BELEIDSREGELS BOETES 2015 gemeente Tytsjerksteradiel BELEIDSREGELS BOETES2015 INLEIDING Met ingang van 2013 zijn de boetes wederom geïntroduceerd binnen de WWB/Participatiewet. De strenge sancties moeten er voor zorgen dat uitkeringsgerechtigden zich aan de inlichtingenplicht van artikel 17 PW houden. Door het strenge karakter is er landelijk nogal wat commotie ontstaan en een beroepzaak bij de Centrale Raad van Beroep d.d 24 november 2014, alsmede een rapport van de Nationale Ombudsman, heeft er voor gezorgd dat de Minister van SZW bij kamerbrief van 16 december 2014 met nieuwe richtlijnen is gekomen. Inmiddels sluit ook nieuwe jurisprudentie zich hierbij aan. Uitgangspunt blijft dat inlichtingenschending moet worden gesanctioneerd met een bestuurlijke boete, maar dat in alle gevallen een indringende toets aan het evenredigheidsbeginsel moet plaatsvinden en dat elke overtreding van de inlichtingenplicht individueel beoordeeld moet worden op de ernst van de overtreding en de omstandigheden van het geval. Ten aanzien van het evenredigheidsbeginsel is een gradatie aangebracht in “zwaarte van overtredingen”. De standaard boete (gewone verwijtbaarheid) bedraagt 50% van het netto benadelingsbedrag. Bij grove schuld wordt de boete op 75%, en bij bewezen opzet op 100% van het netto benadelingsbedrag. Bij verminderde verwijtbaarheid kan de boete worden verminderd tot 25% van het netto benadelingsbedrag. Binnen de gevallen van recidive werken deze percentages ook door. De percentages zijn dan respectievelijk 75%, 112,5% en 150%. Verminderde verwijtbaarheid bij recidive kan niet voorkomen. Ten aanzien van het toepassen van het juiste percentage en de individuele beoordeling heeft de gemeente een beperkte beleidsvrijheid. Het is aan het college om te bepalen hoe met deze bevoegdheid wordt omgegaan. Hiertoe dienen deze beleidsregels. ALGEMEEN Artikel1:begripsbepalingen In deze beleidsregels boetes wordt verstaan onder: Schending van de inlichtingenplicht: het niet, niet tijdig, of onvolledig doorgeven van alle feiten en omstandigheden die redelijkerwijs van invloed (kunnen) zijn op de arbeidsinschakeling of het recht op bijstand/uitkering. Netto benadelingsbedrag: de ten onrechte verstrekte netto bijstandsuitkeringen verleend in het kader van de Wet Werk en Bijstand (WWB) en/of Participatiewet (PW) of uitkeringen in het kader van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) of verstrekte netto uitkeringen in het kader van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ). Boete: de sanctie als genoemd in artikel 18a PW. Percentage: het percentage van het netto benadelingsbedrag dat als uitgangspunt wordt gebruikt voor het vaststellen van de boete Indringende toets aan het evenredigheidsbeginsel en individuele beoordeling: de beoordeling die leidt tot het hanteren van het juiste boetepercentage (opzet, grove schuld, gewone verwijtbaarheid, verminderde verwijtbaarheid) en het in voldoende mate rekening houden met de individuele omstandigheden waaronder de overtreding is begaan en de omstandigheden ten tijde van de boeteoplegging, zoals de draagkracht. Maximumboete: het bedrag waarop de boete in voorkomende gevallen moet worden gemaximeerd, te weten € 8100,- bij boetes gebaseerd op een percentage van 25%, 50% en 75%, en € 81.000,- bij boetes gebaseerd op 100%. Recidive: de herhalingsboete Artikel2:waarschuwing of boete bij nul fraude als bedoeld in artikel 18a, lid 3 en 4 Participatiewet a.Bij schending van de inlichtingenplicht zonder dat sprake is van een netto benadelingsbedrag (omdat de inlichtingenschending is ontdekt vóórdat de uitbetaling heeft plaatsgevonden) wordt een eenmalige schriftelijke waarschuwing gegeven als uit het onderzoek blijkt dat er sprake is van een vergissing en betrokkene overduidelijk niet de bedoeling had er financieel beter van te worden. b.Bij schending van de inlichtingenplicht zonder dat sprake is van een netto benadelingsbedrag (omdat de inlichtingenschending is ontdekt vóórdat de uitbetaling heeft plaatsgevonden) wordt een boete van € 150,- opgelegd als uit het onderzoek het vermoeden naar voren komt dat betrokkene willens en wetens de inlichtingen heeft geschonden met de bedoeling er financieel beter van te worden. c.Bij schending van de inlichtingenplicht, waarbij er als gevolg van de onjuiste en onvolledige gegevens wel sprake is van een netto benadelingsbedrag, maar waarbij de betrokkene uit eigen beweging, dus zonder dat daar vanuit de gemeente op is aangedrongen, alsnog de juiste en volledige gegevens verstrekt wordt een eenmalige schriftelijke waarschuwing gegeven. Artikel3:hoogte van de boete als bedoeld in artikel 18a, lid 1 Participatiewet a.In alle gevallen van een schending van de inlichtingenplicht (met uitzondering van de gevallen bedoeld in artikel 2, sub c van deze beleidsregels) waarbij sprake is van een netto benadelingsbedrag en een boete moet worden opgelegd is de hoogte van de boete op basis van gewone verwijtbaarheid in principe 50% van het netto benadelingsbedrag met een maximum van € 8100,- en een minimum van € 150,-. b.Wanneer uit het onderzoek blijkt dat betrokkene redelijkerwijs had moeten begrijpen dat zijn gedrag, dat te omschrijven is als “ernstige onachtzaamheid” of “laakbare slordigheid”, tot gevolg kon hebben dat hij teveel of ten onrechte uitkering zou ontvangen is de hoogte van de boete op basis van grove schuld in principe 75% van het netto benadelingsbedrag met een maximum van € 8100,- en een minimum van € 150,- . c.Wanneer uit het onderzoek blijkt dat betrokkene moedwillig de inlichtingenlicht heeft geschonden om er financieel beter van te worden of willens en wetens de kans heeft willen aanvaarden dat hij een overtreding zou plegen is de hoogte van de boete op basis van opzet in principe 100% van het netto benadelingsbedrag met een maximum van € 81.000,- en een minimum van € 150,-. Artikel4:hoogte van de boete bij recidive als bedoeld in artikel 18a, lid 5 Participatiewet In alle recidive-gevallen van een schending van de inlichtingenplicht bedragen de percentages als genoemd in artikel 3, sub a, b en c van deze beleidsregels respectievelijk 75%, 112,5% en 150%. Artikel5:nadere afstemming van de boete bij verminderde verwijtbaarheid als bedoeld in artikel 18a, lid 7 Participatiewet In alle gevallen van een schending van de inlichtingenplicht waarbij sprake is van een netto benadelingsbedrag en een boete moet worden opgelegd is de hoogte van de boete in principe 25% van het netto benadelingsbedrag met een maximum van € 8100,- als bij betrokkene ten tijde van de verplichting om de inlichtingen te verstrekken sprake was van: onvoorziene en ongewenste omstandigheden, die niet tot het normale levenspatroon behoren en die hem weliswaar niet in de feitelijke onmogelijkheid brachten om aan de inlichtingenverplichting te voldoen, maar die emotioneel zo ontwrichtend waren dat hem niet volledig valt toe te rekenen dat de inlichtingen niet tijdig of volledig zijn verstrekt; (te denken valt aan een plotselinge ziekenhuisopname van een gezinslid, de constatering van een ongeneeslijke ziekte bij betrokkene of één van diens gezinsleden, een overlijden in de familiesfeer of een gebeurtenis in de familiesfeer met grote financiële gevolgen, het opleggen van de boete en de terugvordering, of het winnen van een grote geldprijs daartoe niet gerekend). een samenspel van omstandigheden die elk op zich niet, maar in hun onderlinge samenhang beschouwd wel leiden tot het oordeel dat sprake is van verminderde verwijtbaarheid. een gedeelde verwijtbaarheid (te denken valt aan de situatie waarbij het uitvoeringsorgaan in de kwestie ook fouten heeft gemaakt door het laten voortduren van de onrechtmatige situatie, terwijl het uitvoeringsorgaan redelijkerwijs kon weten van het bestaan van de situatie). een zodanige geestelijke toestand dat hem de overtreding niet volledig valt aan te rekenen; (te denken valt aan een situatie waarbij de betrokkene als gevolg van zijn geestelijke vermogens administratief onbekwaam is). Artikel6:Individualisering a.De aldus met toepassing van artikel 3 of 5 van deze beleidsregels ontstane boete kan verder worden gematigd wanneer uit het onderzoek blijkt dat ten tijde van het begaan van de overtreding bij betrokkene sprake was van: - onbewust en zonder opzet niet voldoen aan de inlichtingenplicht. Te denken valt aan:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.