Beleidsregel tegemoetkoming kosten kinderopvang sociaal medische indicatie De WoldenHet college van de gemeente DE WOLDEN; gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel b, en artikel 18 van de Wet werk en bijstand; gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; overwegende dat het wenselijk is om beleidsregels vast te stellen omtrent de wijze waarop in aanmerking kan worden gekomen voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op grond van een sociaal en/of medische indicatie. Besluit vast te stellen de hierna volgende: Beleidsregel tegemoetkoming kosten kinderopvang sociaal medische indicatie De Wolden. Artikel1Begripsbepalingen 1.In deze regeling wordt verstaan onder: Het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Wolden; Het adviesorgaan: de instelling/organisatie die op verzoek van het college advies uitbrengt over de noodzaak van kinderopvang; Wet: de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; Voorliggende voorziening: elke voorziening buiten deze beleidsregel waarop de belanghebbende aanspraak kan maken of een beroep kan doen voor de bekostiging van de noodzakelijke kinderopvang op basis van een sociaal of medische indicatie. 2.De begripsbepalingen van de wet zijn op deze beleidsregel van toepassing, tenzij daarvan uitdrukkelijk wordt afgeweken. Artikel2Doelgroep Deze regeling is van toepassing op een ouder/verzorger en het kind, die volgens de gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens woonachtig zijn in de gemeente De Wolden, en: waarvan de ouder/verzorger en/of het kind behoort tot de categorie personen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking en voor wie op advies van het adviesorgaan is vastgesteld dat een of meer van deze beperkingen kinderopvang noodzakelijk maken, of ten aanzien van wie door het adviesorgaan is vastgesteld dat kinderopvang in het belang van een goede en gezonde ontwikkeling van dat kind noodzakelijk is. indien de noodzaak voor kinderopvang blijkt uit (andere) stukken van een huisarts en/of andere instellingen, dan is er geen aanvullend advies nodig van het adviesorgaan. Artikel3Voorliggende voorziening Het college weigert de tegemoetkoming indien er sprake is van een voorliggende voorziening. Tot een voorliggende voorziening wordt in ieder geval gerekend een voorziening op grond van: de wet kinderopvang; de Algemene wet bijzondere ziektekosten; jeugdzorg; een persoongebonden budget; een medisch kinderdagverblijf; een bijdrage van de werkgever; een peuterspeelzaal, indien het aantal door het adviesorgaan geadviseerde uren overeenkomt met de peuterspeelzaaluren. Artikel4Aanvraag 1.De aanvraag om een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie wordt ingediend bij het college. 2.De aanvraag wordt ingediend met een daartoe beschikbaar gesteld aanvraagformulier. 3.Alvorens te besluiten, wint het college ten behoeve van de vaststelling van de noodzakelijkheid van kinderopvang als bedoeld in het eerste lid advies in bij een adviesorgaan. 4.De indicatie heeft een geldigheidsduur van maximaal 12 maanden. 5.De herindicatie vindt plaats overeenkomstig het derde lid. Artikel5Aanspraak op een tegemoetkoming Een ouder/verzorger heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de door hem of zijn partner te betalen kosten van kinderopvang op grond van een sociaal en/of medische indicatie indien: het college op grond van het bepaalde in het advies van een adviesorgaan kan vaststellen in welke mate deze ouder/verzorger in aanmerking behoort te komen voor een tegemoetkoming in deze kosten vanwege een gebleken noodzaak op grond van sociaal medische indicatie. Het advies bevat de volgende elementen: aantal noodzakelijk uren (per dag en verwachte duur); medische/psychische situatie van ouder en/of kind; informatie van betrokken/doorverwijzende instanties/instellingen. het kinderopvang betreft in een kindercentrum of gastouderopvang die zijn geregistreerd in het Landelijk register kinderopvang. Artikel6De hoogte van de tegemoetkoming De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van het inkomen van de aanvrager en wordt bepaald overeenkomstig de systematiek die de belastingdienst hanteert bij het verlenen van tegemoetkomingen bij of krachtens de wet. Artikel7Slotbepalingen 1.Deze regeling treedt op 1 januari 2013 in werking. 2.Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Beleidsregel tegemoetkoming kosten kinderopvang sociaal medische indicatie De Wolden’. Artikel8Overgangsrecht In afwijking van artikel 7 is deze beleidsregel eerst vanaf 1 juli 2013 van toepassing op de belanghebbenden die op 1 januari 2013 reeds een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang ontvangen op grond van een sociaal en/of medische indicatie. Zuidwolde, 18 december 2012Aldus vastgesteld door Burgemeester en wethouders van De Wolden, de secretaris, de burgemeester,N. Kramer R.T. de Groot Nota-toelichting Algemene toelichting Beleidsregel tegemoetkoming kosten kinderopvang sociaal medische indicatie De Wolden Tot de doelgroep van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen behoren niet die mensen die vanwege sociaal en/of medische problematiek een beroep zouden willen doen op kinderopvang. Omdat de groep die om sociaal en/of medische redenen kinderopvang nodig heeft toch een kwetsbare groep is, wil het college met deze regeling de lacune in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen opvangen. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Begripsbepalingen De begrippen in deze verordening hebben dezelfde betekenis als in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Voor een goed begrip en de leesbaarheid van de beleidsregel zijn enkele begrippen expliciet opgenomen. Artikel 2 Doelgroep Een ouder/verzorger kan een vergoeding voor de kosten van kinderopvang ontvangen als vast staat dat het om sociaal medische redenen noodzakelijk is dat (en in welke mate) gebruik wordt gemaakt van kinderopvang. De sociaal medische redenen kunnen zowel bij de ouder/verzorger als bij het kind aanwezig zijn. Deze doelgroep omvat niet slechts klanten van het cluster sociale zaken, maar ook personen die een hoger inkomen hebben en/of een partner met inkomsten. Artikel 3 Voorliggende voorziening Als er sprake is van een passende voorliggende voorziening, weigert het college de tegemoetkoming. Tot een voorliggende voorziening wordt in ieder geval gerekend een voorziening op grond van: a. de wet kinderopvang; b. de Algemene wet bijzondere ziektekosten; c. jeugdzorg; d. een persoongebonden budget; e. een medisch kinderdagverblijf; f. een bijdrage van de werkgever; g. een peuterspeelzaal, indien het aantal door het adviesorgaan geadviseerde uren overeenkomt met de peuterspeelzaaluren. Ad a: De Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Indien de (vergoeding van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.