Interim-geluidsbeleid - aanvullend advies over financiële gevolgenTOELICHTING: Een goed geluidbeleid draagt bij aan een verbeterd leefklimaat. Na de recente wijziging van de Wet geluidhinder zijn de mogelijkheden voor de lokale overheid om een lokaal geluidbeleid op te stellen interessanter geworden. Zo’n beleid zal zeker niet alle gemeentelijke geluidproblemen oplossen maar verhoogt wel de kwaliteit en de duidelijkheid van het plaatselijke beleid. Dit laatste is na de recente wetswijziging zelfs essentieel geworden. Als gevolg van de wetswijziging is n.l. de bevoegdheid om hogere grenswaarden vast te stellen gedecentraliseerd van provincie naar gemeenten. Doelstelling van de Wet geluidhinder De wet beoogt de geluidhinder die veroorzaakt wordt door apparaten en toestellen, auto- en railverkeer en industrielawaai zoveel mogelijk te voorkomen. Daartoe biedt de wet diverse instrumenten. Voor gemeenten beperken die instrumenten zich tot de onderwerpen verkeers-, rail- en industrielawaai. Verkeerslawaai Het uitgangspunt van de wet is dat er aan de gevels van “geluidgevoelige objecten” (woningen, scholen, ziekenhuizen, verzorgingstehuizen enz.) geen hogere geluidbelasting is dan de wettelijke norm. Uitzonderingen hierop zijn mogelijk, b.v. als het gaat om bestaande situaties. Maar ook in nieuwe situaties mag daarvan worden afgeweken en kan in sommige gevallen een geluidgevoelig object toch gerealiseerd worden met een hogere gevelbelasting. Vóór de wetswijziging was die mogelijkheid er ook al zij het dat toen de provincie bevoegd gezag was. Het toestaan van een hogere belasting kan niet zomaar en zal onderbouwd moeten zijn. Bovendien zal dit moeten passen in de ontwikkeling die voor een bepaald gebied in de gemeente is voorzien. Om nu te voorkomen dat voor iedere procedure die voorziet in de ontwikkeling van een object waarbij de verwachte gevelbelasting de voorkeursnorm zal overstijgen, een afzonderlijke procedure moet worden gevolgd, is het gewenst daarvoor een lokaal beleid vast te stellen. Dit zou een onderdeel zijn van het totale beleid van de gemeente op het gebied van geluid kunnen zijn. Tijdelijke procedure Vooruitlopende op een totaal beleid is het gewenst z.s.m. duidelijkheid te krijgen over de wijze waarop de gemeente omgaat met ontwikkelingen die gericht zijn op het realiseren van geluidgevoelige objecten die beïnvloed kunnen worden door wegverkeerslawaai en omgekeerd. Daarmee wordt voorkomen dat bij iedere normoverschrijding een uitgebreide procedure gevolgd moet worden. Dit kan mogelijk gemaakt worden door een interim ontheffingenbeleid vast te leggen in afwachting van een definitief en allesomvattend geluidbeleid. Een beleid dat al langer bestaat, redelijk beproefd is en zonder veel inspanning kan worden overgenomen en vastgesteld is het beleid zoals dat voorheen werd gehanteerd door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. Voor een uitleg van dit beleid wordt verwezen naar bijlage 1 en
- In overweging wordt gegeven dit beleid te hanteren totdat een definitief geluidbeleid is vastgesteld. Bijlage 1 Opzet interimbeleid vaststellen hogere grenswaarden geluid in de gemeente Bladel Bij het beoordelen van de ontheffingsverzoeken c.q. de voornemens om een hogere waarde vast te stellen wordt voor de geluidsbelasting uitgegaan van een prognoseperiode voor over 10 jaar. Hierbij wordt zoveel als mogelijk aangesloten aan de geldingsduur van een bestemmingsplan. Bij het vaststellen van de geluidbelasting moeten autonome ontwikkelingen, zoals de groei van het verkeer of aanleg van wegen of woonwijken (waarover besluitvorming heeft plaatsgevonden) worden meegenomen. Overige te verwachten ontwikkelingen mogen worden meegenomen mits hierover op bestuurlijk niveau besluitvorming heeft plaatsgevonden of kan worden aangetoond dat binnen redelijke termijn uitvoering gegeven wordt aan in ontwikkeling zijnde plannen. Als richttijd wordt hier de prognoseperiode van 10 jaar aangehouden. Ingevolge hoofdstuk VIIIA (nieuwe Wet geluidhinder) kan de gemeente een hogere grenswaarde vaststellen in die gevallen waarin de toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de te verwachten geluidbelasting, vanwege de weg/spoorweg of industrie, van de gevels van de betrokken woningen onvoldoende doeltreffend zal zijn of er bezwaren zijn van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard (hoofdcriteria). Deze hoofdcriteria zijn: Bronmaatregelen zijn niet mogelijk. Stedenbouwkundige maatregelen zijn niet mogelijk Verkeerskundige maatregelen zijn niet mogelijk Landschappelijke bezwaren Financiële overwegingen Verder dienen ook de volgende subcriteria in acht te worden genomen: Voor weg- en railverkeerslawaai Indien er sprake is van nog niet geprojecteerde1 woningen buiten de bebouwde kom, die: verspreid gesitueerd worden; nodig zijn vanwege grond- of bedrijfsgebondenheid; een open plaats tussen aanwezige bebouwing opvullen; bestaande bebouwing vervangen; 1 Nog niet geprojecteerde woningen zijn nog niet opgenomen in een vastgesteld bestemmingsplan. Indien er sprake is van nog niet geprojecteerde woningen binnen de bebouwde kom, die: in een dorps- of stadsvernieuwingsplan worden opgenomen; door situering of bouwvorm een doelmatige akoestisch afschermende functie gaan vervullen voor andere woningen; nodig zijn vanwege grond- of bedrijfsgebondenheid; een open plaats tussen aanwezige bebouwing opvullen; bestaande bebouwing vervangen; Indien er sprake is van een geprojecteerde, in aanbouw zijnde of aanwezige woningen en een nog niet geprojecteerde (spoor)weg, voor zover die (spoor)weg: -een noodzakelijke verkeers- en vervoersfunctie zal vervullen. N.b. Bij aanleg of wijziging aan een hoofdspoorweg is GS bevoegd gezag. Daaraast specifiek voor wegverkeerslawaai Indien er sprake is van: -een zodanige verkeersverzamelfunctie zal vervullen, dat de aanleg van die weg zal leiden tot aanmerkelijk lagere geluidsbelastingen van woningen binnen de zone van een andere weg. (Bijvoorbeeld de aanleg van randwegen.) Als aanvullende eis zou gesteld kunnen worden dat de woningen zullen beschikken over ten minste een geluidluwe gevel en dat bijvoorbeeld bij de indeling rekening wordt gehouden met de geluidbelaste zijde. Daarnaast specifiek voor industrielawaai Ook bij industrieterreinen geldt als uitgangspunt dat in nieuwe situaties zoveel mogelijk aan de voorkeursgrenswaarde moet worden voldaan. Indien afwijking toch gewenst is moet de noodzaak om af te wijken worden aangetoond. Omdat het bij industrielawaai vrijwel altijd om door derden te treffen maatregelen gaat, kan het college van burgemeester en wethouders pas verantwoord een hogere waarde vaststellen wanneer wordt gegarandeerd dat de te treffen geluidreducerende maatregelen daadwerkelijk zullen worden gerealiseerd. Indien er sprake is van nog niet geprojecteerde of geprojecteerde woningen die: -een geluidbelasting ondervinden die gelijk is aan of lager dan het ter plaatse heersende referentieniveau. Indien er sprake is van aanwezige of in aanbouw zijnde woningen die: een geluidbelasting ondervinden die gelijk is aan of lager dan het ter plaatse heersende referentieniveau; zullen beschikken over ten minste een geluidluwe gevel. INSTEMMEN MET HOGERE VOORKEURSGRENSWAARDEN Voor het in aanmerking komen van een hogere grenswaarde moet voldaan worden aan ten minste één van vorengenoemde hoofdcriteria én ten minste één de vorengenoemde subcriteria. Alleen dan kan worden afgeweken van de voorkeursgrenswaarde: De maximale ontheffingswaarden die kunnen worden toegestaan zijn vermeld in bijlage
- Bijlage 2 Overzicht voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden De waarden in de onderstaande tabellen komen uit de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder spoorwegen. Vanaf 1 januari 2007 wordt voor wat betreft weg- en railverkeer gewerkt met de nieuwe dosismaat Lden (den: day, evening, night). Deze Lden valt gemiddeld 2 dB lager uit, daarom wordt ook de norm met 2 dB verlaagd. Tabel
- Voorkeursgrenswaarde en maximale grenswaarde wegverkeerslawaai Situatie Voorkeursgrenswaarde Letmaal tot 1 jan. Lden na 1 jan. Nieuwe woning 50 dB(A) 48 dB Nieuwe woning bestaande weg Maximale ontheffingswaarde Nieuw te bouwen woning Stedelijk: 65 dB(A) Buitenstedelijk: 55 dB(A) 63 dB 53 dB Nieuw te bouwen agrarische bedrijfswoning Buitenstedelijk: 60 dB(A) 58 dB Vervangende nieuwbouw Stedelijk: 70 dB(A) Buitenstedelijk: 65 dB(A) 68 dB 63 dB Bestaande woning/nieuwe weg Nieuw te bouwen woning Stedelijk: 65 dB(A) Buitenstedelijk: 60 dB(A) 63 dB 58 dB Gelijktijdig met wegaanleg te bouwen woning Stedelijk: 60 dB(A) Buitenstedelijk: 55 dB(A) 58 dB 53 dB Hoogst toelaatbaar binnenniveau Nieuwe woning en bestaande weg of Bestaande woning en nieuwe weg 35 dB(A) 33 dB Bestaande woning en bestaande weg (sanering) 40 dB(A) 38 dB Tabel
- Voorkeursgrenswaarde en maximale grenswaarde railverkeerslawaai Situatie Voorkeursgrenswaarde Letmaal tot 1 jan. Lden na 1 jan. Nieuwe woning 57 dB(A) 55 dB Maximale ontheffingswaarde Nieuw te bouwen woning 70 dB(A) 68 dB Hoogst toelaatbaar binnenniveau Nieuwe woning en bestaande weg of Bestaande woning en nieuwe weg 35 dB(A) 33 dB Bestaande woning en bestaande weg (sanering) 40 dB(A) 38 dB Tabel
- Voorkeursgrenswaarde en maximale grenswaarde industrielawaai Situatie Voorkeursgrenswaarde, Letmaal Nieuwe woning 50 dB(A) Eerste zonevaststelling Maximale ontheffingswaarde Nieuw te bouwen woning 55 dB(A) In aanbouw zijnde of bestaande woning 60 dB(A) Wijziging zone Nieuw te bouwen woning, in aanbouw zijnde of bestaande woning Vastgestelde waarde + 5 dB(A) Vervangende nieuwbouw 65 dB(A) Hoogst toelaatbaar binnenniveau Nieuwe woning 35 dB(A) Bestaande woning 40 dB(A) N.b. Voor industrielawaai wordt voorlopig nog niet gewerkt met de nieuwe dosismaat Lden.