Verordening op de heffing en de invordering van binnenhavengelden gemeente Oldambt 2017De raad van de gemeente Oldambt; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 29 november 2016; Gelet op artikelen 216 en 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; B E S L U I T: vast te stellen de VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN BINNENHAVENGELD gemeente Oldambt, luidende als volgt: Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. haven: de voor de openbare dienst bestemde wateren en voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen in de gemeente; b. vaartuig: elk drijvend lichaam dat blijkens zijn constructie is bestemd of wordt gebruikt voor het vervoer te water of voor het dragen van voorwerpen die al dan niet met het drijvende lichaam een geheel uitmaken; c. binnenschip: een vaartuig dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor de vaart op de binnenwateren; d. pleziervaartuig: een binnenschip dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor de recreatie; e. passagiersschip: een binnenschip dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van personen; f. zeilend bedrijfsvaartuig: een binnenschip dat met behulp van zeilen voortgestuwd wordt en dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van personen; g. vrachtschip: een binnenschip dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van goederen; h. vissersschip: een binnenschip dat hoofdzakelijk bedrijfsmatig is bestemd of wordt gebruikt voor het vangen van vis of andere levende rijkdommen van de wateren; i. sleepboot: een binnenschip dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor het slepen of duwen van andere vaartuigen; j. woonschip: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot, dag- en/of nachtverblijf van één of meer personen; k. lading: alle door een binnenschip geloste en ingenomen goederen en verpakkingsmateriaal, containers en trailers, doch zonder daarbij in aanmerking te nemen ballast, brandstof, proviand en andere voor eigen gebruik bestemde scheepsbenodigdheden, de handbagage van opvarenden voor zover deze met de opvarenden op hetzelfde schip vervoerd wordt en schadelijke stoffen als bedoeld in art. 1 van de Wet voorkoming verontreiniging door die schepen (Staatsblad 1983, nr. 683); l. laadvermogen: het in tonnen uitgedrukte laadvermogen, zoals dat blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief; m. oppervlakte: het product van de lengte over alles en de grootste breedte, zoals blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief; n. lengte: de lengte over alles, zoals blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief; o. termijn: een in de tarieventabel genoemd tijdvak waarin het gebruik van de haven plaatsheeft; p. ton: een massa van 1.000 kilogram. q. tabel: de als bijlage opgenomen en de van deze verordening deel uitmakende tarieventabel. r. ligplaats: een gedeelte van het openbaar water, bestemd of geschikt om door een woonschip met bijbehorende voorzieningen te worden ingenomen; s. bijbehorende voorzieningen: zaken zonder welke het gebruik van het schip als woning niet goed mogelijk is, zoals een bijboot, steiger en een loopplank. t. beroepsscheepvaart: hieronder vallen de vaartuigen genoemd onder e., f., g. en h. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam binnenhavengeld worden rechten geheven ter zake van het gebruik van dehaven, overeenkomstig de bestemming daarvan, met een binnenschip en ter zake van hetgenot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten in verband met dat gebruik. Artikel3Belastingplicht Belastingplichtig is de eigenaar van het binnenschip, de reder, schipper, de kapitein, degeneaan wie het binnenschip in gebruik is gegeven, dan wel degene die als vertegenwoordigervoor een van de genoemde partijen optreedt. Artikel4Vrijstellingen Binnenhavengeld wordt niet geheven ter zake van: het gebruik van de haven met een binnenschip, uitsluitend voor het in de haven dokken, het op of aan een erkende scheepsreparatie-inrichting herstellen, het voor de eerstemaal vaarklaar maken, het slopen, het wisselen van bemanning, het stellen van kompassen, het ontschepen van zieken of doden, mits: het gebruik niet langer duurt dan voor een en ander noodzakelijk is en de termijnvan 4 weken niet te boven gaat en vooraf en onmiddellijk na afloop van de werkzaamheden hiervan aan de ambtenaar,belast met de heffing of de invordering van belastingen ingevolge artikel 231, tweede lid, onderdelen b en c, van de Gemeentewet, schriftelijk kennisis gegeven onder overlegging van een door de beheerder van de betrokkenscheepsreparatie-inrichting afgegeven bevestigende schriftelijke verklaring. Artikel5Maatstaf van heffing Het binnenhavengeld wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel6Tarief 1.Het binnenhavengeld wordt geheven naar de in de tabel genoemde tarieven met inachtneming van de daarbij opgenomen bepalingen. 2.Voor de toepassing van de tarieven: a. geldt als laadvermogen van een binnenschip het aantal tonnen; b. wordt de oppervlakte van een binnenschip gesteld op het product van de lengte over alles en de grootste breedte; c. wordt een gedeelte van een eenheid van laadvermogen of oppervlakte niet in aanmerking genomen; d. wordt de termijn steeds op de kortste van de in de tabel voor het betreffende soort binnenschip genoemde termijnen gesteld, tenzij voor een langere termijn aangifte is gedaan. 3.Indien geen meetbrief wordt overgelegd, wordt de inhoud van het binnenschip ambtshalve bepaald. Artikel7Wijze van heffing Het binnenhavengeld wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte of door middel van een aanslagbiljet of een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door mondelinge mededeling, toezending of uitreiking van het aanslagbiljet of van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel8Verschuldigdheid 1.Het binnenhavengeld is verschuldigd zodra het gebruik van de haven, dan wel het genot van de verstrekte diensten in verband met dat gebruik, aanvangt. 2.Het binnenhavengeld dient binnen twee weken na het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, voldaan te worden en bij mondelinge mededeling dient het binnenhavengeld ter stond voldaan te worden. Artikel9Termijnen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.