TreasurystatuutTreasurystatuut en Bijlage beleidsregels leningen en garanties Treasurystatuut Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Fryske Marren: gelet op artikel 15 van de Financiële verordening; besluit vast te stellen het volgende statuut: Artikel1Begripsbepalingen In dit statuut wordt verstaan onder: Derivaten Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren; Financiële onderneming Een onderneming die in een lidstaat het bedrijf van kredietinstelling mag uitoefenen, beleggingsdiensten mag verlenen, beleggingsinstellingen mag beheren, rechten van deelneming in een beleggingsmaatschappij mag aanbieden of het bedrijf van verzekeraar mag uitoefenen; Financiering Het aantrekken van benodigde financiële middelen. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen; Huisbankier Onder huisbankier wordt die financiële onderneming verstaan via wie de bulk van de geldstromen loopt en waar een kortgeld-faciliteit aangehouden wordt; Intern liquiditeitsrisico De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen; Kasgeldlimiet Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar; Koersrisico Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen; Kredietrisico De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit; Liquiditeitenbeheer Het financieren en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar; Liquiditeitsplanning Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld per tijdseenheid; Rating De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier; Rentecompensatiecircuit Circuit waarbij de (valutaire) debet en creditsaldi van alle rekeningen van een organisatie worden samengevoegd tot één gecombineerd saldo, waarover de rente wordt berekend; Renterisico Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen. Ongunstige rentecondities kunnen verstrekkende gevolgen hebben voor de financiële gezondheid van de organisatie. De renterisico’s zijn onder te verdelen in primaire en secundaire risico’s. Onder het primaire renterisico wordt verstaan het gevaar van rentestijgingen als sprake is van financiering tegen een variabele rente. Stijging van de rente betekent hogere kosten. Het omgekeerde geldt bij beleggingen. Onder het secundaire renterisico wordt verstaan het niet kunnen profiteren van een gunstige renteontwikkeling omdat de rente voor een langere periode vaststaat; Renterisiconorm Een bij de aanvang van enig jaar op basis van de Wet fido gefixeerd percentage van het totaal van de begroting van de gemeente dat bij de realisatie niet mag worden overschreden; Rentetypische looptijd Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding; Rentevisie Toekomstverwachting over de rente-ontwikkeling; Treasurybeheer De uitvoering van de treasuryfunctie binnen de kaders van het treasurystatuut; Treasurybeleid Vastlegging van de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten, de organisatorische en administratieve kaders, de informatievoorziening en de administratieve organisatie ter uitvoering van de treasuryfunctie; Treasuryfunctie De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit verschillende deelfuncties: risicobeheer, financiering, uitzettingen, kasbeheer; Treasuryparagraaf Het begrotingsonderdeel cq. rekeningonderdeel waarin het beleid voor het komende jaar wordt vastgelegd resp. waarin verantwoording wordt afgelegd van de realisatie van het voorgenomen beleid; Treasurystatuut Het document waarin de beleidsmatige infrastructuur voor de uitvoering van de treasuryfunctie is vastgelegd; Uitzetting Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer Artikel2Doelstellingen Treasuryfunctie De doelstellingen van de treasuryfunctie zijn: Het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting te kunnen uitvoeren; Het beheersbaar houden van financiële risico’s, zoals: renterisico, kredietrisico, koersrisico en intern liquiditeitsrisico; Het minimaliseren van de in- en externe verwerkingskosten bij het beheren van de geldstromen en de financiële posities; Het optimaliseren van het rendement van de beschikbare liquiditeiten, binnen de gegeven wettelijke kaders, respectievelijk de richtlijnen en limieten in dit statuut; Het bewaken van een gezonde balansstructuur. Artikel3Uitzettingen en garanties Bij uitzettingen dient er een onderscheid gemaakt te worden in uitzettingen uit hoofde van de publieke taak en uitzettingen uit hoofde van de treasuryfunctie. Artikel3.1Uitzettingen en garanties uit hoofde van de publieke taak Voor uitzettingen en garanties uit hoofde van de publieke taak gelden de volgende specifieke uitgangspunten en richtlijnen: De gemeente hanteert een terughoudend beleid om leningen of garanties te verstrekken en/of financiële participaties te hebben uit hoofde van de “publieke taak”; Voor uitzettingen en garanties zijn nadere beleidsregels uitgewerkt in bijlage 1 bij dit statuut; Het besluit tot het verstrekken van een lening, garantie of het aangaan van een financiële participatie uit hoofde van de “publieke taak”, welke groter zijn dan € 100.000, wordt door het college pas genomen nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen over het conceptbesluit ter kennis van het college te brengen; Renteloze leningen worden niet verstrekt; Verzoeken om leningen worden geweigerd als de betreffende lening zonder onoverkomelijke bezwaren voor de aanvrager door een financiële onderneming kan worden verleend; Voordat het college besluit tot het verstrekken van een lening of garantie aan een organisatie worden de mogelijke financiële risico’s beoordeeld; Indien het college besluit tot het verstrekken van een lening of het afgeven van een garantie worden zoveel mogelijk zekerheden gevestigd; Indien (gedeeltelijk) gebruik kan worden gemaakt van een van de bestaande waarborgfondsen, zoals het Waarborgfonds Sociale Woningbouw, het Waarborgfonds Sport en het Waarborgfonds Zorg, wordt (voor dat deel van de lening) geen gemeentelijke garantie verstrekt. Indien de aanvraag van een organisatie door een waarborgfonds wordt afgewezen kan dit een reden zijn voor afwijzing door de gemeente; Leningen en garanties worden uitsluitend verstrekt in Euro’s; Is de betreffende instelling op grond van het Burgerlijk Wetboek controleplichtig, dan dient deze jaarlijks een jaarrekening met goedkeurende accountantsverklaring in te dienen bij de gemeente. Ook zullen jaarlijks saldobevestigingen van de gewaarborgde geldleningen toegestuurd moeten worden; Is de betreffende instelling een niet controleplichtige stichting, vereniging of andere rechtspersoon, dan dient deze jaarlijks een door het bevoegde gezag van die stichting of vereniging goedgekeurde jaarrekening in te dienen bij de gemeente. Ook zullen jaarlijks saldobevestigingen van de gewaarborgde geldleningen toegestuurd moeten worden. Artikel3.2Uitzettingen uit hoofde van treasury Het tijdelijk uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie geschiedt door middel van schatkistbankieren. Bestaande beleggingen buiten de schatkist die zijn afgesloten voor 4 juni 2012, 18.00 uur, worden afgebouwd conform de overgangsregeling Verplicht Schatkistbankieren. Artikel4Financiering Voor aantrekken van financiële middelen gelden de volgende specifieke uitgangspunten en richtlijnen: Financieringsmiddelen worden uitsluitend aangetrokken voor de uitoefening van de publieke taak; Financieringsmiddelen worden uitsluitend aangetrokken in Euro’s; Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne liquiditeiten te gebruiken ten einde renterisico’s en het renteresultaat te optimaliseren; Financieringsmiddelen worden afgestemd op de bestaande financiële positie de verwachte inkomsten en uitgaven, de voorliggende rentesituatie en renteverwachting; Bij het aantrekken van kortlopende financieringsmiddelen (rentetypische looptijd < 1 jaar) en de rapportage hierover wordt rekening gehouden met de wettelijke kasgeldlimiet; Bij het aantrekken van langlopende financieringsmiddelen (rentetypische looptijd 1 ≥ jaar) wordt gezorgd dat de renterisiconorm conform Wet fido niet wordt overschreden; Het gebruik van derivaten is uitsluitend toegestaan voor het beperken van financiële risico’s bij het aantrekken van financieringsmiddelen onder de volgende voorwaarden: Er wordt uitsluitend gebruik gemaakt van de in de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) met name genoemde typen derivaten; Derivaten mogen alleen worden afgesloten met partijen die minimaal een A-rating hebben; Derivaten mogen geen bijstortverplichting voor de gemeente hebben. Er mogen geen open posities worden aangehouden met derivaten. De gemeente vraagt offertes op bij minimaal 2 financiële ondernemingen alvorens financieringsmiddelen met een looptijd langer dan één jaar worden aangetrokken. Dit is ook van toepassing op kortlopende financieringsmiddelen langer dan één maand. Deze offertes worden door de gemeente zelf schriftelijk vastgelegd. Artikel5Kasbeheer Voor het kasbeheer gelden de volgende specifieke uitgangspunten en richtlijnen: Het liquiditeitsgebruik wordt beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau waar mogelijk op elkaar af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen; Valutarisico’s die voortvloeien uit operationele transacties worden ingedekt voor zover de (cumulatieve) tegenwaarde hoger is dan € 100.000,-; Het betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd bij de huisbankier; Gestreefd wordt gemeente naar concentratie van liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de huisbankier; De huisbankier wordt gezien als een strategische partner. Dit is een financiële onderneming die: gevestigd is in een lidstaat die ten minste beschikt over een AA-rating afgegeven door ten minste twee ratingbureaus en ten minste beschikt over een A-rating, afgegeven door ten minste twee ratingbureaus. Indien het partnerschap niet meer naar tevredenheid van de gemeente wordt ingevuld, zal de gemeente een offerteronde ten aanzien van het huisbankierschap uitvoeren; Contante geldstromen worden zoveel mogelijk beperkt. Hiertoe worden nadere beleidsregels opgesteld. Artikel6Administratieve organisatie / Interne controle a.Taken en verantwoordelijkheden ten aanzien van de treasuryfunctie worden nader schriftelijk vastgelegd in procesbeschrijvingen; b.Bij de uit te voeren treasury-activiteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden: de uitvoering en de autorisatie geschieden door afzonderlijke functionarissen; de uitvoering, de controle en de administratieve verwerking geschieden door afzonderlijke functionarissen; c.De bevoegdheden in het kader van de treasuryfunctie worden in een mandaatregeling nader vastgelegd; d.De treasury-activiteiten zijn onderdeel van het interne controle plan. Artikel7Informatievoorziening Om de treasury-activiteiten controleerbaar en beheersbaar te maken is goed functionerende informatievoorziening noodzakelijk. Drie typen informatie kunnen hierbij worden onderscheiden: Artikel7.1Beleidsmatige informatie Het treasurystatuut geeft de kaders weer, waarbinnen de treasury-activiteiten dienen te worden uitgevoerd. Daarnaast wordt jaarlijks bij de begroting een financieringsparagraaf opgesteld. Hierin wordt ingegaan op de wijze waarop concreet invulling wordt gegeven aan het treasurybeleid. Hierin dienen in ieder geval onderstaande aspecten aan de orde te komen: Algemene ontwikkelingen (intern/extern); Verwachte liquiditeitsontwikkeling; Marktontwikkeling, Rentevisie; Risicopositie bestaande portefeuilles (o/g, u/g, garantie); Renterisico’s minimaal 4 jaar vooruit; Financieringsbeleid; Eventuele risicobeheersmaatregelen. Artikel7.2Operationele informatie Het opstellen en hanteren van operationele informatie is de verantwoordelijkheid van de functionarissen die bij de uitvoering betrokken zijn. Onderstaande operationele informatie dient daarbij aanwezig te zijn: Korte termijn liquiditeitsplanning (looptijd tot één jaar) op maandbasis; Meerjarige liquiditeitsplanning (looptijd van vier jaar) op jaarbasis; Rentevisie, deze wordt jaarlijks bij de paragraaf financiering de begroting opgesteld op basis van de rentevisie van minimaal 2 vooraanstaande financiële ondernemingen of adviesbureaus; Inzicht in het risicoprofiel van de bestaande portefeuilles (o/g, u/g en garanties); Bancaire afspraken. Artikel7.3Verantwoordingsinformatie De tussentijdse verantwoording over het uit te voeren treasurybeleid vindt plaats in de reguliere voor- en najaarsrapportage. Daarnaast wordt in de paragraaf financiering in het jaarverslag het uitgevoerde beleid verantwoord. Hierbij wordt weergegeven in hoeverre de beleidsvoornemens uit de paragraaf bij de begroting zijn uitgevoerd en wat de oorzaken zijn van eventuele afwijkingen. Om een goede vergelijkbaarheid mogelijk te maken dienen de indeling en de onderwerpen van de evaluatie aan te sluiten bij de begroting van het betreffende jaar. Artikel8Hardheidsclausule In die gevallen waarin dit treasurystatuut niet voorziet beslist het college van Burgemeester en wethouders. Artikel9Inwerkingtreding a.Dit statuut treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.