Regeling briefadres gemeente Hulst 2015 Burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst, Gelet op het bepaalde in artikel 4.81 van de Algemene wet Bestuursrecht; Gelet op de artikelen 1.1, 2.23 en artikel 2.38 tot en met 2.42, 2.45, 2.47, 2.52 en 4.17 van de Wet Basisregistratie personen (Wet BRP), artikel 29 van het Besluit basisregistratie personen (Besluit BRP), de artikelen 17, 18 en 19 van de Regeling basisregistratie personen (Regeling BRP), artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht, de circulaire briefadres (BPR2013-0000746109) van de minister van BZK van 6 december 2013 en op de circulaire registratie briefadres om veiligheidsredenen waaronder in geval van verblijf in Blijf-van-mijn-lijf-huizen (BPR2013-0000722005) van 6 december 2013; Overwegende dat het wenselijk is beleidsregels vast te stellen voor de aangifte en registratie van een briefadres om oneigenlijk gebruik van het briefadres tegen te gaan; B E S L U I T Vast te stellen de "Regeling briefadres gemeente Hulst 2015" Artikel 1: Begripsbepaling In deze regeling wordt verstaan onder: Briefadres: adres waar, bij het ontbreken van een woonadres, voor betrokkene bestemde geschriften in ontvangst worden genomen en waar, indien daartoe grond bestaat, zorg wordt gedragen dat geschriften of inlichtingen daarover, betrokkene bereiken (artikel 1.1 lid p en artikel 2.45, lid 3 wet BRP); Briefadresgever: een natuurlijke persoon die als ingezetene is ingeschreven of een rechtspersoon die zijn zetel heeft in Nederland en die door het college van burgemeester en wethouders is aangewezen om als briefadresgever in zijn gemeente op te treden (artikel 2.42 wet BRP); Briefadreshouder: de ingezetene in de Basisregistratie Personen die een briefadres houdt; Gezinshuishoude n: twee personen die volgens de BRP een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan of gehuwd zijn, met of zonder kind(eren); twee personen die door het overleggen van een door een notaris opgemaakt samenlevingscontract hebben aangetoond, dat zij een gemeenschappelijke huishouding voeren, met of zonder kind(eren); een alleenstaande ouder met kind(eren). Artikel 2: Redenen briefadres Redenen voor de aangifte van een briefadres zijn: Het ontbreken van een woonadres vanwege: dak- of thuisloosheid; korte overbrugging tussen twee woonadressen; de uitoefening van een ambulant beroep; verblijf in het buitenland: gedurende een jaar ten hoogste acht maanden; korter dan twee jaar verblijf in het buitenland en beroepshalve varend op een schip dat de thuishaven in Nederland heeft; Verblijf in een instelling voor mannen- of vrouwenopvang (blijf-van-mijn-lijfhuizen); Verblijf in een instelling als bedoeld in artikel 2.40, lid 3 en 4 en/of artikel 2.42 onder b van de wet BRP; Verblijf op een adres waarvan het opnemen van dat woonadres naar het oordeel van de burgemeester om veiligheidsredenen niet wenselijk is. Artikel 3 Voorwaarden briefadres De aangifte wordt gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt. De aangever is verplicht om bij de aangifte tot briefadres alle benodigde stukken te overleggen. Onder benodigde stukken als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan: een geldig identiteitsbewijs; een schriftelijke verklaring van de aangever met de reden voor de aangifte en de te verwachten periode dat het briefadres noodzakelijk is; een (kopie van een) geldig identiteitsbewijs en een schriftelijke verklaring van toestemming van de briefadresgever; een ingevulde en ondertekende vragenlijst briefadres, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.