Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting op de bedrijventerreinen Borchwerf I en Majoppeveld De raad van de gemeente Roosendaal; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 10 november 2015; gelet op de artikelen 219 en 227 van de Gemeentewet; BESLUIT: vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting op de bedrijventerreinen Borchwerf I en Majoppeveld Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: reclameobject: een openbare aankondiging in letters, cijfers, tekens, logo’s, symbolen, kleuren of een reclamevoorwerp, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg. Wet WOZ: de Wet waardering onroerende zaken. waarde: de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ voor het kalenderjaar, als bedoeld in artikel 8, voor de onroerende zaak vastgestelde waarde. Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ is vastgesteld, is de waarde de met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet WOZ vastgestelde waarde. vestiging: de onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet WOZ, of een deel daarvan indien een deel afzonderlijk wordt gebruikt; twee of meer onroerende zaken, als bedoeld in artikel 16 van de Wet WOZ, of delen daarvan, die direct naast of boven elkaar gelegen zijn en die tezamen door één organisatie of bedrijf voor één doel worden gebruikt. voorziening: specifiek hulpmiddel bestemd voor het aanbrengen, tonen of vertonen van één of meer (al dan niet wisselende) openbare aankondigingen. jaar: een kalenderjaar. Artikel2Gebiedsomschrijving 1.Deze verordening is van toepassing binnen de gebieden van de gemeente Roosendaal zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende twee kaarten (Bijlagen 1 en 2). 2.De in het eerste lid, genoemde gebieden omvatten de hierna te noemen onroerende zaken: Bedrijventerrein Borchwerf I zoals aangegeven op de kaart in bijlage 1 (gebied 1); Bedrijventerrein Majoppeveld zoals aangegeven op de kaart in bijlage 2 ( gebied 2). Artikel3Belastbaar feit Onder de naam ‘reclamebelasting’ wordt, met inachtneming van het gestelde bij of krachtens deze verordening, binnen de gebieden als bedoeld in artikel 2, een directe belasting geheven ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg. Artikel4Belastingplicht 1.De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de vestiging waarop, waaraan, waarin of waarbij één of meer reclameobjecten van deze gebruiker dan wel ten behoeve van deze gebruiker zijn aangebracht dan wel zijn geplaatst. 2.Indien de vestiging door meerdere organisaties en/of bedrijven wordt gebruikt, wordt de organisatie of het bedrijf dat naar de feitelijke omstandigheden beoordeeld als hoofdgebruiker is aan te merken, aangemerkt als gebruiker van de vestiging. 3.In afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden wordt de reclamebelasting ter zake van reclameobjecten met vermelding van de naam van een tussenpersoon in verband met de verhuur of de verkoop van roerende en onroerende zaken geheven van die tussenpersoon. 4.In afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden wordt de reclamebelasting van een reclameobject dat door tussenkomst van een exploitant is aangebracht geheven van die exploitant. Artikel5Belastingobject De reclamebelasting wordt geheven per vestiging waarop, waaraan, waarin of waarbij één of meer reclameobjecten zijn aangebracht dan wel zijn geplaatst. Artikel6Maatstaf van heffing 1.De heffingsmaatstaf is een vast bedrag per vestiging en een bedrag dat afhankelijk is van de waarde van de vestiging. 2.Indien de vestiging gelijk is aan de onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet WOZ, is de heffingsmaatstaf een vast bedrag en een bedrag dat afhankelijk is van de waarde van de vestiging. 3.Indien de vestiging deel uitmaakt van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet WOZ, is de heffingsmaatstaf een vast bedrag en een bedrag dat afhankelijk is van het deel van de waarde dat aan de vestiging kan worden toegerekend. De toerekening geschiedt door de waarde van deze onroerende zaak te delen door het aantal vestigingen in deze onroerende zaak. 4.Voor een vestiging als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, sub 2, is de heffingsmaatstaf een vast bedrag en een bedrag dat afhankelijk is van de waarden of de delen van de waarden die aan de vestiging kunnen worden toegerekend. 5.Bij de bepaling van de heffingsmaatstaf wordt buiten aanmerking gelaten de waarde van delen van de vestiging die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel7Belastingtarief 1.Het vaste bedrag voor de reclamebelasting bedraagt in gebied 1 € 275,- per vestiging. 2.Het vaste bedrag voor de reclamebelasting bedraagt in gebied 2 € 275,- per vestiging. 3.De in de vorige leden genoemde bedragen worden, ingeval de vestiging een WOZ-waarde heeft van € 115.000,- of meer, vermeerderd met € 3,-- per € 1.000,- WOZ-waarde boven de € 115.000,- in gebied 1 en met € 3,-- per € 1.000,- WOZ-waarde boven de € 115.000,- in gebied
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.