Algemene subsidieverordening AlkmaarDe Raad van de gemeente Alkmaar; gelet op het voorstel van burgemeester en wethouders, bijlage nr. 2015-1539; gelet op het advies van de commissie Sociaal; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; b e s l u i t: Vast te stellen de Algemene subsidieverordening Alkmaar. Artikel1.Begripsomschrijvingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard („de algemene groepsvrijstellingsverordening”) (PbEU L 214/3), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving; - de-minimisverordening: verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L379/5), verordening (EG) nr. 1535/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 337/35) en verordening (EG) nr. 875/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserijsector en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1860/2004 (PbEU L 193/6), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving; - Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 en 109 van het Verdrag heeft vastgesteld; - onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent; - Verdrag: Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie; Boekjaar: een begrotingsjaar dat qua data afwijkt van of korter is dan een kalenderjaar; College: het college burgemeester en wethouders van Alkmaar; Sisa: de manier waarop gemeenten zich aan het Rijk moeten verantwoorden over de besteding van de specifieke uitkeringen via “single information en single audit”. Artikel2.Reikwijdte en bevoegdheid college 1.Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van subsidies. 2.Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college op de volgende beleidsterreinen, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen: algemeen bestuur burgerrelaties veiligheid bereikbaarheid economie en toerisme cultuur, kunst en cultureel erfgoed onderwijs en jeugd sport en recreatie ondersteuning werk, participatie en inkomen milieu en leefomgeving ruimtelijke ontwikkelingen en wonen 3.Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is, kan het college bepalen dat gedeelten van deze verordening niet van toepassing zijn. 4.Het college kan voorwaarden verbinden aan de beschikking tot subsidieverlening. 5.Het college kan daarnaast de verplichting opleggen dat voor bepaalde zaken een verzekering wordt afgesloten. Artikel3.Nadere regels 1.Het college kan bij nadere regels vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. 2.De in het eerste lid opgenomen verplichting geldt niet voor de subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is. 3.In de nadere regel wordt tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald. Artikel4.Europees steunkader 1.Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kan het college bij nadere regel afwijken van deze verordening en deze aanvullen. 2.Bij nadere regels waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de nadere regel naar het toepasselijke steunkader. 3.Bij subsidies waar een Europees steunkader op van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader. 4.Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader. 5.Bij subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is, komen onderneming alleen in aanmerking voor subsidies die voldoen aan de voorwaarden van de de-minimisverordening. Artikel5.Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud *1.De raad kan subsidieplafonds vaststellen. In dat geval wordt bij nadere regel de wijze vanverdeling van de betrokken subsidie bepaald.. *2.De raad kan een subsidieplafond verlagen: als het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; of als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. 3.Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging. 4.Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen. Artikel6.Aanvraag 1.Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college. 2.Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over: een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen; een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; als de aanvrager een onderneming is: een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; een verklaring als bedoeld in de de-minimisverordening (de-minimisverklaring); als het een subsidie betreft die per boekjaar of kalenderjaar aan een rechtspersoon wordt verstrekt, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag. 3.Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt voegt een exemplaar van de oprichtingsakte en de statuten toe aan de aanvraag alsmede, voor zover het een subsidie per kalenderjaar of per boekjaar van meer dan € 20.000,-- betreft, het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar. 4.Bij nadere regel kan van de voorgaande leden worden afgeweken. 5.Het college kan andere dan, of slechts enkele van, de in het tweede en derde lid genoemde gegevens verlangen, indien die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk respectievelijk voldoende zijn. Artikel7.Aanvraagtermijn 1.Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend tussen 1 juni tot en met 31 augustus voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. 2.Een aanvraag om een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt wordt ingediend vanaf 20 weken tot uiterlijk 13 weken voorafgaand aan dat boekjaar. 3.Andere aanvragen om subsidie worden ingediend tussen 13 en 4 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 4.Bij nadere regel kunnen andere termijnen worden gesteld. Artikel8.Beslistermijn 1.Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend. 2.Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, tweede en derde lid, binnen 13 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend. 3.In bijzonder gevallen kan het college de in het eerste en tweede lid genoemde termijnen verlengen. 4.Bij nadere regel kunnen andere termijnen worden gesteld. 5.Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, tweede lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen. Artikel9.Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden 1.Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid , en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigert het college de subsidie in ieder geval: als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, tweede lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard. 2.Onverminderd het vorige lid kan het college de subsidie verder in ieder geval weigeren: als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; als de aanvrager met uitvoering van de activiteiten beoogt winst te maken; als de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde dan wel deze niet passen binnen het beleid van de gemeente Alkmaar; de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor de activiteiten en/of het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld; de aanvrager ook zonder de gevraagde subsidie over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden, kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken; de doelstellingen, activiteiten, statuten of reglementen van de aanvrager dan wel het beoogde gebruik van de subsidie discriminatie opleveren wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, burgerlijke staat, seksuele gerichtheid, leeftijd of op welke grond dan ok. Onder discriminatie wordt in dit verband niet begrepen onderscheid ter opheffing van maatschappelijke achterstand; als de subsidieverstrekking op grond van artikel 107 van het Verdrag niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, tweede lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; in de bij de betrokken nadere regel bepaalde gevallen. 3.Het college kan een subsidie in ieder geval weigeren dan wel intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur . 4.Het college vordert een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak. Artikel10.Verantwoording Het college kan bij nadere regel aanvullende eisen stellen ten aanzien van de wijze waarop de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden. Artikel11.Algemene verplichtingen van subsidieontvanger De subsidieontvanger is verplicht alle relevante wijzigingen in de organisatie onverwijld aan het college te melden voor zover deze wijzigingen van invloed zijn op de gesubsidieerde activiteiten. Artikel12.Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen 1.Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden verbonden met betrekking tot het beheer en gebruik van hetgeen met de subsidie tot stand is gebracht. 2.Bij subsidies hoger dan € 100.000,--, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. 3.Indien het college subsidie verstrekt voor activiteiten, die mede door andere bestuursorganen worden gesubsidieerd, kan het college afwijken van de bij of krachtens deze Algemene subsidieverordening aan de subsidie te verbinden verplichtingen, voor zover dit wenselijk is met het oog op een goede afstemming met de door die andere bestuursorganen opgelegde of op te leggen verplichtingen, en daardoor het belang met het oog, waarop die verplichtingen zouden moeten worden opgelegd, niet onevenredig wordt geschaad. 4.Als er sprake is van subsidie waartoe door een ander bestuursorgaan door middel van subsidiering of via een Europese subsidie de gelden beschikbaar zijn gesteld, moet de aanvraag voor subsidievaststelling voldoen aan de aan de gemeente daarbij opgelegde verantwoordingsverplichtingen. Indien de gemeente de aan haar verstrekte subsidie via SiSa moet verantwoorden, is de subsidieontvanger verplicht een tussentijdse verantwoording in te dienen ten behoeve van de jaarrekeningcontrole van de gemeente voor het jaar waarvoor de subsidie is verstrekt. Artikel13.Eindverantwoording subsidies tot en met € 20.000,-- 1.Subsidies tot en met € 20.000,-- worden door het college: direct vastgesteld, of verleend en – tenzij toepassing wordt gegeven aan het derde lid – binnen 13 weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld. 2.Bij een subsidie als bedoeld in het vorige lid onder a kan het college de aanvrager bij de subsidievaststelling verplichten achteraf bewijzen te overleggen dat de activiteit daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. 3.Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan de aanvrager worden verplicht om voorafgaand aan de vaststelling op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. In dat geval vindt de vaststelling plaats binnen 13 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt. 4.In geval van verlening van een subsidie zoals bedoeld in het eerste lid onder a, wordt een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie. Artikel14.Eindverantwoording subsidies vanaf € 20.000,-- tot en met € 100.000,-- 1.Bij subsidies van meer dan € 20.000,-- doch ten hoogste € 100.000,-- dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in. 2.De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en waaraan de subsidie is besteed. 3.Bij nadere regel kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht. Artikel15.Eindverantwoording subsidies van meer dan € 100.000 1.Bij subsidies van meer dan € 100.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in: in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt tot en met € 250.000,--, uiterlijk op 1 april van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar; in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt groter dan € 250.000,-- uiterlijk op 1 juni van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar in geval van een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt tot en met € 250.000,--, uiterlijk 13 weken na afloop van het betrokken boekjaar; in geval van een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt groter dan € 250.000,--, uiterlijk 22 weken na afloop van het betrokken boekjaar. in andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht indien subsidie is verstrekt tot en met € 250.000,-- en 22 weken indien een subsidie is verstrekt groter dan € 250.000,--. 2.De aanvraag bevat: een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht; een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en bij subsidies groter dan € 250.000,--: een controleverklaring van getrouwheid en rechtmatigheid, opgesteld door een onafhankelijk accountant. 3.Bij nadere regel kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd. Artikel16.Beslistermijn subsidievaststelling 1.Het college stelt de subsidie vanaf € 20.000,-- tot en met € 100.000,-- vast binnen 13 weken en de subsidie groter dan € 100.000,-- binnen 22 weken na de ontvangst van een volledige aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij nadere regel anders is bepaald. 2.Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 8 weken worden verdaagd. 3.Bij nadere regel kunnen categorieën subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend. 4.Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 14, eerste lid en 15, eerste lid, aanhef en onder a, b of c, is ingediend, kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de volledige aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling. Artikel17.Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen. Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader. Artikel18.Hardheidsclausule Het college kan deze verordening, met uitzondering van de artikelen 2, 3 en 4, in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen. Artikel19.Slotbepalingen 1.De Algemene subsidieverordening Alkmaar zoals vastgesteld op 29 november 2012, de Algemene subsidieverordening Schermer 2013 en de Algemene subsidieverordening Graft de Rijp 2012 worden ingetrokken. 2.Deze verordening treedt in werking op 1 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.