HOOFDSTUK1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsomschrijvingen 1.In deze beleidsregel wordt verstaan onder: de Wet: de Participatiewet; het College: burgemeester en wethouders van de gemeente; tegenprestatie: het naar vermogen verrichten van door het Bestuur opgedragen onbeloonde maatschappelijke nuttige werkzaamheden; vrijwilligerswerk: werk dat onbetaald en onverplicht, in enig georganiseerd verband en met enige regelmaat, wordt verricht voor anderen en/of de samenleving; grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen één jaar; korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk binnen één jaar; mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie, en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep; doelgroep: belanghebbenden van 18 jaar of ouder, doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, die beroep doen op een uitkering op grond van de Participatiewet, IOAW of IOAZ; 2.Alle begrippen die in deze beleidsregel worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet. HOOFDSTUK2BELEID Artikel2.Verslag over beleid 1.Het College zendt tweejaarlijks aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid van het beleid. 2.Het verslag, zoals bedoeld in het eerste lid, bevat het oordeel van de cliëntenraad. HOOFDSTUK3DE TEGENPRESTATIE NAAR VERMOGEN Artikel3.Inhoud van een tegenprestatie 1.Het College kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die werkzaamheden: naar zijn aard niet zijn gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt; niet zijn bedoeld als re-integratieinstrument; worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de organisatie waarin ze worden verricht; en niet leiden tot verdringing. 2.Het College stelt ter nadere uitvoering van deze verordening een beleidsplan vast waarin wordt vastgelegd welke aanvullende werkzaamheden het College in ieder geval kan aanbieden en de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen. Artikel4.Het opdragen van een tegenprestatie 1.Het College kan een belanghebbende met een grote afstand tot de arbeidsmarkt een tegenprestatie opdragen. 2.Het College kan een belanghebbende met een korte afstand tot de arbeidsmarkt uitsluitend een tegenprestatie opdragen indien bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen. 3.Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het College rekening met de volgende factoren: De tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht door een belanghebbende; De persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een belanghebbende moeten in aanmerking worden genomen; De persoonlijke wensen en kwaliteiten van een belanghebbende moeten in overweging worden genomen; Als een belanghebbende al maatschappelijke activiteiten of vrijwilligerswerk verricht, moet daarmee rekening worden gehouden. 4.Het College kan een belanghebbende elk jaar opnieuw een tegenprestatie opdragen. Artikel5.Vrijstelling 1.Vrijgesteld van de plicht tot tegenprestatie naar vermogen wordt de belanghebbende die: Deelneemt aan activiteiten in het kader van een re-integratietraject; of Voor ten minste acht uur per week vrijwilligerswerk verricht waarvoor toestemming is verkregen van het College; of Zorgtaken verricht als mantelzorger voor zover het verrichten van mantelzorg naar het oordeel van het College redelijkerwijs noodzakelijk is; of Een parttime baan heeft van ten minste 16 uur per week. 2.De onder lid 1 sub a benoemde vrijstelling geldt niet voor belanghebbenden die de Nederlandse taal niet beheersen op niveau A2 of hoger; 3.Het College bepaalt op welke wijze dient te worden aangetoond dat er sprake is van een vrijstellingsgrond als bedoeld in lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.