← Nederland

Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2016 (Dronten)

Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2016De raad van de gemeente Dronten, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders 13 oktober 2015, B15.001509; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; gezien het advies van de raadscommissie november 2015; BESLUIT: vast te stellen de volgende Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting 2016 (Verordening watertoeristenbelasting 2016). Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie of andere recreatieve doeleinden; lengte: de lengte over alles; vaste ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van een zelfde vaartuig gedurende een periode van ten minste een maand; etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur; maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen; seizoen: het tijdvak van 1 april tot en met 31 oktober; schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt; particulier: een natuurlijk persoon die buiten de uitoefening van een bedrijf of beroep gelegenheid biedt tot verblijf particulier verhuurde ligplaats of vaartuig: een ligplaats die of vaartuig dat door een particulier ter beschikking wordt gesteld voor het houden van verblijf tegen een vergoeding in welke vorm dan ook; GBLT: het openbaar lichaam Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus – Tricijn te Zwolle. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam ‘watertoeristenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf op vaartuigen die aanwezig zijn in de wateren binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook, door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel3Belastingplicht 1.Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 door het ter beschikking stellen van ligplaatsen of vaaruitgen. . 2.De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel

  1. 3.Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is belastingplichtig; de schipper; de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig, of degene die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig. Artikel4Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: door degenen die verblijf houden aan boord van: een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden; kano’s, roei en volgboten; motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter; een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt; een vaartuig in directe dienst van het Rijk, de provincie Flevoland, het waterschap of de gemeente Dronten; een vaartuig dat in eigendom toebehoort aan de Koninklijke Nederlandse Reddingsmaatschappij; een vaartuig in gebruik voor onderhoud aan de waterwegen, welk onderhoud in opdracht van het Rijk, de provincie Flevoland, het waterschap Zuiderzeeland of de gemeente Dronten wordt uitgevoerd. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters, c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Artikel5Maatstaf van heffing 1.de belasting wordt geheven naar het aantal verblijven in het belastingtijdvak. Het aantal verblijven wordt gesteld op de som van het aantal etmalen dat elke in artikel 2 bedoelde persoon verblijf heeft gehouden. 2.Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend. Artikel6Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing 1.Voor particulier verhuurde ligplaatsen of vaartuigen en voor vaste ligplaatsen kan het aantal verblijven als bedoeld in artikel 5 op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige forfaitair worden vastgesteld, mits er een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen. Bij de forfaitaire vaststelling wordt het aantal verblijven gesteld op het aantal verblijfhoudende personen vermenigvuldigd met het aantal etmalen overeenkomstig het bepaalde in het navolgende in dit artikel. 2.Bij de forfaitaire berekening voor particulier verhuurde ligplaatsen of vaartuigen en voor vaste ligplaatsen, wordt per ligplaats: het aantal personen die verblijf hebben gehouden, bepaald op; 2,1 bij een vaartuig met een lengte van 4, doch ten hoogste 7 meter; 2,3 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 7, doch ten hoogste 9 meter; 2,5 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 9, doch ten hoogste 12 meter; 2,5 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 12 meter. Het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden bepaald op: 16,7 bij een vaartuig met een lengte van 4, doch ten hoogste 7 meter; 18,2 bij een vaartuig met een lengte van 7, doch ten hoogste 9 meter; 18,3 bij een vaartuig met een lengte van 9, doch ten hoogste 12 meter; 18,5 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 12 meter. Artikel7Opteren voor niet forfaitaire maatstaf van heffing In afwijking van het bepaalde in artikel 6, wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijke aantal etmalen en het werkelijk aantal personen dat verblijf heeft gehouden, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op de voet van artikel 6 berekende aantal. Artikel8Belastingtarief Het tarief bedraagt per persoon per etmaal € 0,
  2. Artikel9Belastingtijdvak Het belastingjaar is gelijk aan het seizoen. Artikel10Wijze van heffing Belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel11Aanslaggrens 1.Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd. 2.Voor toepassing van het eerste lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen als één aanslag aangemerkt. Artikel12Termijn van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, moet de aanslag worden betaald in één termijn die vervalt twee maanden na dagtekening van de aanslag. 2.Belastingaanslagen waarvoor de belastingschuldige een machtiging heeft afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische incasso, dienen te worden betaald in zoveel gelijke maandelijkse termijnen als er na de dagtekening van de aanslag nog in het desbetreffende kalenderjaar volle dan wel gedeeltelijke kalendermaanden resteren, met dien verstande dat het aantal maandelijkse termijnen niet minder dan zes bedraagt. Voor de overige aanslagen geldt onverkort de in lid 1 van dit artikel neergelegde hoofdregel. 3.Op de in lid 2 van dit artikel geldt als restrictie dat het bedrag per afschrijving op het totaalbedrag van het desbetreffende aanslagbiljet niet minder dan € 5,00 bedraagt. 4.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel13Kwijtschelding Bij invordering van watertoeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel14Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de heffingsambtenaar van GBLT bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b, van de Gemeentewet. Artikel15Nadere regels door het dagelijks bestuur van GBLT Het dagelijks bestuur van GBLT kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de watertoeristenbelasting. Artikel16Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel De Verordening watertoeristenbelasting 2014 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2016, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  3. De verordening wordt aangehaald als “Verordening watertoeristenbelasting 2016”. Dronten, 26 november 2015 de raad van Dronten, D.Petrusma MMC mr. A.B.L. de Jonge griffier voorzitter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.