Regeling melding vermoeden misstand 2015 gemeente NoordoostpolderHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder; Gelet op het bepaalde in artikel 15:2 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Gemeenten, Gelet op het instemmende besluit van de Ondernemingsraad d.d. 10 december 2014; B E S L U I T vast te stellen de navolgende regeling: Regeling melding vermoeden misstand 2015 gemeente Noordoostpolder. Hoofdstuk1.Algemeen Artikel1.Begripsbepalingen 1.In deze regeling wordt verstaan onder: ambtenaar: een ieder die werkzaam is of is geweest bij gemeente Noordoostpolder op grond van een aanstelling of een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht; bevoegd gezag: het college van burgemeester en wethouders; vermoeden van een misstand: een vermoeden van: schending van wettelijke voorschriften of beleidsregels; een gevaar voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu; een onbehoorlijke wijze van functioneren die een gevaar vormt voor het goed functioneren van de openbare dienst; schending van wettelijke voorschriften of beleidsregels; een gevaar voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu; een onbehoorlijke wijze van functioneren die een gevaar vormt voor het goed functioneren van de openbare dienst; melder: de ambtenaar die een vermoeden van een misstand meldt overeenkomstig hoofdstuk 2 van deze regeling; melding: de melding van een vermoeden van een misstand door de melder; vertrouwenspersoon: de functionaris als zodanig benoemd door het bevoegd gezag; extern meldpunt: een externe commissie of persoon die als zodanig door het bevoegd gezag is aangewezen of de Onderzoeksraad Integriteit Overheid (OIO). 2.Voor de toepassing van deze regeling wordt degene die anders dan op basis van een ambtelijke aanstelling of een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam is binnen gemeente Noordoostpolder gelijk gesteld met een ambtenaar als bedoeld in het eerste lid, onder a. Artikel2.Bescherming van de melder 1.Een ieder die betrokken is bij de behandeling van een melding maakt de identiteit van de melder niet bekend zonder zijn instemming, dat zijn in ieder geval de leidinggevende, de vertrouwenspersoon en het externe meldpunt. 2.De ambtenaar zal als gevolg van de melding van een vermoeden van een misstand geen nadelige gevolgen ondervinden voor zijn rechtspositie. Onder nadelige gevolgen worden in ieder geval verstaan: het verlenen van ongevraagd ontslag; het niet verlengen van een aanstelling voor bepaalde tijd; het niet omzetten van een aanstelling voor bepaalde tijd in een vaste aanstelling; de opgelegde benoeming in een andere functie; het treffen van disciplinaire maatregelen; het onthouden van salarisverhoging, incidentele beloning of toekenning van vergoedingen; het onthouden van promotiekansen; het afwijzen van een verlofaanvraag, voor zover dit redelijkerwijs verband houdt met de door de melder gedane melding van een vermoeden van een misstand. 3.Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de melder ook anderszins bij de uitoefening van zijn functie geen nadelige gevolgen van de melding ondervindt. 4.Het bepaalde in lid 2 en 3 van dit artikel geldt ook voor de ambtenaar die te goeder trouw een vermoeden van een misstand in een andere organisatie dan die van gemeente Noordoostpolder, volgens de in die organisatie geldende regels, bij die organisatie heeft gemeld. De bescherming geldt alleen als de ambtenaar: uit hoofde van zijn functie met die andere organisatie samenwerkt of heeft samengewerkt; uit hoofde van zijn functie kennis heeft verkregen van de vermoede misstand; het vermoeden van de misstand tijdig bij zijn leidinggevende heeft gemeld; zich heeft gehouden aan de afspraken die ter zake van deze melding met hem of haar zijn gemaakt door het bevoegd gezag. 5.De ambtenaar heeft recht op juridische bijstand wanneer hij als gevolg van het te goede trouw melden van een vermoeden van een misstand nadelige gevolgen ondervindt in zijn rechtspositie, tijdens en/of na het volgen van deze regeling. Deze juridische bijstand wordt gefinancierd door gemeente Noordoostpolder. Artikel3.De vertrouwenspersoon Het bevoegd gezag wijst een of meer vertrouwenspersonen aan. De vertrouwenspersoon heeft tot taak de melder te adviseren. De vertrouwenspersoon maakt jaarlijks een geanonimiseerd verslag van de aard en de omvang van het aantal interne meldingen. Dit verslag wordt aan het bevoegd gezag en de Ondernemingsraad gestuurd en openbaar gemaakt. De vertrouwenspersoon geniet bescherming overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, tweede tot en met het vijfde lid, tegen benadeling van zijn rechtspositie als gevolg van de hem bij deze regeling toebedeelde taken. Artikel4.Het externe meldpunt Het bevoegd gezag wijst als extern meldpunt aan de Onderzoeksraad Integriteit Overheid. De Onderzoeksraad Integriteit Overheid heeft tot taak een door de melder gemeld vermoeden van een misstand te onderzoeken en het bevoegd gezag daarover te adviseren. Hoofdstuk2.Interne meldingsprocedure Artikel5.Melding 1.De ambtenaar doet een melding bij zijn leidinggevende, bij de vertrouwenspersoon of, indien daartoe aanleiding bestaat, rechtstreeks bij het externe meldpunt. 2.Een melding laat de wettelijke verplichting tot het doen van aangifte van een strafbaar feit onverlet. Artikel6.Melding door een ex-ambtenaar De ex-ambtenaar die een vermoeden van een misstand wil melden doet dit binnen een periode van twaalf maanden na zijn ontslag of beëindiging van zijn werkzaamheden voor gemeente Noordoostpolder bij een vertrouwenspersoon. Hij kan alleen een melding van een vermoeden van een misstand doen als hij in de hoedanigheid van ambtenaar kennis heeft gekregen van het vermoeden. Artikel7.Informeren van het bevoegd gezag De leidinggevende of de vertrouwenspersoon bij wie een melding is gedaan draagt er zorg voor dat het bevoegd gezag onverwijld op de hoogte wordt gesteld van de melding en van de datum waarop de melding ontvangen is. Artikel8.Ontvangstbevestiging door het bevoegd gezag 1.Het bevoegd gezag zendt aan de melder of de vertrouwenspersoon bij wie het vermoeden van een misstand is gemeld een ontvangstbevestiging. In het laatste geval stuurt de vertrouwenspersoon de ontvangstbevestiging door aan de melder. De ontvangstbevestiging bevat het gemelde vermoeden van een misstand en de datum waarop de melder het vermoeden heeft gemeld. 2.Het bevoegd gezag informeert de persoon of personen op wie een melding betrekking heeft over de melding, tenzij daardoor het onderzoeksbelang kan worden geschaad. 3.Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat de identiteit van de melder die overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 of 6 een melding heeft gedaan, niet verder bekend wordt dan noodzakelijk is voor de behandeling van de melding. Artikel9.Onderzoek door het bevoegd gezag 1.Het bevoegd gezag stelt na ontvangst van de melding onverwijld een onderzoek in. 2.Het onderzoek wordt niet verricht door een persoon die mogelijk betrokken is of is geweest bij de vermoede misstand. 3.Het bevoegd gezag kan een deskundige raadplegen. Artikel10.Standpunt en kennisgeving door het bevoegd gezag 1.Het bevoegd gezag stelt de melder of de vertrouwenspersoon bij wie de melding is gedaan binnen tien weken na ontvangst van de melding schriftelijk op de hoogte van zijn standpunt omtrent het gemelde vermoeden van een misstand. 2.Indien niet binnen tien weken een standpunt kan worden gegeven worden de melder of de vertrouwenspersoon bij wie de melding is gedaan voordat deze termijn is verstreken daarvan door middel van een kennisgeving schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte gesteld. Het bevoegd gezag kan het advies met ten hoogste vier weken verdagen. Hoofdstuk3.Externe meldingsprocedure Artikel11Melding bij het externe meldpunt 1.De melder kan zijn vermoeden van een misstand binnen redelijke termijn melden bij het externe meldpunt, indien: hij het niet eens is met het standpunt bedoeld in artikel 10; hij geen standpunt heeft ontvangen binnen de termijnen bedoeld in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.