← Nederland

Kostentoedelingsverordening (KTV) 2015 (Hoogheemraadschap van Rijnland)

Kostentoedelingsverordening (KTV) 2015DE VERENIGDE VERGADERING VAN HET HOOGHEEMRAADSCHAP VAN RIJNLAND; Gelezen het voorstel van dijkgraaf en hoogheemraden d.d. 02-09-2014, nr. 14.55623; Gelet op artikelen 120 en 122 van de Waterschapswet; B E S L U I T : -Onderstaande Kostentoedelingsverordening (KTV) 2015 vast te stellen, waarbij het aandeel ingezetenen wordt teruggebracht tot 5007o -Deze Kostentoedelingsverordening ter goedkeuring aan de provincies Noord-Holland en Zuid-Holland toe te zenden Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: kosten voor het watersysteembeheer: nettokosten van de kostendrager watersysteembeheer, zoals opgenomen in de begroting van het hoogheemraadschap en die gedekt worden met behulp van de watersysteemheffing; gebied van het hoogheemraadschap: het gebied dat is aangegeven op de bij het reglement van bestuur behorende kaart, waarin de zorg voor het watersysteem aan het hoogheemraadschap is opgedragen; ingezetenen: degenen die blijkens de basisregistratie personen bij het begin van het kalenderjaar woonplaats hebben in het gebied van het hoogheemraadschap en aldaar gebruik hebben van woonruimte; zakelijk gerechtigden ongebouwd, niet zijnde natuurterreinen, degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van ongebouwde onroerende zaken, die geen natuurterreinen zijn, in het gebied van het hoogheemraadschap; zakelijk gerechtigden natuurterreinen: degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van natuurterreinen in het gebied van het hoogheemraadschap; zakelijk gerechtigden gebouwd: degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van gebouwde onroerende zaken in het gebied van het hoogheemraadschap. Artikel2Kostentoedeling watersysteembeheer 1.De kosten voor het watersysteembeheer worden als volgt aan de heffingplichtige categorieën toegedeeld: 5007o aan de ingezetenen; 6,40Zo aan de zakelijk gerechtigden ongebouwd, niet zijnde natuurterreinen; 0,l07o aan de zakelijk gerechtigden natuurterreinen; 43,507o aan de zakelijk gerechtigden gebouwd. 2.De waarde in het economisch verkeer van de onroerende zaken, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, c en d, wordt bepaald naar de waarde die de onroerende zaken op de waardepeildatum hebben naar de staat en hoedanigheid, waarin zij op die datum verkeren. 3.De waardepeildatum is 1 januari

  1. 2 Artikel3Kosten van heffing en invordering en van de verkiezing In afwijking van het bepaalde in artikel 2, eerste lid, worden de kosten van heffing en invordering van de watersysteemheffing en de kosten van de verkiezing van de leden van de Verenigde Vergadering, voor zover die kosten worden toegerekend aan het watersysteembeheer en zoals opgenomen in de begroting van enig belastingjaar, rechtstreeks aan de betrokken categorieën toegerekend naar rato van deze voor elk van de genoemde categorieën te maken kosten. Artikel4Tariefdifferentiatie verharde openbare wegen Voor verharde openbare wegen wordt een tariefdifferentiatie als bedoeld in artikel 122, derde lid, onderdeel c, van de Waterschapswet toegepast. Het tarief na toepassing van de tariefdifferentiatie is 3000Zo hoger dan het tarief dat blijkens de Verordening watersysteemheffing Rijnland voor ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen, geldt. Artikel5Inwerkingtreding en citeertitel 1.De Kostentoedelingsverordening watersysteembeheer Rijnland 2014, vastgesteld bij besluit van de Verenigde Vergadering d.d. 25 september 2013, nr. 13.33848, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid van dit artikel genoemde datum, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op het belastingjaar waarvoor zij heeft gegolden. 2.Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van haar bekendmaking. 3.Deze verordening vindt voor het eerst toepassing in het belastingjaar dat aanvangt op 1 januari
  2. 4.Deze verordening wordt aangehaald als Kostentoedelingsverordening watersysteembeheer Rijnland 2015.Leiden, 24-09-2014dijkgraafir. A. Haitjema,secretaris3Toelichting De op 26 september 2013 door de Verenigde Vergadering vastgestelde Kostentoedelingsverordening (KTV) 2014 kent de volgende kostentoedeling: ingezetenen 5507o ongebouwd, niet zijnde natuurterreinen 5,70Zo gebouwd 39,207o natuurterreinen 0,l07o Het ingezetenenaandeel van 5507o geldt sinds de wijziging van de KTV per 1 januari
  3. Met de verhoging van 50 naar 5507o per die datum maakte Rijnland gebruik van de door recente jurisprudentie geboden ruimere bestuurlijke vrijheid om het kostenaandeel ingezetenen boven het maximum van de wettelijke bandbreedte (voor Rijnland 5007o) vast te stellen. Een belangrijk bestuurlijk argument voor de verhoging was het afvlakken van de sterke stijging van het tarief ongebouwd, niet zijnde natuurterreinen (waaronder agrarisch ongebouwd) als gevolg van de zogenaamde weeffout. De weeffout kan worden gedefinieerd als de onevenredig hoge waterschapsheffing voor agrarische grondeigenaren als gevolg van het feit dat ook infrastructuur (met een hoge economische waarde) binnen de categorie ongebouwd, niet zijnde natuurterreinen, valt. Bij het besluit tot verhoging van het ingezetenenaandeel naar 5507o heeft de Verenigde Vergadering aangegeven dat, wanneer de weeffout via een wetswijziging zou zijn hersteld, een verlaging naar de oorspronkelijke 5007o nadrukkelijk moest worden overwogen. Deze wijziging van de Waterschapswet is in 2012 via een amendement tot stand gekomen. De wetswijziging biedt de mogelijkheid om via een aanpassing van de KTV de tariefdifferentiatie voor verharde openbare wegen van 100 naar maximaal 40007o te verhogen. Deze mogelijkheid geldt alleen voor de waterschappen, die op 1 juli 2012 al een tariefdifferentiatie kenden, waaronder Rijnland. Met deze wetswijziging is de weeffout hersteld. Dit vormde voor de Verenigde Vergadering aanleiding om het ingezetenenaandeel weer terug te brengen naar 50o7o. Een verlaging van het ingezetenenaandeel leidt automatisch tot een verhoging van het kostenaandeel dat gezamenlijk door ongebouwd, niet zijnde natuurterreinen, gebouwd en natuurterreinen moet worden opgebracht. De forse tariefstijging voor ongebouwd, niet zijnde natuurterreinen, kan worden getemperd door een verhoging van de tariefdifferentiatie voor verharde openbare wegen. In de toelichting op het amendement dat tot de wetswijziging heeft geleid, wordt met zoveel woorden gesteld dat de bedoeling is "om onevenredige tarieven voor agrariërs te voorkomen". Vervolgens is het aan het bestuur van het waterschap om in een democratisch besluitvormingsproces af te wegen of en zo ja in welke mate van de mogelijkheid gebruik wordt gemaakt. De Verenigde Vergadering heeft besloten van die wettelijke mogelijkheid gebruik te maken en heeft daarbij gekozen voor een tariefdifferentiatie van 300o7o. Hoewel een uitgebreide motivering, gelet op de toelichting op het amendement, niet noodzakelijk lijkt, heeft de Verenigde Vergadering de keuze van 300o7o als volgt onderbouwd. Een ingezetenenaandeel van 50o7o leidt tot een stijging van het tarief ingezetenen met ongeveer lOVo. Een tariefdifferentiatie van 30007o resulteert in een stijging van het tarief ongebouwd, niet zijnde natuurterreinen, met eveneens ongeveer 1007o. Er is dus sprake van een gelijkmatige tariefontwikkeling van beide categorieën. In het fictieve geval dat wegen als gebouwd worden aangemerkt, zou het tarief in 2014 ongeveer C 340,- bedragen. Dat is bij een ingezetenenaandeel van 5007o te vergelijken met een tariefdifferentiatie van ruim 30007o. 4 Een verhoging van de tariefdifferentiatie leidt tot een hoger tarief voor de eigenaren van wegen. Het eigendom van wegen berust vooral bij gemeenten, provincies en rijk. Een hogere tariefdifferentiatie leidt dus indirect tot een lastenverzwaring voor de burger. Daarbij past een kanttekening. Ongebouwd, niet zijnde natuurterreinen, bestaat niet alleen uit agrarische grond, maar ook uit infrastructuur en alle andere onbebouwde terreinen, zoals parken, begraafplaatsen, bouwgrond, sporterreinen en dergelijke. Dus niet alleen agrariërs, maar ook de overige grondeigenaren, waaronder gemeenten, betalen een lager tarief bij verhoging van de tariefdifferentiatie wegen. Dat leidt dus indirect weer tot een lastenverlichting voor de burger. Met ingang van 2015 is de kostentoedeling als volgt: ingezetenen 5007o ongebouwd, niet zijnde natuurterreinen 6,40Zo gebouwd 43,507o natuurterreinen 0,l07o

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.