Beleidsregels ter uitvoering van artikel 4 van de Subsidieverordening particulier landschapsbeheer gemeente Bladel voor 2002 Overzicht subsidiabele activiteiten, subsidie-bedragen, criteria en randvoorwaarden. In aangehechte overzichten zijn de subsidiabele activiteiten, de subsidie-normbedragen, de jaarlijkse vergoedingen, alsmede de criteria en randvoorwaarden in de bijlagen A en B nader bepaald. De hoogte van de subsidie wordt berekend op basis van de in de bijlage A en B vastgestelde normen. Bijlage A heeft betrekking op de bijdrage voor de aanleg van landschapselementen en de jaarlijkse vergoeding voor inkomstenderving. Voor de aanleg van landschapselementen is zoveel mogelijk aangesloten op de normen, criteria en randvoorwaarden van de desbetreffende provinciale subsidieverordening. Dit geldt ook in voorkomend geval voor de beoordeling van de aanvraag om subsidie. In de subsidienorm voor de aanleg van een beplantingselement is o.a. opgenomen: grondbewerking, aankoop materiaal (plantsoen, boompalen e.d.), aanleg van de beplanting (arbeid) en rasterkosten ter bescherming van het element. Voor de aanleg van een poel zijn de volgende werkzaamheden subsidiabel: het uitzetten van het object, uitgraven en transport grond, verwerken vrijkomende grond, indien van toepassing het betreffende perceel waarop het zand wordt verwerkt in oude staat herstellen, herstel rijpaden en rasterkosten ter bescherming van het element. De hoogte van de subsidie wordt bepaald aan de hand van een ingediende offerte/begroting van de aanvrager. Bij de beoordeling van de offerte wordt gebruik gemaakt van vastgestelde normen voor kleinschalige natuurbouw. Behalve de subsidiebedragen zijn in bijlagen A en B ook subsidiecriteria en randvoorwaarden aangegeven, zoals de minimale omvang van de activiteit en de plantafstand. Bij de aanleg van poelen is ook een maximum oppervlakte aangegeven. De bijdrage voor inkomstenderving voor vlakvormige landschapselementen is vastgesteld op 4% van de grondprijs. Op basis van gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (jaar 2000) is de gemiddelde grondprijs voor de Provincie Noord-Brabant € 41.373,00 (¦ 91.175,00; voor deze beleidsregels afgerond naar ¦ 90.000,00 ofwel € 40.840,00) per hectare landbouwgrond excl. dijken; voor dijken wordt uitgegaan van een grondprijs van € 18.151,00 euro (ƒ 40.000,00) per hectare. De bijdrage voor inkomstenderving voor puntvormige elementen is berekend op basis van de oppervlakte die werkelijk uit productie wordt genomen en de kronenprojectie. Voor de oppervlakte die uit productie is genomen geldt een vergoeding van 4% van de grondprijs en voor de oppervlakte van de kronenprojectie een vergoeding van 2% van de grondprijs. Bijlage B heeft betrekking op het onderhoud van landschapselementen waarvoor een jaarlijkse subsidie wordt toegekend. In de subsidienorm voor onderhoud van beplantingen is begrepen: het afzetten van beplantingen, inclusief uitsnoeien en korten van de stammen en het versnipperen van het takhout voor alle elementen met uitzondering van brede houtwallen of -singels en hakhoutbosjes omdat bij deze elementen het snoeihout op andere wijze kan worden verwerkt. In de subsidienorm voor het onderhoud van een poel is opgenomen: het jaarlijks maaien van het talud en het éénmaal in de 6 jaar uitbaggeren van de poel inclusief het afvoeren van het uitkomende materiaal. De vergoedingen voor het onderhoud van beplantingen zijn gebaseerd op tijdnormen van het IMAG en de vergoedingen voor arbeid en machines op basis van het normenboek Staatsbosbeheer. De vergoeding voor poelen is gebaseerd op de normen van de Regeling agrarisch natuurbeheer van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Aan het toekennen van de subsidie wordt de voorwaarde verbonden dat een overeenkomst wordt gesloten waarin afspraken worden gemaakt omtrent de instandhoudingstermijn van 10 jaar en de wijze van instandhouding. Nadere uitwerking Beleidsvisie Natuur en Landschap. Ter verduidelijking en nadere uitwerking van de Beleidsvisie Natuur en Landschap is in het veld bezien in welke gebieden de aanleg van bepaalde landschapselementen de kwaliteit van het landschap zal verbeteren. Voorkomen moet worden dat landschapselementen die niet passen binnen een bepaald gebied met subsidie kunnen worden aangelegd. Omdat slechts subsidie dient te worden verleend voor activiteiten die een kwaliteitsverbetering van het landschap bewerkstelligen, is gelet op de feitelijke situatie in het veld op een kaart aangegeven binnen welke gebieden voor de aanleg van de daarbij aangegeven landschapselementen subsidie kan worden verkregen. Tevens zijn de aandachtsgebieden op perceelsniveau uitgewerkt. De Kaart nadere uitwerking Beleidsvisie Natuur en Landschap is gehecht aan en maakt als zodanig deel uit van deze beleidsregels. Inrichten subsidieaanvraag. Voor het aanvragen van een subsidie wordt gebruik gemaakt van een door burgemeester en wethouders vast te stellen of van toepassing te verklaren standaardformulier. Bij de aanvraag moet worden overgelegd: - een inrichtingsschets op schaal; - een beschrijving van de uit te voeren activiteiten; - een topografische kaart schaal maximaal 1:25.000 waarop de locatie is aangegeven; - voor zover van toepassing een begroting of offerte. De aanvraag wordt ingediend bij het college van burgemeester en wethouders. Aanvrager krijgt eenmalig de mogelijkheid de aanvraag te completeren. Subsidieverlening en voorwaarden. De hoogte van de subsidie wordt berekend op basis van de in bijlage A en B vastgestelde normen. De jaarlijkse subsidie wegens inkomstenderving is in bijlage A aangegeven. De subsidie voor de aanleg en het onderhoud van een nieuw landschapselement en het onderhoud van een bestaand landschapselement wordt voor 10 jaar verleend onder voorwaarde dat een onderhoudsovereenkomst voor 10 jaar wordt gesloten. Hierin worden afspraken vastgelegd die betrekking hebben op de vaststelling van de subsidie, het (jaarlijks) verstrekken van gegevens, de wijze van het onderhoud en de (jaarlijkse) uitbetaling van de subsidie. Vaststelling en uitbetaling van subsidie. Binnen 1 maand na afronding van de aanleg van een landschapselement waarvoor subsidie is verleend, vraagt subsidieontvanger aan burgemeester en wethouders om vaststelling van de subsidie. Hierbij wordt rekening en verantwoording afgelegd door aan te tonen dat de activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de verplichtingen verbonden aan het verlenen van de subsidie en omtrent de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten voor zover die voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn (kopieën van rekeningen van geleverde diensten of producten van derden). Er vindt controle plaats van de uitgevoerde werkzaamheden. De vaststelling en uitbetaling van de subsidie vindt plaats met inachtneming van hetgeen hieromtrent in de betreffende overeenkomst en in de Subsidieverordening particulier landschapsbeheer en de Algemene Wet Bestuursrecht is bepaald. Een aanvraag om vaststelling van de subsidie als jaarlijkse vergoeding wegens inkomstenderving en voor het onderhoud van de bestaande of nieuwe landschapselementen wordt binnen 3 maanden na afloop van het betreffende subsidiejaar ingediend. Wanneer het nieuwe landschapselement vóór 1 april is aangelegd, vindt de uitbetaling van de jaarlijkse subsidie voor onderhoud en/of inkomstenderving voor dat subsidiejaar plaats. Wanneer de overeenkomst voor het onderhoud van een bestaand landschapselement vóór 1 april is ondertekend, vindt de uitbetaling van de jaarlijkse subsidie ook voor dat subsidiejaar plaats. Wijziging, intrekking en beëindiging subsidie. Hierbij wordt aangesloten bij hetgeen in de Algemene Wet Bestuursrecht is geregeld. Bijzondere gevallen. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van één of meer verplichtingen. Bezwaar- en beroepsmogelijkheden. Hierbij wordt aangesloten op hetgeen in de Algemene Wet Bestuursrecht is geregeld. Bijlage A Bijlage A als bedoeld in de beleidsregels ter uitvoering van artikel 4 van de Subsidieverordening particulier landschapsbeheer gemeente Bladel. Overzicht van de subsidiebijdragen van de gemeente voor de aanleg van een landschapselement en voor inkomstenderving, voor zover de landschapselementen in aanmerking komen voor subsidiëring in het kader van de Subsidieverordening particulier landschapsbeheer gemeente Bladel. * Normen 2002 Type landschapselement Aanvullende bijdrage voor aanleg Jaarlijkse vergoeding voor inkomstenderving ** Eisen ten aanzien van oppervlakte of aantal om in aanmerking te komen voor een bijdrage voor aanleg en/of inkomstenderving ***** Aanplant houtwal, houtsingel, elzensingel en hakhoutbosje (max. 50 are) Bosplantsoen op dijken (grondbewerking niet mogelijk) 0,32 euro/st 7,30 euro/are *** Houtwal/houtsingel: minimaal 50 meter lang en 3 rijen breed met plantverband 1,25m x 1,25m (120 planten). Elzensingel: minimaal 50 meter lang, 1 rij met plantafstand van 1 meter (50 planten). Elzensingel rondom een boomgaard komt niet in aanmerking voor subsidie. Bosplantsoen op overige gronden 0,23 euro/st 16,30 euro/are *** Aanplant landschapsbomen Laanbomen cat. A, B en C ****Zonder boombescherming 7,90 euro/st 4,50 euro/st Minimaal 10 bomen met minimale plantafstand van 8 meter. Laanbomen cat. A, B en C + Boombescherming voor schapen 11,70 euro/st 4,50 euro/st Laanbomen cat. A, B en C + Boombescherming voor rundvee 14,40 euro/st 4,50 euro/st Aanplant knotbomen Onbewortelde wilgenstek 1,20 euro/st 2,70 euro/st Minimaal 10 bomen met een minimale plantafstand van 5 meter. Bewortelde wilgenstek (cat. A) of andere soorten (cat. B of C) Zie landschapsbomen 2,70 euro/st Aanleg poel Ontgraven poel en verwerken grond 20 % van de kosten met maximum van 544,00 euro per poel 16,30 euro/are *** Doorsnede minimaal 16 meter en oppervlakte maximaal 1000 m2. * Indien een landschapselement voor meer dan 50% (qua oppervlakte, lengte of aantal) buiten het erf ligt, wordt het totale element als landschappelijk element beschouwd en niet als erfbeplanting, en zijn de vergoedingen in bovenstaande tabel van toepassing. ** Vergoeding voor inkomstenderving kan uitsluitend aan een agrarisch ondernemer worden toegekend voor het aanleggen van een landschapselement buiten het erf en binnen een aandachtsgebied. *** De jaarlijkse vergoeding voor gederfde inkomsten voor vlakvormige landschapselementen is gebaseerd op 4% van de grondprijs, die volgens landelijke normen voor de gemeente Bladel is vastgesteld op € 41.373,00 (¦ 91.175,00; voor deze beleidsregels afgerond naar ¦ 90.000,00 ofwel € 40.840,00) per hectare landbouwgrond excl. dijken; voor dijken wordt uitgegaan van een grondprijs van € 18.151,00 (ƒ 40.000,00) per hectare. De berekening van de oppervlakte voor inkomstenderving voor houtwal, houtsingel en hakhoutbosje vindt als volgt plaats: oppervlakte = (lengte in meters (afstand tussen de eerste en laatste plant in de rij) x breedte in meters (afstand tussen de buitenste rijen)) + (omtrek in meters x 2,50 meter). De berekening van de oppervlakte voor inkomstenderving voor 1 rijïge elzensingel vindt als volgt plaats: Oppervlakte = lengte in meters x 3,0 meter. Bij poelen wordt de oppervlakte voor inkomstenderving berekend op basis van de werkelijk uit productie genomen oppervlakte landbouwgrond. Hiertoe behoort ook de oppervlakte van de bij de poel behorende inrichting direct rond de poel en bestaande uit onbemest hooiland en/of moeras en/of beplantingselementen (de betreffende beplantingselementen komen dan niet ook nog eens afzonderlijk in aanmerking voor een vergoeding voor inkomstenderving). **** Indeling landschapsbomen: Categorie A: populier, schietwilg, berk en zwarte els; Categorie B: gewone esdoorn, gewone es, iep, grauwe abeel, grootbladige linde, zoete kers; Categorie C: beuk, zomer- en wintereik, kleinbladige linde, Hollandse linde. Voor nadere specificatie zie lijst behorende bij Subsidieverordening natuur, bos en landschap provincie Noord-Brabant. ***** Indien door de feitelijke situatie redelijkerwijs niet aan de afzonderlijke minimale eisen m.b.t. de aanleg van beplantingen kan worden voldaan of op een andere wijze een landschappelijk passendere situatie kan worden verkregen, geldt in plaats van de afzonderlijke minimale eisen de eis dat de minimale jaarlijkse gemeentelijke bijdrage voor onderhoud minimaal 22,69 euro (¦ 50,00) zal moeten bedragen. Indien er sprake is van de aanleg van een poel zijn voor de daarbij behorende inrichting de minimale eisen m.b.t. de aanleg van beplantingen niet van toepassing. Bijlage B Bijlage B als bedoeld in de beleidsregels ter uitvoering van artikel 4 van de Subsidieverordening particulier landschapsbeheer gemeente Bladel. Overzicht van de subsidiebijdragen van de gemeente voor het onderhoud van landschapselementen voor zover deze in aanmerking komen voor subsidiëring in het kader van de Subsidieverordening particulier landschapsbeheer gemeente Bladel. * Normen 2002 Type landschapselement ** Code*** Jaarlijkse vergoeding voor onderhoud per eenheid Eisen ten aanzien van oppervlakte of aantal om in aanmerking te komen voor jaarlijkse vergoeding voor onderhoud **** 1S. Houtwal / houtsingel, tot 10 meter breed Bedekking hakhout < 50% 1S-A 5,70 euro/are Bedekking hakhout 50-75% 1S-B 6,80 euro/are Bedekking hakhout > 75% 1S-C 9,10 euro/are 1B. Houtwal / houtsingel, breder dan 10 meter en hakhoutbosje Bedekking hakhout < 50% 1B-A 3,40 euro/are Houtsingel/houtwal maximaal 30 meter breed.Hakhoutbosje maximaal 50 are. Bedekking hakhout 50-75% 1B-B 4,50 euro/are Bedekking hakhout > 75% 1B-C 6,80 euro/are 2. Elzensingel 50 tot 150 telgen (> 6
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.