VERORDENING RECLAMEBELASTING BUSSUM 2016 De raad van de gemeente Bussum; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders met nummer FRV15.20; gelet op artikel 227 van de Gemeentewet; vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en invorderingvan reclamebelasting Bussum
- Begripsomschrijvingen Artikel1 Voor de toepassing van deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt verstaan onder: reclameobject: een openbare aankondiging in letters, symbolen, logo’s of kleuren of een combinatie daarvan, of een reclamevoorwerp, zichtbaar vanaf de openbare weg; bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is hetzij directe of indirecte steun vindt in of op de grond; voorziening: specifiek hulpmiddel bestemd voor het aanbrengen van één of meer (al dan niet wisselende) openbare aankondigingen; vestiging: een gebouw, of een deel daarvan, dat door één organisatie of bedrijf wordt gebruikt; exploitant: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zijn bedrijf maakt van het ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van reclameobjecten op door hem daartoe beschikbaar gestelde oppervlakten; aanloopstraten centrum: het gebied van de gemeente Bussum, zoals aangegeven in de bij deze verordening behorende stratenlijst; centrumwinkelgebied: het gebied van de gemeente Bussum, zoals aangegeven in de bij deze verordening behorende stratenlijst; week: de periode van zeven achtereenvolgende dagen; maand: een kalendermaand; jaar: een kalenderjaar. Gebiedsomschrijving Artikel2 De verordening is van toepassing op het gehele grondgebied van de gemeente Bussum. Belastbaar feit Artikel3 Onder de naam reclamebelasting wordt een belasting geheven ter zake van openbare aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Belastingplicht Artikel4 De reclamebelasting wordt geheven van degene die de openbare aankondiging heeft, dan wel ten behoeve van wie de openbare aankondiging is aangebracht. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting ter zake van reclameobjecten die door tussenkomst van een exploitant zijn aangebracht, geheven van die exploitant. Vrijstellingen Artikel5 De reclamebelasting wordt niet geheven ter zake van openbare aankondigingen: die uitsluitend het openbaar belang dienen; die uitsluitend dienen ten behoeve van de regulering van het verkeer over openbare land- en waterwegen; van politieke partijen; die korter aanwezig zijn dan 13 weken; tenzij deze openbare aankondigingen zijn geplaatst in een voorziening waarin, waaraan of waarop wisselende openbare aankondigingen worden geplaatst, die individueel korter dan 13 weken aanwezig zijn, maar waarbij de verschillende openbare aankondigingen gezamenlijk 13 weken of meer aanwezig zijn; die door het kerk- of schoolbestuur zonder commercieel oogmerk zijn aangebracht op of rond gebedshuizen en scholen; die door (semi) overheden of cultureel-maatschappelijke instellingen of verenigingen zijn aangebracht en die een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang dienen, zoals instellingen die zich in hoofdzaak bezig houden met jeugdzorg, gehandicaptenzorg, dak- en thuislozenopvang, slachtofferhulp, stervensbegeleiding, het verstrekken van voedsel aan minderbedeelden, de verzorging en/of verpleging van bejaarden en met muziek, toneel, dans en kunst; die zich bevinden binnen in een woning of bedrijf op een grotere afstand dan 1½ meter van een raam of een deur, met uitzondering van openbare aankondigingen die zich bevinden in een etalage of een vitrine(kast); op bouwterreinen voor zover deze rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden; aangebracht op een voertuig of (lucht)vaartuig, tenzij deze kennelijk in hoofdzaak zijn bestemd voor openbare aankondigingen met een verkoop- of verhuur bevorderend karakter; die zijn gedaan in verband met de verhuur of de verkoop van roerende woonruimten, roerende bedrijfsruimten of onroerende zaken, indien deze aanwezig zijn in onmiddellijke nabijheid van de te verkopen of te verhuren ruimte of zaak; op sportvelden, met uitzondering van openbare aankondigingen die naar omstandigheden beoordeeld in hoofdzaak gericht zijn op de openbare weg; aangebracht door of namens winkeliersverenigingen of wijkorganen, waarbij de openbare aankondiging uitsluitend bevat een aanduiding van de winkeliersvereniging of het wijkorgaan; aangebracht op terrasafscheidingen welke zijn geplaatst op een terras bij een horecaonderneming; aangebracht op parasols welke zijn geplaatst op een terras bij een horecaonderneming; alleen bestaande uit de Europese-, Nederlandse-, provinciale- of gemeentelijke vlag. Maatstaf van heffing en belastingtarief Artikel6 De reclamebelasting wordt geheven per vestiging naar de oppervlakte van een reclameobject, met inachtneming van het overige in deze verordening bepaalde. Voor de toepassing van dit artikel worden de op basis van artikel 7, tweede lid bepaalde oppervlakten van reclameobjecten, die bij één vestiging, bouwwerk of deel daarvan behoren, bij elkaar opgeteld. Indien meerdere bouwwerken of delen daarvan direct naast elkaar gelegen zijn en tezamen worden gebruikt door één belastingplichtige voor één vestiging worden de oppervlakten van reclameobjecten die bij deze bouwwerken of delen daarvan behoren voor de toepassing van dit artikel bij elkaar geteld. Reclameobjecten behoren in elk geval tot één bouwwerk indien zij daarmee fysiek zijn verbonden of daarmee tezamen worden gebruikt. Het tarief van de reclamebelasting is opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Berekening van de reclamebelasting Artikel7 Voor de berekening van de reclamebelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als volle eenheid aangemerkt. De oppervlakte van een reclameobject wordt vastgesteld als volgt: Indien de openbare aankondiging wordt gedaan op een zuil, bord, vlag, (span)doek, poster of soortgelijk aankondigingsvoorwerp, wordt de oppervlakte van de openbare aankondiging bepaald op de oppervlakte van het voorwerp waarop de openbare aankondiging wordt gedaan. Indien het voorwerp niet rechthoekig is, wordt de oppervlakte van het aankondigingsvoorwerp bepaald door de lengte of de hoogte en de breedte van de denkbeeldige rechthoek die het voorwerp omsluit; indien de openbare aankondiging wordt gedaan op een zuil, bord, vlag, (span)doek, poster of soortgelijk aankondigingsvoorwerp, waarop door verschillende belastingplichtigen een aankondiging wordt gedaan, wordt de oppervlakte van de aankondiging van de belastingplichtige bepaald op de aan hem voor het doen van de aankondiging ter beschikking staande oppervlakte van het aankondigingsvoorwerp; Indien de openbare aankondiging bestaat uit het aankondigings-voorwerp zelf, wordt de oppervlakte van de openbare aankondiging bepaald op de oppervlakte van het voorwerp. Indien het voorwerp niet rechthoekig is, wordt de oppervlakte van het aankondigingsvoorwerp bepaald door de lengte of de hoogte en de breedte van de denkbeeldige rechthoek die het voorwerp omsluit; Indien de openbare aankondiging wordt gedaan door middel van een combinatie van verschillende losse voorwerpen of een opschrift van losse letters of symbolen, wordt de oppervlakte van het reclameobject bepaald door de lengte of de hoogte en de breedte van de denkbeeldige rechthoek die de voorwerpen of het opschrift omsluit; indien sprake is van een voorziening voor het doen van de aankondiging, wordt de oppervlakte van de aankondiging bepaald op de oppervlakte van de voorziening. Indien de voorziening niet rechthoekig is, wordt de oppervlakte bepaald door de lengte of de hoogte en de breedte van de denkbeeldige rechthoek die de voorziening omsluit. Indien het reclameobject slechts voor een deel zichtbaar is vanaf de openbare weg wordt de oppervlakte van het reclameobject bepaald op het van de openbare weg zichtbare gedeelte van het reclameobject. Belastingtijdvak Artikel8 Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang Artikel9 De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingtijdvak. Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de reclamebelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, dan wel vermindert, wordt de aanslag op verzoek van belastingplichtige verminderd met zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde reclamebelasting als er in dat tijdvak, na beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Wijze van heffing Artikel10 De reclamebelasting wordt geheven door middel van een aanslag. Termijnen van betaling Artikel11 De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk zes weken na de dagtekening van het aanslagbiljet. In afwijking van het eerste lid, geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 80,-- doch minder is dan € 5.000,-- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. Eventuele afrondingsverschillen moeten in de laatste termijn worden betaald. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden genoemde termijnen. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Artikel12 Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de reclamebelasting. Overgangsrecht Artikel13 De ‘Verordening reclamebelasting 2015’ van 13 november 2014 wordt ingetrokken met ingang van 31 december 2015, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Inwerkingtreding Artikel14 Deze verordening treedt in werking met ingang van 31 december
- De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- Citeertitel Artikel15 Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening reclamebelasting Bussum 2016’. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Bussum, gehouden op 7 december
- de griffier, de voorzitter, TARIEVENTABEL, BEHORENDE BIJ DE VERORDENING RECLAMEBELASTING BUSSUM 2016 I Gehele grondgebied van de gemeente Bussum Het tarief voor het belastingtijdvak binnen het gehele grondgebied van de gemeente Bussum, met uitzondering van het Centrumwinkelgebied en de Aanloopstraten Centrum, bedraagt per vestiging voor een reclameobject met een oppervlakte: tot 0,1 m2 € nihil; vanaf 0,1 m2 of meer € 96,--. II Aanloopstraten Centrum Het tarief voor het belastingtijdvak binnen de aanloopstraten centrum bedraagt per vestiging voor een reclameobject met een oppervlakte: tot 0,1 m2 € nihil; vanaf 0,1 m2 tot 1 m2 € 129,--; vanaf 1 m2 tot 10 m2 € 405,--; vanaf 10 m2 of meer € 582,--. III Centrumwinkelgebied Het tarief voor het belastingtijdvak binnen het centrumwinkelgebied bedraagt per vestiging voor een reclameobject met een oppervlakte: tot 0,1 m2 € nihil; vanaf 0,1 m2 tot 1 m2 € 171,--; vanaf 1 m2 tot 10 m2 € 540,--; vanaf 10 m2 of meer € 789,--. Behoort bij raadsbesluit van 7 december
- De griffier, mr. L.A. Wieringa STRATENLIJSTCENTRUMWINKELGEBIED EN AANLOOPSTRATEN CENTRUM, BEHORENDE BIJ DE VERORDENING RECLAMEBELASTING BUSSUM 2016 Als Centrumwinkelgebied gelden de vestigingen op de volgende straten c.q. gedeelten van straten: Centrumwinkelgebied Achterom geheel Brinklaan 66 t/m Brinklaan 94 Brinklaan 77 t/m Brinklaan 113 Havenstraat 1 t/m Havenstraat 37A Havenstraat 102 t/m Havenstraat 174 Julianaplein geheel Kapelstraat 1 t/m Kapelstraat 33 Kapelstraat 4 t/m Kapelstraat 36E Kerkstraat 2 Nassaulaan geheel Nassaustraat geheel Nieuwe brink geheel Veerplein geheel Veerstraat geheel Vlietlaan 1 Vlietlaan 2B Wilhelminaplantsoen 1 t/m Wilhelminaplantsoen 17 Wilhelminaplantsoen 2 t/m Wilhelminaplantsoen 16 Als Aanloopstraten Centrum gelden de vestigingen op de volgende straten c.q. gedeelten van straten: Aanloopstraten Centrum Bisonstraat 1 Boekweitplein geheel Boerhaavelaan 1B Brinklaan 18 t/m Brinklaan 64B Brinklaan 96 t/m Brinklaan 148 Brinklaan 27 t/m Brinklaan 75 Brinklaan 115 t/m Brinklaan 147 de Clinge geheel Eslaan 1 en Eslaan 19 Eslaan 2 Generaal de la Reijlaan 49 Herenstraat 1 t/m Herenstraat 53 Herenstraat 2 t/m Herenstraat 24 Huizerweg 3A t/m Huizerweg 49K Huizerweg 2 t/m Huizerweg 140B Kerkstraat 1 t/m Kerkstraat 19 Kerkstraat 6 t/m Kerkstraat 34 Kapelstraat 35 t/m Kapelstraat 67 Kapelstraat 38 t/m Kapelstraat 50 Laarderweg 1 t/m Laarderweg 45 Laarderweg 2 t/m Laarderweg 62 Landstraat 1 t/m Landstraat 139 Landstraat 2 t/m Landstraat 150 Nieuwe Englaan 1 Nieuwe Raadhuisstraat geheel Nieuwstraat geheel Oosteinde 2 Poststraat geheel Prinses Beatrixplantsoen 42 t/m Prinses Beatrixplantsoen 44 Schoolstraat geheel Singel 17 en Singel 123 Sint Vitusstraat geheel Studio Ireneplein geheel Spiegelstraat geheel Thierensstraat geheel Veldweg geheel Vlietlaan 5 Vlietlaan 4 t/m Vlietlaan 78 Wilhelminaplantsoen 18 Genoemde gebieden worden nader visueel ondersteund door de bij dit besluit behorende kaart. Behoort bij raadsbesluit van 7 december
- De griffier. Mr. L.A. Wieringa Kaart Centrumwinkelgebied en Aanloopstraten Centrum, behorende bij de Verordening reclamebelasting Bussum
- Behoort bij raadsbesluit van 7 december
- De griffier. Mr. L.A. Wieringa