Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2016Nr.: Onderwerp: Verordening reclamebelasting 2016 De raad van de gemeente Diemen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 3 november 2015; gelet op artikel 227 van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2016 (Verordening reclamebelasting 2016) Artikel1- Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: opschrift: openbare aankondiging in letter of symbolen, voor zover niet door middel van tijdschriften of nieuwsbladen gedaan; reclameobject: een openbare aankondiging zichtbaar vanaf de openbare weg; bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij directe of indirecte steun vindt in of op de grond; tussenpersoon: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zijn bedrijf maakt van het verlenen van bemiddeling bij het tot stand brengen en sluiten van overeenkomsten in opdracht en op naam van personen tot wie hij niet in vaste betrekking staat; exploitant: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zijn bedrijf maakt van het ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van reclameobjecten op door hem daartoe beschikbaar gestelde oppervlakten; maand: een kalendermaand; jaar: een kalenderjaar. Artikel2- Belastbaar feit Onder de naam 'reclamebelasting' wordt een belasting geheven ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg. Artikel3- Belastingplicht 1.De reclamebelasting wordt geheven van degene van wie, dan wel ten behoeve van wie, al dan niet met vergunning, de reclameobjecten worden aangetroffen. 2.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting ter zake van reclameobjecten, die met vermelding van de naam van een tussenpersoon zijn gedaan in verband met de huur of de verkoop van roerende of onroerende zaken, geheven van die tussenpersoon. 3.In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid wordt de reclamebelasting ter zake van reclameobjecten die door tussenkomst van een exploitant zijn aangebracht, geheven van die exploitant. Artikel4- Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.De reclamebelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde. 2.Voor de toepassing van dit artikel worden de bepaalde oppervlakten van reclameobjecten, die bij één bouwwerk of deel daarvan behoren, bij elkaar opgeteld. Indien meerdere bouwwerken of delen daarvan tezamen worden gebruikt door één belastingplichtige, worden de oppervlakten van reclameobjecten die bij deze bouwwerken of delen daarvan behoren voor de toepassing van dit artikel bij elkaar opgeteld. 3.Reclameobjecten behoren in elk geval tot één bouwwerk indien zij daarmee fysiek zijn verbonden of daarmee tezamen worden gebruikt. Artikel5- Berekening van de reclamebelasting 1.Voor de berekening van de reclamebelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt. 2.De oppervlakte van een reclameobject wordt bepaald door de lengte c.q. de hoogte en de breedte van de denkbeeldige rechthoek die het opschrift omsluit, dan wel het van de openbare weg zichtbaar gedeelte van het opschrift omsluit. Artikel6- Belastingjaar Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7- Ontstaan van belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingtijdvak. 2.Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de belastingplicht. 3.Indien de belastingplicht bij het begin van het belastingtijdvak bestaat of aanvangt, wordt de reclamebelasting naar jaartarief geheven. 4.Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak aanvangt, wordt de reclamebelasting naar maandtarief geheven. 5.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de naar maand-tarief geheven reclamebelasting verschuldigd voor zoveel maanden als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 6.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt en de reclame-belasting naar jaartarief is geheven, wordt de aanslag op verzoek van belastingplichtige verminderd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclame-belasting als er in dat jaar, na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de vermindering minder bedraagt dan € 10,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.