Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen houdende regels omtrent werktijden Werktijdenregeling provincie Groningen 2016Werktijdenregeling provincie Groningen 2016 en het vervallen van de Regeling flexibele werktijden Besluit van Gedeputeerde Staten der provincie Groningen van 29 september 2015, nr. 592122, afd. PO, tot bekendmaking van het besluit van Gedeputeerde Staten van 29 september 2015, nr. A.10, tot vaststelling van de Werktijdenregeling provincie Groningen 2016 en het vervallen van de Regeling flexibele werktijden. Gedeputeerde Staten der provincie Groningen; maken bekend dat door Gedeputeerde Staten in hun vergadering van 29 september 2015, nr. A.10, is vastgesteld hetgeen volgt: Gedeputeerde Staten der provincie Groningen; Gelezen: de regeling flexibele werktijden en de verschillende arbeidsvoorwaarden bij de afdeling beheer en onderhoud, Gelet op: - Het voorstel van de directie om een werktijdenregeling op te stellen die aansluit bij een flexibele organisatie en toekomstbestendig is; - De instemming die de Ondernemingsraad heeft gegeven op dit voorstel, bekrachtigd in hun brief van 18 augustus 2015; - De overeenstemming met de leden van het Georganiseerd Overleg om de arbeidsvoorwaarden van de afdeling Beheer en Onderhoud te hamoniseren; Besluiten: Artikel I Dat de Regeling flexibele werktijden komt te vervallen en wordt vervangen door de Werktijdenregeling provincie Groningen 2016 die als volgt komt te luiden: Werktijdenregeling provincie Groningen 2016 Artikel 1 definities In deze regeling wordt verstaan onder: CAP: de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling provincies 2018; medewerker: de ambtenaar als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel b van de CAP; formele arbeidsduur per jaar: de arbeidsduur, zoals omschreven in artikel 4.1 CAP gemiddelde arbeidsduur per week: de arbeidsduur van 36 uur per week bij een volledige betrekking, met een afwijkingsmogelijkheid van maximaal 33,33% per week, waarbij op kwartaalbasis de arbeidsduur gemiddeld op 36 uur per week uitkomt. werktijden: een vooraf afgestemd schema of vooraf gemaakte mondelinge of schriftelijke afspraken waarin is vastgelegd op welke dagen en tijdstippen werkzaamheden door de medewerker worden uitgevoerd; dienstrooster: een rooster waarbij op teamniveau structurele beperkingen in de werktijden zijn opgenomen waarvoor instemming is verkregen van de OR; overwerk: het werk dat wordt verricht, zoals omschreven in artikel 3.4.3 CAP; TOD: de toelage onregelmatige dienst, zoals omschreven in artikel 3.3.2 CAP; piket: het volgens piketdienstrooster bereikbaar, beschikbaar en oproepbaar zijn voor werkzaamheden. Artikel 2: uitgangspunten werktijden 1 Individuele werktijden worden gebaseerd op de vastgestelde feitelijke arbeidsduur per week van de medewerker en zijn per periode vastgesteld door de leidinggevende na overleg met de medewerker. 2 Bij individuele afspraken over werktijden en roosters wordt rekening gehouden met een goede balans tussen de belangen van de provincie enerzijds en die van de medewerker en het team anderzijds. 3 De leidinggevende is bevoegd om incidenteel in te grijpen op de werktijden, indien het dienstbelang dit vereist. 4 Indien het dienstbelang vereist dat er op teamniveau dienstroosters worden vastgesteld, waarbij een structurele inperking plaatsvindt van de inspraak van de medewerker op zijn individuele werktijden, wordt het teamrooster ter instemming aan de OR voorgelegd. 5 De dienstroosterperiode is een kwartaal. Dienstroosters zijn tenminste een maand voordat het feitelijke rooster ingaat bekend. 6 Bij het regelen van de werktijden is de Arbeidstijdenwet van toepassing. Artikel 3: ziekte en verlof 1 Afwezigheid wegens ziekte of verlof wordt voor zoveel uur gerekend als de werknemer volgens de vastgestelde werktijden arbeid zou hebben verricht. 2 Afwezigheid wegens bezoek aan dokter, tandarts specialist etcetera, geschied in eigen tijd voor zover de individuele werktijdenafspraken dit toelaten. Artikel 4: plus- en min-uren 1 Plus- of min-uren kunnen ontstaan als gevolg van inroostering of als gevolg van tijd-voor-tijd-compensatie. 2 Bij het roosteren kan het saldo per maand maximaal op 10 plus-uren of 10 min-uren uitkomen. 3 Alle plus- en min-uren worden uiterlijk in de volgende dienstroosterperiode (kwartaal) gecompenseerd. 4 Indien compensatie in het volgende kwartaal niet mogelijk is, dienen medewerker en leidinggevende nadere afspraken te maken over de compensatie van deze uren. 5 Een eventueel positief of negatief saldo plus- of min-uren vervalt aan het eind van het kalenderjaar. 6 In uitzondering op lid 3 mogen plus-of min-uren die in het laatste kwartaal van het kalenderjaarontstaan mee worden genomen naar het eerste kwartaal van volgend jaar. 7 Voor medewerkers die werken in gladheidsbestrijdingsdiensten, geldt in afwijking van lid 2 tot en met 6 dat alle plus- en min-uren die ontstaan, binnen een jaar moeten worden in- of uitgeroosterd en dat een eventueel positief of negatief saldo van een jaar op 1 oktober komt te vervallen. Artikel 5: toelage onregelmatige dienst (TOD) 1 De TOD-vergoeding wordt uiterlijk binnen 3 maanden na afloop van de maand uitgekeerd op grond van de daadwerkelijk onregelmatig gewerkte uren. 2 Als de werktijden binnen een maand voor aanvang van de werkzaamheden door de werkgever worden verschoven, dan blijft het recht op TOD-vergoeding bestaan voor de uren, zoals ingeroosterd. Artikel 6: overwerk 1 Overwerk-tijd wordt per kwartaal gecompenseerd volgens de regels van plus- en min-uren. 2 Overwerkvergoeding wordt gegeven over de tijden waarop het overwerk heeft plaatsgevonden. 3 Bij het opdragen van overwerk wordt rekening gehouden met de het persoonlijke belang van medewerkers en met de Arbeidstijdenwet. Artikel 7: piket 1 Een medewerker die piketdienst heeft, ontvangt een piketvergoeding conform de provinciale uitvoeringsregeling, waarin de vergoeding is geregeld. 2 Indien een medewerker daadwerkelijk wordt opgeroepen om arbeid te gaan verrichten, dan ontvangt hij hiervoor een vergoeding in geld en tijd gelijk aan de overwerkvergoeding conform artikel 3.4.3 CAP. 3 De tijd die de opgeroepen medewerker werkt, wordt per kwartaal gecompenseerd volgens de regels van plus- en min-uren. 4 De medewerker die piketdienst heeft tussen 0.00 en 6.00 uur, daadwerkelijk wordt opgeroepen en wiens werkzaamheden langer dan 30 minuten duren, heeft aansluitend op de laatste nachtoproep recht op ten minste 6 uur uitslaaptijd en indien de werkzaamheden langer dan 2 uur hebben geduurd heeft hij recht op ten minste 8 uur uitslaaptijd. 5 De uren die in de uitslaaptijd vallen, maar wel waren ingeroosterd, worden geregistreerd als min-uren. 6 De optelsom van de plus-uren uit de nachtdienst en de min-uren vanwege de uitslaaptijd leidt nooit tot een negatief saldo. 7 Indien er samenloop is tussen uitslaaptijd en TOD, ontvangt de medewerker de TOD-vergoeding alsof hij die uren heeft gewerkt. 8 Indien er in een organisatieonderdeel sprake is van piketdiensten, draagt de leidinggevende zorg voor instructies op de werkvloer ter voorkoming van overschrijding van de Arbeidstijdenwet. Deze instructies maken onderdeel uit van de instemmingsaanvraag, bedoeld in artikel 2 lid 3 van de werktijdenregeling. Artikel 8: roosterdienst ruilen 1 Het staat medewerkers in principe vrij om hun roosterdienst onderling te ruilen. 2 Indien er van dienst wordt geruild wordt dit vooraf aangevraagd bij doorgegeven aan de leidinggevende of aan een daartoe aangewezen medewerker die verantwoordelijk is voor de coördinatie van de dienstroosters. Indien het dienstbelang dit toelaat wordt de dienst geruild. Artikel 9: pauze Bij het inroosteren van pauzes wordt rekening gehouden met de bepalingen uit de Arbeidstijdenwet. Groningen, 29 september 2015.Gedeputeerde Staten voornoemd:M.J. van den Berg, voorzitter.H.J. Bolding, secretaris. Groningen, 29 september 2015.Gedeputeerde Staten voornoemd:M.J. van den Berg, voorzitter.H.J. Bolding, secretaris.Bijlagen bij Werktijdenregeling provincie Groningen 2016 Algemene Toelichting Deze regeling is opgesteld als uitwerking van artikel D.2 lid 1 CAP als algemene werktijdenregeling. In de cao provincies 2012-2015 is een handreiking geschreven hoe handen en voeten gegeven kan worden aan plaats- en tijdonafhankelijk werken (TPOW). De werktijdenregeling sluit aan bij wat er in deze handreiking is vastgelegd en draagt daarmee bij aan TPOW. De Werktijdenregeling biedt elke medewerker een kader waarbinnen afspraken gemaakt kunnen worden over werktijden. De regeling is opgebouwd van algemeen (artikel 1 t/m 3) naar specifiek (vanaf artikel 4). Om een werktijdenregeling te laten werken, moet deze vooral faciliterend van aard zijn. De feitelijke afspraken moeten in individuele gesprekken tussen leidinggevende en medewerker worden gemaakt. Om die reden zijn er ook weinig kaders opgenomen over aanwezigheid op de werkplek en het begin en einde van de werktijd. Dit neemt niet weg dat dergelijke afspraken met een team of met een individu wel gemaakt kunnen worden. Met name zijn er regels opgesteld voor een gemiddelde arbeidsduur en voor extra werk, zoals overwerk en werk vanuit een piketdienst. Op deze manier faciliteert de werktijdenregeling zowel medewerkers die een grote vrijheid hebben om zelf hun werktijden in te delen als medewerkers die meer aan tijd of plaats gebonden zijn om hun werk te verrichten. De openingstijden van het provinciehuis staan in principe los van de werktijdenregeling. De directie kiest de openingstijden die bedrijfseconomisch rendabel zijn. Als medewerker en leidinggevende behoefte hebben aan ruimere werktijden dan kan dit praktisch vormgegeven worden door werken op afstand met een token. Ook voor de verdere ICT-ondersteuning geldt hetzelfde als voor de openingstijden van het pand: de huidige ondersteuning bepaalt de grenzen van wat mogelijk is. Artikelsgewijs Artikel 1 1c. De definitie in de CAP van de formele arbeidsduur is: '…het aantal kalenderdagen per jaar, verminderd met het aantal zaterdagen en zondagen en niet op een zaterdag of zondag vallende feestdag, vermenigvuldigd met 7,2 uur per dag.' Feitelijk komt dit neer op een gemiddelde werkweek van 36 uur. 1d en e. Met deze formulering heeft de feitelijke arbeidsduur per week bij een volledige betrekking een omvang van tussen de 24 en de 48 uur per week. Omdat de meeste medewerkers ook ATV opbouwen en het uitgangspunt hierbij is dat de ATV-uren vrij inzetbaar zijn, moet er in geval van ATV-gebruik gemiddeld 40 uur per week worden gewerkt. De 33,33%-marge is gebaseerd op de 36-urige werkweek op jaarbasis, zoals vastgelegd in artikel D1 van de CAP en wordt dus niet opgerekt bij ATV-gebruik. Het percentage van 33,33% is gekozen om aan te sluiten bij de bestaande uitvoeringspraktijk, waarbij medewerkers in wisselende dienstroosters nu maximaal voor 48 uur worden ingeroosterd. 1f. Als het dienstbelang het vereist dat er met roosters wordt gewerkt, dan moet hiervoor instemming aan de OR worden gevraagd. Deze beperking van werktijden gaat samen met rechten en plichten die dan gelden ten aanzien van tijd- en financiële compensatie, zoals in de werktijdenregeling beschreven. 1g. van overwerk is pas sprake als de ingeroosterde uren worden overschreden. Overwerk kan alleen voortkomen uit een dienstopdracht, zoals in de CAP is beschreven. Bij het maken van een kwartaalrooster is er dus geen sprake van overwerk voor alle uren onder de 48 per week, zolang er gemiddeld maar op 36 uur per kwartaal wordt uitgekomen (40 uur bij gebruik van ATV). Als echter tussentijds wordt ingegrepen op het rooster door de leidinggevende kan echter wel weer overwerk ontstaan. Dit betreft ingrepen die binnen een maand voorafgaand aan de ingangsdatum van het rooster plaatsvinden, omdat het definitieve rooster een maand van tevoren bekend moet zijn. Als iemand in week y 30 uur staat ingeroosterd, en door ziekte van een collega gevraagd wordt 8 uur extra te werken, dan zijn deze 8 uur overwerk. Als iemand 42 uur staat ingeroosterd maar op kwartaalbasis op 36 uur (of 40 uur bij ATV) uitkomt, is er echter geen sprake van overwerk. 1h. De definitie van TOD in de CAP is: 'aan de ambtenaar voor wie een lagere salarisschaal geldt dan salarisschaal 11 en die, anders dan bij wijze van overwerk, in opdracht regelmatig of vrij regelmatig arbeid verricht op andere tijden dan op de dagen maandag tot en met vrijdag tussen 8 en 18 uur, wordt een toelage toegekend' Artikel 2 De uitgangspunten zijn bedoeld om het gesprek over werktijden te faciliteren. TPOW kan in principe overal; flexibel buiten kantoor/werklocatie werken en/of buiten geroosterde werktijden werken, maar ook gewoon op kantoor binnen de kantoortijden. Het initiatief voor TPOW kan zowel bij de ambtenaar als bij de leidinggevende liggen. Dit onderwerp wordt in ieder geval in de cyclus van jaargesprekken besproken. Naast bespreking in de jaarcyclus is het raadzaam om tussentijds deelafspraken te maken ten aanzien van TPOW. De medewerker en de leidinggevende maken afspraken over de te verrichten werkzaamheden, de momenten waarop de werkzaamheden moeten zijn afgerond en de kwaliteitseisen die daaraan gesteld worden, de bereikbaarheid voor collega’s en externen en momenten waarop de medewerker aanwezig moet zijn op een afgesproken werkplek voor overleg, consultatie e.d. Ook bespreken zij of werk en privé voldoende in balans zijn. Er kunnen factoren spelen waardoor TPOW niet wenselijk of mogelijk is. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat de werksituatie vraagt om specifieke apparatuur of aanwezigheid. Ook kan het zo zijn dat dat TPOW niet bij de medewerker past of dat gezien de bezettingsgraad van de afdeling TPOW niet mogelijk is. Dit wordt besproken in het gesprek tussen de leidinggevende en medewerker. Het kan wenselijk zijn om na verloop van tijd de gemaakte afspraken te herzien. Uitgangspunt is dat de afspraken over werktijden tot stand komen in overleg tussen leidinggevende en medewerker. Wanneer het ondanks wederzijdse inspanningen niet lukt tot overeenstemming te komen dan kan de leidinggevende met redenen omkleed in het belang van de dienst, eenzijdig de werktijden vaststellen. Dit kan alleen wanneer het dienstbelang dit vergt en met afweging van alle betrokken belangen. Persoonlijke omstandigheden van de medewerker, het organisatiebelang en/of aangepaste omstandigheden in het werk kunnen ertoe leiden dat de gemaakte afspraken opnieuw moeten worden beoordeeld. Overwerk vindt alleen plaats in opdracht van het bevoegd gezag. Als de medewerker zelf besluit meer uren of op andere tijden te werken is er geen sprake van overwerk. De medewerker kan immers op zijn ‘normale” uren werken. De mogelijkheid van opbouwen van ATV blijft bestaan. Hierover maken medewerker en leidinggevende afspraken, die aansluiten bij artikel 1 lid d van deze regeling. Checklist gesprek TPOW leidinggevende/medewerker Leidinggevende en medewerker worden geadviseerd in ieder geval de volgende zaken te bespreken
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.