Vaststelling beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning De Wolden 2015-2016Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Wolden; Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente De Wolden 2015, zoals vastgesteld door de raad in de vergadering van 30 oktober 2014; Overwegende dat het gewenst is nadere regels te stellen ter uitvoering van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente De Wolden 2015; Besluit: a. in te trekken: “Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente De Wolden 2015”; b. vast te stellen “Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente De Wolden 2015-2016” (citeertitel: ”Beleidsregels Wmo De Wolden 2015”.). VOORWOORD In het sociale domein voltrekt zich in hoog tempo een aantal fundamentele veranderingen. Per 1 januari 2015 verandert voor inwoners het nodige als verantwoordelijkheden in het veld van zorg en ondersteuning bij gemeenten komen te liggen. Het contact tussen inwoner en overheid wordt dichterbij georganiseerd, zodat we de ondersteuning beter en meer op maat kunnen bieden. De eigen kracht en talenten van de cliënten en hun netwerk komen meer centraal te staan, met oog voor wat iemand zelf kan. We willen graag dat iedereen meedoet en niemand langs de zijlijn komt te staan. Waarbij we eigen verantwoordelijkheid als basisprincipe hanteren. Als gemeente gaan we de komende jaren de verantwoordelijkheid dragen voor de Jeugdzorg, nieuwe Wmo-taken vanuit de AWBZ en voor de Participatiewet. Hiermee worden we geheel verantwoordelijk voor de activiteiten op het gebied van ondersteuning, begeleiding en re-integratie. Een kans om het anders te doen. En om het beter te doen. Anders en beter betekent ook: zoveel mogelijk doen met de beschikbare middelen. We maken ons sterk voor een soepele overgang van de taken. Daarbij zetten we eerst in op het doorgaan van de ondersteuning. Mensen die aangewezen zijn op hulp kunnen rekenen op onze steun. Per 1 januari 2015 is de Wmo 2015 in werking getreden. Deze wet geeft de gemeente de verantwoordelijkheid voor de begeleiding van mensen met een beperking, de dagbesteding, ‘kort verblijf’ buitenshuis en het begeleid wonen. De gemeente was al verantwoordelijk voor het bevorderen van participatie en zelfredzaamheid van bewoners. De essentie van de Wmo 2015 is dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen. Centraal staan de behoeften en eigen mogelijkheden van mensen. Daarna komt hulp van familie of anderen in de directe omgeving. Als de grenzen zijn bereikt van de eigen mogelijkheden en die van de sociale omgeving kan er ondersteuning via de gemeente komen in de vorm van algemene voorzieningen en als dat onvoldoende is kan er gekeken worden naar maatwerk. De gemeente doet bij een aanvraag om ondersteuning gedegen onderzoek naar wat mensen precies nodig hebben om de zelfredzaamheid te bevorderen en om mensen zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen. Dit gaat in goede samenspraak met de betrokkenen en de omgeving om te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening. In 2015 ligt het accent op continueren van het bestaande. We moeten cliënten hun zorg kunnen garanderen. Met behoud van professionaliteit. We kiezen voor een soepele overgang en een zachte landing. Daarin blijven we, waar mogelijk, samenwerken met de bestaande aanbieders. Daarnaast wordt zo spoedig mogelijk gestart met de ontwikkeling van vernieuwende arrangementen voor maatschappelijke dienstverlening. Dit gebeurt in samenspraak met cliënten(organisaties) en aanbieders van zorg, ondersteuning, begeleiding en dagbesteding. Daarbij kijken we ook naar het terrein van de Jeugd- en de Participatiewet. We streven naar een integrale aanpak van problemen bij mensen en gezinnen/huishoudens. De Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning, die voor u liggen, zijn een uitwerking van het Wmo-beleidsplan en de Verordening maatschappelijke ondersteuning De Wolden 2015 voor de verstrekking van maatwerkvoorzieningen. We kiezen ervoor om de huidige opzet van de beleidsregels voort te zetten. Tot slot: het proces waar we als samenleving in zitten is geen statisch gebeuren. Onder invloed van de praktijk ontstaat er nieuwe jurisprudentie en nieuwe inzichten. Deze zullen weer zijn plaats moeten krijgen in met name de beleidsregels. Dat betekent dat we de beleidsregels regelmatig zullen bijstellen. Hoofdstuk1Inleiding In dit hoofdstuk wordt een aantal kernbegrippen toegelicht en uitgewerkt. Artikel1.1Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het lichamelijke, verstandelijke, geestelijke en financiële vermogen om zelf in staat te zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden. Een algemeen gebruikelijke voorziening kan ook onderdeel uitmaken van iemand zijn zelfredzaamheid. Dit kan een dienst of een activiteit zijn, zoals een bezorgservice of kinderopvang. Het kan ook een hulp(middel) zijn, verhoogd toilet of elektrische fiets. ZRM De Zelfredzaamheid-Matrix (ZRM) heeft elf domeinen waarop de mate van zelfredzaamheid wordt beoordeeld, namelijk Financiën, Dagbesteding, Huisvesting, Huiselijke relaties, Geestelijke gezondheid, Lichamelijke gezondheid, Verslaving, Activiteiten dagelijks leven, Sociaal netwerk, Maatschappelijke participatie en Justitie. Het college kan de ZRM matrix inzetten als instrument om de zelfredzaamheid van de individuele cliënt in kaart te brengen. De ZRM wordt eenmaal afgenomen bij een cliënt, de score geeft inzicht in de zelfredzaamheid. Ook wordt de matrix ingezet om de voortgang en ontwikkeling van de zelfredzaamheid te bepalen. De ZRM wordt in eerste instantie ingezet bij cliënten die een hulpvraag hebben op het gebied van thuishulp en/of begeleiding. In de bijlage wordt de ZRM nader uitgelegd. Artikel1.2Participatie Volgens de wettelijke definitie gaat het bij participatie om ‘deelnemen aan het maatschappelijke verkeer’. Dat wil zeggen dat iemand, ondanks zijn lichamelijke of geestelijke beperkingen op gelijke voet met anderen in redelijke mate mensen kan ontmoeten en aan maatschappelijke activiteiten kan deelnemen. Participatie is sterk individueel bepaald en de mogelijkheden zullen samenhangen met de beperking. Artikel1.3Eigen verantwoordelijkheid De Wmo is uitsluitend bedoeld om mogelijkheden te bieden door middel van voorzieningen als het niet in iemands eigen vermogen ligt het probleem op te lossen. De eigen verantwoordelijkheid komt tijdens een gesprek aan de orde. Een oplossing van problemen kan bijvoorbeeld al aanwezig zijn in die zin dat deze feitelijk al jaren behoort tot iemands normale levenspatroon. Bij problemen met het schoonhouden van het huis zijn er talloze mensen die gewend zijn daar iemand voor in te huren, zoals tweeverdieners of mensen met voldoende inkomen. In deze situatie hoeft niets te veranderen, als men op basis van leeftijd of een ongeval beperkingen krijgt. Door voort te zetten wat men had ontstaat er geen probleem dat om een oplossing vraagt. Dat zou anders kunnen zijn als door het ontstaan van de beperking het inkomen daalt. Het kan dan zijn dat iemand de eerder ingehuurde schoonmaakhulp niet meer kan betalen. Dat zou aanleiding kunnen zijn wel te compenseren. Daarvoor zal een zorgvuldig onderzoek verricht moeten worden. Het kan ook zijn dat er (veel) meer thuishulp nodig is. Dan zou het kunnen zijn dat er wel sprake is van meerkosten en dat er daardoor gecompenseerd moet worden. Eigen verantwoordelijkheid betekent dat iemand verantwoordelijk is voor de keuzes die hij zelf maakt. Eigen verantwoordelijkheid nemen is bijvoorbeeld ook kijken naar nieuwe technische ondersteuningsmogelijkheden waardoor iemand meer zelf kan gaan doen in huis. Belangrijk is dat in een gesprek goede voorlichting wordt gegeven en dat in gezamenlijkheid gekeken wordt naar invulling van het begrip ‘eigen verantwoordelijkheid’. Een ander voorbeeld is het vervoer. Veel mensen zijn op dit moment gewend al bijna hun hele leven gebruik te maken van een auto. Als zij een beperking krijgen, door leeftijd of door een ongeval, hoeft er in feite niets te veranderen, als zij met diezelfde auto in staat blijven hun verplaatsingen te maken. Er hoeft dan niet gecompenseerd te worden. Dat zou anders kunnen zijn als zij door hun beperking veel meer verplaatsingen moeten gaan maken, of als de auto voor hun handicap aangepast zou moeten worden. In het eerste geval kan onderzoek verricht worden naar de aard van de extra ritten en de kosten daarvan, in relatie tot het eerdere verplaatsingspatroon en zou compensatie mogelijk zijn als er blijkt dat er sprake is van meerkosten. In het tweede geval, waarin sprake is van noodzakelijke autoaanpassingen, is er sprake van meerkosten: zonder beperking waren de autoaanpassingen niet nodig geweest. Voor de meerkosten is compensatie mogelijk. Ook bij woonvoorzieningen speelt de eigen verantwoordelijkheid een grote rol. Als iemand 65 is en zijn badkamer gaat renoveren mag een gemeente veronderstellen dat hij - ook al zijn er nog geen beperkingen - rekening houdt met het gegeven dat hij een dagje ouder wordt. Dat betekent dat de persoon in kwestie aan een douche moet denken in plaats van uitsluitend een bad. Daar spelen allerlei individuele factoren natuurlijk in mee, zoals: is er plaats voor, wat is de rol van het bad voor therapie e.d. Artikel1.4Algemene voorziening Als iemand zijn zelfredzaamheid en/of participatie kan verbeteren met een algemene voorziening, komt hij op dat punt niet meer in aanmerking voor een maatwerkvoorziening. Wanneer blijkt dat de cliënt niet op eigen kracht of met hulp van het sociaal netwerk tot een oplossing kan komen, wordt beoordeeld of er zogenaamde algemene voorzieningen zijn die de problemen die de cliënt ervaart (gedeeltelijk) kunnen oplossen. Algemene voorziening is een breed begrip. Het betreft voorzieningen waar iedereen, zonder indicatie of andere vorm van toegang, gebruik van kan maken. Algemene voorzieningen kunnen commerciële diensten zijn zoals een boodschappenbezorgdienst maar ook diensten zonder winstoogmerk, zoals het restaurant van een verzorgingshuis waar buurtbewoners tegen een geringe vergoeding kunnen eten. Voorbeelden van algemene voorzieningen: Sport- en culturele activiteiten Alarmering, pictogrammenbord of domotica in huis Gezelschap of ondersteuning door vrijwilliger Artikel1.5Maatwerkvoorziening Een maatwerkvoorziening is aanvullend op wat iemand zelf kan bijdragen, en vormt samen met de inzet van eigen kracht of, indien van toepassing, gebruikelijke hulp of mantelzorg een samenhangend ondersteuningsaanbod, ofwel maatwerk. Voor een maatwerkvoorziening zijn twee financieringsvormen mogelijk, namelijk in natura of een persoonsgebonden budget. Een maatwerkvoorziening wordt op grond van de wet in natura toegekend, tenzij de aanvrager een gemotiveerd verzoek doet om een persoonsgebonden budget. Voor een maatwerkvoorziening geldt, met uitzondering van rolstoelen, een inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Hoofdstuk2Procedure Artikel2.1Vaststelling identiteit De gemeente is wettelijk verplicht om de identiteit vast te stellen van de personen aan wie de gemeente een dienst verleent. Dat geldt ook voor cliënten die zich melden bij het Wmo-loket met een hulpvraag. Daarom wordt aan alle nieuwe en onbekende klanten gevraagd naar een geldig legitimatiebewijs. Dit kan een geldig paspoort, ID-kaart of rijbewijs zijn. Bij een eerste melding of aanvraag moet een leesbare kopie of foto van een geldig legitimatiebewijs toegevoegd worden aan het dossier, ook als het gaat om een telefonische intake. Bij een vervolgmelding of –aanvraag wordt het BSN-nummer en het nummer van het legitimatiebewijs genoteerd. Artikel2.2Melding Wie Inwoners van De Wolden met ondersteuningsvragen op het gebied van wonen, welzijn, zorg en onderwijs kunnen met deze vragen bij het Sociaal Team terecht. Door of namens een cliënt kunnen ondersteuningsvragen vormvrij worden ingediend. Naast de inwoner kan ook diens vertegenwoordiger, mantelzorger, partner, familielid, buurman of andere betrokkene een melding doen. Dit kan via het algemene telefoonnummer, via de balie of via één van de samenwerkende organisaties. Informatie en advies Soms blijkt na een korte vraagverkenning dat met informatie en advies de ondersteuningsvraag is beantwoord. Als dat het geval is dan wordt dat ook vastgelegd. Wanneer verdere vraagverheldering of verdieping nodig is, dan wordt een afspraak gemaakt om een gesprek te voeren, waarin de situatie uitgebreid wordt besproken Registratie Vanaf de datum van melding begint de termijn van zes weken onderzoek te lopen. De ontvangst van de melding wordt schriftelijk bevestigd. Spoed In spoedeisende gevallen treft het college na de melding onverwijld een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek. Artikel2.3Onderzoek Sociaal Team Alle meldingen waarvoor een onderzoek nodig is komen terecht bij het Sociaal Team De Wolden. Meldingen kunnen op verschillende plaatsen binnenkomen en op verschillende manier kunnen worden gedaan, maar komen allemaal in hetzelfde registratiesysteem terecht. Meldingen kunnen in de netwerkorganisatie met elkaar gedeeld worden. Hierover hebben de organisaties, die samen het sociale team vormen, onderling afspraken gemaakt in overeenstemming met de privacyregelgeving. Het gesprek In de uitnodiging voor een gesprek wordt de client geattendeerd op de mogelijkheid en wenselijkheid dat een derde (bijvoorbeeld familielid, mantelzorger of begeleider) bij het gesprek aanwezig is. Het gesprek is het uitgangspunt tijdens het uitgebreide onderzoek naar de situatie van de cliënt . In dit gesprek wordt er actief meegedacht over zaken zoals algemene voorziening, eigen kracht, het inzetten van het eigen netwerk. In het gesprek wordt er samen met de cliënt gekeken hoe de cliënt zelf of met steun van zijn omgeving het probleem op kan lossen. Uitgangspunt bij het gesprek is de eigen verantwoordelijkheid. Vervolgens wordt beoordeeld of een vrijwilliger of een algemene voorziening een oplossing kan bieden. Mochten alle voorliggende zaken onvoldoende oplossing bieden dan wordt er onderzocht of een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 een oplossing kan bieden. Gegevensverzameling De betrokken cliënt kan gevraagd worden gegevens en informatie te verstrekken die voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs kan beschikken. Waar mogelijk wordt de mantelzorger of de vertegenwoordiger van degene waar de ondersteuningsvraag betrekking op heeft betrokken bij het onderzoek. Ook bestaande zorgplannen, al uitgevoerde diagnostische onderzoeken en informatie van professionals kunnen onderdeel uitmaken van het onderzoek. Bij de gegevensverzameling zullen de grenzen van de Wet bescherming persoonsgegevens in acht genomen worden. Voor zover het al niet in de wet is geregeld heeft het College toestemming nodig om gegevens van inwoners te verwerken en zal in het onderzoek de inwoner toestemming vragen om zijn persoonsgegevens te verwerken. Artikel2.4Verslag Van het onderzoek wordt door de Wmo consulent een verslag gemaakt dat binnen 10 dagen na het gesprek aan de client en/of diens vertegenwoordiger wordt verstrekt. De cliënt heeft de mogelijkheid om later in het verslag opmerkingen en aanvullingen aan te brengen. Deze komen niet in plaats van het oorspronkelijke verslag, maar worden aan het oorspronkelijke verslag toegevoegd. Het verslag kan niet gecorrigeerd worden door cliënt. Artikel2.5Aanvraag Wie Een cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger kan een aanvraag om een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij het college. Een ondertekend verslag van het gesprek kan ook als aanvraag aangemerkt worden als de cliënt dat op het verslag heeft aangegeven. Hoe Binnen 2 weken na het indienen van de aanvraag op grond van de Wmo 2015, ontvangt de cliënt schriftelijk de beslissing op de aanvraag. Een aanvraag kan alleen door de gemeente in behandeling worden genomen wanneer een aanvraagformulier of gespreksverslag voorzien van naam, adres en ondertekening door de inwoner (of gemachtigde) bij de gemeente is ingeleverd. Als er nog stukken ontbreken, vraagt de gemeente de inwoner om de aanvraag aan te vullen (artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht). In de aanvraagprocedure kan medisch of ergonomisch advies onderdeel uitmaken van het onderzoek. Dit onderzoek vindt zo spoedig mogelijk plaats. In verband met dit onderzoek kan de beslistermijn opgeschort worden. Hoofdstuk3Criteria maatwerkvoorziening Artikel3.1Voorzienbaarheid en vermijdbaarheid Uit de criteria voor een maatwerkvoorziening in artikel 8 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning blijkt dat de cliënt alleen voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komt als de noodzaak tot ondersteuning redelijkerwijs niet vermijdbaar was, de voorziening niet voorzienbaar was of van de cliënt niet verwacht kon worden dat hij maatregelen getroffen zou hebben die de hulpvraag overbodig hadden gemaakt. Voorbeeld Dit betekent bijvoorbeeld dat wanneer men verhuist naar een woning waarvan bij verhuizing redelijkerwijs duidelijk is dat deze niet geschikt is voor de cliënt of zijn huisgenoten, dat men niet in aanmerking komt voor woningaanpassingen, als er ten tijde van de verhuizing een geschiktere woning beschikbaar is. Artikel3.2Sociale omstandigheden Hierbij wordt onder andere gekeken naar de gezinssamenstelling, het wel of niet aanwezig zijn van een sociaal netwerk, beschikbare mantelzorg etc. Tevens wordt onderzocht of het ondersteunen bij het opzetten van een sociaal netwerk een mogelijke oplossing is. Ook hierbij kunnen externe deskundigen worden ingeschakeld. Artikel3.2.1Gebruikelijke hulp Gebruikelijke hulp is hulp of ondersteuning waarvan het gebruikelijk is dat huisgenoten en/of directe familieleden dit voor elkaar doen. Dit betekent bijvoorbeeld bij het huishouden dat, als cliënt zelf het huishouden niet meer kan doen, de huisgenoten die taken in principe moeten overnemen. Maar onder gebruikelijke hulp kan ook vallen dat huisgenoten elkaar helpen bij het vervoer van en naar allerlei afspraken. Gebruikelijke hulp bij hulp in het huishouden. Tot de leefeenheid behorende huisgenoten zijn bijvoorbeeld echtgeno(o)t(e), partner, inwonende kinderen ouder dan 18 jaar en/of andere inwonende personen. Van kinderen van 18 tot 23 jaar wordt verwacht dat zij in staat zijn om een eenpersoonshuishouden te voeren. Deze kinderen kunnen een deel van de huishoudelijke taken op zich nemen. Van alle huisgenoten vanaf 23 jaar wordt verwacht dat zij in staat zijn een meerpersoonshuishouden te voeren. Of er sprake is van inwoning wordt naar de concrete feitelijke situatie beoordeeld. Hier kan bijvoorbeeld om een huurcontract worden gevraagd, indien dit aan de orde is. Bij gebruikelijke hulp wordt uitgegaan van de mogelijkheid om naast een volledige baan of studie een huishouden te kunnen runnen. Alleen bij daadwerkelijke afwezigheid van de huisgenoot gedurende 5 etmalen aaneengesloten zullen de niet uitstelbare taken overgenomen kunnen worden. De afwezigheid van de huisgenoot moet een verplichtend karakter hebben en inherent zijn aan diens werk; denk hierbij aan offshore werk, internationaal vrachtverkeer en werk in het buitenland. Voor kinderen die tot het meerpersoonshuishouden behoren, gelden de volgende uitgangspunten: Kinderen tot 5 jaar leveren geen bijdrage aan de huishouding. Kinderen van 5 tot 13 jaar worden naar hun eigen mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden zoals opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, boodschap doen, kleding in de wasmand doen. Kinderen vanaf 13 jaar kunnen, naast bovengenoemde taken, hun eigen kamer op orde houden, dat wil zeggen rommel opruimen, stofzuigen, bed verschonen. Taken van een 18 tot 23 jarige: van een volwassen gezonde huisgenoot wordt verwacht dat deze de huishoudelijke taken overneemt wanneer de primaire verzorger uitvalt. Een 18 tot 23 jarige wordt verondersteld een eenpersoonshuishouden (tweekamer woning) te kunnen voeren. Inwonende kinderen van 23 jaar of ouder worden in staat geacht om een volledig huishouden te runnen. Bij dreigende overbelasting van de huisgenoot kan een beroep worden gedaan op de compensatieplicht uit de Wmo. Concreet betekent dit dat, ondersteuning kan worden geboden bij het functioneren van het huishouden. Gebruikelijke hulp bij vervoer Als de partner van een cliënt met een vervoersprobleem de beschikking heeft over een auto en hij is redelijkerwijs in de gelegenheid om cliënt van en naar afspraken te brengen, wordt van hem verwacht dat hij actief bijdraagt aan het oplossen van het vervoersprobleem. Gebruikelijke hulp bij persoonlijke verzorging Volwassenen onderling Van belang is onderscheid te maken tussen: gebruikelijke persoonlijke verzorging van partners voor elkaar, gebruikelijke persoonlijke verzorging van volwassen huisgenoten voor elkaar, w.o. inwonende volwassen kinderen (> 18 jaar) voor hun ouders. Van partners wordt verwacht dat zij naar vermogen elkaar persoonlijke verzorging bieden in kortdurende zorgsituaties (< 3 maanden) met uitzicht op herstel. Bij een zorgvraag die naar verwachting langer dan 3 maanden zal gaan duren, is persoonlijke verzorging –indien voorzienbaar vanaf het begin- ook tussen partners geen gebruikelijke zorg. Wanneer de partner voor het deel dat de gebruikelijke zorg overstijgt, een aanvraag indient voor Wmo of Zvw-zorg, dient dat te worden opgevat als een signaal dat de mantelzorg niet vrijwillig wordt gegeven. Persoonlijke verzorging van huisgenoten, anders dan partners, onderling is geen gebruikelijke zorg. De zorgplicht van partners onderling betreft persoonlijke, lichamelijke zorg inclusief assistentie bij de algemeen dagelijkse levensverrichtingen, aandacht en begeleiding bij ziekte en psychosociale problemen. Dit betreft in ieder geval kortdurende zorgsituaties (tot 3 maanden) met uitzicht op herstel. Een voorbeeld hiervan is de zorg voor een huisgenoot tijdens een kortdurend gezondheidsprobleem als herstel na een operatie, griep, gekneusde ledematen e.d. Deze vorm van zorg is in principe (afhankelijk van de aard, omvang en duur) gebruikelijk. Leefeenheid met kinderen die extra zorg nodig hebben Bij het beoordelen van de extra draaglast van ouders met een kind met een handicap, chronische ziekte of andere beperkingen in het functioneren, wordt gekeken naar wat een kind zonder die beperkingen in vergelijkbare omstandigheden aan zorg nodig zou hebben. Daar waar de gebruikelijke zorg van ouders voor kinderen aanmerkelijk wordt overschreden wordt indien gevraagd persoonlijke verzorging geïndiceerd. Zo kan worden onderbouwd dat bijvoorbeeld de zorg voor kinderen van 0-5 niet per definitie alleen gebruikelijke zorg is. Voor de gebruikelijke zorg conform de leeftijd van het kind kan geen beroep gedaan worden op de Zvw of Wmo. Extra zorg overtreft de normale zorg door extra duur en intensiteit van toezicht, verzorging en begeleiding. Deze extra zorg valt onder de persoonlijke verzorging of begeleiding, afhankelijk van het doel. Kinderen van 0 tot 5 kunnen niet zonder toezicht van volwassenen; hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotore ontwikkeling; zijn tot 4 jaar niet zindelijk; moeten volledig verzorgd worden: aan- en uitkleden, eten, wassen; hebben begeleiding nodig bij hun sport/spel/vrijetijdsbesteding; sport- en hobbyactiviteiten niet in verenigingsverband; zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven. Kinderen van 5-12 kinderen vanaf 5 jaar hebben een reguliere dagbesteding op school; kunnen niet zonder toezicht van volwassenen; hebben toezicht nodig en nog maar weinig hulp bij hun persoonlijke verzorging; hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotore ontwikkeling; zijn overdag zindelijk, en 's nachts merendeels ook; hebben bij hun vrijetijdsbesteding alleen begeleiding nodig in het verkeer wanneer zij van en naar hun activiteiten gaan; hebben een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur/week; sport- en hobbyactiviteiten in verenigingsverband, ongeveer 2 maal per week. Kinderen van 12 tot 18 jaar hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen; kunnen vanaf 16 jaar dag en nacht alleen gelaten worden kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig; hebben geen begeleiding nodig van en naar hun vrijetijdsactiviteiten; sport- en hobbyactiviteiten in verenigingsverband, een onbekend aantal keren per week; hebben tot 16 jaar een reguliere dagbesteding op school; hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bv. huiswerk). Voor de activiteiten die een kind zonder beperkingen niet zelfstandig uitvoert, geldt een zorgplicht van ouders. Het betreft hier dus gebruikelijke zorg van ouders voor kinderen. Verpleging is geen gebruikelijke zorg Kortdurende zorg en verpleging van zieke kinderen thuis behoort ook tot de gebruikelijke zorg van ouders voor hun kinderen. Verpleging van een (chronisch) ziek kind is geen gebruikelijke zorg. De verpleegkundige handelingen die moeten worden uitgevoerd kunnen worden geïndiceerd. Indien het kind is aangewezen op voortdurend nabij toezicht is dat –conform leeftijd- wel gebruikelijke zorg. Gebruikelijke hulp bij begeleiding Begeleiding bij volwassenen onderling Bij volwassenen onderling kan van partners en andere volwassen huisgenoten ten opzichte van elkaar worden verondersteld dat een groot deel van het sociaal verkeer gezamenlijk plaatsvindt, en begeleiding door onderling dus gebruikelijk is. Inwonende volwassenen waaronder partner, huisgenoot of volwassen kinderen (> 18 jaar) worden verondersteld de praktische, ondersteunende begeleiding in het normale maatschappelijke verkeer te verzorgen. Ouders voor kinderen Ouders hebben een zorgplicht voor hun kinderen. Binnen de begeleiding spitst de vraag van ouders van kinderen met beperkingen zich toe op oppasvoorziening, begeleiding bij onderwijs en vrije tijdsactiviteiten en ondersteuning mantelzorg. Dit zijn domeinen, waarbij de afweging van wat gebruikelijke zorg en wat extra zorg is, aan de orde is. Toch zal eventuele overbelasting altijd onderzocht en eventueel meegewogen moeten worden. Bij begeleiding is de afweging voor welke voorliggende voorzieningen wettelijke regelingen bestaan van belang. Artikel3.2.2Mantelzorg Mantelzorg is zorg die wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving waarbij - de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en - de zorg niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt verleend. Bij mantelzorg wordt de normale (gebruikelijke) zorg in zwaarte, duur en of intensiteit aanmerkelijk overschreden. Mantelzorg komt na gebruikelijke zorg. Binnen een leefeenheid is er nooit sprake van mantelzorg als het gaat om het functioneren van het huishouden, maar betreft het altijd gebruikelijke zorg. Als de mantelzorger van buiten de leefeenheid komt, kan het functioneren van het huishouden deel uitmaken van de mantelzorg. Om een mantelzorger te ondersteunen kan een beroep worden gedaan op de Wmo. Concreet betekent dit dat bij dreigende overbelasting van de mantelzorger, ondersteuning kan worden geboden bij het functioneren van het huishouden en/of de begeleiding van cliënt, niet zijnde de mantelzorger. Artikel3.3Vervanging van een eerder verstrekte maatwerkvoorziening Als er sprake is van vervanging van een eerder verstrekte maatwerkvoorziening dan kan dit alleen als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, tenzij: de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan en dat de cliënt niet aan te rekenen is; de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten; of de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning. Voorbeeld Dit kan bijvoorbeeld zijn omdat de medische beperkingen zijn toegenomen. Artikel3.4Goedkoopst adequate voorziening De verstrekking is altijd gebaseerd op de goedkoopst adequate voorziening. Er zijn vaak meerdere geschikte oplossingen, maar er wordt gekozen voor de oplossing die naar objectieve maatstaven de goedkoopste is. Indien de inwoner een duurdere voorziening wil (die eveneens adequaat
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.