Beleidsregels intrekken omgevingsvergunningenWassenaar 2015Inleiding Door de gemeente Wassenaar worden jaarlijks veel omgevingsvergunningen verleend, zowel aan particulieren als aan bedrijven. De meeste van deze vergunningen, worden vrij snel gerealiseerd nadat de vergunning is verleend. Het komt echter ook voor dat er geen of pas na een aantal jaren gebruik wordt gemaakt van de vergunning. Hierdoor ontstaat een zogenaamde slapende vergunning, waarin de feitelijke dan wel planologische situatie anders is dan de vergunde. Het ongebruikt laten voortbestaan van vergunde rechten is om meerdere redenen ongewenst, bijvoorbeeld: voorkomen moet worden dat nieuwe planologische- of stedenbouwkundige inzichten, of welstandseisen worden doorkruist door activiteiten die in het verleden zijn vergund, maar nog niet gerealiseerd; aan de nieuwste technische eisen uit het bouwbesluit wordt op basis van een oude vergunning vaak niet meer voldaan; vanuit administratief oogpunt is het gewenst dat het gemeentelijk bouwarchief zoveel mogelijk overeenstemt met de feitelijke situatie buiten; uit het oogpunt van toezicht is een uitdijende voorraad niet-uitgevoerde vergunningen onwenselijk. Er zal hier namelijk steeds opnieuw toezicht op moeten worden uitgeoefend; een verschil tussen de feitelijke - en planologische situatie kan voor problemen zorgen bij taxaties in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ); het actueel aanvullen en beheren van de Basisregistraties voor Adressen en Gebouwen (BAG) is een voorwaarde om betrouwbare informatie kunnen bieden; het kan voor nieuwe derden-belanghebbende (omwonenden) onprettig zijn om te worden geconfronteerd met de uitvoering van een vergunning waartegen zijn geen bezwaar meer kunnen maken. Met het vaststellen en consequent uitvoeren van deze beleidsregels wordt voorkomen dat er een voorraad slapende vergunningen ontstaat. Deze beleidsregels scheppen een kader waarbinnen het college van burgemeester en wethouders gebruik zal maken van haar bevoegdheid om een omgevingsvergunning in te trekken. Vergunningplicht Op grond van artikel 2.1, lid 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is het verboden om zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit de in dit artikel opgesomde activiteiten (o.a. bouwen, slopen, gebruiken gronden en opstallen in strijd met het bestemmingsplan). Volgens de Memorie van Toelichting op dit artikel omvat het verbod om zonder omgevingsvergunning, de genoemde activiteiten uit te voeren, ook het verbod om te handelen in afwijking van de vergunning. In artikel 2.2, lid 1 Wabo is bepaald dat als in een provinciale of gemeentelijke verordening, een vergunning of ontheffing is vereist voor de in dit artikel genoemde activiteiten (o.a. wijzigen gemeentelijk monument, maken van een uitweg, vellen houtopstand), deze vergunning of ontheffing van rechtswege wordt aangemerkt als omgevingsvergunning. Wettelijke gronden Wabo en Algemene wet bestuursrecht (Awb) Intrekkingsbevoegdheid In beginsel heeft een verleende omgevingsvergunning een onbeperkte geldigheidsduur. Het Bevoegd gezag heeft echter wel de bevoegdheid om een omgevingsvergunning in te trekken. Artikel 2.33 en artikel 5.19 Wabo geven voor verschillende gevallen daar een dwingende of een discretionaire bevoegdheid voor. Artikel 5.19 Wabo regelt de bevoegdheid om een vergunning in te trekken in het kader van bestuursrechtelijke handhaving. In artikel 2.33 lid 2 onder a Wabo is bepaald dat het bevoegd gezag de omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk kan intrekken, voor zover gedurende 3 jaar geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning. Uitzonderingen hierop zijn omgevingsvergunningen die betrekking hebben op de activiteiten bouwen, het uitvoeren van een werk geen bouwwerk zijnde of slopen in gevallen dat dat in een bestemmingsplan is bepaald. In die gevallen is zijn de termijnen 26 weken of de in de vergunning bepaalde termijn. Op grond van artikel 2.33 lid 2 onder g en h Wabo kunnen omgevingsvergunningen zoals bedoeld in artikel 2.2 Wabo (als omgevingsvergunning aangemerkte vergunningen) en 2.19 Wabo (zo genaamde aanhakende toestemmingen) kunnen worden ingetrokken op gronden die zijn aangegeven in de betrokken verordening of in het betrokken wettelijk voorschrift. Beleidsregels Artikel 4:81 Awb bepaalt dat een bestuursorgaan beleidsregels kan vaststellen met betrekking tot een hem toekomende of onder zijn verantwoordelijkheid uitgeoefende, dan wel door hem gedelegeerde bevoegdheid. Ter motivering van een besluit op basis van zo’n bevoegdheid kan dan worden volstaan met een verwijzing naar de beleidsregels. Artikel 4:84 Awb verplicht het bevoegd gezag min of meer dat zij handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor één of meer belanghebbende gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Hierdoor is specifieke hardheidsclausule in beleidsregels als bedoeld in artikel 4:81 Awb overbodig. Reikwijdte Deze beleidsregels beperken zich tot de discretionaire bevoegdheid uit artikel 2.33 lid 2 Wabo en specifiek tot de gevallen genoemd 2.33 lid 2 onder a, g en h Wabo. Dit zijn de gevallen waarin géén gebruik wordt gemaakt van de omgevingsvergunning of waarin de werkzaamheden langere tijd stil liggen. Pré-Wabo vergunningen Op grond van artikel 1.2, lid 1 van de Invoeringswet Wabo worden de pré-Wabo verleende en onherroepelijke vergunningen (bijv. bouw, monumenten, milieu, ontheffingen van een geldend bestemmingsplan) gelijkgesteld met een omgevingsvergunning. Artikel 1.2, lid 2 aanhef en onder a en b van de Invoeringswet Wabo, regelt echter dat voor de voorbereiding en vaststelling van een beschikking tot wijziging of intrekking van een pré-Wabo vergunning, het oude recht van toepassing is zoals dat gold onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wabo. Voorwaarde hierbij is dat het verzoek of voornemen tot intrekking vóór het in werking treden van de Wabo is gedaan respectievelijk bekend is gemaakt. Besluit Met inachtneming van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), besluiten wij met betrekking tot de aan ons toekomende bevoegdheid om een omgevingsvergunning in te trekken, de volgende beleidsregels vast te stellen: Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.