Algemene verordening ondergrondse infrastructuur gemeente Kaag en Braassem 2016De raad van de gemeente Kaag en Braassem; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 29 september 2015; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 5.4, lid 4, van de Telecommunicatiewet; besluit: vast te stellen de navolgende: Algemene verordening ondergrondse infrastructuur gemeente Kaag en Braassem 2016 Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: aanbieder: de aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in de Telecommunicatiewet; aanvraag: de aanvraag van een instemmingsbesluit of vergunning; college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kaag en Braasem; huisaansluiting: één of meer aansluitingen tussen een net en een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken; instemmingsbesluit: besluit van het college als bedoeld in artikel 5.4 eerste lid, onder b, van de Telecommunicatiewet; kabel: een kabel als bedoeld in artikel 1.1, onder z, van de Telecommunicatiewet; leiding: een buis of kabel waar doorheen of waarlangs het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie wordt geleid, met uitzondering van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk voor zover deze in openbare grond liggen of worden gelegd; melding: melding als bedoeld in artikel 4, tweede lid van deze verordening. Het betreft een melding voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard, waarvoor geen instemmingsbesluit of vergunning noodzakelijk is; net: een ondergrondse kabel, leiding, of samenstel hiervan, daaronder mede begrepen lege buizen, ondersteuningswerken en beschermingswerken, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie; netbeheerder: degene die als natuurlijk persoon handelende in de uitoefening van een beroep of bedrijf dan wel als rechtspersoon een net beheert. Onder netbeheerder wordt tevens verstaan de aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 5.1 van de Telecommunicatiewet; ondergrondse obstakels: zich in de bodem bevindende verontreinigingen, materialen, objecten en stoffen die nadelige beïnvloeding van de staat van de kabel of leiding tot gevolg hebben of kunnen hebben; openbaar elektronisch communicatienetwerk: telecommunicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1, onder h, van de Telecommunicatiewet; openbare gronden: openbare gronden zoals bedoeld in artikel 1.1, onder aa, van de Telecommunicatiewet; vergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid van deze verordening. Het betreft een vergunning voor de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen in of op openbare gronden; Werkzaamheden van niet ingrijpende aard: een nader door het college vast te stellen categorie van werkzaamheden, waarvoor geen instemmingsbesluit of vergunning noodzakelijk is, maar kan worden volstaan met een melding. Artikel2Toepasselijkheid 1.Deze verordening is van toepassing op de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen in of op openbare gronden. 2.Het college voert de regie over de efficiënte ordening van kabels en leidingen zoals bedoeld in het eerste lid. 3.Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op het bepaalde in deze verordening. 4.Bepalingen uit deze verordening blijven buiten toepassing voor zover zij in strijd zijn met hogere wet- en regelgeving. Artikel3Handboek Ondergrondse Infrastructuur Het college stelt ter uitvoering van deze verordening nadere regels vast in de vorm van een Handboek Ondergrondse Infrastructuur Kaag en Braassem waarin onder meer bepalingen zijn opgenomen betreffende de aanleg, het houden, het wijzigen en het verwijderen van leidingen en kabels, het verkrijgen van een vergunning en instemming en de te verstrekken gegevens. Artikel4Vereiste van instemming of vergunning 1.Het is verboden om zonder of in afwijking van een voorafgaand door het college verleend instemmingsbesluit of verleende vergunning kabels en leidingen in of op openbare gronden aan te leggen, in stand te houden of op te ruimen. 2.In afwijking van het eerste lid is voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard geen instemmingsbesluit of vergunning noodzakelijk, maar kan worden volstaan met een schriftelijke melding aan het college Het college kan aan de uitvoering van deze werkzaamheden voorschriften en beperkingen verbinden als bedoeld in artikel 7 van deze verordening. 3.Het college kan een gebied aanwijzen waarbinnen niet volstaan kan worden met een melding als bedoeld in het tweede lid, maar altijd een instemmingsbesluit of vergunning moet worden aangevraagd. 4.Werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening, waarvan uitstel redelijkerwijs niet mogelijk of niet gewenst is, dienen onverwijld te worden gemeld aan het college. Ingeval de openbare orde of gevaar dan wel de vrees voor het ontstaan van gevaar zich verzet tegen de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden kan de burgemeester besluiten dat de werkzaamheden op een ander dan het voorgenomen tijdstip plaatsvinden. 5.Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op werkzaamheden van de gemeente bij de uitoefening van haar publiekrechtelijke taak. 6.Een krachtens deze verordening verleende vergunning of instemming geldt, voor zover van toepassing, tevens als een vergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Kaag en Braassem (hierna ook te noemen: "APV") met betrekking tot het beschadigen van een weg, het aanbrengen/hebben van voorwerpen op, aan, in, over of boven een weg respectievelijk het uitvoeren van werkzaamheden aan straatkolken en dergelijke. Artikel5Aanvraag en de melding 1.Een aanvraag wordt minimaal acht weken voor aanvang van de werkzaamheden digitaal ingediend bij het college door middel van een daartoe vastgesteld formulier. 2.De netbeheerder die werkzaamheden wil verrichten, kan hierover vooroverleg voeren met het college teneinde de aanvraag, bedoeld in het eerste lid van dit artikel voor te bereiden. 3.Indien voor de voorgenomen werkzaamheden tevens (privaatrechtelijke) toestemming nodig is van andere grondeigenaren of grondbeheerders, wordt het college uiterlijk vier weken na ontvangst van de aanvraag schriftelijk in kennis gesteld van de resultaten van het overleg tussen de aanvrager en de andere grondeigenaren of grondbeheerders. 4.In afwijking van het eerste lid wordt een melding als bedoeld in artikel 4, tweede lid, minimaal vijf werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden aan het college gedaan. Artikel6Beslistermijnen en geldigheidsduur 1.Het college beslist op de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. 2.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, kan het college de beslissing aanhouden, indien er in verband met de werkzaamheden tevens een andere vergunning is vereist, totdat deze vergunning formele rechtskracht heeft gekregen. 3.Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt het college dit aan de aanvrager mede en noemt het daarbij een termijn van ten hoogste acht weken waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 4.Het instemmingsbesluit of de vergunning vervalt indien de aanvrager schriftelijk aan het college verklaart geen gebruik meer daarvan te willen maken. Artikel7Voorschriften, beperkingen en weigeringsgronden 1.Het college kan aan een instemmingsbesluit of een vergunning voorschriften en beperkingen verbinden, dan wel een vergunning weigeren, in het belang van: de openbare orde; de openbare veiligheid, waaronder mede verstaan wordt de verkeersveiligheid en/of een goede doorstroming van het verkeer; het voorkomen of beperken van gevaar, schade of overlast; de bescherming van eventuele archeologische vondsten, van groenvoorzieningen, bomen en van beplantingen; het uiterlijk aanzien van de omgeving; de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, waaronder mede verstaan wordt het veilig en doelmatig gebruik van openbare gronden en gebouwen, het doelmatig beheer en onderhoud en het belang van nader aan te geven lokale evenementen; de ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan wordt het zo min mogelijk hinder veroorzaken voor in de grond aanwezige netten en het niet in gevaar brengen of zonder noodzaak bemoeilijken van het beheer van deze netten; de bescherming van milieu; het medegebruik van voorzieningen. 2.De werkzaamheden moeten zijn voltooid binnen zes maanden na aanvang, tenzij in het instemmingsbesluit of de vergunning anders is bepaald. 3.De wijze van uitvoering van werkzaamheden aan kabels en leidingen gescheidt conform de bepalingen van het Handboek als bedoeld in artikel 3. 4.De aanvrager draagt er zorg voor dat de voorschriften die aan het instemmingsbesluit of de vergunning zijn verbonden worden nageleefd. Artikel8Wijziging en intrekking 1.Het college kan de vergunning of het instemmingsbesluit als bedoeld in artikel 4, eerste lid wijzigen of intrekken, indien: de netwerkbeheerder niet binnen zes maanden na het onherroepelijk worden van de vergunning of het instemmingsbesluit, of de in de vergunning of het instemmingsbesluit opgenomen termijn, met de werkzaamheden als omschreven in de vergunning is begonnen; de in de vergunning of het instemmingsbesluit benoemde werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van zes maanden stilliggen; de netbeheerder de leiding definitief buiten gebruik heeft gesteld; de vergunning of het instemmingsbesluit is verleend op basis van onjuiste of onvolledige gegevens; de vergunning of het instemmingsbesluit in strijd met enig wettelijk voorschrift is afgegeven; de netbeheerder het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning of het instemmingsbesluit niet naleeft; na het verlenen van de vergunning of het instemmingsbesluit naar het oordeel van het college gegronde aanleiding bestaat te veronderstellen dat het van kracht blijven van de vergunning of het instemmingsbesluit onaanvaardbare schadelijke gevolgen heeft voor mens, natuur of milieu en hieraan door het stellen van nadere voorschriften en beperkingen aan de verleende vergunning niet kan worden tegemoetgekomen; dit naar het oordeel van het college redelijkerwijs nodig is vanwege de rechtmatige uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak. 2.Het college gaat niet over tot intrekking of wijziging van de vergunning of het instemmingsbesluit dan nadat het college de houder heeft gehoord. 3.Aan het besluit tot wijziging of intrekking van de vergunning of het instemmingsbesluit kan de verplichting worden verbonden om de betreffende kabels en leiding(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.