Inkoop- en aanbestedingsbeleid De Samenwerkende Gemeenten 2014 Burgemeester en wethouders van de gemeente Eemsmond; b e s l u i t e n : vast te stellen het: Inkoop- en aanbestedingsbeleid De Samenwerkende Gemeenten 2014 Hoofdstuk 1 Inleiding Begin 2010 zijn de gemeenten Delfzijl, Eemsmond en Appingedam een inkoopsamenwerking aangegaan onder de naam De Samenwerkende Gemeenten. Gezien het feit dat De Samenwerkende Gemeenten contracten afsluit en verplichtingen aangaat is het nodig dat zij een eigen inkoop- en aanbestedingsbeleid heeft. De Samenwerkende Gemeenten spant zich continu in voor een (verdere) professionalisering van de inkoop- en aanbestedingspraktijk. In dit inkoop- en aanbestedingsbeleid wordt het inkoopproces inzichtelijk en transparant gemaakt door de doelstellingen, uitgangspunten en kaders te schetsen waarbinnen inkopen en aanbesteden binnen De Samenwerkende Gemeenten en haar opdrachtgevers plaatsvindt. Artikel 1.1 Inkopen Inkopen is het totale proces van het gebruikmaken van leveranciers. Het kan daarbij gaan om het leveren van goederen, het verrichten van diensten of het uitvoeren van werken. Kortom, ‘alle handelingen waar een externe factuur tegenover staat’. Het inkoopproces is verdeeld in zeven stappen en is weergegeven in figuur
(4)jaar inclusief verlengingen. De Samenwerkende Gemeenten kunnen hier in uitzonderingsgevallen van afwij-ken. Die afwijking moet verband houden met het voorwerp van de opdracht en goed gemoti-veerd worden. Een afwijking kan bijvoorbeeld gerechtvaardigd zijn om effectieve mededinging te verzekeren, als de opdracht een prestatie inhoudt waarvoor een investering met een afschrij-vingstermijn van meer dan vier jaar nodig is. Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee verschillende typen raamovereenkomsten; raam-overeenkomsten met één opdrachtnemer en raamovereenkomsten met meerdere opdrachtne-mers. Raamovereenkomsten welke worden aangegaan met één enkele opdrachtnemer In deze raamovereenkomsten worden alle voorwaarden, waaronder nadere opdrachten worden geplaatst, vastgelegd. Enkel de exacte omvang van de nadere opdrachten is onbekend en veelal ontbreekt een afnameplicht. Bij deze raamovereenkomsten kunnen De Samenwerkende Gemeenten de nadere opdracht dus rechtstreeks bij de opdrachtnemer plaatsen. Het staat De Samenwerkende Gemeenten echter niet vrij om een opdracht bij een derde te plaatsen. Raamovereenkomsten welke worden aangegaan met meerdere opdrachtnemers Bij deze raamovereenkomsten dient de raamovereenkomst met minimaal drie opdracht-nemers te worden aangegaan. Dit om te voorkomen dat opdrachtnemers afspraken met elkaar kunnen maken en een minimaal niveau van concurrentie te borgen. In een raam-overeenkomst met meerdere opdrachtnemers kunnen De Samenwerkende Gemeenten: nadere opdrachten direct verstrekken op basis van de voorwaarden van de raam-overeenkomst; wanneer niet alle voorwaarden in de raamovereenkomst zijn bepaald, via een mi-nitender, alle gecontracteerde opdrachtnemers uitnodigen om een bieding in te dienen. Bij de minitender moet gebruik worden gemaakt van vooraf kenbare, objectieve en transparante maatstaven en moet de gunningsbeslissing worden gemotiveerd. Indien De Samenwerkende Gemeenten ervoor kiezen raamovereenkomsten aan te besteden zal zij daarbij oog hebben voor de verhoudingen in de te stellen eisen, voorwaarden en criteria aan inschrijvers en inschrijvingen, opdat deze in redelijke verhouding staan tot de opdracht. Bij de afweging van het al dan niet gebruiken van raamovereenkomsten wordt rekening gehouden met de positie van de potentiële marktpartijen. Daarbij wordt de positie van het MKB zorgvuldig geanalyseerd en afgewogen. Het aantal potentiële inschrijvers dient dusdanig te zijn dat de mededinging geborgd blijft en de concurrentie niet merkbaar wordt beperkt. Artikel 5.5 Lokale/regionale economie en MKB Lokale/regionale economie De Samenwerkende Gemeenten hebben als doel om de lokale/regionale economie zoveel mo-gelijk te stimuleren, zonder dat dit tot enigerlei vorm van ongelijke behandeling van ondernemers leidt. In gevallen waar een enkelvoudig onderhandse uitnodiging en/of een meervoudig onder-handse aanbesteding is toegestaan, wordt rekening gehouden met de lokale/regionale economie en lokale/regionale ondernemers. Dit doen De Samenwerkende Gemeenten door, indien mogelijk, bij iedere meervoudig onderhandse aanbesteding tenminste één leverancier uit de regio uit te nodigen. (Voor een begrenzing van de regio wordt verwezen naar paragraaf 5.7) Midden- en kleinbedrijf De Samenwerkende Gemeenten hebben als doel om het midden- en kleinbedrijf (MKB) goede kansen te bieden bij inkopen en aanbestedingen. Uitgangspunt is dat alle ondernemers gelijke kansen moeten krijgen. De deelnemende organisaties houden bij inkopen de mogelijkheden voor het midden- en kleinbedrijf in het oog. Dit doen De Samenwerkende Gemeenten door gebruik te maken van percelen in aanbestedingen, het verminderen van de lasten en het niet gebruiken van onnodig zware selectie- en gunningscriteria. De Samenwerkende Gemeenten streven er op deze manier naar zoveel mogelijk opdrachten open te stellen voor het MKB. Artikel 5.6 Bepalen van de inkoopprocedure Bij het bepalen van de inkoopprocedure hanteren De Samenwerkende Gemeenten de volgende methode: Stap 1: Werk, levering of dienst? Werk: De definitie van “Werken” is: het product van bouw- dan wel wegenbouwkundige werken in hun geheel en dat daartoe bestemd is als zodanig een economische of technische functie te vervul-len. Hieronder vallen alle bouwkundige en civieltechnische werken zoals de bouw van een brug, een kantoorgebouw of de aanleg van een weg. Onderhoudswerkzaamheden voor het in stand houden van het werk en verbouwingswerkzaamheden vallen ook onder werken. Levering: De definitie van een “Levering” is: alle opdrachten met betrekking tot de aankoop, leasing, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie, van producten. Het gaat in dit geval om een overheidsop-dracht die betrekking heeft op de levering van producten en in bijkomende orde op werkzaam-heden voor het aanbrengen en installeren van deze producten. Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan de levering van kantoorartikelen, warme drankenvoorzieningen en WMO hulpmiddelen Dienst: De definitie van een “Dienst” is: alle opdrachten die niet als levering of werk kunnen worden aangemerkt. Diensten zijn niet tastbaar. Voorbeelden van diensten zijn schoonmaakdienstverle-ning, accountantsdienstverlening of bijvoorbeeld hulp bij het huishouden. Combinatie: Het komt wel eens voor dat een overheidsopdracht onder meerdere regimes valt. Denk bijvoor-beeld aan het leveren en installeren van straatlantaarns. In dat geval moet berekend worden wat de hoogste waarde heeft, het werk, de levering of de dienst. Als de levering de hoogste waarde heeft, dan valt de opdracht onder leveringen. Stap 2: Bepalen van de opdrachtwaarde: De te volgen aanbestedingsprocedure vloeit voort uit de totale opdrachtwaarde, exclusief BTW maar inclusief alle mogelijke opties en verlengingen. Alle gelijksoortige opdrachten binnen De Samenwerkende Gemeenten moeten daarvoor bij elkaar opgeteld worden. Het ‘knippen’ in op-drachten om daarmee onder het Europese drempelbedrag te komen, is verboden. Het is wel mogelijk om de opdracht in percelen te verdelen of meerder individuele Europese aanbestedin-gen te organiseren. De opdrachtwaarde van de inkoopbehoefte vanaf € 50.000,- wordt per defi-nitie tijdig gemeld bij de coördinerende inkoopfunctie. Voor opdrachten die over langere tijd plaatsvinden, zijn specifieke regelingen opgenomen voor het bepalen van de opdrachtwaarde. Voor opdrachten met een vaste looptijd van maximaal 12 maanden (het betreft hier geen opdrachten die jaarlijks verlengd worden met dezelfde leveran-cier) geldt de totale waarde voor de gehele looptijd. Bedraagt de looptijd meer dan 12 maanden, dan betreft het de totale waarde met inbegrip van de geraamde restwaarde. Ook kan het gaan om een opdracht voor onbepaalde duur of waarvan de looptijd niet kan worden bepaald. Dan geldt als contractwaarde het maandelijks te betalen bedrag vermenigvuldigd met
- Voor regelmatig terugkerende opdrachten zijn specifieke regelingen opgenomen voor het bepa-len van de opdrachtwaarde. Daarvoor moet de totale reële waarde van soortgelijke opdrachten die geplaatst zijn tijdens het voorafgaande boekjaar of tijdens de voorafgaande 12 maanden gehanteerd worden. Daarna moet dit gecorrigeerd worden op grond van verwachte wijzigingen in de hoeveelheid of waarde gedurende de 12 maanden volgende op de eerste opdracht. Ook kan de totale waarde geraamd worden door de opeenvolgende opdrachten over de 12 maanden, volgende op de eerste levering, te bepalen. Bij een raamovereenkomst dient de gezamenlijke waarde van de onder de raamovereenkomst te plaatsen opdrachten als uitgangspunt te worden genomen voor het bepalen van de opdracht-waarde. Bij de raming van de waarde van een overheidsopdracht voor werken houden De Samenwer-kende Gemeenten rekening met de waarde van de werken en met de geraamde totale waarde van de voor de uitvoering van die werken noodzakelijke leveringen en diensten die door de aan-bestedende dienst ter beschikking van de aannemer worden gesteld. Stap 3: Drempelbedragen: De Samenwerkende Gemeenten verplichten zich bij toekomstige opdrachten voor werken, leve-ringen en diensten de aanbestedingsvormen en drempelbedragen te hanteren, zoals opgenomen in onderstaande tabel. * Deze drempelbedragen worden iedere twee jaar door de Europese Commissie bijgesteld. ** Tenzij uit een gedegen overweging van de markt en de opdracht of uit signalen van de markt/marktpartijen blijkt dat een meervoudig onderhandse procedure gezien de opdracht en transactiekosten passender is. Stap 4: Criteria voor bepalen inkoopprocedure: Indien de opdrachtwaarde voor werken tussen de € 150.000,- en € 5.186.000,- ligt en voor leve-ringen en 2A-diensten tussen de € 50.000,- en € 207.000,- , dan wordt de inkoopbehoefte tijdig gemeld bij de Inkoopfunctie. Bij de bepaling van de aanbestedingsstrategie adviseert de Inkoop-functie welke inkoopprocedure dient te worden gevolgd. De te volgen inkoopprocedure wordt bepaald aan de hand van de volgende criteria: Omvang van de opdracht; Transactiekosten voor de aanbestedende dienst en de inschrijvers; Aantal potentiële inschrijvers; Gewenst eindresultaat; Complexiteit van de opdracht; Type van de opdracht en het karakter van de markt. Voor het contracteren van personeelsdiensten die vallen onder 2B-diensten is de keuze van te volgen aanbestedingsprocedure vrij tot aan de Europese drempelwaarde van € 207.000, met dien verstande dat daarbij de regelgeving Aanbestedingswet en Gids Proportionaliteit in acht dienen te worden genomen. Aanbesteden verloopt, na het doorlopen van bovengenoemde stappen, volgens één van de vol-gende procedures (Een nadere beschrijving van deze procedures vindt u in bijlage 1): Europese Aanbestedingsprocedure: • Europees openbare aanbesteding (openbare publicatie, iedereen mag inschrijven) • Europees niet-openbare aanbesteding (openbare publicatie, selectie van aanbieders) Nationale aanbestedingsprocedures: • Nationaal openbare aanbesteding (openbare publicatie, iedereen mag inschrijven) • Nationaal niet-openbare aanbesteding (openbare publicatie, selectie van aanbieders) Meervoudig onderhandse aanbesteding: • Onderhandse aanbesteding met minimaal 3 en maximaal 5 offrerende aanbieders Enkelvoudig onderhandse aanbesteding: • Onderhandse aanbesteding 1:1 bij wisselende bedrijven. De coördinerende inkoopfunctie motiveert de keuze voor een aanbestedingsprocedure en voegt dit bij het aanbestedingsdossier. Deze motivering dient op verzoek ter beschikking gesteld te worden. Hiernaast kan ervoor worden gekozen om, voor zover de regelgeving dat toelaat, een bijzondere procedure te volgen zoals een prijsvraag, concurrentiegerichte dialoog, prestatie-inkoop (best value procurement) of een onderhandelingsprocedure. Bij verschil van inzicht tussen de vakafdeling en de inkoopfunctie over de te volgen aanbeste-dingsstrategie en inkoopprocedure neemt het college van Burgemeester en Wethouders een besluit, op basis van een voorstel van budgetverantwoordelijke vergezeld van het advies van de coördinerend inkoopfunctie. Bij Europese en Nationaal openbare aanbestedingen dient daarna de offertevraag vastgesteld te worden door het College van de betreffende gemeente. Artikel 5.7 Leveranciersselectie Indien De Samenwerkende Gemeenten overgaan tot een meervoudig onderhandse aanbeste-ding dan selecteert zij de drie tot vijf uit te nodigen leveranciers, indien mogelijk op basis van onderstaande criteria: De uit te nodigen leveranciers dienen (aantoonbaar) een goede prestatie te hebben geleverd in de sector; De huidige leverancier dan wel de leverancier die als laatste de opdracht met goed gevolg heeft uitgevoerd wordt uitgenodigd; NB: Een leverancier die in de afgelopen 3 jaar (aantoonbaar) geen goede prestatie heeft gele-verd voor De Samenwerkende Gemeenten wordt niet uitgenodigd; Indien mogelijk: Tenminste één leverancier is gevestigd binnen de regio. Tenminste één leverancier is gevestigd buiten de gemeentegrenzen Binnen de Regio wordt gedefinieerd als binnen de gemeentegrenzen van de Samenwerkende Gemeenten Ter ondersteuning van de motivatie van haar uitnodigingsbeleid werken De Samenwerkende Gemeenten met groslijsten. Artikel 5.8 Algemene voorwaarden Bij alle inkopen en aanbestedingen van De Samenwerkende Gemeenten worden in principe de algemene inkoopvoorwaarden van De Samenwerkende Gemeenten van toepassing verklaard. De algemene leverings- of verkoopvoorwaarden van de leverancier worden van de hand gewe-zen. Niet in alle gevallen worden de algemene inkoopvoorwaarden door de marktpartijen geaccep-teerd. Deze acceptatie verschilt per branche en is afhankelijk van de grootte van de opdracht. Indien de verwachting is dat algemene inkoopvoorwaarden niet geaccepteerd worden, is het mogelijk om de inkoopvoorwaarden daarop aan te passen. Wanneer er contractmodellen of al-gemene voorwaarden bestaan die in onderling overleg tussen belanghebbenden zijn opgesteld, dan passen De Samenwerkende Gemeenten deze integraal toe. Bij aanbestedingen van werken wordt de UAV 2012 van toepassing verklaard, tenzij dit niet als passend wordt ervaren. Artikel 5.9 Administratieve lasten De Samenwerkende Gemeenten streven naar een zo hoog mogelijke verlichting van administra-tieve lasten voor zowel zichzelf als voor ondernemers. Zowel De Samenwerkende Gemeenten als ondernemers verrichten vele administratieve handelingen tijdens het inkoopproces. De Sa-menwerkende Gemeenten verlichten deze lasten door bijvoorbeeld proportionele eisen en criteria te stellen en door een efficiënt inkoopproces uit te voeren. De Samenwerkende Gemeenten maken, waar mogelijk, gebruik van de uniforme ‘eigen verklaring’. Artikel 5.10 Gunningscriterium De Samenwerkende Gemeenten hanteren bij iedere aanbesteding het gunningcriterium ‘Eco-nomisch Meest Voordelige Inschrijving’. Dat betekent dat inschrijvingen worden beoordeeld op basis van een combinatie van prijs en kwaliteit. De Samenwerkende Gemeenten kunnen, als daarvoor een goede motivatie is, de opdracht gunnen op basis van het gunningscriterium ‘laagste prijs’. In dat geval dient dit bij de bepaling van de aanbestedingsstrategie en in de aanbeste-dingsdocumenten te worden gemotiveerd en dient de opdracht te worden gegund op basis van de laagste levenscycluskosten. Dit betekent dat naast de aanschafkosten van een dienst of pro-duct, ook gekeken wordt naar de financiële gevolgen van de gebruiks- en afdankfase. In de be-oordeling van offertes wordt dus rekening gehouden met de totale kosten gedurende het gebruik van een product of dienst. Hoofdstuk 6 Ethische en ideële uitgangspunten Artikel 6.1 Integriteit De Samenwerkende Gemeenten stellen bestuurlijke en ambtelijke integriteit voorop. De Samenwerkende Gemeenten hebben hoog in het vaandel dat haar bestuurders en ambtena-ren integer handelen. De bestuurders en ambtenaren houden zich aan de vastgestelde ge-dragscodes ten aanzien van integriteit. Zij handelen zakelijk en objectief, waardoor belangen-verstrengeling wordt voorkomen. De Samenwerkende Gemeenten contracteren enkel integere ondernemers. De Samenwerkende Gemeenten willen enkel zaken doen met integere ondernemers die zich niet bezighouden met criminele of illegale praktijken. Een toetsing van de integriteit van onder-nemers is bij inkoop (en aanbesteding) in beginsel mogelijk, bijvoorbeeld door het gebruik van een Eigen Verklaring in combinatie met de ‘Gedragsverklaring Aanbesteden’. Artikel 6.2 Maatschappelijke waarde De Samenwerkende Gemeenten dragen zorg voor het leveren van zo veel mogelijk maatschap-pelijke waarde voor de publieke middelen bij het aangaan van een schriftelijke overeenkomst. De Samenwerkende Gemeenten verstaan onder maatschappelijke waarde: Het (extra) voordeel dat een inkoopproces oplevert voor een gemeenschap of voor de maat-schappij. De Samenwerkende Gemeenten geven in haar inkoopfunctie bewust en structureel inhoud aan haar maatschappelijke rol, op een wijze die verder gaat dan de wet verplicht en leidt tot toege-voegde waarde voor zowel de eigen organisatie als de maatschappij. Dit doen De Samenwer-kende Gemeenten door maatregelen te nemen op het gebied van: Duurzaam inkopen Social Return on Investment Sociale Werkvoorziening Innovatie Artikel 6.2.1 Duurzaamheid De Samenwerkende Gemeenten benadrukken het belang van duurzame ontwikkeling en stellen daarom bij inkopen en aanbestedingen duurzaamheidscriteria. Onder duurzame ontwikkeling verstaan De Samenwerkende Gemeenten: een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder daarmee voor toekomstige generaties de mogelijkheid in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Voor wat betreft de concrete uitvoering van deze duurzaamheidsontwikkeling dient het volgende onderscheid gemaakt te worden: Eisen aan de leveranciers (door middel van geschiktheidseisen); Eisen aan de producten (door middel van materiële criteria); Wensen aan de producten (door middel van gunningscriteria). Zowel voor de eisen aan de leveranciers als aan de in te kopen producten wordt aansluiting ge-zocht bij het uitvoeringsprogramma Duurzaam Inkopen, zoals dat uitgevoerd wordt door Agent-schapNL. In opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu zijn door Agentschap NL criteria ontwikkeld waaraan leveranciers en producten dienen te voldoen. De criteriadocumenten waarin deze criteria zijn opgenomen zijn gepubliceerd op www.pianoo.nl. Deze criteria worden door De Samenwerkende Gemeenten gehanteerd bij inkoop- en aanbe-stedingstrajecten, waarbij uitgangspunt is dat binnen het budget zo duurzaam mogelijk wordt ingekocht. Nadere/aanvullende duurzaamheidcriteria worden gedefinieerd in het pakket/programma van eisen en/of in de bestekken. Met de aandacht voor duurzaam inkopen sluiten De Samenwer-kende Gemeenten aan bij de landelijke overheidsambitie om vanaf 2015 voor 100% duurzaam in te kopen. Artikel 6.2.2 Sociale Werkvoorziening Bij aanbestedingen waarbij er mogelijkheden zijn om gebruik te maken van de inzet vanuit de sociale werkvoorziening, zullen deze mogelijkheden binnen de wettelijke kaders, worden benut. Binnen deze kaders bestaan 4 mogelijkheden om opdrachten voor te behouden aan sociale werkvoorzieningschappen:
- (Quasi) inbesteden
- Verstrekken van opdrachten op basis van Alleenrecht.
- Voorbehouden opdrachten aan sociale werkvoorzieningschappen via een aanbestedingsprocedure
- Het opstellen van sociale voorwaarden bij aanbestedingen (Social return on investment) Ad 1 Quasi-inbesteden Het quasi-inbesteden van gemeentelijke opdrachten aan de SW-bedrijven (gemeenschappelijke regeling Ability en Fivelingo) worden enkel en alleen onder de wettelijke bepalingen van het Aanbestedingsrecht geëffectueerd. Dat houdt in dat De Samenwerkende Gemeenten bij quasi-inbesteden zullen moeten voldoen aan twee criteria die het Europese Hof van Justitie heeft ge-formuleerd: Toezichtcriterium: De Samenwerkende Gemeenten dienen controle c.q. toezicht uit te oefenen op het resp. SW-bedrijf als ware het een eigen dienst, én Merendeelcriterium: Het SW-bedrijf dient het merendeel van zijn werkzaamheden te verrichten voor de gemeenten die de gemeenschappelijke regeling controleert. Voor een beroep op quasi-inbesteding is het noodzakelijk dat particuliere belangen (streven naar winst e.d.) geen enkele rol spelen binnen het SW-bedrijf waaraan de gemeente een opdracht wenst te verlenen. Ad 2 Verstrekking gemeentelijke opdrachten op basis van uitsluitend recht (Voor zover plaatselijk van toepassing) Indien gemeentelijke opdrachten niet op basis van quasi-inbesteding aan het SW-bedrijf mogen worden verstrekt, wordt door De Samenwerkende Gemeenten beleid ontwikkeld conform art. 2.24 onder a Aanbestedingswet. Dit artikel bepaalt dat gemeentelijke opdrachten op basis van uitsluitend recht mogen worden verstrekt aan het SW-bedrijf. Voorwaarden voor verstrekken van gemeentelijke opdrachten aan het SW-bedrijf: o Het vaststellen van een verordening ex. Art. 149 Gemeentewet door de gemeenteraad waarin kaders en condities worden gesteld ten aanzien van het op basis van uitsluitend recht verstrekken van specifieke gemeentelijke opdrachten. o Publicatie van de verordening om rechtskracht te verkrijgen. o Het college van B&W wijst middels een aanwijsbesluit per dienst/opdracht het SW-bedrijf aan als uitvoerende partij. o Aan het aanwijzingsbesluit wordt een meerjarentermijn verbonden evenals condities inzake jaar-lijkse toets over bijv. marktconformiteit, kwaliteit en een toets die ziet op het effectueren van inzet arbeidsgehandicapten. o Alleen opdrachten waar meer dan 50% arbeidsgehandicapten werkzaam zijn mogen via alleenrecht in opdracht worden gegeven. Ad. 3 Voorbehouden opdrachten aan Sociale Werkvoorzieningen conform artikel 2.82 Aanbestedingswet Indien gemeentelijke opdrachten wettelijk gezien niet op basis van (quasi) inbesteden aan het SW-bedrijf mogen worden verstrekt en er is nog geen sprake van een verordening van verstrek-king van gemeentelijke opdrachten op basis van uitsluitend recht, zullen de mogelijkheden van het voorbehouden van gemeentelijke opdrachten aan Sociale Werkvoorzieningen in concrete situaties worden onderzocht. Indien in voorkomende gevallen Sociale Werkvoorzieningen de opdracht marktconform en kwalitatief goed kunnen uitvoeren zal een aanbestedingsprocedure met voorbehoud opdracht aan Sociale Werkvoorzieningen worden uitgevoerd. Dit houdt in dat de opdracht enkel kan worden uitgevoerd door bedrijven waarvan de meerderheid van de betrokken werknemers personen met een handicap zijn die wegens de aard of de ernst van hun handicaps geen beroepsactiviteit in normale omstandigheden kunnen uitvoeren. Ad. 4 Het opstellen van sociale voorwaarden bij aanbestedingen Indien gemeentelijke opdrachten niet op basis van voorgaande 3 geschetste opties kunnen wor-den verstrekt, hanteert de gemeente indien mogelijk sociale voorwaarden in haar aanbeste-dingsprocedures. De wijze waarop de gemeente dit vorm geeft wordt in de volgende paragraaf nader toegelicht. Artikel 6.2.3 Social return on investment Via social return bij inkoop worden leveranciers gestimuleerd om bij te dragen aan beleidsdoelen van De Samenwerkende Gemeenten. De Samenwerkende Gemeenten benadrukken dit belang en verwerken social return on investment daarom, daar waar mogelijk, bij inkoop- en aanbeste-dingstrajecten. De gestelde eisen ten aanzien van social return on investment worden per aan-bestedingstraject vastgesteld. Onder social return on investment wordt verstaan: het zodanig, binnen de kaders van de gel-dende wet- en regelgeving, inrichten van een aanbesteding dat ook sociale doelen worden ge-realiseerd c.q. dat vanuit sociaal oogpunt positieve neveneffecten worden bereikt. Het gaat met andere woorden over het stellen van eisen aan opdrachtnemers van De Samenwerkende Ge-meenten, zodat deze opdrachtnemers een bijdrage leveren aan het bieden van werkgelegenheid en werkervaringsplaatsen aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De Samenwerkende Gemeenten beoogen met social return on investment de volgende doelen: Het vergroten van de arbeidsparticipatie en de werkervaring van personen uit de doelgroep; Het vergroten van maatschappelijke participatie. Uitgangspunten Bij de toepassing van social return on investment worden door De Samenwerkende Gemeenten de volgende uitgangspunten gehanteerd: Kwantitatief aansluiten bij de aangenomen motie door de Tweede Kamer om 5% langdurig werklozen en/of arbeidsgehandicapten in te schakelen Social return mag niet leiden tot verdringing van bestaande arbeidsplaatsen Optimale afstemming inzet social return en uitvoeringsmogelijkheden gegunde partijen Aanbestedingen en social return toegankelijk maken voor het midden en kleinbedrijf en ZZP De Samenwerkende Gemeenten hebben de voorwaarden en uitvoering van Social Return vast-gelegd in de Uitvoeringsvoorwaarden Social Return. Zie Bijlage
- Artikel 6.2.4 Innovatie De Samenwerkende Gemeenten moedigen – daar waar mogelijk – innovatiegericht inkopen (en aanbesteden) aan. Bij innovatiegericht inkopen wordt gezocht naar een innovatieve oplossing of laten De Samenwerkende Gemeenten ruimte aan de ondernemer om een innovatieve oplossing aan te bieden. Het kan bijvoorbeeld gaan om een volledig nieuwe innovatieve oplossing, maar ook om de verdere ontwikkeling van de eigenschappen van een bestaand ‘product’. Bijlage 1 Aanbestedingsprocedures De volgende aanbestedingsprocedures worden onderscheiden: Europese aanbesteding: Europees aanbesteden komt voort uit de Europese aanbestedingsrichtlijn 2004/18/EG. Deze Europese aanbestedingsrichtlijn regelt het optreden van overheidsopdrachtgevers rondom de verschaffing van opdrachten voor het uitvoeren van werken, het leveren van producten en het verrichten van diensten. In Nederland is de Europese aanbestedingsrichtlijn geïmplementeerd in de Aanbestedingswet. In de Aanbestedingswet is een verplichting opgenomen om iedere Europese aanbesteding aan te kondigen op www.tenderned.nl. De opdracht wordt daarmee ook automatisch aangekondigd op het Publicatieblad van de EU, http://ted.europa.eu. Europees aanbesteden geldt voor opdrachten die worden verstrekt door aanbestedende diensten. Aanbestedende diensten zijn: · de Staat; · zijn territoriale lichamen; · publiekrechtelijke instellingen; · verenigingen gevormd door een of meer van deze lichamen of instellingen. Als de opdracht wordt verstrekt door een aanbestedende dienst en de totale opdrachtwaarde boven het Europese drempelbedrag ligt dan moet de opdracht Europees aanbesteed worden. De Europese drempelbedragen voor 2014 en 2015 zijn: Werken Leveringen Diensten € 5.186.000 € 207.000 € 207.000 Deze bedragen worden elke twee jaar bijgesteld door de Europese Commissie. De eerstvolgende wijziging zal zijn per 1 januari
- Binnen deze vorm kunnen twee aanbestedingsprocedures worden onderscheiden: Europees openbare aanbesteding is een aanbesteding die algemeen bekend gemaakt wordt en waarbij een ieder een inschrijving kan doen; Europees niet-openbare aanbesteding is een aanbesteding die algemeen bekend wordt gemaakt, waarbij een ieder zich als gegadigde kan aanmelden. Uit deze gegadigden wordt op basis van vooraf bekend gemaakte criteria een selectie (van minimaal 5 leveranciers) gemaakt en de dan geselecteerden worden uitgenodigd een inschrijving te doen. Nationaal: Aanbestedingsvorm waarbij de aanbesteding nationaal wordt aangekondigd via www.tenderned.nl. Binnen deze vorm kunnen twee aanbestedingsprocedures worden onderscheiden: Nationaal openbare aanbesteding is een aanbesteding die algemeen bekend gemaakt wordt en waarbij een ieder een inschrijving kan doen; Nationaal niet-openbare aanbesteding is een aanbesteding die algemeen bekend wordt gemaakt, waarbij een ieder zich als gegadigde kan aanmelden. Uit deze gegadigden wordt op basis van vooraf bekend gemaakte criteria een selectie (van minimaal 5 leveranciers) gemaakt en de dan geselecteerden worden uitgenodigd een inschrijving te doen. Onderhands: Een aanbesteding die niet algemeen bekend wordt gemaakt en waarbij door de opdrachtgever zelf één of meerdere partijen worden benaderd om een inschrijving te doen; de volgende onderhandse aanbestedingen worden onderscheiden: De meervoudig onderhandse aanbesteding is een aanbesteding waarbij een beperkt aantal van minimaal drie en maximaal vijf leveranciers tot inschrijving worden uitgenodigd; De enkelvoudig onderhandse aanbesteding houdt in dat één leverancier wordt gevraagd een prijsaanbieding te doen. Bijlage 2 SROI Uitvoeringsvoorwaarden Social Return Definities Onder Social Return (SR) wordt verstaan het maken van (al dan niet dwingende) afspraken bij aanbestedingen over arbeids- en stageplaatsen of afspraken over andere manieren van het stimuleren van maatschappelijke- en arbeidsparticipatie. Onder een werkloos-werkzoekende wordt verstaan iemand die minimaal 6 maanden werkzoekend is, minimaal 12 uur per week beschikbaar is en die staat ingeschreven bij een Werkplein. De werkloos-werkzoekende heeft een WWB-, een WW-, een Anw-uitkering of is Niet Uitkerings Ontvangers (NUO). Onder een jongere wordt verstaan een werkloos-werkzoekende in de leeftijdsgroep van 18 jaar tot 27 jaar. Met een leerwerkbaan (BBL) wordt een jongere opgeleid tot vakbekwaam medewerker middels praktijk in loondienst en 1 of 2 dagen per week theorie op een ROC. Dit instrument kent een maximumtermijn van 24 maanden. Met een stage vanuit het onderwijs (BOL), maakt de jongere kennis met het vak. De stage kent een maximumtermijn die beschreven staat in de stage overeenkomst. Onder een WSW-gerechtigde wordt verstaan iemand die is geïndiceerd in het kader van de Wet Sociale Werkvoorziening. Onder loonkosten wordt verstaan de brutoloonkosten, plus de directe werkgevers-lasten. De aanneemsom is de waarde van de totale gegunde opdracht exclusief BTW, indien er sprake is van een raamovereenkomst dan wordt de aanneemsom per jaar achteraf bepaald. Onder een proefplaatsing wordt verstaan een proeftijd met behoud van uitkering. De contractbeheerder is de persoon die, namens de gemeente, verantwoordelijk is voor naleving van het contract. Onder de opdrachtwaarde wordt verstaan de ingeschatte waarde van de opdracht exclusief BTW. Onder het college wordt verstaan het college van Burgemeester en Wethouders van de betreffende gemeente. DAL is de afkorting voor de gemeenten Delfzijl, Appingedam en Loppersum. BMWE is de afkorting voor de gemeenten Bedum, De Marne, Winsum en Eemsmond. Doelgroepen De doelgroep ‘werkloos-werkzoekende’ wordt hieronder nader gespecificeerd: Personen met een WWB-uitkering WSW- geïndiceerden Wajongers Inburgeraars Personen met een WW-uitkering Personen met een WIA-, WAO-, ANW-, IOAW-, IOAZ- of BBZ- uitkering Niet Uitkerings Ontvangers (NUO) Naast deze doelgroep vallen ook de volgende groepen onder de invulling van SR: Voortijdige schoolverlaters Leerlingen van het MBO die een BOL of BBL-traject volgen Als de Participatiewet in werking treedt gelden deze uitvoeringsvoorwaarden ook voor de doelgroepen van de Participatiewet. Ook degenen die anderszins onder de re-integratiedoelstelling van de Wet werk en bijstand vallen en voortijdige schoolverlaters, die niet over een startkwalificatie beschikken, behoren tot de doelgroep. Bij voorkeur gaat het om: inwoners van de gemeenten Delfzijl, Appingedam, Loppersum, Eemsmond, Bedum, Winsum en de Marne en daarbij burgers met een gemeentelijke uitkering en WSW-geindiceerden. Doel Social Return De gemeente beoogt met het vastleggen van aanvullende eisen haar opdrachtnemers een bijdrage te laten leveren aan twee gemeentelijke beleidsdoelen: vergroten van de arbeidsparticipatie en de werkervaring van personen uit de doelgroep; vergroten van maatschappelijke participatie. Toepassing Social Return Social Return zal bij alle aanbestedingen met een opdrachtwaarde gelijk aan of groter dan de Europese drempelwaarde voor Levering en Diensten worden toegepast. Dit ongeacht of de opdracht betrekking heeft op Diensten, Leveringen of Werken. Wijze van toepassing Voor het opnemen van Social Return in het bestek zijn drie opties toepasbaar, deze worden hieronder in volgorde van prioriteit genoemd, waarbij 1a en 1b gelijkwaardig zijn: 1a. De contracteis, waarbij een minimumpercentage van 5% van de overeengekomen aanneemsom van een opdracht wordt aangewend om leerlingen en werkloos-werkzoekenden met of zonder beperking in te zetten. Binnen een maand na definitieve gunning levert de opdrachtnemer een definitief uitvoerings-plan. De gemeenten zijn te allen tijde bereid tijdens de ontwikkeling van de plannen mee te denken. 1b. Een sociale paragraaf. In het bestek worden de kaders en de weging voor SR aangegeven. Na gunning van de opdracht wordt binnen een maand eventueel in samenspraak met de gemeente het definitieve uitvoeringsplan opgeleverd.
- Een storting ter hoogte van 5% van de aanneemsom. Gemeenten roepen hiervoor een SR fonds in het leven dat ingezet zal worden voor re-integratie. Ook wanneer de plannen onder optie 1a en 1b niet binnen een maand zijn ingediend wordt uitgegaan van een storting en zal dit bedrag worden ingehouden op de aanneemsom.
- Creatieve invulling. Deze optie wordt alleen gebruikt wanneer optie 1a, 1b en 2 niet mogelijk zijn. De invulling van de 5% SR kan bestaan uit allerlei vormen van het stimuleren van maatschappelijke- en arbeidsparticipatie. Zie voor voorbeelden de toelichting. Ondersteuning door EZ bureau en Werkplein Noord Groningen Deze paragraaf is alleen van toepassing wanneer gekozen wordt voor optie 1a, 1b of 3 van de vorige paragraaf. Het EZ bureau voor de DAL gemeenten[1] of Werkplein Noord Groningen voor de BMWE gemeenten[2] kan de opdrachtnemer ondersteunen bij het realiseren van het uitvoeringsplan. Het EZ bureau en Werkplein Noord Groningen schakelen voor de werving van kandidaten in overleg met de opdrachtnemer haar netwerkorganisaties, zoals Werkplein Eemsdelta, Fivelingo, Ability, Jobber, het UWV, het beroepsonderwijs en uitzendbureaus in. Op deze manier is snel duidelijk of kandidaten kunnen worden geleverd. Mocht dat niet lukken, dan volgt een overleg met de opdrachtnemer om te kijken of de vacatures op een andere manier ingevuld kunnen worden en begint het werven opnieuw. Wanneer SR uiteindelijk niet vanuit de doelgroep ingevuld kan worden omdat gemeenten niet in staat zijn om kandidaten te leveren binnen de gestelde termijnen van het uitvoeringsplan, vervalt de SR verplichting. 1 Delfzijl, Appingedam en Loppersum 2 Bedum, de Marne, Winsum en Eemsmond Uitvoeringsplan In het uitvoeringsplan komen in ieder geval de volgende zaken aan de orde: De functie(s), het niveau en de functie-eisen. De periode en het aantal uren van de functie(s). Aard van de vacature(s): een reguliere vacature met uitzicht op een dienstverband, een leerwerkbaan en/of een stage. De termijn waarbinnen kandidaten aangedragen kunnen worden. Verantwoording door middel van periodieke rapportages. Evaluatiemomenten, waarop de voortgang wordt beoordeeld. Vaststellen waarde Social Return Voor het bepalen van de waarde van de inzet van werkloos-werkzoekenden en/of jongeren gelden de volgende uitgangspunten, waarbij alle salarissenkosten bruto worden gerekend: De inschaling van de werkloos-werkzoekenden vindt plaats conform de geldende CAO, bij het bedrijf zelf of – indien de werknemer elders wordt geplaatst -bij de andere opdrachtnemer. Als de CAO niet van toepassing is, dan geldt de inschaling zoals gebruikelijk bij de werkgever maar minimaal minimumloon. Voor stages en werkleertrajecten wordt een begeleidingsbedrag van 500 euro per maand per plaats gerekend. Voor proefplaatsingen met de intentie om na drie maanden een contract aan te bieden, wordt 50% van het maandsalaris zoals beschreven in het eerste lid genomen. Voor nieuw aan te nemen personeel voor invulling van SR, waarvoor scholing, door een erkend scholingsinstituut, noodzakelijk is, kunnen de scholingskosten tot een maximum van € 2.500 exclusief BTW geteld worden. Hiervoor dienen wel facturen door de opdrachtnemer overlegd te worden. De scholing vindt zo veel mogelijk plaats na plaatsing bij het bedrijf, dus duaal. Indien dat niet mogelijk is, worden de deelnemers geschoold voordat zij bij het bedrijf aan de slag gaan. Handhaving Indien de opdrachtnemer zijn verplichtingen aangaande het in dienst nemen van werkloos-werkzoekenden en/of het bieden van een leerwerkplek niet (volledig) nakomt, zal dit bedrag, naar rato van de niet gerealiseerde loonkosten worden ingehouden op de aanneemsom. Dit bedrag wordt gestort in de SR fonds van de gemeente. Van deze inhouding wordt afgezien als de opdrachtnemer aannemelijk kan maken, dat hem geen verwijt treft voor het niet (volledig) realiseren van Social Return. Een reden kan zijn dat het – ondanks aantoonbare pogingen van opdrachtnemer – niet is gelukt om acceptabele kandidaten voor de opdracht te selecteren. De beoordeling hiervan wordt gedaan door middel van collegiale toetsing (Werkplein Noord Groningen in de gemeente Delfzijl, Appingedam en Loppersum en het EZ bureau in de gemeenten Bedum, Eemsmond, Winsum en de Marne). Wanneer de opdrachtnemer Social Return niet (volledig) heeft gerealiseerd, zal het EZ bureau of het Werkplein Noord schriftelijk en beargumenteerd aan opdrachtnemer en de contractbeheerder meedelen of dit wel of niet verwijtbaar is. Verantwoording De opdrachtnemer legt verantwoording af aan de contractbeheerder over de manier waarop invulling gegeven is aan SR tijdens de duur van de overeenkomst. Deze wint hierover advies in van het EZ bureau en/of het Werkplein Noord. Voor het inhouden van het bedrag van SR wordt opdracht gegeven aan de afdeling financiën. Er kan van deze uitvoeringsvoorwaarden worden afgeweken na toestemming van het college. Toelichting bij de uitvoeringsvoorwaarden Doelgroepen WWB Wet werk en bijstand WSW Wet sociale werkvoorziening Wajong Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten WW Wet werkloosheid WIA Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen WAO Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering ANW Algemene nabestaanden wet IOAW Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsonge-schikte werkloze werknemers IOAZ De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen BBZ Besluit bijstandverlening zelfstandigen MBO Middelbaar beroepsonderwijs BOL Beroepsopleidende leerweg (fulltime opleiding) BBL Beroepsbegeleidende leerweg (vier dagen werken, 1 dag school) Bij EU-aanbestedingen mag niet geëist worden dat alleen mensen uit de eigen gemeente geplaatst mogen worden of dat alleen een SW-bedrijf uit de DEAL en BMWE gemeenten offreert. Hier zijn in eerste instantie de MBO opleidingen genoemd. Daar waar het nodig is kunnen ook stages geregeld worden voor andere kwetsbare groepen. Voortijdig schoolverlaters worden in eerste instantie teruggeleid naar regulier onderwijs. Doel Social Return Doordat we meer mensen aan het werk helpen, betekent dit dat er minder kosten gemaakt zullen worden aan het verstrekken van uitkeringen. Uitkeringen zullen verlaagd of geheel stopgezet kunnen worden wanneer mensen geheel of gedeeltelijk bij werkgevers aan de slag kunnen door afspraken tussen opdrachtgever en opdrachtnemer te maken. Met het vergroten van de arbeidsparticipatie en de werkervaring wordt bedoeld het vergroten van het aantal werkervaringsplekken, stageplekken en arbeidsplekken Toepassing Social Return Het Europese drempel bedrag kan fluctueren, de actuele waarde is te vinden op www.Europeseaanbestedingen.eu. Wijze van toepassing Als bedrijven geen mogelijkheid hebben om SR in te vullen, dan kan het SR percentage gestort worden. Iedere gemeente heeft hiervoor een eigen SR fonds die uitsluitend bedoeld is om SR middelen te ontvangen en vervolgens in te zetten voor re-integratie. Wanneer er meerdere gemeenten gemoeid zijn bij een contract, zullen de SR middelen verdeeld worden naar het percentage van de aanneemsom van iedere gemeente. Het is van belang bewust te zijn van de invloed van de arbeidsmarkt op Social Return. Bij een ruime arbeidsmarkt moeten meer mensen geholpen worden bij het vinden van een baan. Echter, hun afstand tot de arbeidsmarkt is gemiddeld niet zo groot. Opdrachtnemers kunnen bij een ruime arbeidsmarkt wel problemen hebben om hun eigen mensen aan het werk te houden. Het risico bestaat dan dat bij het toepassen van SR verdringing optreedt. In dat soort situaties is het contraproductief om strak vast te houden aan het creëren van banen. Daarom is het voorstel verschillende vormen van invulling toe te staan, bijvoorbeeld het geven van een workshop over techniek in de praktijk aan middelbare scholen, het doen van vrijwilligerswerk bij de formulierenbrigade, of het ondersteunen van jongeren bij het opstellen van een begroting en jaarrekening voor de jongerensoos. Bij een ruime arbeidsmarkt zijn er ook sectoren waar tekort aan personeel is, zoals de zorg en de techniek. Opdrachtnemers zijn dan eerder bereid zelf te investeren in opleidingstrajecten voor uitkeringsgerechtigden. Bij een krappe arbeidsmarkt staan opdrachtnemers meer open voor SR als zij moeilijk aan personeel kunnen komen. Het is dan wel weer lastig om geschikte kandidaten te vinden, omdat er minder uitkeringsgerechtigden en werkzoekenden zijn. De opdrachtnemer kan beslissen om kandidaten werkzaamheden te laten verrichten die niet direct verband houden met de opdracht en zelfs niet bij de opdrachtnemer plaatsvinden, maar bijvoorbeeld onderaannemers of toeleveranciers (dus breed toepasbaar). Ondersteuning door het EZ bureau en Werkplein Noord Groningen Punt 22: Hoe duidelijker het uitvoeringsplan aangeeft welke mogelijkheden de opdrachtnemer ziet voor SR, des te sneller en beter kan het EZ bureau of het Werkplein Noord Groningen de opdrachtnemer van dienst zijn. Punt 23: Vacatures voor banen, werk-leerbanen of stages moeten passen bij de doelgroep en dus overwegend op: ongeschoold, VMBO/LBO en/of MBO niveau zijn. Vaststellen waarde Social Return Dit artikel gaat over het bedrag dat telt voor de invulling van SR. Handhaving Punt 28: Hier wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde crosscheck. De uitvoerende instantie van de ene groep gemeenten controleert door middel van collegiale toetsing de situatie in de andere groep gemeenten, zodat de objectiviteit zoveel mogelijk gewaarborgd is. Een voorbeeld: Opdrachtnemer heeft een opdracht gegund gekregen van € 300.
- De voorwaarde Social Return betrof 5% van de aanneemsom, dus € 15.
- Bij de afrekening van de opdracht blijkt dat opdrachtnemer slechts € 10.000 loonkosten heeft besteed ten behoeve van Social Return. Het bedrag van € 5.000 zal worden ingehouden op de aanneemsom voor niet gerealiseerde Social Return. Verantwoording De manier van verantwoording wordt afgesproken in het uitvoeringsplan, zie punt 25.