Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Druten 2015De raad van de gemeente Druten; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 december 2015, met overneming van de daarin vermelde motieven; gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van de Participatiewet, artikel 29 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 29 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; besluit vast te stellen Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Druten 2015 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begrippen In deze verordening wordt verstaan onder: - beslagvrije voet: beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; - recidiveboete: bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a, vijfde lid, van de Participatiewet; - bezit: waarde van de bezittingen waarover belanghebbende of diens gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, met uitzondering van het in de woning met bijbehorend erf gebonden vermogen, bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de Participatiewet; - verrekenen: verrekening als bedoeld in artikel 60, vierde lid, van de Participatiewet. Hoofdstuk2Bescherming beslagvrije voet bij verrekening wegens recidive Artikel2Verrekenen met beslagvrije voet bij voldoende bezit 1Indien het bezit van een belanghebbende ten minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekent het college de recidiveboete zonder inachtneming van de beslagvrije voet. 2De verrekening, bedoeld in het eerste lid, geschiedt gedurende een tijdvak van drie maanden vanaf het moment van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd. Artikel3Verrekenen bij geen of onvoldoende bezit 1Indien het bezit van een belanghebbende niet ten minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekent het college de recidiveboete gedurende één maand zonder inachtneming van de beslagvrije voet. De verrekening geschiedt vanaf het moment van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd. 2Aansluitend op verrekening als bedoeld in het eerste lid, verrekent het college de recidiveboete in de daarop volgende twee maanden op een dusdanige wijze dat belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van de toepasselijke bijstandsnorm. 3Tot het inkomen, bedoeld in het tweede lid, worden ook middelen gerekend als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n, r en z van de Participatiewet. Artikel4Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet In afwijking van de artikelen 2 en 3 kan het college de recidiveboete met inachtneming van de beslagvrije voet verrekenen indien: a. aannemelijk is dat verrekening op de wijze, bedoeld in de artikelen 2 of 3, zou leiden tot huisuitzetting van belanghebbende en diens gezin; of b. anderszins sprake is van dringende redenen. Artikel5Eerder opgelegde bestuurlijke boetes De artikelen 2, 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de verrekening van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18a, eerste lid, van de Participatiewet, indien en voor zover deze boete nog niet is betaald op het moment van verrekening van de recidiveboete. Hoofdstuk3Slotbepalingen Artikel6Inwerkingtreding en citeertitel 1Deze verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking en werkt terug tot en met 1 juli 2015. 2Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Druten 2015. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 december 2015.De raadsgriffier, De voorzitter,E.E.M. Dreier-Haefkens, msc. drs. L.J.E.M. van RiswijkToelichting1
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.