Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Opmeer 2012De raad van de gemeente Opmeer; Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 december 2012; Gelet op het advies van de commissie Ruimte van 16 oktober 2012; Mede gelet op de opgestelde Geurgebiedsvisie gemeente Opmeer (rapport Prevent Adviesgroep van 28 november 2012, V.05); Mede gelet op de artikelen 4, 6 en 8 van de Wet geurhinder en veehouderij en artikel 149 van de Gemeentewet; BESLUIT: vast te stellen de volgende verordening houdende regels met betrekking tot beslissingen inzake de omgevingsvergunning voor het oprichten of veranderen van een veehouderij, voor zover het betreft geurhinder vanwege tot die veehouderijen behorende dierverblijven: Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Opmeer 2012 Artikel1:Begripsbepaling In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: De wet : de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv); Dierenverblijf : al dan niet overdekte ruimte waarbinnen dieren worden gehouden; Geurhinder : gevolgen voor het milieu door de emissie van geur; Geurgevoelig object(GGO) : zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geurhinder en veehouderij; Veehouderij : inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aangewezen categorie behoort en is bestemd voor het fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen of wegen van dieren; Omgevingsvergunning : omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; Rundvee : rundvee waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld; Overige landbouwhuisdieren : landbouwhuisdieren, niet zijnde rundvee, waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld. Artikel2:Aanwijzing gebieden Als deelgebied A van het grondgebied als bedoeld in artikel 6, tweede en derde lid van de wet wordt aangewezen de gebieden binnen de bebouwde kom, gesplitst in een deelgebied A1 (woongebieden met een stedelijk karakter) en een deelgebied A2 (woongebieden met een landelijk karakter). Als deelgebied B van het grondgebied als bedoeld in artikel 6, derde lid van de wet wordt aangewezen het gehele gebied buiten de bebouwde kom binnen de gemeente Opmeer. Voor de aangewezen gebieden, zoals aangegeven in het 1e en 2e lid, wordt verwezen naar de bij de verordening behorende kaart. Artikel3:Andere waarden voor de afstand In afwijking van artikel 4, 1e lid van de Wet geurhinder en veehouderij gelden in de gemeente Opmeer de volgende minimale afstanden tussen het emissiepunt van de stal en de gevel van een geurgevoelig object (GGO) met het daarbij behorende maximaal aantal te houden dieren: Locatie geurgevoelige objecten (GGO) Minimale afstand gevel stal- gevel GGO Minimale afstand emissiepunt stal- gevel GGO Maximaal aantal dieren waarvoor een vaste afstand geldt Binnen de bebouwde kom: ·woongebieden met een stedelijk karakter 50 Van 100 meter verkleinen naar 50 *) 150 stuks melkrundvee, excl. vrouwelijk jongvee**) 255 stuks melkrundvee, inclusief vrouwelijk jongvee**) 38 paarden**) 38 landbouwhuisdieren anders dan hierboven vermeld**) ·woongebieden met een landelijk karakter 50 Van 100 meter verkleinen naar 50 *) 200 stuks melkrundvee, excl. vrouwelijk jongvee**) 340 stuks melkrundvee, inclusief vrouwelijk jongvee**) 50 paarden**) 50 landbouwhuisdieren anders dan hierboven vermeld**) Buiten de bebouwde kom 25 Van 50 meter verkleinen naar 25 *) 200 stuks melkrundvee, excl. vrouwelijk jongvee***) 340 stuks melkrundvee, inclusief vrouwelijk jongvee***) 50 paarden***) 50 landbouwhuisdieren anders dan hierboven vermeld***) *) Hierbij wordt uitgegaan van het standstil beginsel. De afstand van het emissiepunt van de bestaande stallen tot de geurgevoelige objecten mag bij uitbreidingen/wijzigingen van de stallen niet verder worden verkleind. Bij de realisatie van nieuwe geurgevoelige objecten mag de afstand tot de dichtstbijzijnde stal niet kleiner zijn dan de afstand tussen de bestaande geurgevoelige objecten en deze stal. **) Als de minimale afstand gevel stal –gevel GGO tussen de 50 en 100 meter is gelegen mag het aantal dieren groter zijn dan aangeven in de tabel naarmate deze afstand groter is. Dit aantal dieren wordt als volgt berekend bij GGO binnen de bebouwde kom: (minimale afstand gevel stal –gevel GGO)/100 *2*(max. aantal dieren in tabel). ***) Als de minimale afstand gevel stal –gevel GGO tussen de 25 en 50 meter is gelegen mag het aantal dieren groter zijn dan aangeven in de tabel naarmate deze afstand groter is. Dit aantal dieren wordt als volgt berekend bij GGO buiten de bebouwde kom: (minimale afstand gevel stal –gevel GGO)/50 *2*(max. aantal dieren in tabel). Voorbeeld: minimale afstand gevel dichtstbijzijnde stal – gevel GGO is 60 meter in de bebouwde kom (woongebied met landelijk karakter): er kunnen dan 60/100*2*200 =240 stuks melkrundvee worden gehouden. Voor nieuw te bouwen stallen gelden de in de bovengenoemde tabel genoemde maximale aantallen dieren niet onder de volgende voorwaarden: De gevel van de nieuw te bouwen stal moet zijn gelegen op ten minste 50 meter afstand van geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom en ten minste 100 meter van geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom. De gevels van de bestaande en vergunde stalruimten moeten op ten minste 25 meter afstand zijn gelegen van geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom en ten minste 50 meter van geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom. In bestaande en vergunde stalruimten die gelegen zijn op minder dan 50 meter afstand van geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom en/of minder dan 100 meter van geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom mag het aantal dieren niet verder toenemen. Artikel4:Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als de “Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Opmeer 2012”. Artikel5:Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van haar bekendmaking. Besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Opmeer van 20 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.