Verordening Tegemoetkoming Kosten Kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie (SMI) gemeente Groesbeek 2015De raad van de gemeente Groesbeek; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van de gemeente Groesbeek 15 september 2015; overwegende dat de taak, om te zorgen voor kinderopvang voor gezinnen met sociaal-medische problematiek, door het Rijk is neergelegd bij de gemeenten; besluit: Vast te stellen onderstaande Verordening Tegemoetkoming Kosten Kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie (SMI) gemeente Groesbeek 2015 Geconsolideerde tekst van de regeling Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: raad: de gemeenteraad van de gemeente Groesbeek; belanghebbende(n): de ouder(s) die inwoner is (zijn) van de gemeente en een tegemoetkoming aanvraagt in de kosten van kinderopvang van haar/zijn kind(eren) op grond van een sociaal medische indicatie; partner: degene, met wie belanghebbende is gehuwd of anderszins een gezamenlijke huishouding voert; tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie. aanvraag: een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie; sociaal-medische indicatie: een schriftelijk advies door een adviesorgaan waaruit blijkt dat kinderopvang van het kind of de kinderen van belanghebbende om sociaal-medische redenen noodzakelijk is. In dit advies staat tevens het benodigde aantal uren opvang per week en de benodigde duur van de opvang. adviesorgaan: het sociaal team van de gemeente of het CIZ. kinderopvang: dagopvang of buitenschoolse opvang in een geregistreerd kindercentrum of gastouderopvang van een kind of kinderen van belanghebbende van 0 jaar tot de leeftijd dat het kind naar het voortgezet onderwijs gaat. inkomensafhankelijke ouderbijdrage: de ouderbijdrage zoals aangegeven in de VNG adviestabel ouderbijdrage peuterwerk. toetsingsinkomen: het bruto jaarinkomen van de klant en de eventuele partner conform systematiek belastingdienst toeslagen. verordening: de verordening Tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie (SMI) gemeente Groesbeek 2015; onverwijld: binnen vijf werkdagen na de datum waarop de wijziging plaatsvindt die leidt tot wijziging of beëindiging van de tegemoetkoming. Artikel2Doelstelling Tijdelijk een financiële tegemoetkoming verstrekken in de kosten van kinderopvang op grond van een sociaal medische indicatie, ten behoeve van de opvang van kind(eren) van belanghebbende in de leeftijd van 0 tot jaar tot de leeftijd dat zij naar het voortgezet onderwijs gaan. Artikel3Bevoegdheid college Het college besluit op aanvragen met inachtneming van de verordening Artikel4Rechthebbende De verordening is van toepassing op belanghebbende met een kind of meerdere kinderen in de leeftijd van 0 jaar tot de leeftijd dat het kind naar het voortgezet onderwijs gaat, waarbij een adviesorgaan een schriftelijk advies heeft afgegeven waarin de noodzaak van kinderopvang wordt aangegeven op grond van een sociaal medische indicatie. Belanghebbende kan geen beroep doen op een voorliggende voorziening. Artikel5Voorliggende voorziening 1.Het college weigert de tegemoetkoming geheel of gedeeltelijk indien er sprake is van een voorliggende voorziening. Tot een voorliggende voorziening wordt in ieder geval gerekend: een voorziening op grond van de Wet kinderopvang; een voorziening op grond van de Jeugdwet; een voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning; een voorziening voor voorschoolse educatie en peuterspeelzaal; Opvangmogelijkheden binnen het sociale netwerk. 2.Indien er geen voorliggende voorziening is op grond van lid1, maar wel een andere voorliggende voorziening die voldoet, dan weigert het college de tegemoetkoming geheel of gedeeltelijk. Artikel6Vaststellen van het recht op een tegemoetkoming 1.Het college stelt op aanvraag van belanghebbende vast of er sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 4 van de verordening. 2.Het college kan aanvullend op de sociaal-medische indicatie, advies vragen aan een ander adviesorgaan, als het college dat nodig acht om een besluit te kunnen nemen ten aanzien van het recht op een tegemoetkoming. 3.Het college kan op elk moment, als daar reden toe is, een onderzoek instellen naar de noodzaak en rechtmatigheid van de tegemoetkoming kinderopvang die is toegekend aan belanghebbende. Artikel7Aanvraag 1.Voor een aanvraag dient belanghebbende gebruik te maken van een door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld aanvraagformulier. 2.Een aanvraag bevat in ieder geval de volgende gegevens en bewijsstukken: persoonsgegevens en burgerservicenummer van belanghebbende(n); persoonsgegevens en burgerservicenummer van het kind of de kinderen waarop de aanvraag betrekking heeft; bruto-inkomensgegevens van belanghebbende(n); de sociaal-medische indicatie van een adviesorgaan, waarin wordt aangegeven: de grond waarop de kinderopvang nodig is, de omvang (in uren per week) en de duur van de kinderopvang die noodzakelijk wordt geacht; een contract onder voorbehoud of een offerte van het geregistreerde kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen waarin wordt aangegeven: het aantal uren kinderopvang per kind per week, de kostprijs per uur en de aanvangsdatum van de opvang; overige gegevens die het college nodig acht om een besluit te kunnen nemen op de aanvraag. 3.Belanghebbende moet de gegevens/bewijsstukken genoemd onder lid 2 binnen een redelijk gestelde termijn na het indienen van de aanvraag aanleveren. Als belanghebbende de gevraagde gegevens en bewijsstukken genoemd onder lid 2 niet binnen de gestelde termijn aanlevert, wordt een hersteltermijn geboden waarbinnen belanghebbende de gevraagde gegeven/bewijsstukken moet aanleveren. Als belanghebbende de gevraagde gegevens/bewijsstukken niet binnen de hersteltermijn aanlevert, wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld. Artikel8Ingangsdatum van de tegemoetkoming 1.De tegemoetkoming wordt verstrekt met ingang van de datum waarop de kinderopvang, op sociaal-medische indicatie, is begonnen. Dit kan met terugwerkende kracht, teruggaand tot zes maanden, als er een goede reden is waarom de aanvraag voor een tegemoetkoming niet eerder is gedaan. Artikel9Periode van de tegemoetkoming 1.De tegemoetkoming geldt voor maximaal 12 maanden, maar tot uiterlijk 1 januari van het volgende jaar. 2.Na afloop van deze periode kan de tegemoetkoming weer voor maximaal 12 maanden worden toegekend nadat de noodzaak van verlenging is vastgesteld door het college. Artikel10Hoogte van de tegemoetkoming 1.De hoogte van de tegemoetkoming per maand is maximaal: het benodigde aantal opvanguren per maand vermenigvuldigd met het uurtarief van de kinderopvang (zoals vastgesteld door de Belastingdienst) minus de inkomensafhankelijke ouderbijdrage. 2.De inkomensafhankelijke ouderbijdrage wordt vastgesteld op basis van het toetsingsinkomen en de VNG adviestabel ouderbijdrage peuterwerk. Bij de eerste (laagste) inkomensschijf wordt in afwijking van de VNG adviestabel de ouderbijdrage op € 0,00 per uur gesteld, zowel voor het eerste kind als voor het tweede kind e.v. Dit betekent dat ouders met een inkomen dat valt in de eerste inkomensschijf van de VNG adviestabel of een inkomen op 110% bijstandsniveau, geen ouderbijdrage hoeven te betalen. Artikel11Inlichtingenplicht 1.Belanghebbende informeert het college onverwijld en uit eigen beweging schriftelijk over inlichtingen en gegevens die kunnen leiden tot de vaststelling van een lagere tegemoetkoming of intrekking ervan. 2.Belanghebbende verstrekt op verzoek van het college, binnen een door het college te stellen redelijke termijn en hersteltermijn, alle gegevens en inlichtingen die voor het recht op en de hoogte van de tegemoetkoming van belang zijn. 3.Indien belanghebbende niet voldoet aan de inlichtingenplicht zoals aangegeven in lid 1 en 2, wordt de tegemoetkoming beëindigd. Artikel12Intrekking recht op tegemoetkoming en terugvordering 1.De tegemoetkoming kan worden ingetrokken door het college indien: de tegemoetkoming is vastgesteld op grond van onjuiste of onvolledig verstrekte inlichtingen door belanghebbende; de kinderopvang niet of niet meer plaatsvindt; belanghebbende niet meer woonachtig is in de gemeente Groesbeek; belanghebbende aanspraak kan maken op een voorliggende voorziening; de sociaal-medische indicatie is komen te vervallen. 2Het college kan (een deel van) de tegemoetkoming terugvorderen van belanghebbende als: belanghebbende de tegemoetkoming heeft ontvangen met betrekking tot een periode waarin hij niet of niet volledig gebruik heeft gemaakt van de kinderopvang. De tegemoetkoming is vastgesteld op grond van onjuiste of onvolledig verstrekte inlichtingen door belanghebbende en belanghebbende redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat de bijdrage geheel of gedeeltelijk ten onrechte is uitbetaald. Artikel13Inwerkingtreding en overgangsbepaling 1.De verordening treedt in werking de eerste dag na bekendmaking en werkt terug tot 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.