GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING VEILIGHEIDSREGIO GELDERLAND-ZUIDHOOFDSTUK1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsomschrijvingen 1.In deze regeling wordt verstaan onder: de veiligheidsregio: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van deze regeling; deelnemende gemeenten: de aan deze regeling deelnemende gemeenten; Gedeputeerde Staten: het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland; regeling: de onderhavige gemeenschappelijke regeling; wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; 2.Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van de gemeente, het gemeentebestuur, de raad, het college, de burgemeester en de secretaris onderscheidenlijk de veiligheidsregio, het bestuur van de veiligheidsregio, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en de algemeen directeur . Artikel2Openbaar lichaam 1.Er is een openbaar lichaam, genaamd Veiligheidsregio Gelderland-Zuid. Het openbaar lichaam bezit rechtspersoonlijkheid en is ingesteld op grond van artikel 9 van de wet Veiligheidsregio's. 2.De Veiligheidsregio Gelderland-Zuid is een regionaal samenwerkingsverband van de gemeenten Beuningen, Buren, Culemborg, Druten, Geldermalsen, Berg en Dal, Heumen, Lingewaal, Maasdriel, Neder-Betuwe, Neerijnen, Nijmegen, Tiel, West Maas en Waal, Wijchen en Zaltbommel. 3.De veiligheidsregio is gevestigd in Nijmegen. Artikel3Bestuursorganen De veiligheidsregio kent de volgende bestuursorganen: het algemeen bestuur; het dagelijks bestuur; de voorzitter; de bestuurscommissies als bedoeld in artikel 17 van deze regeling. HOOFDSTUK2BELANGEN, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN Artikel4Belangen De veiligheidsregio behartigt de belangen van de deelnemende gemeenten op de volgende terreinen: Brandweerzorg; Geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen (GHOR); Rampenbestrijding en crisisbeheersing; Ambulancezorg; Het voorzien in de meldkamerfunctie; Sociale Veiligheid, voor zover het gaat over onderwerpen waarover regionale afstemming gewenst is. Artikel5Taken en bevoegdheden Ter behartiging van de in artikel 4 genoemde belangen is de veiligheidsregio belast met de uitvoering van de volgende taken en beschikt zij - onverminderd het bepaalde in artikel 30 van de wet - over de daarbij behorende bevoegdheden: het in stand houden van een (regionale) brandweer; het in stand houden van een bureau GHOR; het in stand houden van een Regionale Ambulance Voorziening (RAV); het in stand houden van een gemeenschappelijke meldkamer; het waarschuwen van de bevolking, het verkennen van gevaarlijke stoffen en het verrichten van ontsmetting, het adviseren van andere overheden en organisaties op het gebied van de brandpreventie, brandbestrijding en het voorkomen, beperken en bestrijden van ongevallen met gevaarlijke stoffen, zoals bedoeld in artikel 25 van de Wet veiligheidsregio's; het opstellen, vaststellen en uitvoeren van een beleidsplan, gebaseerd op een risicoprofiel, en een crisisplan; het daadwerkelijk verlenen of doen verlenen van ambulancezorg- en vervoer; het inventariseren van risico's van branden, rampen en crises; het adviseren van het bevoegd gezag over risico's van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de Wet veiligheidsregio's aangewezen gevallen alsmede in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald; het adviseren van het bevoegde college van Burgemeester en Wethouders over de taak bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio's; het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing, inclusief de advisering over de gemeentelijke voorbereidingen daarop; het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; het aanwijzen van een inrichting als bedrijfsbrandweerplichtig, als bedoeld in artikel 31 van de Wet veiligheidsregio's; het maken van schriftelijke afspraken en het - zo nodig - in overleg treden met instellingen, zorgaanbieders en ambulancevervoerders, zoals bedoeld in artikel 33 en 34 van de Wet veiligheidsregio's; het sluiten van convenanten met de regiopolitie, andere overheden en derden over de afstemming, voorbereiding of uitvoering van taken die betrekking hebben op de hulpverlening en veiligheid; het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de in dit artikel genoemde taken; het verschaffen van informatie en het zorg dragen voor de communicatie over rampen en crises, als bedoeld in de artikelen 46 en 49 van de Wet veiligheidsregio's; het geven van een bevel als bedoeld in artikel 48, tweede lid, van de Wet veiligheidsregio's. het zorg dragen voor een periodieke kostenevaluatie en visitatie, als bedoeld in artikel 56 van de Wet veiligheidsregio's; het aanwijzen van ambtenaren die zijn belast met toezicht, als bedoeld in artikel 61 van de Wet veiligheidsregio's en het daarvan mededeling doen door plaatsing in de Staatscourant; het aanwijzen van een functionaris die is belast met de coördinatie van de maatregelen en voorzieningen die de gemeenten treffen met het oog op een ramp of crisis; het opleggen van een last onder bestuursdwang, als bedoeld in artikel 63 van de Wet veiligheidsregio's; het bespreken van onderwerpen op het terrein van sociale veiligheid waarvoor afstemming raadzaam is; het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, alsmede het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen, anders dan door brand, in de gemeenten; het oprichten van of deelnemen in stichtingen, vennootschappen, en coöperatieve en andere verenigingen, dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van de deelneming overeenkomstig artikel 31a Wet gemeenschappelijke regelingen; alle overige taken en bevoegdheden, die - nu of in de toekomst - op grond van de wet- en regelgeving worden opgedragen aan het bestuur van de veiligheidsregio. Artikel6Vervallen Artikel7Dienstverlening De veiligheidsregio is bevoegd tot het verrichten van (extra) diensten voor een of meer deelnemende gemeenten of voor andere gemeenten of openbare lichamen, indien deze daar om verzoeken. De dienstverlening geschiedt op basis van een overeenkomst tussen de veiligheidsregio en de gemeente of het openbaar lichaam dat het aangaat. In deze dienstverleningsovereenkomst (dvo) wordt neergelegd welke prestaties de veiligheidsregio zal leveren, de kosten die daarvoor in rekening worden gebracht en de voorwaarden waaronder tot dienstverlening wordt overgegaan. Artikel8Wijziging van ondergeschikt belang Het algemeen bestuur kan zelfstandig besluiten tot wijziging van deze gemeenschappelijke regeling, indien de voorgestelde wijziging van ondergeschikt belang is, geen uitbreiding betreft van de overgedragen bevoegdheden en als daartoe door het algemeen bestuur wordt besloten met een meerderheid van tenminste tweederde van het aantal stemmen. HOOFDSTUK3HET ALGEMEEN BESTUUR Artikel9Taken en bevoegdheden 1.Aan het algemeen bestuur behoren de taken en bevoegdheden toe die in deze regeling en bij wet aan dit bestuur zijn opgedragen, alsmede alle bevoegdheden die niet aan het dagelijks bestuur, de voorzitter of een bestuurscommissie zijn opgedragen. 2.Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur of aan een bestuurscommissie bevoegdheden overdragen, met uitzondering van de bevoegdheid tot: het vaststellen en wijzigen van de begroting; het vaststellen van de jaarrekening; het vaststellen van verordeningen, tenzij de verordening een rechtspositionele regeling betreft die slechts van toepassing is op het personeel van de veiligheidsregio; het vaststellen van het beleidsplan als bedoeld in artikel 14 van de Wet veiligheidsregio's; het vaststellen van een crisisplan als bedoeld in artikel 16 van de Wet veiligheidsregio's; het instellen van bestuurscommissies; het oprichten van of deelnemen in stichtingen, vennootschappen, en coöperatieve en andere verenigingen, dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van de deelneming. Artikel10Samenstelling en zittingsduur De burgemeesters van de deelnemende gemeenten zijn lid van het algemeen bestuur. Artikel11Vergaderorde en besloten vergaderingen 1.Het algemeen bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt of ten minste een vijfde van het aantal leden van het algemeen bestuur daarom verzoekt. 2.De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. 3.Het algemeen bestuur beslist bij meerderheid van stemmen, waarbij elk lid in de vergadering één stem heeft, behoudens het bepaalde in lid 10. Indien de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag. 4.Tot het sluiten van de deuren en het vergaderen in beslotenheid kan worden overgegaan met inachtneming van het bepaalde in artikel 22 van de wet. 5.De hoofdofficier van justitie van het arrondissementsparket Oost-Nederland, een vertegenwoordigervan de politie Oost Nederland, de Regionaal Militair Commandant West en de voorzitter van het waterschap Rivierenland ontvangen een uitnodiging om deel te nemen aan vergaderingen van het algemeen bestuur. Zij hebben geen stemrecht. 6.Andere functionarissen worden uitgenodigd om - zonder stemrecht - aan de vergadering deel te nemen, indien hun aanwezigheid van belang is in verband met de te behandelen onderwerpen. 7.De commissaris van de Koning wordt uitgenodigd om bij de vergaderingen van het bestuur aanwezig te zijn. 8.In een besloten vergadering van het algemeen bestuur kan niet worden beraadslaagd of besloten over: het beleidsplan en het beleidsprogramma; de begroting, de wijzigingen daarvan en de jaarrekening; het liquidatieplan. een voorstel tot het wijzigen van deze regeling. 9.Behoudens het bepaalde in lid 10 van dit artikel heeft elke gemeente in de vergadering van het Algemeen Bestuur gelijk stemrecht. 10.Besluiten betreffende de begroting, de wijzigingen daarvan en de rekening en besluiten tot het doen van een uitgaaf voordat de begroting of de begrotingswijziging waarbij deze uitgaaf is geraamd is goedgekeurd, alsmede besluiten betreffende het regionaal beleidsplan worden genomen op basis van gewogen stemrecht, waarbij elke gemeente voor iedere 20.000 inwoners of gedeelte daarvan één stem heeft. 11.Het stemgewicht voor elke gemeente wordt jaarlijks bepaald op basis van het inwonertal op 1 januari van het voorafgaande jaar zoals dit is opgenomen in de bevolkingsstatistiek van het Centraal Bureau voor de Statistiek. HOOFDSTUK4HET DAGELIJKS BESTUUR Artikel12Taken en bevoegdheden Aan het dagelijks bestuur is in elk geval opgedragen: het dagelijks bestuur van de veiligheidsregio, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast; het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur ter beraadslaging en besluitvorming wordt voorgelegd; het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur; regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam; ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan; tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de veiligheidsregio te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31A van de wet; het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte, en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit; te besluiten namens de veiligheidsregio rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist het voorstaan van de belangen van de veiligheidsregio bij andere overheden, instellingen en diensten waarmee, of personen met wie contact met de Veiligheidsregio van belang is; het beheer van activa en passiva van de veiligheidsregio; de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijke beheer en de boekhouding; he houden van een voortdurend toezicht op al hetgeen de veiligheidsregio aangaat en voorts de taken en bevoegdheden die in deze regeling aan dit bestuur zijn opgedragen; Artikel13Samenstelling en zittingsduur 1.Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en minimaal twee andere leden, aan te wijzen door en uit het algemeen bestuur. 2.De zittingsperiode van de leden van het dagelijks bestuur die geen voorzitter zijn, is maximaal vier jaar. Het algemeen bestuur kan over de volgorde van aftreden regels vastleggen in een schema. Na een zittingsperiode kan een bestuurslid opnieuw worden benoemd. 3.Degene die ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn. 4.Indien tussentijds een plaats van een lid openvalt, wordt zo spoedig mogelijk een nieuw lid benoemd. Artikel14Werkwijze en vergaderorde 1.Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of tenminste twee leden van het dagelijks bestuur zulks schriftelijk, onder opgave van de te behandelen onderwerpen verzoeken, in welk laatste geval de vergadering binnen twee weken plaatsvindt. 2.Het dagelijks bestuur beslist bij meerderheid van stemmen, waarbij elk lid in de vergadering één stem heeft. Indien de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag. 3.De artikelen 54, 56, 58 en 59 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 4.Voor zover deze regeling niet anders bepaalt, kan het dagelijks bestuur zijn werkzaamheden verdelen over zijn leden. Het dagelijks bestuur deelt zijn besluiten ter zake mee aan het algemeen bestuur. HOOFDSTUK5DE VOORZITTER Artikel15Taken voorzitter De voorzitter van het algemeen en dagelijks bestuur wordt, in afwijking van artikel 13, negende lid, van de wet, bij koninklijk besluit, gehoord het algemeen bestuur, benoemd uit de burgemeesters van de gemeenten in de regio. De voorzitter kan bij koninklijk besluit worden geschorst en ontslagen. Hij is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. Bij afwezigheid van de voorzitter wordt hij vervangen door de burgemeester die is aangewezen als plaatsvervanger. Hij tekent de stukken, die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur kunnen besluiten dat een ander lid van het bestuur, de algemeen directeur of een andere ambtenaar van de veiligheidsregio de stukken die uitgaan ondertekenen of medeondertekenen. De voorzitter vertegenwoordigt de Veiligheidsregio in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon. Aan de voorzitter komen de taken en bevoegdheden toe, als bedoeld in artikel 24, 34, 39, 40, 60 en 62 van de Wet veiligheidsregio's, alsmede de taken die in enige andere wet- of regelgeving worden opgedragen aan de voorzitter van de veiligheidsregio. HOOFDSTUK6DE COMMISSIES Artikel16Commissies van advies Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter kunnen commissies van advies instellen, met inachtneming van artikel 24 van de wet. Artikel17Bestuurscommissies 1.Het algemeen bestuur kan commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen. 2.Het algemeen bestuur gaat niet over tot het instellen van een commissie als bedoeld in het eerste lid dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten van dit voornemen op de hoogte zijn gesteld en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis te brengen van het algemeen bestuur. 3.Het algemeen bestuur regelt, met inachtneming van artikel 25 van de wet, hun bevoegdheden en samenstelling. HOOFDSTUK7DE SECRETARIS Artikel17aDe Secretaris 1.De algemeen directeur is de secretaris van het algemeen en dagelijks bestuur. 2.De secretaris staat het algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter bij in de uitoefening van hun taak terzijde en is in de vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur aanwezig. 3.De algemeen directeur wordt door een ambtelijk secretaris bijgestaan. 4.Stukken die van het dagelijks bestuur en algemeen bestuur uitgaan worden door de secretaris medeondertekend. HOOFDSTUK8INLICHTINGEN, VERANTWOORDING EN ONTSLAG Artikel18Het dagelijks bestuur en de voorzitter ten opzichte van het algemeen bestuur 1.De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. 2.Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is. 3.Zij geven – tezamen dan wel afzonderlijk – aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen. 4.Uitgezonderd de voorzitter kan een lid van het dagelijks bestuur door het algemeen bestuur worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. In dit geval zijn de artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 5.Het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter, voor het door hem gevoerde bestuur. Artikel19Het algemeen en dagelijks bestuur ten opzichte van raden 1.Het algemeen en het dagelijks bestuur geven aan de raden van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2.Het algemeen en het dagelijks bestuur verstrekken aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door een of meer leden van die raden worden verlangd. Artikel20De leden en de voorzitter van het algemeen bestuur ten opzichte van raden 1.Een lid van het algemeen bestuur verschaft aan zijn raad, met inachtneming van artikel 19 van de wet alle inlichtingen, die door die raad of door één of meer leden van die raad worden verlangd en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die raad aangegeven wijze. 2.Een lid van het algemeen bestuur is aan zijn raad , met inachtneming van artikel 19 van de wet, verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die raad aangegeven wijze. 3.De voorzitter van het algemeen bestuur verstrekt na afloop van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, aan de raden van de getroffen gemeenten informatie over het verloop van de gebeurtenissen en de besluiten die hij heeft genomen. Met inachtneming van artikel 40 van de Wet veiligheidsregio's geschiedt de informatieverstrekking door middel van een verslag, het schriftelijk beantwoorden van vragen en/of het in de raadsvergadering verstrekken van mondelinge inlichtingen. HOOFDSTUK9REGLEMENT VAN ORDE Artikel21Reglement van orde algemeen bestuur 1.Het algemeen bestuur stelt met inachtneming van de artikelen 22 en 23 van de wet voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast. 2.In het reglement van orde worden onder meer regels gegeven omtrent het horen van belanghebbenden ten aanzien van door het algemeen bestuur te nemen besluiten; de wijze van het verstrekken van inlichtingen en het afleggen van verantwoording als bedoeld in de artikelen 19 en 20 van deze regeling. Artikel22Reglement van orde dagelijks bestuur Het dagelijks bestuur kan een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vaststellen, dat aan het algemeen bestuur wordt overgelegd. HOOFDSTUK10AMBTELIJKE ORGANISATIE Artikel23Personeel 1.Ten behoeve van de veiligheidsregio kan personeel worden aangesteld. 2.Op het personeel van de veiligheidsregio is een vooraf aan te wijzen rechtspositieregeling van toepassing. Artikel24Algemeen directeur 1.De algemeen directeur is ambtelijk eindverantwoordelijk voor de voorbereiding, organisatie en uitvoering van de taken van de veiligheidsregio. 2.De algemeen directeur is namens het dagelijks bestuur belast met de integrale dagelijks leiding over de organisatie en de procesvoering ten aanzien van de geïntegreerde voorbereiding en uitvoering van de taken zoals bedoeld in artikel 5. 3.Bij afwezigheid van de algemeen directeur wordt deze vervangen door een daartoe door de algemeen directeur aan te wijzen functionaris. Artikel25Directie en overig personeel 1.Het dagelijks bestuur besluit omtrent de benoeming, schorsing en ontslag van het personeel. 2.Voor de benoeming, schorsing en ontslag van de Directeur Publieke Gezondheid besluit het algemeen bestuur in overeenstemming met het bestuur van de GGD Gelderland-Zuid, voor zover deze functionaris is belast met de operationele leiding van de GHOR als bedoeld in artikel 32 van de Wet veiligheidsregio’s. HOOFDSTUK11KLACHTEN Artikel26Klachtenregeling 1.Het algemeen bestuur stelt, met inachtneming van hoofdstuk 9, titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht en - voor zover van toepassing - de Wet klachtrecht cliënten zorgsector, een klachtenregeling vast. 2.De Nationale ombudsman is bevoegd om klachten, als bedoeld in hoofdstuk 9, titel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht, af te handelen. Hoofdstuk12VERGOEDINGEN Artikel27Regeling inzake vergoeding van werkzaamheden 1.Het algemeen bestuur kan met inachtneming van de artikelen 21 en 25 van de wet voor de leden van een commissie als bedoeld in artikel 17 van deze regeling, die niet de functie van burgemeester, wethouder of secretaris vervullen in een deelnemende gemeente, een regeling inzake de vergoeding van hun werkzaamheden, respectievelijk voor het bijwonen van vergaderingen een tegemoetkoming in de kosten vaststellen. 2.Het algemeen bestuur kan met inachtneming van artikel 24 van de wet bepalen dat de leden van een commissie als bedoeld in artikel 16 van deze regeling, die niet de functie van burgemeester, wethouder, raadslid of secretaris vervullen in een deelnemende gemeente, een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen ontvangen. 3.Het bepaalde in de vorige leden is niet van toepassing op ambtenaren die als zodanig tot lid van een commissie zijn benoemd. 4.De in het eerste en tweede lid bedoelde regelingen worden aan Gedeputeerde Staten gezonden. HOOFDSTUK13HET BELEIDSPLAN , HET CRISISPLAN EN HET BELEIDSPROGRAMMA Artikel28Beleidsplan 1.Het algemeen bestuur stelt een beleidsplan, mede gebaseerd op risico-profiel, vast waarin het beleid dat het bestuur van de veiligheidsregio voornemens is uit te voeren, in grote lijnen wordt aangegeven. Het algemeen bestuur kan een of meer onderdelen van het beleidsplan afzonderlijk vaststellen. 2.Het algemeen bestuur stelt een crisisplan vast, waarin in ieder geval de organisatie, de verantwoordelijkheden, de taken en bevoegdheden in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing worden beschreven. 3.Het beleidsplan en het crisisplan beslaan een periode van maximaal vier jaar. Jaarlijks kan het algemeen bestuur besluiten over bijstelling van deze plannen. Artikel29Beleidsprogramma Het algemeen bestuur stelt voor ieder jaar een beleidsprogramma vast, waarin de activiteiten van de veiligheidsregio worden aangegeven. Het beleidsprogramma bevat voorts in ieder geval een overzicht van de voor de verwezenlijking van de activiteiten benodigde financiële middelen. Artikel30Totstandkoming De totstandkoming van het beleidsplan, het crisisplan en het beleidsprogramma geschiedt op overeenkomstige wijze als in artikel 32, eerste tot en met vijfde lid van deze regeling, voor de begroting is aangegeven. HOOFDSTUK14FINANCIËLE BEPALINGEN Artikel31Administratie en controle 1.Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. Artikel 212 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 2.Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst. Artikel 213 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. Artikel32Begrotingsprocedure 1.Het dagelijks bestuur zendt vóór 1 april een ontwerpbegroting van de veiligheidsregio voor het komende kalenderjaar, vergezeld van een behoorlijke toelichting, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2.Het dagelijks bestuur houdt bij het opstellen van de ontwerpbegroting rekening met begrotingsrichtlijnen. 3.De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede lid en derde lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 4.De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 5.Het algemeen bestuur stelt de begroting vast vóór 1 juli van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de begroting moet dienen. 6.Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij Gedeputeerde Staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 7.Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli aan Gedeputeerde Staten. 8.Het bepaalde in dit artikel is, met uitzondering van de genoemde termijnen, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. 9.Op besluiten van het algemeen bestuur tot begrotingswijzigingen die niet leiden tot een extra financiële bijdrage van gemeenten en niet leiden tot verschuivingen tussen reeds door het bestuur goedgekeurde programma’s is dit artikel niet van toepassing. Artikel33Bijdragen van de gemeenten 1.In de begroting wordt aangegeven welke bijdrage elke afzonderlijke gemeente verschuldigd is voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft. 2.Voor de berekening van de bijdragen van de gemeenten wordt rekening gehouden met bijdragen van het Rijk, de Nederlandse Zorgautoriteit en van anderen. 3.De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks vóór 16 januari en 16 juli telkens de helft van de verschuldigde bijdrage. 4.De deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat de veiligheidsregio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen. 5.Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat een deelnemende gemeente weigert de in de vorige leden van dit artikel bedoelde bijdragen in zijn begroting op te nemen, doet het algemeen bestuur aan Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet. Artikel34Jaarrekening 1.Het dagelijks bestuur biedt de jaarrekening over het afgelopen jaar en het jaarverslag, met daarbij gevoegd de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 213, derde lid van de Gemeentewet, jaarlijks vóór 1 april ter vaststelling aan het algemeen bestuur aan onder gelijktijdige toezending aan de besturen van de gemeenten. 2.De raden van de gemeenten kunnen binnen twee maanden na toezending bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de jaarrekening naar voren brengen. 3.Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast vóór 1 juli, volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.. 4.Zij wordt binnen twee weken, doch in ieder geval vóór 15 juli, met alle bijbehorende stukken en het jaarverslag aan Gedeputeerde Staten aangeboden. 5.Vaststelling van de jaarrekening strekt het dagelijks bestuur tot decharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden. 6.In de jaarrekening wordt het door elk van de deelnemende gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen. 7.De kosten worden, rekening houdende met andere inkomsten, over de deelnemende gemeenten verdeeld conform de bij de begroting vastgestelde systematiek. 8.Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 33 van deze regeling bepaalde en het werkelijk verschuldigde, vindt plaats terstond na de mededeling van de vaststelling van de jaarrekening. HOOFDSTUK15HET ARCHIEF Artikel35Zorgplicht archiefbescheiden 1.Het dagelijks bestuur draagt de zorg voor de archiefbescheiden van de organen van de veiligheidsregio. 2.Het algemeen bestuur stelt regels vast betreffende de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde zorg dient te worden verricht. Deze regels worden aan Gedeputeerde Staten medegedeeld. 3.Gedeputeerde Staten oefenen toezicht uit op de in het eerste lid bedoelde zorg. HOOFDSTUK16TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING Artikel36Toetreding en uittreding 1.Toetreding van gemeenten tot de gemeenschappelijke regeling of uittreding van gemeenten uit de gemeenschappelijke regeling is slechts mogelijk na wijziging van de verdeling van gemeenten in veiligheidsregio’s, als bedoeld in de wet- en regelgeving. 2.Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding of de uittreding en kan voorwaarden verbinden aan de toetreding of uittreding. Artikel37Wijziging en opheffing De regeling kan worden gewijzigd of - indien de wet dat toelaat - opgeheven door een daartoe strekkend besluit van de besturen van twee derden van het aantal deelnemende gemeenten. Elke deelnemende gemeente en het algemeen bestuur is bevoegd een wijziging in de regeling aan de besturen van de deelnemende gemeenten in overweging te geven via een daartoe strekkend voorstel. Het dagelijks bestuur zendt het voorstel van het algemeen bestuur toe aan de besturen van de deelnemende gemeenten. De bij de wet voorgeschreven toezending van de wijziging aan Gedeputeerde Staten geschiedt door de zorg van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen maakt de besluiten tot wijziging of opheffing van de regeling bekend in alle deelnemende gemeenten door kennisgeving van de inhoud daarvan in de Staatscourant. Artikel38Liquidatie 1.Ingeval van opheffing van de regelingbesluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regelen. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken. 2.Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de raden van de gemeenten gehoord, vastgesteld. 3.Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging heeft voor het personeel. 4.Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de deelnemende gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van de veiligheidsregio. 5.Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie. 6.Zonodig blijven de organen van de veiligheidsregio ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid. Artikel39Geschillencommissie 1.Voordat over een geschil als bedoeld in artikel 28 van de wet de beslissing van Gedeputeerde Staten wordt ingeroepen, legt het algemeen bestuur het geschil voor aan een daartoe door partijen in te stellen geschillencommissie. 2.De geschillencommissie bestaat uit vertegenwoordigers, aangewezen door elk der bij het geschil betrokken partijen, alsmede een door deze vertegenwoordigers aangewezen onafhankelijke voorzitter. 3.De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken besturen. 4.De geschillencommissie brengt aan het algemeen bestuur advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen. HOOFDSTUK17SLOTBEPALINGEN Artikel40Duur van de regeling De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Artikel41Inwerkingtreding Deze gewijzigde regeling treedt, na een daartoe strekkend besluit van de besturen van twee derden van het aantal deelnemende gemeenten, in werking op 1 januari 2013. Artikel42Citeertitel De regeling wordt aangehaald als Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Gelderland-Zuid. Aldus besloten door de raden, de colleges en de burgemeester van de deelnemende gemeenten, op de datums, zoals vermeld in de bijlagen. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGENDe aanhef wordt gewijzigd. Conform artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s treffen de colleges van burgemeester en wethouders de gemeenschappelijke regeling voor de veiligheidsregio. De bestaande regeling is in het verleden goedgekeurd door raden, colleges van burgemeester en wethouders en burgemeesters van de deelnemende gemeenten. Gezien deze besluitvorming wordt aan de drie genoemde bestuursorganen gevraagd in te stemmen met voorliggende wijziging. Door in te stemmen met de voorgestelde wijzigingen, wordt ook ingestemd met het alsnog in overeenstemming brengen van de gemeenschappelijke regeling met artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s. De raden en burgemeesters zijn daardoor vanaf 1-1-2016 geen deelnemer meer in de gemeenschappelijke regeling. Bij eventuele nieuwe wijzigingen in de toekomst zijn de colleges bevoegd om wijzigingen aan te brengen. De raden dienen op grond van artikel 1, lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen overigens wel goedkeuring te verlenen voor het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling, alvorens het college daartoe kan overgaan. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Artikel 1 BegripsomschrijvingenIn dit artikel zijn enkele termen die in de gemeenschappelijke regeling regelmatig terugkomen, uiteen gezet. De begripsomschrijvingen a t/m f spreken voor zich. Artikellid1, lid 1, sub c vervalt, omdat door de invoering van de nationale politie per 1 januari 2013 er geen regionaal college van de regiopolitie Gelderland-Zuid meer bestaat. Met de komst van de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen zijn bepalingen herschreven en verduidelijkt en zijn verwijzingen in de gemeenschappelijke regeling naar de Gemeentewet van vóór 2002 niet meer nodig. Het geheel is nu leesbaarder geworden. Artikellid 1, lid 1, sub g vervalt daardoor. De verwijzing in artikel 1, lid 2 naar de bestuurssecretaris vervalt, omdat de algemeen directeur van de veiligheidsregio eindverantwoordelijk is voor de ambtelijke organisatie en de bestuurssecretaris onder zijn verantwoordelijkheid valt. HOOFDSTUK 2 BELANGEN, TAKEN EN BEVOEGDHEDENArtikel 2 Openbaar lichaamIn dit artikel wordt het openbaar lichaam geïntroduceerd. Ingevolge artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: wet) is het openbaar lichaam rechtspersoon. In dit artikel komt tot uiting de samenvoeging van de (oude) gemeenten Millingen aan de Rijn, Ubbergen en Groesbeek tot de nieuwe gemeente Berg en Dal per 1 januari 2016. Artikel 3 BestuursorganenIn artikel 12 van de wet is bepaald dat het bestuur van het openbaar lichaam uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter bestaat. Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van het openbaar lichaam. Zowel het algemeen bestuur als het dagelijks bestuur wordt voorgezeten door de voorzitter. Indien er een bestuurscommissie wordt ingesteld, ontstaat er een vierde bestuursorgaan. In artikel 16 van de regeling wordt daartoe de mogelijkheid geboden. Artikel 4 BelangenIn artikel 10 lid 1 van de wet is bepaald dat de regeling het belang of de belangen waarvoor zij is getroffen vermeldt. Overeenkomstig de Wet veiligheidsregio's, behartigt de Veiligheidsregio allereerst de belangen op het gebied van de brandweerzorg, de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen en het voorzien in de meldkamerfunctie. Daarnaast is er in Gelderland-Zuid voor gekozen dat de veiligheidsregio - als publieke ambulancedienst - ook de belangen op het gebied van de ambulancezorg behartigt. Omdat landelijk een ontwikkeling gaande is waarbij de Veiligheidsregio ook op andere veiligheidstaken een steeds belangrijkere taak krijgt, is in de regeling opgenomen dat de Veiligheidsregio ook de belangen inzake sociale veiligheid behartigt. Het gaat hier met name over onderwerpen, waarvan de deelnemende gemeenten vinden dat regionale afstemming nodig is. Dan gaat het bijvoorbeeld over afspraken over de ontwikkeling van het veiligheidshuis, , evenementen, antidiscriminatievoorziening, aanpak hennepteelt en de aanpak van overlastgevende en kwetsbare personen. Artikel 5 Taken en bevoegdhedenDe in artikel 4 genoemde belangen worden behartigd door uitvoering te geven aan de in dit artikel genoemde taken. Daarbij beschikt de veiligheidsregio over de bevoegdheden die hier zijn opgesomd. Op grond van artikel 10 lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AB 2002, 209 en AB 2002, 210) is ervoor gekozen om de bevoegdheden zo precies mogelijk te beschrijven. In de beschrijving zijn zowel de bevoegdheden opgenomen, die rechtstreeks bij wet aan het bestuur van de veiligheidsregio worden geattribueerd, als de bevoegdheden die door de deelnemende gemeenten aan het bestuur zijn overgedragen. De opgesomde bevoegdheden worden uitgeoefend door het algemeen bestuur, die er uiteraard voor kan kiezen om bepaalde bevoegdheden te delegeren aan het dagelijks bestuur. Bevoegdheden die een openbaar lichaam met rechtspersoonlijkheid van rechtswege bezit om deel te kunnen nemen aan het maatschappelijk verkeer, zoals privaatrechtelijke bevoegdheden (o.a. sluiten overeenkomsten) en de bevoegdheid tot het oprichten van een stichting, zijn in dit artikel niet opgenomen. In onderstaand schema is opgenomen welke taken en bevoegdheden - op grond van de Wet Veiligheidsregio's - rechtstreeks aan het bestuur van de veiligheidsregio zijn geattribueerd. Voor wat betreft de precieze inhoud van deze taken en bevoegdheden wordt verwezen naar de wet en de daarbij horende Memorie van Toelichting. Art. 5 sub a GR (brandweer) Art. 10 sub e Wv Art. 5 sub b GR (bureau GHOR) Art. 10 sub f Wv Art. 5 sub d GR (GMK) Art. 10 sub g Wv Art. 5 sub e GR (verplichte taken van brandweer in veiligheidsregio) Art. 25 lid 1 Wv Art. 5 sub f GR (beleidsplan en crisisplan) Art. 14 - 16 Wv Art. 5 sub h GR (inventariseren risico'
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.