Beleidsregels subsidiëring Peuteropvangtoeslag Gemeente Oudewater1.Inleiding Deze beleidsregels voor het verstrekken van een kindgebonden subsidie peuteropvangtoeslag, ingaande 1 januari 2016, (hierna “peuteropvangtoeslag”) zijn een nadere uitwerking van de Algemene Subsidieverordening van de gemeente Oudewater. 2.Subsidieplafond Voor de verlening van de peuteropvangtoeslag heeft het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) en een subsidieplafond vastgesteld. Peuteropvangtoeslag wordt alleen dan verstrekt zolang het subsidieplafond niet bereikt wordt. 3.Doel Ouders financieel de mogelijkheid bieden om gebruik te maken van peuteropvang binnen een kinderopvangorganisatie, wanneer er geen sprake is van recht op kinderopvangtoeslag via de belastingdienst of een voorziening Voor – en vroegschoolse educatie (VVE) of een inkomen hoger dan € 80.000,- 4.Doelgroep Tot de doelgroep behoren kinderen in de leeftijd tussen 2,5 en 4 jaar, woonachtig in de gemeente Oudewater die niet tot de doelgroep VVE behoren, of waarvan de ouders aantoonbaar geen recht hebben op kinderopvangtoeslag of geen inkomen hebben hoger dan € 80.000,- op jaarbasis.. 5.Aanvraag De aanvraag van peuteropvangtoeslag wordt door de ouders bij de gemeente gedaan door middel van een door het college vastgesteld (digitaal) aanvraagformulier. Om vast te stellen of ouders recht hebben op peuteropvangtoeslag, moeten bij de aanvraag de volgende gegevens overlegd worden: het aanvraagformulier; IB 60 formulier van beide ouders; een verklaring dat op het moment van de aanvraag niet beide ouders werkzaam zijn; een brief of verklaring van de kinderopvangorganisatie waarin de startdatum en locatie vermeld staat of een contract met de kinderopvangorganisatie; indien de aanvraag te maken heeft met een wijziging in de persoonlijke situatie, bijvoorbeeld werkloosheid, moeten bij de aanvraag relevante gegevens toegevoegd worden zoals de toekenningsbrief WW of wachtgeld, een ontslagbrief en loon- en uitkeringsgegevens van beiden. NB. Tijdens WW-periode is de eerste 3 maanden nog recht op kinderopvangtoeslag. 6.Kinderopvanglocatie De peuteropvangtoeslag wordt alleen verstrekt wanneer het kind naar een kinderopvangorganisatie gaat gelegen binnen de gemeente Oudewater. De locatie moet voldoen aan de eisen die de Wet Kinderopvang en kwaliteit peuterspeelzalen (Wko) aan opvang binnen de dagopvang stelt. 7.Hoogte peuteropvangtoeslag: De hoogte van de peuteropvangtoeslag is per 1 januari 2016 vastgesteld op € 4,50 per uur. Jaarlijks vindt de gemeentelijke indexering plaats op deze toeslag. De peuteropvangtoeslag wordt gebaseerd op een afname van peuteropvang, binnen een kinderopvangorganisatie, van maximaal 5 uur per week gedurende 40 schoolweken per jaar. 8.Verstrekking Wanneer vastgesteld is dat ouders recht hebben op peuteropvangtoeslag wordt deze in maandelijkse termijnen aan de ouders verstrekt. Betaling vindt aan het einde van de maand plaats. 9.Verplichtingen van de ontvanger van peuteropvangtoeslag Ouders zijn verplicht alle wijzigingen door te geven en gevraagde stukken aan te leveren die van belang kunnen zijn voor de voortzetting van de betaling van peuteropvangtoeslag; Steekproefsgewijs zal bij de kinderopvangorganisaties de aanwezigheid van het kind gecheckt worden; Steekproefsgewijs zal bij minimaal 20% van het aantal ouders dat gebruik maakt van de peuteropvangtoeslag, de door de kinderopvangorganisatie afgegeven jaarlijkse opgave, met daarin het aantal afgenomen uren, opgevraagd worden; Steekproefsgewijs zullen bij ouders salarisstroken, jaaropgaven, IB 60 formulieren of belastingaanslagen opgevraagd worden; Naar aanleiding van genoemde steekproeven kan extra informatie opgevraagd worden die van belang is voor de verlening van peuteropvangtoeslag; Gegevens kunnen tot 2 kalenderjaren nadat het kind vier jaar geworden is opgevraagd worden bij de ouders. 10.Einddatum peuteropvangtoeslag 1. Per direct wanneer tijdens de looptijd van de peuteropvangtoeslag geen of onvoldoende gevraagde gegevens verstrekt worden; 2. Per direct wanneer er geen recht blijkt te bestaan op peuteropvangtoeslag; 3. Per de eerste van de maand volgend op het moment dat een kind geen gebruik meer maakt van de peuteropvang; 4. De peuteropvangtoeslag eindigt in ieder geval bij het bereiken van de leeftijd van 4 jaar per de vijftiende van de maand: wanneer het kind voor de vijftiende de vierjarige leeftijd bereikt op het eind van de maand: wanneer het kind na de vijftiende de 4 jarige leeftijd bereik heeft. 11.Terugvordering Het college hanteert als uitgangspunt dat onverschuldigd toegekende peuteropvangtoeslag altijd wordt teruggevorderd. Terugvordering vindt plaats tot maximaal 5 jaar na toekenning. 12.Inwerkingtreding Deze beleidsregels treden een dag na bekendmaking in werking. Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Oudewater op 1 december 2015.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.