Huisvestingsverordening 2015De raad van de gemeente Nijkerk; gelezen het collegevoorstel van 28 april 2015; gelet op artikel 2, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014; b e s l u i t : vast te stellen de Huisvestingsverordening 2015 Paragraaf1.Algemene bepalingen Artikel1.Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijkerk; huisvestingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 7 van de wet; mantelzorg: hulp als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; wet: de Huisvestingswet 2014; woningcorporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet die feitelijk werkzaam is in de gemeente; woningzoekende: het huishouden dat in het regionaal register van woningzoekenden www.woningneteemvallei.nl is ingeschreven. Artikel2.Aanwijzing categorie woningen 1.Voor woonruimten in eigendom van woningcorporaties met een huurprijs beneden de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a van de Wet op huurtoeslag kan voorrang worden gegeven aan woningzoekenden uit een van de urgentiecategorieën als bedoeld in artikel 6. 2.Het eerste lid is niet van toepassing op woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder a tot en met c van de Leegstandwet. Paragraaf2.Vergunningplicht Artikel3.Vergunningplichtige woonruimte 1.De in artikel 2, lid 1 aangewezen categorie woonruimte mag niet zonder huisvestingsvergunning, als bedoeld in artikel 4, voor bewoning in gebruik worden genomen of gegeven. 2.De in het vorige lid bedoelde vergunningplicht geldt niet als er geen woningzoekende uit een van de urgentiecategorieën als bedoeld in artikel 6 in aanmerking komt voor de desbetreffende woonruimte. Artikel4.Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning 1.Een aanvraag om een huisvestingsvergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door het college vastgesteld formulier. 2.Bij de aanvraag om een huisvestingsvergunning worden de volgende gegevens verstrekt: naam, contactgegevens, leeftijd, nationaliteit en, indien van toepassing, de verblijfstitel van de aanvrager; omvang van het huishouden dat de nieuwe woonruimte gaat betrekken; huishoudinkomen; adres, naam van de verhuurder en huurprijs van de te betrekken woonruimte; beoogde datum van het betrekken van de woonruimte; indien van toepassing, een afschrift van de indicatie voor een woonruimte met een specifieke voorziening, en indien van toepassing, de urgentiecategorie waartoe de aanvrager behoort. 3.De huisvestingsvergunning vermeldt in ieder geval: een aanduiding van de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft; aan wie de vergunning is verleend; het aantal personen dat de woonruimte in gebruik neemt. Paragraaf3.Urgentie Artikel5.Aanvraag urgentieverklaring 1.Een woningzoekende die voor de huisvesting dringend behoefte heeft aan (andere) woonruimte, kan bij het college een aanvraag indienen voor een urgentieverklaring tot het verkrijgen van woonruimte. 2.Een aanvraag wordt ingediend door gebruikmaking van een door het college vastgesteld formulier, en gaat vergezeld van de gegevens als bedoeld in artikel 4, lid 2, onder a tot en met c. 3.Bij de aanvraag wordt gemotiveerd aangegeven: welke urgentiecategorie als bedoeld in artikel 6 van toepassing is; wat de aard is van de persoonlijke problematiek; de relatie van deze problematiek met de huidige woonsituatie; de argumentatie op grond waarvan verhuizing binnen zes maanden absoluut noodzakelijk is. Artikel6.Urgentiecategorieën 1.Deze regeling kent de volgende urgentiecategorieën: woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang voor personen die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten; woningzoekenden die mantelzorg verlenen of ontvangen, en waarbij voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: er is een ondersteuningsplan als bedoeld in de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015, waaruit blijkt dat er minimaal sprake is van interventieniveau 4; aangetoond is dat door verhuizing van de mantelzorgverlener of -ontvanger de mantelzorger beter in staat is om de mantelzorg te blijven bieden; het gebruik van een mantelzorgwoning biedt aantoonbaar geen oplossing. vreemdelingen met een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 van de wet; woningzoekenden die dakloos zijn na beëindiging van een opname in een psychiatrische inrichting, mits men vóór opname zelfstandig gehuisvest was in de gemeente; woningzoekenden die een zorgwoning in de gemeente moeten verlaten, omdat de partner van de betrokkene, die de indicatie had voor deze woning, niet meer in de woning verblijft; woningzoekenden die urgent woonruimte nodig hebben, en waarbij sprake is van een combinatie van de volgende situaties: de woningzoekende heeft ten minste een geheel jaar voorafgaand aan de urgentie-aanvraag een zelfstandige legale woning in de gemeente bewoond; er is een acute noodzaak om binnen zes maanden te verhuizen; de noodsituatie is ontstaan buiten eigen schuld en kon door de woningzoekende niet worden voorzien; er is sprake van meervoudige problematiek (combinatie van financiële, psychische en/of sociale problemen); de problematiek heeft een directe relatie met de huidige woonsituatie; de woningzoekende heeft aantoonbaar eerst zelf naar een oplossing gezocht, wat moet blijken uit activiteiten gedurende het half jaar voorafgaand aan de urgentie-aanvraag; de woningzoekende is niet in staat om binnen zes maanden zelf voor passende huisvesting te zorgen, afgestemd op de persoonlijke omstandigheden. 2.Het college verleent de urgentieverklaring, indien aanvrager tot één of meerdere van de in het eerste lid genoemde urgentiecategorieën behoort. 3.Voordat het college een besluit neemt op een aanvraag om een urgentieverklaring voor de urgentiecategorie als bedoeld in het eerste lid onder f, wordt de aanvraag om advies voorgelegd aan een onafhankelijke deskundige adviseur. Artikel7.Inhoud urgentieverklaring 1.De urgentieverklaring vermeldt: welke urgentiecategorie, als bedoeld in artikel 6 van toepassing is; de van toepassing zijnde procedure van directe bemiddeling dan wel voorrang. 2.De urgentieverklaring van de urgentiecategorieën a, b en c geeft recht op een huisvestingsvergunning voor een woning die door directe bemiddeling van het college door een woningcorporatie aan de woningzoekende wordt aangeboden. 3.De urgentieverklaring van de urgentiecategorieën d, e en f geeft gedurende zes maanden na de datum van afgifte recht op het bij voorrang verkrijgen van een huisvestingsvergunning voor woonruimte in de gemeente Nijkerk, die door de samenwerkende woningcorporaties wordt aangeboden via het aanbodmodel van de onder de naam Eemvallei samenwerkende woningcorporaties. Artikel8.Intrekken of wijzigen indeling in een urgentiecategorie 1.Het college kan een urgentieverklaring intrekken als de woningzoekende: niet langer als woningzoekende als bedoeld in artikel 5, eerste lid, is aan te merken; bij zijn aanvraag gegevens heeft verstrekt waarvan hij wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat deze onjuist of onvolledig waren, of een aanbod voor een passende woning heeft geweigerd. 2.Een woningzoekende kan, al dan niet op zijn verzoek, in een andere urgentiecategorie worden ingedeeld als gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven. 3.Een urgentieverklaring vervalt als de indeling in een urgentiecategorie vervalt of als de woningzoekende in een andere urgentiecategorie wordt ingedeeld. 4.Als de woningzoekende in een andere urgentiecategorie wordt ingedeeld, wordt aan hem een nieuwe urgentieverklaring verleend. Artikel9.Rangorde woningzoekenden 1.Een vrijkomende woning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt toegewezen aan een woningzoekende die beschikt over een urgentieverklaring met betrekking tot urgentiecategorie a, b of c, als bedoeld in artikel 6. 2.Zijn er bij de toepassing van het eerste lid meerdere gegadigden voor dezelfde woning, dan wordt de woning toegewezen aan de woningzoekende met de oudste urgentieverklaring. 3.Als het eerste lid niet van toepassing is, wordt een vrijkomende woning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, toegewezen aan een woningzoekenden die beschikt over een urgentieverklaring met betrekking tot urgentiecategorie d, e of f, als bedoeld in artikel 6. 4.Zijn er bij de toepassing van het derde lid meerdere gegadigden voor dezelfde woning, dan wordt de woning toegewezen aan de woningzoekende met de oudste, op het moment van aanmelding voor de betreffende woning nog geldende, urgentieverklaring. Paragraaf4.Slotbepalingen Artikel10.Hardheidsclausule Het college is bevoegd in gevallen waarin toepassing van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt, ten gunste van de aanvrager af te wijken van deze verordening. Het belang van een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van woonruimte staat daarbij voorop. Artikel11.Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening wordt bekendgemaakt in het elektronisch gemeenteblad en treedt in werking op 1 oktober 2015. 2.Deze verordening vervalt op 1 oktober 2019. 3.Deze verordening wordt aangehaald als: Huisvestingsverordening 2015. Aldus vastgesteld in de openbare vergaderingvan de raad van de gemeente Nijkerk d.d. 24 september 2015,TOELICHTING Algemeen Uitgangspunten Huisvestingswet 2014 De Huisvestingswet 2014 (hierna: wet) biedt gemeenten het (uitputtende) instrumentarium in te grijpen in de verdeling van woonruimte en de samenstelling van de woningvoorraad. Gebruikmaken van dit instrumentarium – door een huisvestingsverordening vast te stellen – is niet vanzelfsprekend en dient periodiek onderbouwd en getoetst te worden. Het uitgangspunt van de wet is de vrijheid van vestiging. Iedereen die rechtmatig in Nederland verblijft, heeft het recht om zich vrijelijk te verplaatsen en te vestigen. Dit grondrecht kan alleen worden beperkt indien noodzakelijk voor het algemeen belang in een democratische samenleving. Dat belang kan volgens de wet gelegen zijn in het tegengaan van de onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan goedkope woonruimte. Als hier aantoonbaar sprake van is – en als het instrumentarium van de wet geschikt en proportioneel is om die effecten te bestrijden – kunnen gemeenten verdelingsregels stellen. Het bestaan van schaarste op zich is onvoldoende reden om van de wet gebruik te maken: er moet tevens sprake zijn van verdringing van kwetsbare groepen, als gevolg van die schaarste. De wet biedt verder de mogelijkheid om een urgentieregeling op te stellen, ook wanneer geen sprake is van schaarste aan goedkope woonruimte (artikel 12 van de wet). Ook zonder schaarste kan immers behoefte bestaan om sommige woningzoekenden met voorrang te kunnen huisvesten. In een huisvestingsverordening kan bepaald worden dat voor een of meer daarbij aangewezen categorieën woonruimte bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden waarvoor de voorziening in de behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is. Uitgangspunten urgentieregeling. De eigen verantwoordelijkheid van een woningzoekende staat voorop. Hij of zij bepaalt zelf om al dan niet te willen verhuizen en naar welke woonruimte in welke buurt binnen welke gemeente door te reageren op woonruimten via het aanbodmodel van de regionaal samenwerkende woningcorporaties op de website www.woningneteemvallei.nl. Om aan de grote vraag te kunnen voldoen, moeten zoveel mogelijk woningen in dit woonruimteverdeelsysteem beschikbaar komen voor alle woningzoekenden. Dit systeem werkt goed en rechtvaardig als er zo weinig mogelijk uitzonderingen worden gemaakt. In geval van urgentie wordt wel een uitzondering gemaakt. De urgentieregeling is bedoeld voor huishoudens die vallen onder een van de in de verordening gemelde urgentiecategorieën. Op grond van de wet moeten in ieder geval de volgende urgentiecategorieën worden opgenomen: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.