Omgevingsverordening gemeente Bronckhorst 2016Raadsbesluit Behorende bij raadsvoorstel met nummer Z75100/ Raad-00083/9: De raad van de gemeente Bronckhorst; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 november 2015 gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 november 2015 gelet op de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht besluit: De Algemene Plaatselijke Verordening Bronckhorst 2011 als volgt te wijzigen: In te trekken de artikelen: Artikel 2.1.5.2 Omgevingsvergunning voor het aanleggen en veranderen van een weg; Artikel 2.1.5.3 Maken, veranderen van een uitweg; Artikel 4.3.2 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden Artikel 4.3.4 Weigeringsgronden Artikel 4.3.7 Bijzondere vergunningsvoorschriften Artikel 4.3.8 Herplant-/Instandhoudingsplicht Artikel 4.4.2 Voeren van handelsreclame Vast te stellen de: “Omgevingsverordening gemeente Bronckhorst 2016” 1.Algemene bepalingen Artikel1.1Begripsomschrijvingen 1.In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder: bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. In het kader van een herplant- of instandhoudingsplicht kunnen voorschriften gesteld en maatregelen genomen worden voor bomen kleiner dan 10 cm dwars- doorsnede op 1,3 meter boven maaiveld college: het college van burgemeester en wethouders dunning: een velling, die uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd en waarbij het natuurlijk verloop van het desbetreffende milieu in stand blijft handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen. knotten/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen tuin: een bij een woning binnen de bebouwde kom of tot het erf van een boerderij behorend omsloten stuk grond met gazon en/of bloemperken gazon en/of bloemperken en/of sierheesters en/of bomen 2.In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, verplanten en kandelaberen, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben. 2.Omgevingsvergunning voor het aanleggen en veranderen van een weg Artikel2.1Omgevingsvergunning voor het aanleggen en veranderen van een weg Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit; door het college in de overige gevallen. De vergunning kan worden geweigerd in het belang van: de openbare orde; de openbare veiligheid; de volksgezondheid; de bescherming van het milieu Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht. Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Gelders wegenreglement, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. 3.Omgevingsvergunning voor een uitweg te maken, te hebben of te veranderen of het gebruik daarvan te veranderen Artikel3.1Maken, veranderen van een uitweg Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. De vergunning kan worden geweigerd in het belang van: de bruikbaarheid van de weg; het veilig en doelmatig gebruik van de weg; de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Gelders wegenreglement. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. 4.Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden Artikel4.1Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen, indien het betreft: een houtwal, houtsingel of hakhout bosje bestaande uit inheemse soorten, waarbij de stobben worden verwijderd, bomen met een stamomtrek van meer dan 95 centimeter, op 1,30 meter stamhoogte vanaf het maaiveld, niet zijnde bomen geplant met een herplantplicht, bestaande uit de soorten: Esdoorn (Acer) Paardenkastanje (Aesculus) Haagbeuk (Carpinus) Beuk (Fagus) Es (Fraxinus) Noot (Juglans) Plataan (Platanus) Populier (Populus) Eik (Quercus), Grove Den (Pinus) Acacia (Robinia) Linde (Tilia) Iep (Ulmus) Wilg (Salix), uitsluitend geknot Els (Alnus), uitsluitend geknot Tamme Kastanje (Castanea) Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: houtopstanden, welke een zelfstandige eenheid vormen, en een grotere oppervlakte beslaan dan 10 are, of ingeval van rijbeplanting, gerekend over het totaal aantal rijen, meer dan 20 bomen omvatten fruitbomen, met uitzondering van hoogstamfruitbomen windschermen om boomgaarden naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar kweekgoed uit populieren of wilgen, met uitzondering van uit geknotte populieren of wilgen, bestaande: wegbeplantingen beplantingen langs waterwegen eenrijige beplantingen langs landbouwgronden Het in het eerste lid gesteld verbod geldt verder niet voor houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van het college. Het eerste lid is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel4.2Weigeringsgronden Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren dan wel onder voorschriften verlenen in het belang van onder meer: de natuurwaarde van de houtopstand de landschappelijke waarde van de houtopstand de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon de beeldbepalende waarde van de houtopstand de cultuurhistorische waarde van de houtopstand, of de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand Het bevoegd gezag kan bij het weigeren of verlenen van een vergunning tevens de gemeentelijke bestemmings-, groen-, bomen- of landschapsplannen hanteren Artikel4.3Vergunningvoorschriften Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften. Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant. Indien het gemeentelijk beleid of een bestemmings-, bomen-, groen-, of landschapsplan de te vellen houtopstand direct of indirect als waardevol omschrijft, wordt, zo vaak mogelijk, een herplantplicht opgelegd. Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen. Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren aanwijzingen ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna. De omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden vervalt, indien daarvan niet binnen maximaal één jaar na onherroepelijk worden volledig gebruik is gemaakt Artikel4.4Herplant-/instandhoudingsplicht Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen. Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is in het voortbestaan ernstig worden bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen. 5.Omgevingsvergunning voor Handelsreclame Artikel5.1Omgevingsvergunning voor handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar is. Het verbod geldt niet voor onverlichte: opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de weg; opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken, daartoe aangewezen door de overheid; opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m² en de langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben op; een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak bestemd is; opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijn de bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben. opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor opschriften of aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke betekenis hebben, mits: van het aanbrengen ervan tevoren schriftelijk kennisgeving is gedaan aan het bevoegd gezag; het bevoegd gezag niet binnen twee weken na ontvangst van die kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken; deze opschriften of aankondigingen niet langer dan negen weken op de onroerende zaak aanwezig zijn. Het verbod in het eerste lid geldt eveneens niet voor door het college aan te wijzen categorieën handelsreclame op of aan een onroerende zaak. Het is verboden door een opschrift, aankondiging of afbeelding als bedoeld in het tweede, derde en vierde lid de veiligheid van het verkeer in gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving te veroorzaken. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale landschapsverordening. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. 6Slotartikelen Artikel6.1Overgangsbepaling Beleid en besluiten die zijn gebaseerd op grond van de Artikelen uit de Algemene Plaatselijke Verordening, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstig beleid of besluiten kent, gelden als beleid of besluit genomen krachtens deze verordening. Artikel6.2Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.