Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente KorendijkBeheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen 2016 De raad van de gemeente Korendijk; gezien het op 17 september 2013 vastgestelde “Beleidskader begraafplaatsen gemeente Korendijk” gelezen het voorstel van het college van 24 augustus 2015, nr. KDK/02645/A-00613, Beheerplan begraafplaatsen gemeente Korendijk; gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: “Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Korendijk” Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: begraafplaats: algemene begraafplaats van Piershil; oude begraafplaats van Piershil; algemene begraafplaats van Goudswaard; algemene begraafplaats van Nieuw-Beijerland; oude begraafplaats van Nieuw-Beijerland; algemene begraafplaats van Zuid-Beijerland; particulier graf: een eigen graf, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van lijken; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urn; het (doen) verstrooien van as; particulier kindergraf: een eigen graf, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van lijken van levenloos geboren kinderen en van kinderen tot 12 jaar; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urn met de as van levenloos geboren kinderen en van kinderen tot 12 jaar; het (doen) verstrooien van as; particulier urnengraf: een eigen graf, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; het (doen) verstrooien van as; algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken; gedenkplaats: een plaats ingericht om overledenen te gedenken; verstrooiingsveld: een permanent daartoe bestemde plaats op de begraafplaats waarop as wordt verstrooid; asbus: een bus ter berging van as van een overledene; urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen; grafbedekking: gedenkteken en/of grafbeplanting op een graf; gedenkteken: nagelvast verbonden voorwerp op het graf voor het aanbrengen van opschriften en/of figuren; grafbeplanting: alle beplanting die door de rechthebbende/ belanghebbende en/of de gemeente op een graf wordt aangebracht en die door zijn aard en omvang geschikt is om op een graf te worden aangebracht; los voorwerp: een niet nagelvast aan het grafoppervlak verbonden voorwerp ter decoratie van het graf en/of ter nagedachtenis aan de overledene; duurzame materialen: vaste, niet buigzame materialen van natuursteen, glas, hout, keramiek, kunststof en metaal die van nature of door een daartoe speciale behandeling weerbestendig zijn, niet breukgevoelig en die bestaan uit één geheel en waarvan de praktische toepasbaarheid zoals opnemen, verplaatsen en dergelijke gewaarborgd is; beheerder: de ambtenaar die belast is met het dagelijkse beheer van de begraafplaats of degene die hem vervangt; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Korendijk; rechthebbende: de natuurlijke persoon of een rechtspersoon, die het uitsluitend recht heeft verkregen tot het doen begraven of het doen bijzetten in een particulier graf of het doen verstrooien van as in een particulier graf; belanghebbende: de natuurlijke persoon of een rechtspersoon aan wie het gebruik van een ruimte in een algemeen graf is verleend; grafakte: het document waarin overeenkomstig de bepalingen van deze verordening door of namens het college een grafrecht wordt verleend; grafrecht: het uitsluitend recht op het begraven en begraven houden in een particulier graf of particulier kindergraf; gebruik: het gebruik van een ruimte in een algemeen graf; tijdelijke kenmerken: naambordjes geplaatst direct na het begraven zonder dat hiervoor een vergunning is afgegeven. Artikel2Uitbreiding begrippen particulier graf Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder: - ‘particulier graf’ mede verstaan: particulier kindergraf en particulier urnengraf. Hoofdstuk2Bestemming Artikel3Bestemming 1.De begraafplaats is bestemd voor: -het begraven en begraven houden van lijken; -het begraven en begraven houden van asbussen; -het verstrooien van as van een gecremeerd lichaam. 2.Het college kan nadere regels stellen over de bestemming van de begraafplaats, waarbij de regels kunnen verschillen per begraafplaats en voor de te onderscheiden vakken en rijen. Hoofdstuk3Openstelling, orde en rust op de begraafplaats Artikel4Openstelling 1.De begraafplaats is voor iedereen toegankelijk op de door het college nader te bepalen tijden. 2.Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats niet voor het publiek is geopend, zich daarop te bevinden, behoudens door het college te verlenen ontheffing. 3.Het college kan de toegangen en/of (delen van) de begraafplaats tijdelijk sluiten. Artikel5Tijden van begraven en asbezorging 1.De tijd van het begraven van stoffelijke resten en het bezorgen van de as wordt door het college nader bepaald. 2.Op zondagen en algemeen erkende feest- en gedenkdagen vinden geen begravingen, bijzettingen of bezorgingen van as plaats. 3.Het tijdstip van begraven of bijzetten van stoffelijke resten en het bezorgen van de as wordt telkens en voor elk geval afzonderlijk door de beheerder, in overleg met de betrokken nabestaanden vastgesteld. 4.Op hetzelfde tijdstip mag op een begraafplaats niet meer dan één begrafenis plaatsvinden. 5.Het college kan in bijzondere gevallen van het bepaalde in het tweede en vierde lid afwijken. Artikel6Verboden 1.Het is verboden op de begraafplaats: a.zich op hinderlijke wijze te gedragen; b.te venten of goederen voor verkoop aan te bieden; c.op enige wijze reclame te maken voor handel of bedrijf; d.op de graven te lopen; e.te gaan zitten anders dan op de daartoe aangebrachte zitplaatsen; f.de graven, de gedenktekens, de beplanting, de gebouwen en de paden te bekladden, te beschadigen of op enigerlei andere wijze te verontreinigen; g.iets te doen of na te laten dat in strijd is met de eerbied van de nagedachtenis van de overledene; h.dieren mee te nemen. Dit verbod geldt niet voor personen, die afhankelijk zijn van een hond die is afgericht voor het begeleiden van slechtzienden; i.dieren te begraven. 2.Het is verboden zich toegang tot de begraafplaats te verschaffen anders dan via de daarvoor bestemde ingangen. 3.Het is verboden op de begraafplaats rijwielen, bromfietsen, rij- of voertuigen, met uitzondering van voertuigen voor mindervalide, mee te nemen, anders dan ter gelegenheid van een begrafenis of tot het vervoeren van materialen bestemd voor op de begraafplaats te verrichten werkzaamheden. Hierbij geldt een maximum snelheid van 10 km per uur. 4.Het college kan ontheffing verlenen van de verboden. Artikel7Ordehandhaving 1.Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder. 2.Degenen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzingen houden, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder van de begraafplaats verwijderen. 3.Het is steenhouwers, hoveniers en daarmee gelijk te stellen personen verboden, anders dan met toestemming van of namens het college, werkzaamheden aan grafbedekkingen op de begraafplaatsen te verrichten. Deze toestemming kan mondeling worden gegeven door de beheerder. 4.In verband met werkzaamheden op de begraafplaats en ter handhaving van de orde op de begraafplaats kan bezoekers de toegang tot de begraafplaats of een deel van de begraafplaats worden ontzegd door de beheerder. Artikel8Plechtigheden 1.Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats moeten vijf dagen van tevoren worden gemeld aan de beheerder onder opgave van datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal plaatsvinden. 2.Deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid, moeten zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de aanwijzingen van de beheerder. Hoofdstuk4Indeling begraafplaats en onderscheid graven Artikel9Uitgifte en indeling graven 1.Graven worden in volgorde van ligging voor directe begraving uitgegeven en aansluitend op de al uitgegeven graven. 2.Het college kan nadere regels stellen voor de indeling en inrichting van de begraafplaats en de graven, de bestemming van de grafvelden en het onderscheid in graven inclusief het in één of twee lagen begraven. Artikel10Soorten graven 1.Op de begraafplaats kan worden uitgegeven een: particulier graf; particulier kindergraf; particulier urnengraf. 2.Op de begraafplaats kan het gebruik worden verleend voor één ruimte in een algemeen graf. 3.Op de begraafplaats wordt de mogelijkheid geboden tot het verstrooien van as van een gecremeerd lichaam op: een daartoe aangewezen strooiveld; particulier graf met toestemming van de rechthebbende. Artikel11Termijnen particuliere graven Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats dit toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van tien, vijfentwintig of vijftig jaar het uitsluitend recht op een particulier graf voor volwassenen, kinderen of urnen. De termijn vangt aan op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven. Het in het eerste lid bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd met telkens een termijn van 10 jaar, mits de aanvraag wordt ingediend binnen twee jaar voor het verstrijken van de lopende termijn. Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met steeds 10 jaar. De verlenging moet worden aangevraagd door de rechthebbende of als deze is overleden, door één van de in artikel 24, lid 1, bedoelde personen. Het grafrecht op een particulier graf geeft de rechthebbende zeggenschap over wie in dat graf wordt begraven en begraven wordt gehouden, onder de voorwaarden en de beperkingen van deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regels. Een uitsluitend recht als bedoeld in het eerste en tweede lid kan slechts aan één rechthebbende worden verleend. Het in eerste, tweede en derde lid bedoelde grafrecht wordt door het college schriftelijk bevestigd door middel van een grafakte. Artikel12Termijn algemeen graf 1.Een algemeen graf mag voor een termijn van 10 jaar worden gebruikt. Deze termijn kan niet worden verlengd. Een stoffelijk overschot kan echter na afloop van de minimale grafrusttermijn van alle begraaflagen, op schriftelijk verzoek en op kosten van de belanghebbende, in een particulier graf volgens de bepalingen van de geldende beheersverordening begraafplaatsen worden herbegraven. 2.Het gebruik van een algemeen graf wordt per begraaflaag aan verschillende belanghebbenden verleend. 3.Het in het eerste lid bedoelde gebruik wordt door het college schriftelijk bevestigd. Hoofdstuk5Vereisten voor begraving of bijzetting Artikel13Kennisgeving begraven en asbezorging 1.De rechthebbende of belanghebbende die wil doen begraven, een asbus wil doen bijzetten of as wil verstrooien, geeft daarvan uiterlijk twee werkdagen voorafgaande aan de dag waarop de begraving, 2.bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, vóór 12.00 uur schriftelijk kennis aan de beheerder. Zaterdag, zondag en algemeen erkende feest- en gedenkdagen gelden niet als werkdag. 3.Als de burgemeester verlof heeft verleend om het stoffelijk overschot binnen 36 uur na het overlijden te begraven, moet de kennisgeving zo tijdig mogelijk worden gedaan. 4.Bij de in het eerste en tweede lid bedoelde kennisgeving moet het verlof tot begraving worden afgegeven. Artikel14Delven en sluiten van het graf 1.Het delven of openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as en het daarna sluiten van een graf en het bedienen van de hulpmiddelen daartoe, mag uitsluitend geschieden door of in opdracht van de medewerkers van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. 2.De nabestaanden kunnen werkzaamheden zoals het laten zakken van de kist, het bijzetten van de urn in het graf of verstrooien van as op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten als zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag, zondag en algemeen erkende feest- en gedenkdagen gelden voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Artikel15Te overleggen documenten 1.Begraving mag slechts gebeuren als van tevoren het verlof tot begraven is afgegeven aan de beheerder. 2.Als de begraving of de bezorging van as in een bestaand particulier graf zal plaatsvinden, moet een machtiging daartoe aan de beheerder worden afgegeven. De machtiging moet zijn ondertekend door de rechthebbende of als deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet. Artikel16Begraving 1.De aanwijzing van de plaats van het graf gebeurt met inachtneming van het bepaalde in artikel 9 door de beheerder. 2.Tot de begraving of bijzetting wordt niet overgegaan dan nadat: a.de beheerder, als deze heeft/ hebben geconstateerd dat aan de in de artikels 13, 14 en opgenomen vereisten is voldaan, hiervoor opdracht heeft verleend aan de medewerker(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.