Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2016De raad van de gemeente De Fryske Marren; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 22 september 2015, nummer 084/2015; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2016 Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of grondwater; woning: een onroerende zaak als bedoeld in artikel 220a Gemeentewet, met dien verstande dat daartoe ook die gedeelten van een onroerende zaak behoren die als perceel kunnen worden aangemerkt en waarvan de waarde ingevolge artikel 220e Gemeentewet buiten de heffingsmaatstaf van de onroerende-zaakbelastingen worden gelaten; niet-woning: elke onroerende zaak of zelfstandig gedeelte daarvan welke niet als woning is aan te merken als bedoeld onder e; gemengd pand: een onroerende zaak die is aangemerkt als niet-woning maar waarbij een deel van deze zaak in gebruik is als woning of dienstbaar is aan woondoeleinden; boothuis: een zelfstandige opstal, bedoeld en als zodanig in gebruik, voor het stallen van een vaartuig in of boven het water, terwijl vanuit de opstal enkel hemelwater wordt afgevoerd; garagebox: een zelfstandige opstal, bedoeld en als zodanig in gebruik, voor het stallen van (motor-)voertuigen en/of het opslaan van goederen, zonder dat dit een bedrijfsmatig doel dient, en deze opstal in de uitvoering van de Wet WOZ als garagebox wordt aangemerkt, terwijl vanuit de opstal enkel hemelwater wordt afgevoerd; recreatiewoning: een woning welke overeenkomstig een door het college van burgemeester en wethouders verstrekte vergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening, dan wel overeenkomstig geldende bestemmingsplanvoorschriften recreatief wordt gebruikt. Recreatieperceel: een perceel zijnde een vaste standplaats als bedoeld in de verordening toeristenbelasting en gelegen op een recreatieterrein, dat door de gebruiker uitsluitend recreatief en seizoensgebonden wordt gebruikt. Artikel2Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht 1.De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel. 2.Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan. Artikel4Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt. Artikel5Maatstaf van heffing 1.Het gebruikersdeel als bedoeld in artikel 3 lid 1 wordt ingeval van een woning geheven naar het aantal personen per huishouding, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen één- en meerpersoonshuishouding. 2.Het gebruikersdeel als bedoeld in artikel 3 lid 1 wordt ingeval van een niet-woning geheven naar het aantal kubieke meters water dat naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater dat in het aan het belastingjaar voorafgaande kalenderjaar naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. 3.Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of edrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. 4.De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 5.De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd. Artikel6Belastingtarieven 1.Het tarief bedraagt voor een perceel dat wordt gebruikt als woning: indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij de aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door één persoon € 108,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.