← Nederland

REGELING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING DEN HAAG 2016 ('s-Gravenhage)

REGELING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING DEN HAAG 2016HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS, gelet op artikel 1.3 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Den Haag 2015 en het Beleidsplan maatschappelijke ondersteuning 2015-2016, overwegende dat: de normbedragen voor hulpmiddelen jaarlijks door het college worden vastgesteld; de indexering van de normbedragen voor hulpmiddelen voor 2015 0% was, terwijl de nacalculatie op 0% is uitgekomen; de directie Financiën het indexeringspercentage voor 2016 heeft bepaald op 0%. Besluit: Vast te stellen de Regeling Maatschappelijke ondersteuning Den Haag 2016. In te trekken de Regeling Maatschappelijke ondersteuning gemeente Den Haag 2015 (RIS 280458). De normbedragen voor 2016 niet te verhogen en derhalve de indexering op 0% te bepalen. Dat dit besluit in werking treedt met ingang van 1 januari 2016. Dat dit besluit wordt gepubliceerd in het Gemeenteblad van week 49 van 2015 en met ingang van 3 december 2015, inclusief toelichting en bijlagen, terug te vinden zal zijn op de site www.denhaag.nl/bestuurlijkestukken, onder RIS-nummer 289301. Den Haag, 1 december 2015 Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, mw. A.W.H. Bertram J.J. van Aartsen REGELING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING DEN HAAG 2016Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: bijstandsnorm: het bedrag bedoeld in artikel 5 onderdeel 5 c van de Participatiewet; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag; doorstroom: 24 uursopvang / toezicht met begeleiding gedurende gemiddeld 6 maanden voor tijdelijke oondersteuning vooruitlopend op zelfstandig wonen of een permanente vorm van woon voorziening; formeel tarief: het tarief voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb als bedoeld in artikel 4.1 wanneer de ondersteuning wordt geboden door een professionele zorgverlener; informeel tarief: het tarief voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb als bedoeld in artikel 4.1 wanneer de ondersteuning wordt geboden door iemand uit het sociale netwerk van de cliënt; inkomen: het bijdrageplichtige als bedoeld in artikel 3.9 eerste lid van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015; nachtopvang: opvang van avond tot ochtend, 365 dagen per jaar voor mensen die dakloos zijn, tot de kwetsbare groep behoren en regiobinding hebben; pgb: persoonsgebonden budget; SVB: de Sociale Verzekeringsbank; verordening: de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Den Haag 2015; wet: de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo 2015). Hoofdstuk2Procedurele bepalingen Artikel2.1Toegangsprocedure 1.Indien een ingezetene niet zelf in staat is een melding of aanvraag te doen, kan hij zich bij een servicepunt melden met zijn hulpvraag. 2.Een digitale melding of digitale aanvraag kan uitsluitend gedaan worden via de site www.denhaag.nl via het daarvoor beschikbaar gestelde web-portaal. 3.Een ingezetene kan zich door gratis en onafhankelijke cliëntondersteuning laten bijstaan. Hoofdstuk3Voorwaarden en criteria maatwerkvoorzieningen Titel 3.1 Regels inzake de aard, inhoud en omvang van maatwerkvoorzieningen Artikel3.1Collectief aanvullend vervoer voor cliënten van 70 jaar en ouder Alle personen die ten tijde van de aanvraag zeventig jaar of ouder zijn en een vervoersbehoefte hebben voor de (middel)lange afstand, komen in aanmerking voor het collectief aanvullend vervoer. Aan hen worden geen aanvullende voorwaarden gesteld. Artikel3.2Nadere regels als bedoeld in artikel 3.1, vierde lid van de verordening Betreffende de aard, inhoud en omvang van de te verstrekken maatwerkvoorzieningen. (voor de overige maatwerkvoorzieningen gereserveerd) Artikel3.3Nadere regels als bedoeld in artikel 3.3, vierde lid van de verordening Betreffende toelating in opvang en beschermd wonen naar aanleiding van afspraken met andere gemeentes over wederzijdse overdracht van cliënten en inzake prioritering van doelgroepen (gereserveerd) Titel 3.2.Incidentele PGBs Artikel3.4Hoogte financiële tegemoetkoming sporthulpmiddelen De hoogte van de financiële tegemoetkoming in de kosten van sportvoorzieningen wordt door het college vastgesteld in Bijlage I Artikel3.5Frequentie van toekenning sporthulpmiddelen 1.Een financiële tegemoetkoming voor een sporthulpmiddel wordt maximaal eenmaal per drie jaar verstrekt. 2.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, wordt een financiële tegemoetkoming voor aangepaste zadels of een zitski maximaal eenmaal per vijf jaar verstrekt. Artikel3.6Normbedragen woonvoorzieningen 1.Het college bepaalt de hoogte van de financiële tegemoetkoming voor de kosten van een woningsanering ten gevolge van een allergie aan de hand van de normbedragen in bijlage II. 2.Het college bepaalt de hoogte van de financiële tegemoetkoming voor de kosten van een woningaanpassing aan de hand van de normbedragen van bijlage III. 3.het college bepaalt de hoogte van de financiële tegemoetkoming ter vervanging van een woonvoorziening aan de hand van de normbedragen in bijlage IV. Artikel3.7Verhuiskostenvergoeding De hoogte van de financiële tegemoetkoming in het kader van de woonvoorziening verhuis- en inrichtingskosten wordt door het college vastgesteld in bijlage V. Artikel3.8Financiële tegemoetkomingen voor vervoersvoorzieningen Het college bepaalt de maximum hoogte van de financiële tegemoetkoming voor de kosten van vervoersvoorzieningen aan de hand van de normbedragen in bijlage VI. Dit betreft de volgende voorzieningen: eigen vervoer of vervoer door derden vervoer door middel van een bruikleenauto of open of gesloten buitenwagen rolstoeltaxivervoer begeleidingskosten Indien de in het eerste lid onder a tot en met d vermelde voorziening voor korter dan een jaar wordt verleend, wordt het aldaar vermelde bedrag evenredig verminderd. De financiële tegemoetkoming in de kosten van vervoersvoorzieningen als genoemd in het eerste lid onder a, b en d wordt uitgekeerd als een forfaitaire vergoeding. De financiële tegemoetkoming in de kosten van de vervoersvoorziening als genoemd in het eerste lid onder c wordt uitgekeerd op basis van bevoorschotting en van periodiek in te dienen declaraties door middel van een hiertoe door het college verstrekt formulier. de declaratie voor rolstoeltaxivervoer dient te bestaan uit gegevens waarmee wordt aangetoond dat er gebruik is gemaakt van een rol- of ligstoeltaxi. de gereden ritten komen alleen voor vergoeding in aanmerking wanneer deze plaatsvinden in de directe woon- en leefomgeving. Hieronder wordt verstaan het woonadres in Den Haag met daar omheen een schil van 4 OV-zones, tenzij door het college anders is aangegeven. Titel 3.3 Frequentie van toekenning en afschrijvingstermijnen Artikel3.9Afschrijvingstermijnen 1.De afschrijvingstermijn als bedoeld in artikel 3.1, derde lid onder c, van de verordening voor woonvoorzieningen is zeven jaar. 2.In afwijking van het eerste lid kan naar aanleiding van de aard en eigenschappen van de voorziening en het gebruik een afwijkende afschrijvingstermijn worden bepaald. Hoofdstuk4Maatwerkvoorzieningen in de vorm van een persoonsgebonden budget Artikel4.1Tarieven persoonsgebonden budget (formeel en informeel tarieven) De tarieven van het persoonsgebonden budget zijn opgenomen in bijlage VII. Artikel4.2Kwaliteitseisen en werkomstandigheden bij een pgb 1.Wanneer ondersteuning wordt ingekocht middels een pgb voor het informele tarief, of uitgevoerd door freelancers, dienen de volgende kwaliteitseisen en werkomstandigheden in acht worden genomen: a. er is geen CAO van toepassing. b. de zorgverlener verricht de werkzaamheden in de directe leefomgeving van de budgethouder. c. de zorgverlener garandeert de kwaliteit van de hulp en verricht zijn werk zoals van een redelijk handelend zorgverlener verwacht mag worden. De zorgverlening voldoet indien van toepassing aan de eisen die worden gesteld in de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst en de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, en de beroepscodes. d. de budgethouder zorgt voor goede, veilige werkomstandigheden (voor zover dit van hem of haar kan worden verlangd). e. de zorgverlener houdt alles geheim wat hij of zij weet of te weten komt over de budgethouder en diens gezin, partner of huisgenoten, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. f. de zorgverlener zorgt er bij overdracht van de werkzaamheden voor dat de benodigde gegevens beschikbaar zijn. Dit gebeurt in overleg met de budgethouder. g. de zorgverlener gedraagt zich zoals naar redelijke maatstaven van een verzorgende verwacht mag worden. 2.Wanneer ondersteuning wordt ingekocht middels een pgb bij een zorginstelling voor het formele tarief, dienen de volgende kwaliteitseisen en werkomstandigheden in acht te worden genomen: a.De zorginstelling garandeert dat zorgverleners beschikbaar zijn voor de duur van de overeenkomst. b.De maximale jaarlijkse tariefverhoging die de zorginstelling kan doorberekenen is gelijk aan de indexering van het budget voor dat jaar. c.De zorginstelling garandeert de kwaliteit van de hulp en de zorgverlener verricht zijn werk zoals van een redelijk handelend zorgverlener verwacht mag worden. De instelling voldoet indien van toepassing aan de eisen die worden gesteld in de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst en de wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg. d.De zorginstelling verplicht de zorgverlener, alles geheim te houden wat hij weet over de budgethouder en diens gezin, partner of huishouden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. e.De zorginstelling zorgt er bij overdracht van de werkzaamheden voor dat de benodigde gegevens beschikbaar zijn. Dit gebeurt in overleg met de budgethouder. f.De zorginstelling bewaakt dat de zorgverlener zich gedraagt zoals naar redelijke maatstaven van een verzorgende verwacht mag worden. 3.Van pgb-bureaus, zorginstellingen en zorgverleners wordt goed beheer en behoorlijk gedrag verwacht. Artikel4.3Verplichtingen voor het verkrijgen van een pgb 1.De budgethouder dient aantoonbaar in staat te zijn zelf regie te voeren over zijn zorg. Dit omvat het bepalen van de ondersteunings- en zorgbehoefte, de oriëntatie op zorgaanbieders en inkoop hiervan, alsmede het kunnen vervullen van alle verplichtingen welke behoren bij het voeren van de pgb-administratie in de rol van budgethouder. Hiervoor kan door de gemeente een bewust keuze gesprek met cliënt worden gehouden. 2.Indien de budgethouder niet in staat is de verplichtingen uit te voeren welke behoren bij het voeren van de pgb-administratie, kan een door de rechter aangestelde meerderjarige persoon, zijnde een wettelijk vertegenwoordiger, ouder, voogd, bewindvoerder, curator of mentor van rechtswege de administratieve taken behorende bij het PGB uitvoeren. Deze persoon wordt aangeduid als ‘budgetbeheerder’. 3.de budgethouder die in staat is zelf regie te voeren over zijn zorg, maar niet in staat is de verplichtingen uit te kunnen voeren welke behoren bij het voeren van de pgb-administratie, kan een meerderjarig persoon uit zijn sociale omgeving aanwijzen, beperkt tot broer, zus of familielid uit de eerste graad, alsmede partners (mits gehuwd, geregistreerd of samenlevingscontract), om samen de administratieve taken behorende bij het pgb, uit te voeren. Deze persoon wordt aangeduid als ‘budgetbeheerder’. 4.de budgethouder die in staat is zelf regie te voeren over zijn zorg, maar niet over een budgetbeheerder kan beschikken om gezamenlijk de pgb-administratie te voeren zoals omschreven in het derde lid, kan op eigen kosten een pgb-administratiekantoor inschakelen dat is aangesloten bij de branche-organisatie Alliantie Erkende PGB-bureaus (AEP) of in bezit is van het Keurmerk ‘Goedgekeurd PGB-bureau’ van het landelijk Keurmerkinstituut. 5.De professionele zorgverlener of zorgaanbieder van cliënt mag niet tevens zijn budgetbeheerder zijn. 6.De budgetbeheerder verklaart zich mede hoofdelijk aansprakelijk door ondertekening van het pgb-ondersteuningsplan. Zonder ondertekening kan het pgb worden geweigerd. 7.De budgethouder dient een schriftelijke overeenkomst met de zorgaanbieder(

  1. s)af te sluiten. 8.Het college maakt de pgb-gelden enkel aan de SVB over, met uitzondering van incidentele verstrekkingen. 9.De budgethouder of diens budgetbeheerder geeft door aan de SVB welke bedragen, per periode, naar de zorgaanbieder uitbetaald dienen te worden. Artikel4.4Besteding van een pgb 1.Het pgb dient besteed te worden voor het doel waarvoor deze is verstrekt. 2.Het pgb mag enkel in uitzonderlijke gevallen en na voorafgaand toestemming door het college in het buitenland worden besteed. 3.Voor besteding van het pgb in het buitenland kunnen andere tarieven gelden. 4.Niet besteed budget vloeit aan het eind van het kalenderjaar terug naar de gemeente Den Haag. De SVB zorgt voor het terugstorten. Hiervoor is geen toestemming van de budgethouder nodig. Artikel4.5Verplichtingen ten behoeve van het controleren van het pgb Zorgovereenkomsten en pgb-ondersteuningsplannen moeten tenminste vijf jaar, door de budgethouder, worden bewaard om controle mogelijk te maken. Artikel4.6Niet nakomen van verplichtingen behorende bij het pgb 1. Indien het college constateert dat door klant, zorgverlener, zorgaanbieder of pgb-bureau niet aan de voorwaarden, verplichtingen en kwaliteitseisen uit dit hoofdstuk kan voldoen, kan verstrekking van een Wmo-voorziening via de verstrekkingsvorm pgb worden geweigerd, opgeschort of ingetrokken. 2. Wanneer zich een situatie voordoet zoals omschreven in het eerste lid , biedt het college de klant Zorg in Natura aan via een gecontracteerde aanbieder. 3. Uitsluiting van verder zorgverlening van Haagse pgb-klanten volgt onder meer bij constatering van: a: intimidatie van clienten of medewerkers van de gemeente b. indienen van te hoge rekeningen bij de SVB die niet in verhouding staan tot het jaarbudget. c: onjuist beheer van pgb-dossiers conform declaratie- en privacyregels d: het niet hebben gedeponeerd van een jaarrekening bij de Kvk e: een melding in het RIZ register Hoofdstuk5Eigen Bijdrage Artikel5.1Nadere regels als bedoeld in artikel 1.3, tweede lid onder a juncto artikel 5. 2 tweede en derde lid van de verordening Betreffende de bijdrage aan algemene voorzieningen (gereserveerd) Artikel5.2Verschuldigde bijdrage maatwerkvoorzieningen in natura en pgb Het college stelt de hoogte voor de eigen bijdrage vast. De cliënt is een bijdrage verschuldigd voor de volgende maatwerkvoorzieningen: hulp bij het huishouden, maatwerkvoorziening ondersteuning, logeervoorziening, verblijf in een opvang, waaronder doorstroomvoorziening, nachtopvang en crisiszorg beschermd wonen. collectief aanvullend vervoer De hoogte van de bijdrage is vermeld in bijlage VIII. De hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening ondersteuning het tweede lid onder b, zoals vermeld in bijlage VIII, onder twee, werkt terug tot 1 januari 2015. 5.3 Inning eigen bijdrage voor verblijf in een opvang (gereserveerd) Hoofdstuk6Terug- en invordering Artikel6.1Terugvordering 1.Onder verwijzing naar het bepaalde in artikelen 6.1 en 6.2 van de verordening kan het college de navolgende, verstrekte maatwerkvoorzieningen, terugvorderen financiële tegemoetkoming, persoonsgebonden budget, en/of het bedrag wat de gemeente aan een voorziening in natura heeft vergoed of verstrekt. 2.Het college houdt zich het recht voor terug te vorderen bij een budgethouder, zijn budgetbeheerder of de zorgaanbieder in geval van schuld of mede-schuld bij oneigenlijk gebruik, onrechtmatige besteding, misbruik of fraude van uitbetaalde pgb-gelden. Artikel6.2Afzien van terugvordering 1.Indien verwijtbaarheid aan de zijde van de cliënt ontbreekt, kan het college in individuele gevallen tijdelijk of geheel afzien van (verdere) terugvordering. 2.In geval van dringende redenen kan het college in individuele gevallen tijdelijk of geheel afzien van (verdere) terugvordering. Bij dringende redenen moet gedacht worden aan (niet limitatieve) situaties als: het hebben van een levensbedreigende ziekte, of het hebben van (grote) schulden. Artikel6.3Afzien van (verdere) invordering 1.Komt de cliënt te overlijden dan zal het college onderzoeken of de vordering op de nalatenschap kan worden verhaald. 2.Op verzoek van de cliënt of van de schuldhulpverlener van de gemeente kan worden afgezien van (verdere) invordering als dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is voor het tot stand laten komen van een schuldregeling. 3.Van invordering kan niet worden afgezien als: de vordering is ontstaan als gevolg van fraude, onrechtmatig en/of verwijtbaar gedrag van de cliënt of diens echtgenoot of geregistreerd partner, als medewerking van het college aan een schuldregeling is toegezegd en binnen twaalf maanden nadien geen regeling tot stand is gekomen. Artikel6.4Aflossing 1.De vordering dient in een keer te worden terugbetaald. 2.Is terugbetaling van de vordering in een keer niet mogelijk, dan vindt terugbetaling plaats in termijnen totdat het gehele verschuldigde bedrag is terugbetaald. 3.Bij vaststelling van het termijnbedrag dient rekening te worden gehouden met de beslagvrije voet. Artikel6.5Teruggaaf hulpmiddel dat verstrekt is in de vorm van een pgb 1.Als een hulpmiddel binnen de gestelde periode waarvoor het pgb is verstrekt niet langer wordt gebruikt dient dit binnen 30 dagen aan de gemeente te worden gemeld. Het bedrag van het pgb moet vervolgens naar rato worden terugbetaald, dan wel het hulpmiddel in eigendom aan de gemeenten te worden overgedragen. Hiervoor wordt geen vergoeding verstrekt. 2.Bij verhuizing naar een andere gemeente dient het hulpmiddel zonder recht op enige vergoeding in eigendom aan de gemeente te worden overgedragen dan wel dient naar rato het bedrag van het pgb door de cliënt of door de gemeente van de nieuwe woonplaats te worden terugbetaald. 3.In geval van overlijden van de aanvrager dienen de erven ofwel het bedrag naar rato terug te betalen of het hulpmiddel zonder recht op enige vergoeding in eigendom over te dragen aan de gemeente. 4.De hoogte van het terug te betalen pgb wordt berekend door het aantal hele maanden vanaf het moment van niet gebruik tot aan het eind van de afschrijvingstermijn te delen door de voor het hulpmiddel van toepassing zijnde afschrijvingstermijn in maanden en deze breuk vervolgens te vermenigvuldigen met de hoogte van het oorspronkelijk verstrekte pgb. Hoofdstuk7Kwaliteit Artikel7.1Nadere regels als bedoeld in artikel 7.1, tweede lid van de verordening Betreffende verdere kwaliteitseisen aan voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen; (gereserveerd) Hoofdstuk8Inspraak, klachtenregeling en medezeggenschap Artikel8.1Nadere regels als bedoeld in artikel 8.1, tweede en derde lid van de verordening Betreffende het betrekken van ingezetenen bij het beleid (gereserveerd) Hoofdstuk9Overige bepalingen Artikel9.1Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen van de regeling indien toepassing van deze regeling tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel9.2Indexering Het college kan jaarlijks per 1 januari de hoogte van de op basis van titel 3.2 geldende bedragen indexeren. Artikel9.3Overgangsrecht Beschikkingen afgegeven voor ingangsdatum van deze regeling, behouden tijdens hun geldigheidsduur hun werking op grond van de ten tijde van het afgeven van die beschikking geldende regeling. Artikel9.4 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als Regeling Maatschappelijke ondersteuning Den Haag 2016. BIJLAGE I FINANCIËLE TEGEMOETKOMING SPORTHULPMIDDELENsporthulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.3, tweede lid onder b van de verordening: Tak van sport Sporthulpmiddel Financiële tegemoetkoming Sportrolstoel 3.343,00 E-hockey Aanpassing ADL-rolstoel 3.343,00 E-hockey Zelfschietende hockeystick 885,00 Fietsen Ligfiets 5.534,00 Fietsen Tandemfiets 2.767,00 Golf Aanpassing bestaande scootmobiel 1.107,00 Handbike Aankoppelbaar deel 3.343,00 Handbike Fastframe 5.534,00 Paardensport Aangepaste zadels 1.107,00 Rolstoelbasketbal Sportrolstoel 4.427,00 Rolstoelrugby Sportrolstoel 6.641,00 Ski- en sneeuwsport Zitski 5.534,00 Sportschieten Elektronische kijker 553,00 Sportschieten Laservizier 553,00 Zeilen Aanpassingen aan boot 5.534,00 BIJLAGE II FINANCIËLE TEGEMOETKOMING KOSTEN WONINGSANERING TEN GEVOLGE VAN ALLERGIEArtikelomschrijving afmeting Normbedrag Deken/dekbed -éénpersoons 150 x 220 67,70 -tweepersoons 190 x 240 96,00 Vloerbedekking / linoleum woonkamer, keuken, gang, toilet per m² 29.90 Vloerbedekking slaapkamer per m² 15,00 Overgordijnen breed 1.20 m per mtr. 16,40 Vitrage breed 1.20 m per mtr. 12,60 Bij ouderdom Tot 2 jaar 100% van het normbedrag. Tot 4 jaar 75% van het normbedrag. Tot 6 jaar 50% van het normbedrag. Tot 8 jaar 25% van het normbedrag. BIJLAGE III LIJST VAN EENVOUDIGE GENORMEERDE AANPASSINGEN Beschrijving (de normbedragen zijn incl. 21% BTW) Bedrag Normnr. Aangepaste raamopener € 228,00 4001 Afsluitbaar kastje (anti vandaal) tbv voeding wcd en accu scootermobiel leveren, aanpassen en plaatsen. Incl. aanleggen voeding € 515,00 4121 Afsluitb kastje tbv scootmob muurslot incl voeding € 554,00 4130 Anti-slip coating (tot 4 m2) € 343,00 4002 Anti-slip coating (> 4 m2 per m2 ) € 67,00 4136 Bedpapegaai, plafondmontage € 168,00 4007 Bedpapegaai, wandmontage € 280,00 4008 Deurautomaat: afdekkap voor buitenmontage € 319,00 4103 Deurautomaat: deurautomaat compleet, incl. elektra € 3.234,00 4101 Deurautomaat: herplaatst € 1.082,00 4132 Deurautomaat: inbouw ontvanger en handzender € 157,00 4102 Deurautomaat: naleveren en instellen van handzender € 157,00 4105 Deurautomaat: nalevering van ontvanger, opbouw op bestaande aandrijving € 500,00 4106 Deurautomaat: sleutelschakelaar op/inbouw (incl. cilinder) € 295,00 4104 Deurautomaat won.corp; incl.handz, 5 jr. onderhoud € 4.216,00 4131 Deurontgrendeling: bedieningspunt extra € 414,00 4009 Deurontgrendeling: bedieningspunt verplaatsen € 204,00 4010 Douchekraan verplaatsen € 232,00 4015 Douchezitje, meerprijs contraplaat € 109,00 4028 Douchezitje, opklapbaar, dubbele scharn. hulppoot, kunststof € 394,00 4029 Douchezitje, opklapbaar, rugleuning , armleggers, dubbele scharn. hulppoot, kunststof € 547,00 4031 Douchezitje, opklapbaar, rugleuning, dubbele scharnierende hulppoot, kunststof € 514,00 4032 Douchezitje, opklapbaar, rugleuning, kunststof € 380,00 4033 Douchezitje, opklapbaar, rugleuning, opklapbare armleggers, kunststof € 412,00 4035 Galerij: leuningwerk/balustrade ophogen (per m¹) € 105,00 4117 Hergebruik scooterstalling: metaal, compleet met elektra, vergunning en straatwerk, incl. MOOR-melding € 1.670,00 4137 Keiloog € 35,00 4135 Leuning (hout) per meter € 80,00 4052 Opklapbare beugel 53 cm € 144,00 4053 Opklapbare beugel 60 cm € 146,00 4054 Opklapbare beugel 70 cm € 148,00 4055 Opklapbare beugel 80 cm € 150,00 4056 Opklapbare beugel 90 cm € 161,00 4057 Opklapbare beugel meerprijs contraplaat € 75,00 4058 Opklapbare beugel meerprijs hulppoot € 80,00 4059 Opklapbare beugel meerprijs statief € 163,00 4060 Opklapbare beugel meerprijs toiletrolhouder € 38,00 4061 Opklapbare beugel verplaatsen € 75,00 4062 Opnamemeter (digitaal) indien voeding niet van klant (voor opladen accu) € 101,00 4125 Scooterstalling: aanbrengen van straatwerk incl. grond/planten verwijderen (gemiddeld3 m²), incl. MOOR-melding € 434,00 4108 Scooterstalling: aanleggen van elektra € 308,00 4113 Scooterstalling: aanvraag bouwvergunning verzorgen, incl. MOOR-melding € 523,00 4107 Scooterstalling: bestrating herstraten (gemiddeld 3 m2) € 273,00 4109 Scooterstalling: graaf- en straatwerk elektraleiding (per 5 m1); incl. MOOR-melding € 278,00 4114 Scooterstalling: metaal, compleet met elektra, vergunning en straatwerk, incl. MOOR-melding € 4.868,00 4127 Scooterstalling: metaal, leveren en plaatsen LxBxH 1600x1250x1200 mm, incl. MOOR-melding € 3.597,00 4110 Scover, compleet met elektra en plank ten behoeve van de acculader. Leveren en plaatsen scover inclusief instructie en controle na 1 jaar € 3.171,00 4138 Straatwerk: aanbrengen van nieuw straatwerk incl. grond/planten verwijderen per vierkante meter (niet te gebruiken voor scooterstallingen) € 138,00 4120 Straatwerk: ophogen per m² tot 15 cm hoog excl. opsluitbanden(niet te gebruiken voor scooterstallingen), incl. MOOR-melding € 74,00 4118 Straatwerk: ophogen per m² tot 15 cm hoog incl. opsluitbanden(niet te gebruiken voor scooterstallingen), incl. MOOR-melding € 96,00 4119 Terras ophogen (max.15
  2. cm)per vierkante meter € 68,00 4065 Tussentrede plaatsen € 234,00 4128 Vlonders/hellingbanen (per m²) € 320,00 4116 Voorrijkosten (eenmalig en uitsluitend bij werkzaamheden tot €350,00) € 54,00 4100 Wandbeugel meerprijs contraplaten (2 stuks) € 67,00 4071 Wandbeugel verplaatsen € 56,00 4072 Wandbeugel verwijderen (incl. wand herstellen) € 40,00 4073 Wandbeugel, 090 cm staalgecoat € 91,00 4080 Wandbeugel, 100 cm staalgecoat € 97,00 4081 Wandbeugel, 120 cm staalgecoat € 119,00 4083 Wandbeugel, 200 cm staalgecoat € 226,00 4091 Wandcontactdoos + plankje (voor opladen accu), max 5m € 294,00 4092 Wastafelbeugel, staalgecoat € 281,00 4096 BIJLAGE IV FINANCIËLE TEGEMOETKOMING VERVANGING WOONVOORZIENINGKeuken, 270 cm Vergoeding Nastelbaar 1.865,00 Mechanisch verstelbaar 4.485,00 Elektrisch verstelbaar 6.541,00 Hittebestendig werkblad 351,00 Genoemde bedragen zijn exclusief BTW. BIJLAGE V FINANCIËLE TEGEMOETKOMING VERHUISKOSTENDe financiële tegemoetkoming ten behoeve van woonvoorziening verhuis- en inrichtingskosten bedraagt € 2.705,00. BIJLAGE VI FINANCIËLE TEGEMOETKOMING VERVOERSVOORZIENINGEN eigen vervoer of vervoer door derden maximaal € 942,00; vervoer door middel van een bruikleenauto / buitenwagen maximaal € 617,00; rolstoeltaxivervoer maximaal € 2.813,00; begeleidingskosten maximaal € 327,00. BIJLAGE VII TARIEVEN PERSOONSGEBONDEN BUDGETDe tarieven voor een pgb voor 2016 bedragen: een maximum uurtarief voor hulp bij het huishouden 1 van € 14,40; een maximum uurtarief voor hulp bij het huishouden 2 van € 18,80; een maximum uurtarief voor individuele ondersteuning van € 35,84; een maximum uurtarief voor individuele ondersteuning van € 20,00 (informeel); een maximum dagdeeltarief voor ondersteuning in groepsverband exclusief vervoer van € 44,30; een maximum dagdeeltarief voor ondersteuning in groepsverband inclusief vervoer van € 49,63; een maximum etmaaltarief voor de logeervoorziening van € 50,00; een maximum etmaaltarief voor de logeervoorziening van € 27,50 (informeel); een maximum uurtarief voor beschermd wonen begeleiding van € 51,92; een maximum uurtarief voor beschermd wonen begeleiding van € 20,00 (informeel); een maximum dagdeeltarief voor beschermd wonen dagbesteding van € 26,81; een maximum maandtarief voor beschermd wonen ‘wooninitiatief’ van € 250,00; m. een maximum vervoerstarief per eigen auto van € 0,19 per kilometer; een maximum vervoerstarief via een gecontracteerde vervoerder van € 0,35 per kilometer; BIJLAGE VIII VERSCHULDIGDE BIJDRAGE MAATWERKVOORZIENINGEN IN NATURA EN PGBDe vaste eigen bijdrage voor collectief aanvullend vervoer per jaar bedraagt € 28,00. De lagere eigen bijdrage voor maatwerkvoorziening ondersteuning van € 200,00 per vier weken. De eigen bijdrage voor hulp bij het huishouden bedraagt maximaal de kostprijs van de voorziening. gereserveerd voor de eigen bijdrage voor de doorstroomvoorziening gereserveerd voor de eigen bijdrage voor de nachtopvang gereserveerd voor de eigen bijdrage voor crisisopvang De bijdrage voor de overige maatwerkvoorzieningen is nihil. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven, worden hieronder behandeld. Hoofdstuk 3 Voorwaarden en criteria maatwerkvoorzieningenTitel 3.1 wordt gereserveerd voor nadere voorwaarden en criteria voor de maatwerkvoorzieningen. Aangezien 2015 en 2016 nog als ontwikkeljaren worden gezien, worden eerst aan de hand van beleidsregels gewerkt. Als daarmee voldoende ervaring is opgedaan en een bestendige beleidslijn is gevonden, dan worden de beleidsregels opgenomen als algemeen verbindend voorschrift. Dat kan in de Regeling of in de Verordening, afhankelijk waar dit het beste past. Vermoedelijk zijn de eerste resultaten in het najaar van 2015 bekend. Artikel 3.6 Normbedragen woonvoorzieningenLandelijk worden normbedragen vastgesteld die gebruikt worden om de hoogte van bepaalde woningaanpassingen te bepalen. Dit voorkomt dat voor vergelijkbare aanpassingen aan de woning uiteenlopende bedragen in rekening worden gebracht. In artikel 9.2 wordt aangegeven dat het college deze bedragen jaarlijks kan indexeren aan het te verwachten inflatiepercentage voor het komend jaar. Hoofdstuk 4 Maatwerkvoorzieningen in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb)De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 bepaalt dat budgethouders vanaf 1 januari 2015 het budget niet meer op de eigen rekening gestort krijgen, maar trekkingsrecht krijgen op hun budget dat door de gemeente naar de instantie Sociale Verzekeringsbank (SVB) is overgemaakt. De rechten en plichten van de gemeente, cliënt en SVB veranderen dus ten opzichte van de afgelopen jaren. Belangrijke rol in het aanvraagproces is het pgb-ondersteuningsplan. Hierin geeft de budgethouder aan welke hulp hij wil inkopen. Dit pgb-ondersteuningsplan is voor de gemeente de basis voor het beoordelen van de aanvraag. Voorts is het pgb-ondersteuningsplan de basis voor de zorgovereenkomst tussen budgethouder en zorgverlener(s). De SVB op zijn beurt toetst de zorgovereenkomst aan de WMo-indicatie. Vervolgens bevestigt de SVB aan de cliënt dat hij van zijn trekkingsrecht gebruik kan gaan maken. Artikel 4.1 Tarieven pgbAangezien de tarieven van het pgb ieder jaar opnieuw zullen worden bepaald, worden deze voor de leesbaarheid in bijlage VII bij deze Regeling opgenomen. Nu het pgb maximaal de kostprijs voor een maatwerkvoorziening in natura betreft, gelden de volgende bedragen op basis van de Zorg in Natura tarieven zoals door het college vastgesteld op 4 augustus 2015 (BOW/2015.361): Voor de doelgroep psychiatrische en verslavingsproblematiek van € 121,00 per week Voor de doelgroep lichamelijke en verstandelijke beperking van € 170,10 per week Voor de doelgroep somatische en psychogeriatrische aandoening van €103,80 per week Artikel 4.2 Kwaliteitseisen en werkomstandigheden bij een pgbIn artikel 4.2. worden enkele nadere eisen gesteld aan de afspraken die de budgethouder met zijn zorgverlener maakt. Deze afspraken zijn gebaseerd op de eisen die de SVB stelt aan de zorgovereenkomsten. Artikel 4.3 Verplichtingen voor het verkrijgen van een pgb De lijst met toegestane pgb-bureaus is terug te vinden op: http://www.alliantiepgb.nl/leden/ http://www.keurmerk.nl/NL/Goedgekeurde-producten-en-diensten#Pgb-bureaus Artikelen 4.3 – 4.5 Nadere eisen opgenomen aan proces van besteding, verantwoording en controle van het pgbVerder zijn nadere eisen opgenomen aan proces van besteding, verantwoording en controle van het pgb. Dit is de juridische grondslag onder het PGB-beleid Wmo 2015 (RIS 279081). Uitzonderingen worden vooralsnog per maatwerkvoorziening in de beleidsregels opgenomen. Als daarmee voldoende ervaring is opgedaan en een bestendige beleidslijn is gevonden, dan worden de beleidsregels opgenomen als algemeen verbindend voorschrift. Dat kan in de Regeling of in de Verordening, afhankelijk waar dit het beste past. Vermoedelijk zijn de eerste resultaten in het voorjaar van 2016 bekend. Hoofdstuk 5 Eigen bijdrageHet eigen bijdrage-beleid zal in 2015 en 2016 verder worden ontwikkeld zoals staat beschreven in het Beleidsplan maatschappelijke ondersteuning 2015-2016. Daarom wordt nu geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om nadere regels te stellen over de bijdrage voor algemene voorzieningen. Evenmin worden groepen aangewezen die korting krijgen op de bijdrage aan algemene voorzieningen. Voor de maatwerkvoorzieningen wordt expliciet geregeld voor welke maatwerkvoorzieningen een bijdrage wordt gevraagd. Hoofdstuk 6 Terug- en invorderingDe bepalingen in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op het bestendig gebruikelijke beleid bij de dienst SZW van de gemeente Den Haag voor terug- en invordering van een op basis van een ingetrokken besluit uitbetaalde financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget. Hoofdstuk 7 KwaliteitHet college kan nadere kwaliteitseisen stellen en regels stellen over de verhouding tussen prijs en kwaliteit. Dit kwaliteitsbeleid moet nog verder worden uitgekristalliseerd. Daarom wordt van deze bevoegdheid nu geen gebruik gemaakt. Hoofdstuk 8 InspraakVoor het betrekken van ingezetenen, in elk geval cliënten of hun vertegenwoordigers bij het beleid kunnen ook nadere regels worden gesteld. Het college heeft conform het Beleidsplan sociaal domein breed een cliëntenraad/-participatie ingericht, de Regeling Cliëntenraad Sociaal Domein Den Haag 2015 (RIS287728). Bij de voorbereiding van de jaarlijkse wijziging van onderhavige Regeling zijn cliëntenvertegenwoordigers betrokken. Artikel 9.2 IndexeringArtikel 9.2 bepaalt dat het college jaarlijks de bedragen van de financiële tegemoetkomingen uit titel 3.2 kan indexeren. Over de berekeningswijzen zijn in 2005 afspraken gemaakt met de directie Financiën.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.