigens voor de heffing en de invordering van belang is. Verder zijn er een aantal onderwerpen, zoals hardheidsclausule, oninbaarverklaring, dwanginvordering, die al in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Algemene wet) en de Invorderingswet 1990 (Invorderingswet) in samenhang met de Provinciewet zijn vastgelegd. De heffing en invordering geschieden met toepassing van de Algemene wet en de Invorderingswet in samenhang met de Provinciewet. Hardheidsclausule Op grond van artikel 63 van de Algemene wet zijn Gedeputeerde Staten bevoegd voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard, die zich bij de toepassing van de belastingverordening mochten voordoen. Kwijtschelding Indien een belastingschuldige niet in staat is anders dan met buitengewoon bezwaar een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan de met de invordering belaste ambtenaar op grond van artikel 26 van de Invorderingswet gehele of gedeeltelijke kwijtschelding verlenen. Hoofdstuk II ‘Kwijtschelding in andere gevallen en ontslag van betalingsverplichting' van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 is van overeenkomstige toepassing. In artikel 4.4. van deze verordening is in afwijking daarvan bepaald dat geen kwijtschelding wordt verleend bij de invordering van de nazorgheffing stortplaatsen. Oninbaarverklaring Gedeputeerde Staten kunnen met toepassing van artikel 232 e, vijfde lid van de Provinciewet de belasting geheel of gedeeltelijk oninbaar verklaren. Het daartoe strekkende besluit ontheft de provincieambtenaar belast met de invordering van provinciale belastingen van de verplichting ervan om verdere pogingen tot invordering te doen. Ambtshalve vermindering Een onjuiste belastingaanslag kan met toepassing van artikel 65, eerste lid van de Algemene wet door de met de heffing belaste ambtenaar ambtshalve worden verminderd. Aangifte Uitreiking aangiftebiljet Voor het bepalen van de hoogte van de aanslag kan de met de heffing belaste ambtenaar met toepassing van artikel 6 van de Algemene wet juncto de artikelen 227a en 228a van de Provinciewet aan de belastingplichtige een aangiftebiljet uitreiken. Ontvangstbevestiging Op grond van artikel 8, derde lid van de Algemene wet wordt bij ontvangst van de aangifte desgewenst een ontvangstbevestiging afgegeven. Opgaveplicht Op grond van artikel 8, eerste lid van de Algemene wet is degene die een aangiftebiljet heeft ontvangen verplicht tot verstrekking van de gevraagde gegevens. Termijn van aangifte Op grond van artikel 9, eerste lid van de Algemene wet juncto artikel 227a van de Provinciewet, stelt de met de heffing belaste ambtenaar de termijn van aangifte op tenminste een maand na het uitnodigen tot het doen van aangifte. Op grond van het tweede lid van artikel 9 van de Algemene wet kan deze de aangiftetermijn verlengen. Ambtshalve vaststelling aanslag Indien de belastingplichtige geen aangifte doet, kan de met de heffing belaste ambtenaar op grond van artikel 11, tweede lid van de Algemene wet de aanslag ambtshalve vaststellen. Bestuurlijke boete De met de heffing belaste ambtenaar kan, indien geen aangifte (binnen de termijn) wordt gedaan of onjuiste gegevens worden verstrekt, met toepassing van het bepaalde in hoofdstuk VIIIa van de Algemene wet een bestuurlijke boete opleggen. Ook bij navorderen kan hij een bestuurlijke boete opleggen. Verstrekking inlichtingen Op grond van artikel 47, eerste lid van de Algemene wet is de belastingplichtige verplicht gegevens te verstrekken aan de met de heffing belaste ambtenaar. Navordering De met de heffing belaste ambtenaar kan met toepassing van artikel 16 van de Algemene wet in bepaalde gevallen belasting navorderen. Dwanginvordering Bij nalatigheid in de betaling vindt de invordering plaats met toepassing van artikel 11 en volgende van de Invorderingswet. Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1.1. Belastbare feiten 1. Onder de naam ‘grondwaterheffing’ als bedoeld in artikel 7.7, eerste lid van de Waterwet, wordt een directe provinciale belasting geheven op het onttrekken van grondwater. 2. Onder de naam ‘leges’ wordt overeenkomstig de bepalingen van deze verordening en de bijbehorende tarieventabel: belasting geheven ter zake van het genot van door of vanwege het provinciebestuur verstrekte diensten als bedoeld in artikel 223 van de Provinciewet; vergoeding van kosten gevraagd als bedoeld in artikel 6.2 lid 4 van de Wet Natuurbescherming. 3. Onder de naam ‘nazorgheffing’ wordt een directe provinciale belasting geheven als bedoeld in artikel 15.44 van de Wet milieubeheer ter bestrijding van de kosten gemoeid met: de in artikel 8.49 van de Wet milieubeheer bedoelde zorg voor de in de provincie Overijssel gelegen stortplaatsen; de door de provincie Overijssel uitgevoerde inventarisatie van plaatsen waar in de provincie Overijssel afvalstoffen zijn gestort en waar dat storten vóór 1 september 1996 is beëindigd en het onderzoek naar en systematische controle van de aanwezigheid, aard en omvang van eventuele verontreiniging aldaar; de dekking van de aansprakelijkheid, bedoeld in artikel 6:176 van het Burgerlijk Wetboek. 4. Onder de naam ‘precariobelasting’ als bedoeld in artikel 222c Provinciewet wordt, overeenkomstig de tot deze verordening behorende tarieventabel, een directe provinciale belasting geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde grond van de provincie. 5. Onder de naam ‘heffing Lijst der Geldelijke Regelingen' wordt een directe provinciale belasting geheven als bedoeld in artikel 91, lid 1, van de Wet inrichting landelijk gebied ter afrekening van de omgeslagen kosten van landinrichting uit hoofde van de Wet inrichting landelijk gebied. Artikel 1.2. Wijze van heffing 1. De belastingen genoemd in artikel 1.1., eerste, derde en vierde lid, worden geheven door uitreiking of toezending van een aanslag. 2. De leges, genoemd in artikel 1.1., tweede lid, worden geheven door uitreiking of toezending van een schriftelijke of digitale kennisgeving waaronder mede worden verstaan een nota. Artikel 1.3. Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 1.4. Tijdstip betaling De verschuldigde grondwaterheffing, nazorgheffing, precariobelasting en heffing Lijst der Geldelijke Regelingen moet worden betaald binnen vier weken na dagtekening van het aanslagbiljet. Artikel 1.5. Nadere regels Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en invordering van de belastingen die op grond van deze verordening worden geheven. Hoofdstuk 2. Grondwaterheffing Artikel 2.1. Belastingplichtige Belastingplichtig is de houder van de door Gedeputeerde Staten of een waterschap verleende vergunning, dan wel degene die de opdrachtgever is van een meldingsplichtige onttrekking, die op grond van artikel 4.6.1 dan wel artikel 4.6.3 van de Omgevingsverordening Overijssel gedurende het belastingjaar of een gedeelte daarvan ingeschreven is in het register als bedoeld in artikel 4.6.1, eerste lid van de Omgevingsverordening Overijssel 2017. Artikel 2.2. Grondslag 1. De grondwaterheffing wordt opgelegd naar de in het belastingjaar onttrokken hoeveelheid grondwater, gemeten in kubieke meters per jaar. 2. Indien op grond van de vergunningsvoorschriften water wordt geïnfiltreerd, wordt de helft van het aantal kubieke meters geïnfiltreerd water in mindering gebracht op de onttrokken hoeveelheid grondwater. Artikel 2.3. Tarief Het tarief van de grondwaterheffing is € 0,016 per m3 onttrokken grondwater en geldt tot en met 2021. Artikel 2.4. Vrijstellingen 1. Naast de in artikel 7.1 van het Waterbesluit genoemde vrijgestelde onttrekkingen zijn de onttrekkingen van minder dan 100.000 m³ grondwater per belastingsjaar van de grondwaterheffing vrijgesteld. 2. Indien op grond van de vergunningsvoorschriften water wordt geïnfiltreerd, wordt bij de toepassing van de vrijstelling in het eerste lid het aantal kubieke meters geïnfiltreerd water in mindering gebracht op de onttrokken hoeveelheid grondwater. 3. Vrijgesteld van grondwaterheffing zijn inrichtingen waarbij grondwater wordt onttrokken en vervolgens in een gesloten systeem weer volledig wordt teruggevoerd in hetzelfde watervoerende pakket als waaraan het is onttrokken, in overeenstemming met de voorwaarden welke daartoe zijn gesteld in de vergunning die voor het onttrekken en terugvoeren van grondwater is verleend bij of krachtens de Waterwet. Hoofdstuk 3. Leges Artikel 3.1. Belastingplichtige De leges worden geheven van de aanvrager van de dienst dan wel van degene ten behoeve van wie de dienst wordt verleend. Artikel 3.2. Tarieven 1. De leges worden geheven naar de grondslagen en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 3.3. Tijdstip van betaling 1. De leges moeten worden voldaan bij het uitreiken van de kennisgeving dan wel, in geval van toezending, binnen vier weken na de dagtekening van de kennisgeving. 2. De leges als bedoeld in artikel 7.6.1 t/m 7.6.9 van de tarieventabel worden vooraf geheven en dienen per direct te worden voldaan. Artikel 3.4. Vermindering van leges 1. Indien aanvrager een aanvraag om vergunning, ontheffing of beoordeling binnen 4 weken na het indienen daarvan, maar voordat op het verzoek is beschikt, geheel of gedeeltelijk voor bepaalde activiteiten (als bedoeld in de tarieventabel) intrekt, dan worden de met toepassing van de tarieventabel berekende bedragen voor die activiteiten met 50% verminderd. 2. Indien aanvrager binnen drie maanden na een geheel of gedeeltelijke intrekking van een aanvraag voor bepaalde activiteiten als bedoeld in het eerste lid een nieuwe aanvraag voor dezelfde activiteiten indient, worden de ter zake van de eerste aanvraag geheven leges in mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen van de nieuwe aanvraag. De leges worden eenmalig in mindering gebracht. 3. Indien ingevolge artikel 4.5 van de Algemene Wet Bestuursrecht wordt besloten om een aanvraag om vergunning, ontheffing of beoordeling geheel of gedeeltelijk voor bepaalde activiteiten (als bedoeld in de tarieventabel) niet verder te behandelen, dan worden de met de toepassing van de tarieventabel berekende bedragen voor die activiteiten met 50% verminderd. 4. Indien de verlening van een vergunning, ontheffing geheel of gedeeltelijk voor bepaalde activiteiten (als bedoeld in de tarieventabel) wordt geweigerd, dan worden de met de toepassing van de tarieventabel berekende bedragen voor die activiteiten met 50% verminderd. 5. Indien een aanvraag op verzoek van het College van Gedeputeerde Staten van Overijssel geheel of gedeeltelijk voor bepaalde activiteiten (als bedoeld in de tarieventabel) wordt ingetrokken, dan worden de met toepassing van de tarieventabel berekende bedragen voor die activiteiten met 100% verminderd. Artikel 3.5. Gevallen waarin geen vermindering van leges wordt toegestaan De in artikel 3.4 bedoelde vermindering van leges vindt niet plaats: indien de leges minder bedragen dan € 150 en / of; het kosten van publicatie betreft die reeds zijn gemaakt, of; de provincie binnen het kader van de procedure reeds kosten aan derden verschuldigd is bij voorbeeld voor kadastrale rechten en advieskosten. Artikel 3.6. Kwijtschelding Bij de invordering van WABO leges wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 3.7 Teruggave retributie faunaschade Gedeputeerde staten kunnen in bijzondere gevallen bepalen dat de leges als bedoeld in artikel 7.7 van de tarieventabel wordt gerestitueerd. Leges als bedoeld in artikel 7.7 van de tarieventabel worden ambtshalve gerestitueerd als de aanvraag om een tegemoetkoming in faunaschade als bedoeld in artikel 6.1 Wet natuurbescherming wordt gehonoreerd door het verlenen van een tegemoetkoming. In afwijking van artikel 3.7 sub a vindt geen restitutie plaats als de aanvraag om een tegemoetkoming in faunaschade als bedoeld in artikel 6.1 Wet natuurbescherming wordt ingetrokken en er al een taxatie van de schade heeft plaatsgevonden. In afwijking van artikel 3.7 sub a vindt geen restitutie plaats indien de aanvraag om een tegemoetkoming in faunaschade als bedoeld in artikel 6.1 Wet natuurbescherming wordt afgewezen of geweigerd. Hoofdstuk 4. Nazorgheffing stortplaatsen Artikel 4.1. Begripsomschrijving a. storten van afvalstoffen: op of in de bodem brengen van afvalstoffen, al dan niet in verpakking, om deze stoffen daar te laten; b. stortplaats: inrichting waar na 1 september 1996 afvalstoffen worden gestort, danwel het gedeelte van een inrichting, waar afvalstoffen worden gestort, indien in de inrichting niet uitsluitend afvalstoffen worden gestort; c. gesloten stortplaats: stortplaats ten aanzien waarvan de in artikel 8.47, derde lid van de Wet milieubeheer, bedoelde verklaring is afgegeven; d. ton: gewichtseenheid van 1.000 kg; e. doelvermogen: het voor de altijddurende nazorg benodigde vermogen dat op het moment van aanvang van de nazorg aanwezig moet zijn. Artikel 4.2. Belastingplichtige De nazorgheffing wordt geheven van degene die een stortplaats drijft. Artikel 4.3. Grondslag De nazorgheffing wordt opgelegd op basis van het berekende doelvermogen voor de eeuwigdurende nazorg per stortlocatie overeenkomstig de tarieventabel. Artikel 4.4. Kwijtschelding Bij de invordering van de nazorgheffing wordt geen kwijtschelding verleend. Hoofdstuk 5. Ontgrondingenheffing [Vervallen} Hoofdstuk 6. Precariobelasting Artikel 6.1. Belastingplichtige De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde provinciale grond heeft, danwel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde provinciale grond aanwezig zijn. Artikel 6.2. Grondslag en tarief 1. De precariobelasting wordt geheven naar de grondslag en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de precariobelasting voor de installaties voor het al dan niet automatisch aftappen van motorbrandstoffen vermeld in de tarieventabel wordt uitgegaan van het aantal liters voor de omzet afgeleverde motorbrandstoffen in het kalenderjaar voorafgaande aan het belastingjaar. 3. [vervallen] Artikel 6.3. Vrijstellingen Geen precariobelasting wordt geheven voor: het hebben van voorwerpen die rechtens moeten worden gedoogd; het hebben van voorwerpen waarvoor een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen. Artikel 6.4. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar, of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Hoofdstuk 7. Heffing Lijst der Geldelijke Regelingen Artikel 7.1. Begripsomschrijving a. blok: geheel van in een herverkaveling begrepen onroerende zaken; b. eigenaar: degene die eigenaar is van een tot het blok behorende onroerende zaak en degene aan wie een recht van opstal, erfpacht, beklemming, vruchtgebruik, gebruik of bewoning toebehoort waaraan een in het blok begrepen onroerende zaak is onderworpen; c. Lijst der Geldelijke Regelingen: lijst als bedoeld in artikel 62 van de Wet inrichting landelijk gebied waaruit per eigenaar volgt welke kosten van de landinrichting over hem worden omgeslagen. Artikel 7.2. Belastingplichtige De heffing Lijst der Geldelijke Regelingen wordt geheven van iedere eigenaar die schuldplichtig is voor de over hem omgeslagen kosten zoals bepaald in de Lijst der Geldelijke Regelingen. Artikel 7.3. Grondslag De hoogte van de schuldplichtigheid van de eigenaren volgt uit de Lijst der Geldelijke Regelingen waarop door Gedeputeerde Staten een correctiefactor is toegepast als bedoeld in artikel 90, lid 4, van de Wet inrichting landelijk gebied. Artikel 7.4. Uitbetaling Indien uit de Lijst der Geldelijke Regelingen volgt dat een eigenaar niet schuldplichtig is, maar een vordering uit de landinrichting heeft, dan wordt dit bedrag door Gedeputeerde Staten aan deze eigenaar uitbetaald binnen vier weken nadat Gedeputeerde Staten de correctiefactor als bedoeld in artikel 90, lid 4, van de Wet inrichting landelijk gebied heeft vastgesteld. Artikel 7.5. Minimumbedrag Indien de over een eigenaar omgeslagen kosten geringer/lager zijn dan € 10,-, dan worden deze kosten niet geheven. Artikel 7.6. Termijn In afwijking van artikel 1.4 moet de heffing, indien deze meer bedraagt dan € 25.000,-, binnen twaalf weken na dagtekening van het aanslagbiljet worden betaald. Hoofdstuk 8. Slotbepaling Artikel 8.1. Inwerkingtreding en citeertitel 1. De navolgende verordeningen worden ingetrokken: Grondwaterheffingsverordening Overijssel 1998, vastgesteld bij besluit van Provinciale Staten van 17 december 1997, nr. 65-I, laatstelijk gewijzigd bij besluit van Provinciale Staten van 7 december 2005, nr. PS/2005/1108; Heffingsverordening ontgrondingen Overijssel, vastgesteld bij besluit van Provinciale Staten van 29 januari 1997, nr. 2-I, laatstelijk gewijzigd bij besluit van Provinciale Staten van 29 oktober 2003, nr. 47-I; Legesverordening Overijssel 1996, vastgesteld bij besluit van Provinciale Staten van 13 december 1995, nr. 57-I, laatstelijk gewijzigd bij besluit van Provinciale Staten van 9 november 2005, nr. PS/2005/1041; Precarioverordening Overijssel 1998, vastgesteld bij besluit van Provinciale Staten van 17 december 1997, nr. 63-I, laatstelijk gewijzigd bij besluit van Provinciale Staten van 9 november 2005, nr. PS/2005/1041; Verordening Nazorgheffing Stortplaatsen provincie Overijssel 1999, vastgesteld bij besluit van Provinciale Staten van 30 maart 1999, nr. 17-I, laatstelijk gewijzigd bij besluit van Provinciale Staten van 4 juli 2001, nr. 16-I. 2. De in het eerste lid genoemde verordeningen blijven van toepassing op de belastbare feiten die zich voor de inwerkingtreding van deze verordening hebben voorgedaan. 3. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2007. 4. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2007. 5. Deze verordening kan worden aangehaald als: Belastingverordening Overijssel. Zwolle,Provinciale Staten voornoemd,voorzitter,griffier, Bijlage ITarieventabel 2020 1. Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO) Tarief 2019 in € Tarief 2020 in € 1.1 Onder ‘bouwkosten’ wordt in dit hoofdstuk verstaan de aannemingssom (exclusief omzetbelasting) als bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, Besluit vaststelling Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012), (zijnde het bedrag, waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het werk tot stand te brengen, de omzetbelasting daarin niet begrepen) voor het uit te voeren werk. Dit Besluit is ook bekendgemaakt in de Staatscourant 2012, 1567. http://wetten.overheid.nl/BWBR0031190/2012-03-01 Of voor zover deze ontbreekt, een raming van de bouwkosten (exclusief omzetbelasting) als bedoeld in normblad NEN 2631, uitgave 1979, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd. Vooroverleg 1.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een schetsplan voor een omgevingsvergunning voor het realiseren van een bouwwerk omgevingsvergunning, ongeacht de uitkomst daarvan: € 184 € 189 Bouwen van een bouwwerk 1.3 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het verstrekken van een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, Wabo voor het bouwen van een bouwwerk, is opgebouwd volgens onderstaande staffel percentages. Het tarief wordt bepaald door het totaal van de respectievelijke schijven: 1.3.1 indien de bouwkosten € 20.000 of minder bedragen: 2,8% van de bouwkosten met een minimum van € 280 2,9% van de bouwkosten met een minimum van € 280 1.3.2 indien de bouwkosten meer bedragen dan € 20.000, maar niet meer dan € 50.000: voor het meerdere boven € 20.000; 2,6% voor het meerdere boven € 20.000; 2,7% 1.3.3 indien de bouwkosten meer bedragen dan € 50.000, maar niet meer dan € 100.000: voor het meerdere boven € 50.000; 2,5% voor het meerdere boven € 50.000; 2,6% 1.3.4 indien de bouwkosten meer bedragen dan € 100.000, maar niet meer dan € 400.000: voor het meerdere boven € 100.000; 2,4% voor het meerdere boven € 100.000; 2,5% 1.3.5 indien de bouwkosten meer bedragen dan € 400.000, maar niet meer dan € 1.000.000: voor het meerdere boven € 400.000; 2,3% voor het meerdere boven € 400.000; 2,4% 1.3.6 indien de bouwkosten meer bedragen dan € 1.000.000, maar niet meer dan € 5.000.000: voor het meerdere boven € 1.000.000; 2,2% voor het meerdere boven € 1.000.000; 2,3% 1.3.7 indien de bouwkosten meer bedragen dan € 5.000.000: voor het meerdere boven € 5.000.000; 2,0% met een maximum van € 516.1368 voor het meerdere boven € 5.000.000; 2,0% met een maximum van € 529.556 1.3.8 (gereserveerd) 1.3.9 Onverminderd het bepaalde in dit onderdeel (1.3) wordt het tarief verhoogd met 10%, indien de in dat onderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de bouwactiviteit, dan wel in afwijking van een vergunning is gebouwd. Beoordeling Bodemrapport 1.4 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een vergunning voor het bouwen van een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder a, Wabo wordt verhoogd indien de aanvraag tot het verstrekken van een vergunning krachtens wettelijk voorschrift slechts kan worden afgehandeld wanneer: 1.4.1 een milieukundig bodemrapport wordt beoordeeld, met € 227 € 233 1.4.2 een archeologisch bodemrapport wordt beoordeeld, met € 227 € 233 Afwijkingsbesluiten bij planologisch strijdig gebruik 1.5 Indien een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1., eerste lid, onder c, Wabo, bedraagt het tarief: 1.5.1 in het geval dat artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3, Wabo, wordt toegepast (buitenplanse afwijking) € 10.271 € 10.538 1.5.2 in het geval dat artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 2, Wabo, wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking) € 310 € 318 1.5.3 in het geval dat artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 1, Wabo, wordt toegepast (binnenplanse afwijking) € 310 € 318 1.5.4 in het geval dat artikel 2.12, eerste lid, onder b, Wabo wordt toegepast (afwijking exploitatieplan) € 310 € 318 1.5.5 in het geval dat de activiteit in strijd is met regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, Wro en artikel 2.12, eerste lid, onder c, Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale verordening) € 310 € 318 1.5.6 in het geval dat de activiteit in strijd is met regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, Wro en artikel 2.12, eerste lid, onder c, Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving) € 310 € 318 1.5.7 in het geval dat artikel 2.12, eerste lid, onder d,Wabo wordt toegepast (afwijking van een voorbereidingsbesluit) € 310 € 318 1.5.8 in het geval dat artikel 2.12, tweede lid, Wabo wordt toegepast (tijdelijke afwijking) € 310 € 318 Uitvoering werk of werkzaamheden 1.6 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van aanvraag tot het verlenen van een vergunningals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder b, Wabo voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald: € 335 € 344 Monumenten/beschermd stads-/dorpsgezicht 1.7.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het slopen, verstoren, verplaatsen, wijzigen of herstellen van een beschermd monument, waarvoor krachtens provinciale of gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist: € 306 € 314 1.7.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- en dorpsgezicht, waarvoor krachtens provinciale of gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist: € 228 € 234 Slopen 1.8 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder g of h, Wabo voor het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald: € 177 € 182 Uitweg/inrit 1.9 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een vergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder e, Wabo voor het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg: € 159 € 163 Kappen 1.10 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een vergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder g, Wabo voor het vellen of doen vellen van houtopstand: 1.10.1 voor tot en met 2 bomen; € 76 € 78 1.10.2 voor elke volgende boom; € 27 € 28 1.10.3 met een maximum van € 271 € 278 Handelsreclame 1.11 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een vergunning als bedoeld in: 1.11.1 artikel 2.2, eerste lid onder h, Wabo, voor het op of aan een onroerende zaak maken of voeren van handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats: € 112 € 115 1.11.2 artikel 2.2, eerste lid onder i, Wabo, voor het als eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigder of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat op of aan die onroerende zaak handelsreclame wordt gemaakt of gevoerd met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats: € 112 € 115 Extra welstandstoets 1.12 (gereserveerd) Beoordeling advies agrarische adviescommissie 1.13 (gereserveerd) Aanleggen of verandering brengen in een weg 1.14 (gereserveerd) Alarminstallatie 1.15 (gereserveerd) Opslag van roerende zaken 1.16 (gereserveerd) Toestellen die bij amvb zijn bepaald 1.17 (gereserveerd) Andere activiteiten 1.18 (gereserveerd) Toestemming die wordt aangehaakt bij de omgevingsvergunning voor een WABO-bedrijf waarvoor de provincie Overijssel bevoegd gezag is. Gebiedsbescherming Wanneer een vergunning aangevraagd wordt in het kader van de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO) en er tevens sprake is van en onderdeel dat betrekking heeft op de Wet Natuurbescherming onderdeel gebiedsbescherming, zijn de leges vermeld onder 7.1 t/m 7.4 voor die andere onderdelen van toepassing 1.19 vervallen 1.20 vervallen Soortenbescherming Wanneer een vergunning aangevraagd wordt in het kader van de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO) en er tevens sprake is van en onderdeel dat betrekking heeft op de Wet Natuurbescherming onderdeel soortenbescherming, zijn de leges vermeld onder 7.5 t/m 7.6.9 voor die andere onderdelen van toepassing 1.21 Vervallen 1.22 vervallen Houtopstanden Wanneer een vergunning aangevraagd wordt in het kader van de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO) en er tevens sprake is van en onderdeel dat betrekking heeft op de Wet Natuurbescherming onderdeel houtopstanden, zijn de leges vermeld onder 7.8 t/m 7.8.4 voor die andere onderdelen van toepassing 1.23 vervallen 1.23.1 1.23.2 1.23.3 1.23.4 Toestemmingen uit gemeentelijke, provinciale en waterschapsverordeningen 1.24 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, Wabo voor het verrichten van een activiteit die behoort tot een bij amvb aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving: € 114 € 117 Omgevingsvergunning 1.25 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wabo voor zover daar niet elders in dit hoofdstuk een tarief is opgenomen: het bedrag van de voorafgaand aan de behandeling van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan aanvrager medegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door of vanwege het College van Gedeputeerde Staten is opgesteld. Indien een begroting als bedoeld in de vorige volzin is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag, na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Omgevingsvergunning in twee fasen 1.26 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een omgevingsvergunning in twee fasen als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, Wabo ter zake van de: 1.26.1 eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in deze tarieventabel voor de vergunningen(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.