Verordening BI-zone Centrum Dieren 2016-2020De raad van de gemeente Rheden; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 22 juni 2015; gelet op artikel 1, eerste lid en artikel 7, vierde lid, van de Wet op de bedrijveninvesteringszones (BI-zones) en artikel 156, eerste lid, van de Gemeentewet; en gelet op de tussen de gemeente Rheden en de Ondernemersvereniging Centrum Dieren gesloten uitvoeringsovereenkomst; b e s l u i t : intrekken de Verordening BI-zone Centrum Dieren 2011; vast te stellen de 'Verordening BI-zone Centrum Dieren 2016-2020' HoofdstukIAlgemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: BI-zone: het bij deze verordening aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven. Het aangewezen gebied is vermeld op de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende kaart; de wet: Wet op de bedrijveninvesteringszones; het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente; uitvoeringsovereenkomst: de tussen de gemeente Rheden en de Ondernemersvereniging Centrum Dieren gesloten uitvoeringsovereenkomst. Artikel 2 Aanwijzing vereniging De Ondernemersvereniging Centrum Dieren (hierna: de vereniging) wordt aangewezen als vereniging als bedoeld in artikel 7 van de wet. HoofdstukIIBelastingbepalingen Artikel 3 Aard van de belasting Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt een directe belasting, zijnde een bestemmingsheffing, geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op het internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of economische ontwikkeling van de BIZ. Samengevat gaat het in ieder geval om de volgende zaken: uitstraling openbaar gebied verbeteren; activiteiten op het gebied van economische ontwikkeling; professionaliseren van gebiedspromotie en centrummarketing; draagvlak vergroten onder ondernemers voor het gezamenlijk belang; commitment met gebied en tussen ondernemers en overige belanghebbenden versterken; verhogen veiligheidsgevoel/veiligheidsimago van het gebied met maatregelenmatrix Keurmerk Veilig Ondernemen als leidraad; verbeteren winkelaanbod om waardering te verhogen; tegengaan van leegstand; imago profileren, behouden en verder uitbouwen; verbeteren verkeersveiligheid/verkeersafwikkeling om waardering te verhogen; verbeteren parkeervoorzieningen om waardering te verhogen; verbreding van functies (toeristisch/cultureel). Artikel 4 Belastbaar feit en belastingplicht 1.De belasting wordt tot maximaal 31 december 2020 jaarlijks geheven, ter zake van binnen de BI-zone gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen. Na de afloop van deze maximale termijn kan de belasting enkel geheven worden indien voldaan wordt aan de gestelde eisen zoals genoemd in de Wet op de bedrijveninvesteringszones. 2.De belasting wordt geheven van degenen die bij het begin van het kalenderjaar in de BI-zone gelegen onroerende zaken al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruiken. 3.Voor de toepassing van het tweede lid wordt: gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld. 4.Indien een onroerende zaak bij het begin van het kalenderjaar niet in gebruik is, wordt de BIZ-bijdrage geheven van degene die van die zaak het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel 5 Belastingobject 1.Als een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken, die niet in hoofdzaak tot woning dient. 2.Een onroerende zaak dient niet in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak niet in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 6 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per onroerende zaak. Artikel 7 Vrijstellingen In afwijking van artikel 6 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard; één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen; werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen; werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken. Artikel 8 Belastingtarief De BIZ-bijdrage bedraagt per onroerende zaak € 350,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.