Verordening op de Rekenkamercommissie De Fryske MarrenDe raad van de gemeente De Fryske Marren; gelezen het voorstel van de griffie, nummer 2015/104 gelet op de artikelen 81o b van de Gemeentewet ; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de Rekenkamercommissie De Fryske Marren Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1.Begripsomschrijvingen In dit reglement wordt verstaan onder: rekenkamercommissie: de rekenkamercommissie, bestaande uit 3 door de raad benoemde leden van de gemeente De Fryske Marren, die als zodanig door de gemeenteraad is ingesteld door vaststelling van de Verordening op de rekenkamercommissie; onderzoek: een door de rekenkamer ingesteld onderzoek dat ten doel heeft om door middel van beleidsevaluaties en doelmatigheidsonderzoeken inzicht te geven in de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het gevoerde beleid met inbegrip van de adequate voorbereiding en uitvoering daarvan; bestuursconvenant: het convenant dat door gemeenteraad wordt voorgesteld als mogelijkheid om via een constructie van een personele unie met andere gemeenten in Zuid West Fryslan aan te gaan en vast te stellen. raad: de gekozen raad van de gemeente De Fryske Marren voorzitter: het lid van de rekenkamercommissie dat door de raad is benoemd als voorzitter van de rekenkamercommissie plv. voorzitter: lid dat door de rekenkamercommissie als plaatsvervangend voorzitter van de rekenkamercommissie is benoemd; lid van de rekenkamercommissie: een door de raad benoemde lid van de Rekenkamercommissie, die niet tevens lid is van de raad of een raadscommissie van de gemeente De Fryske Marren; secretaris: de secretaris van de rekenkamercommissie; fractievoorzittersoverleg: het overleg dat bijeengeroepen kan worden door de griffier of door de rekenkamercommissie teneinde overleg te voeren over ingesteld of in te stellen onderzoek; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Fryske Marren; griffier: de raadsgriffier van de gemeente De Fryske Marren; selectiecommissie: een door de raad van De Fryske Marren ingestelde commissie van 5 raadsleden, die wordt belast met de procedure voor de selectie en voordracht van de voorzitter en de leden van de Rekenkamercommissie De Fryske Marren. Artikel2.De voorzitter 1.De voorzitter is belast met: het doen naleven van dit reglement; het samen met de secretaris voorbereiden van de vergadering; het leiden van de vergadering; het bewaken van de voortgang van onderzoeken; het functioneel aansturen van de secretaris; het woordvoerderschap van de rekenkamercommissie; het zoeken naar mogelijke intergemeentelijke samenwerkingsvormen, die kunnen leiden tot het ontwerpen van een bestuursconvenant. 2.De rekenkamercommissie wijst uit de leden een plaatsvervangend voorzitter aan. Bij ontstentenis van de voorzitter neemt de plaatsvervangend voorzitter zijn taken over. Artikel3.De secretaris 1.De secretaris is belast met het voorbereiden en uitvoeren van de besluiten van de rekenkamercommissie en ondersteunt de commissie. 2.De raad benoemt de ambtelijk secretaris vanuit de griffie, in overleg met de rekenkamercommissie. 3.De secretaris wordt functioneel aangestuurd door de voorzitter. 4.De secretaris werkt niet in de ambtelijke organisatie van De Fryske Marren. 5.In het geval een voorgenomen onderzoek de griffie raakt, kan de rekenkamercommissie bepalen dat een extern secretaris wordt aangetrokken om de werkzaamheden gedurende dat onderzoek over te nemen. 6.De secretaris kan, in overleg met de voorzitter van de rekenkamercommissie, de voor onderzoek benodigde informatie verkrijgen in de ambtelijke organisatie. 7.De secretaris valt onder verantwoordelijkheid van de raadsgriffier met inbegrip van eventuele vervanging bij afwezigheid, met uitzondering van situaties als bedoeld in lid 5. Artikel4.Eed en gedragscode. Ten aanzien van de rekenkamer(commissie) is artikel 81 g van de Gemeentewet (eed- of belofte-aflegging) van toepassing. Hoofdstuk2.De vergaderingen Artikel5.Reglement van orde. 1.De rekenkamercommissie vergadert in principe ten hoogste 12 keer per jaar. 2.De rekenkamercommissie stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en andere werkzaamheden vast. 3.Zij zendt het reglement na de vaststelling onverwijld ter kennisneming naar de gemeenteraad. Hoofdstuk3.Werkwijze Artikel6.Taak en onderzoeksprotocol 1.De rekenkamercommissie voert onderzoek uit naar de (maatschappelijke) effecten van het gemeentelijk beleid en naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gemeentelijk beleid, van het gemeentelijk beheer en van de gemeentelijke organisatie, naar de rechtmatigheid van het gemeentelijk beheer, alsmede naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van instellingen waarvan de activiteiten geheel of in belangrijke mate door de gemeente worden bekostigd. 2.Op voordracht van de rekenkamercommissie stelt de raad criteria vast waaraan de rekenkameronderzoeken dienen te voldoen. 3.De rekenkamercommissie stelt een onderzoeksprotocol op waarin wordt vastgelegd wat de werkwijze en de begroting is van de commissie bij de start en uitvoering van een onderzoek. In het onderzoeksprotocol wordt aandacht besteed aan de criteria voor de selectie van onderzoeksonderwerpen, het opstellen van de onderzoeksopzet, de samenwerking met externe onderzoekers en adviseurs, de gang van zaken inzake hoor en wederhoor, de dossiervorming, de wijze van rapportage, de openbaarmaking van rapporten, de organisatie van publiciteit en het nazorgtraject. Overigens is de Rekenkamercommissie onafhankelijk in de keuzes ten aanzien van voorgenomen of uitgezette onderzoeken. 4.De rekenkamercommissie kan met het fractievoorzittersoverleg in overleg treden om zaken, die zij van belang acht voor het verrichten van onderzoek voor de raad, aan hen voor te leggen. Dit overleg wordt gepland via de griffie. Artikel7.Verzoek tot onderzoek De raad of het fractievoorzittersoverleg kan de rekenkamer een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek binnen de in artikel 6, lid 2 vastgestelde criteria. De rekenkamer bericht de raad binnen een maand of en in hoeverre aan dat verzoek zal worden voldaan. Indien de rekenkamer niet aan het verzoek van de raad voldoet, zal zij daarvoor goede argumenten aanvoeren. Artikel8.Terugkoppeling en onderzoeksrapport 1.De rekenkamer stelt de onderzochte partij dan wel vertegenwoordigers daarvan schriftelijk op de hoogte van het (nog niet gepubliceerde) ontwerp-onderzoeksrapport. Indien de bevindingen daartoe aanleiding geven kan de rekenkamer ter zake conceptaanbevelingen aan de betrokken partij opnemen. 2.De rekenkamer stelt de betrokken partij in de gelegenheid om binnen drie weken schriftelijk te reageren op het conceptonderzoeksrapport en, indien van toepassing, de conceptaanbevelingen. 3.Na ontvangst van de reactie(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.