Kinderopvang: het in georganiseerd verband en tegen vergoeding bieden van onderdak, verzorging, opvoeding en begeleiding aan kinderen van 0 tot 16 jaar door anderen dan de eigen ouders, pleeg- of stiefouders. b. Kindercentrum: accommodatie voor kinderopvang onder professionele leiding. c. Gastouderopvang: kinderopvang bij gastouders gedurende tenminste vijf uren per week waarbij in het gezin gelijktijdig ten hoogste vier kinderen worden opgevangen en die tot stand komt door bemiddeling van een erkend gastouderbureau, waarbij een geslaagde bemiddeling een koppeling wordt genoemd. d. Kinderdagopvang: opvang in een kindercentrum of bij gastouders van kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar gedurende vier of meer uren per etmaal. e. Buitenschoolse opvang: opvang in een kindercentrum of bij gastouders van kinderen in de schoolgaande leeftijd gedurende werkdagen op tijden dat de kinderen niet naar school gaan. f. Opvangplaats: eenheid van opvang, inhoudende de ruimtelijke, organisatorische en personele voorziening die nodig is om één kind gedurende alle werkdagen van enig jaar op te vangen, waarbij een koppeling door een gastouderbureau gelijk is aan 0,5 opvangplaats. g. Bedrijfsplaats: een opvangplaats gefinancierd door een particulier, dan wel een private rechtspersoon en gereserveerd voor de kinderen van die particulier, dan wel voor de kinderen van ouders werkzaam bij die rechtspersoon. h. Gemeentelijke plaats: een door de gemeente gesubsidieerde opvangplaats die is gereserveerd voor kinderen van ouders die niet in aanmerking komen voor een bedrijfsplaats. i. Peuterspeelzaal: accommodatie voor opvang van kinderen van 2 tot 4 jaar gedurende maximaal drie uur per dag en twee dagen per week, gericht op stimulering van de individuele en sociale ontwikkeling van het kind door spel en sociale activiteiten onder leiding van terzake deskundige volwassenen. j. Peutergroep: groep van overwegend dezelfde peuters die op dezelfde dagen van de week de peuterspeelzaal bezoeken. k. Plusfunctie: programmatische activiteiten gericht op vroegtijdige onderkenning en bestrijding van onderwijs- en ontwikkelingsachterstanden bij kinderen. Paragraaf3.2Kinderdagopvang Artikel12Doelstelling subsidie 1De gemeente draagt bij aan het realiseren en instandhouden van professioneel begeleide en kwalitatief goede kinderdagopvang en buitenschoolse opvang om ouders, met name de minder draagkrachtige ouders, in gelijke mate in staat te stellen deel te nemen aan de arbeidsmarkt dan wel zich daarop voor te bereiden. 2Alle kinderopvangvoorzieningen moeten gelijkmatig over het gemeentelijk gebied zijn verdeeld. 3De gemeente wil de deelname van allochtone kinderen en kinderen uit risicogroepen vergroten en ziet de dagopvang en buitenschoolse opvang als belangrijke instrumenten om leer-en ontwikkelingsachterstanden op te sporen en te voorkomen. 4De gemeente streeft ernaar om de lokale opvang-, onderwijs- en zorgvoorzieningen zodanig te laten samenwerken dat er een aansluitend traject en aansluitende aanpak voor 0 tot 16 jarigen ontstaat. Artikel13Subsidiabele activiteiten Burgemeester en Wethouders kunnen subsidie verlenen als bijdrage in de kosten van: het bieden van kinderdagopvang en buitenschoolse opvang in een kindercentrum of bij gastouders aan kinderen van ouders die niet voor een bedrijfsplaats in aanmerking komen; deskundigheidsbevordering van de leiding, plusfunctieprogramma’s en overige activiteiten passend binnen de functie van kinderdagopvang en buitenschoolse opvang. Artikel14Grondslag subsidie 1De subsidie voor de in artikel 13 onder a vermelde activiteit wordt berekend naar rato van het aantal voor de gemeentelijke opvangplaatsen, waarbij de hoogte van de subsidie per plaats wordt gebaseerd op het geraamde verschil tussen de gemiddelde kostprijs en de gemiddelde ouderbijdrage per plaats; de subsidie wordt verleend in de vorm van een door de Raad vast te stellen taakstellend budget dat samen met de te leveren prestatie, overige subsidieverplichtingen en wijze van indexering, voor meerdere jaren is vastgelegd in een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de wet. 2De subsidie voor activiteiten als genoemd in artikel 13 onder b bedraagt een door Burgemeester en Wethouders te bepalen bijdrage in de door hen noodzakelijk geachte activiteitenkosten. Artikel15Subsidieverplichtingen 1De dagopvang en buitenschoolse opvang moeten voldoen aan de eisen van de Verordening Kinderopvang Noordenveld. 2De kinderopvanginstellingen dienen voor de gemeentelijke plaatsen aan de ouders een inkomensafhankelijke bijdrage te vragen en daarbij de door Burgemeester en Wethouders goedgekeurde tarieven te hanteren. 3Burgemeester en Wethouders dienen voor gemeentelijke plaatsen een door de instelling te hanteren toelatingsbeleid vast te stellen. 4Subsidies in het kader van Rijksregelingen op het gebied van de kinderopvang worden verstrekt op de voorwaarden gesteld in de betreffende regeling. Paragraaf3.3Peuterspeelzalen Artikel16Doelstelling subsidie (vervallen per 1-9-2017) Artikel17Subsidiabele activiteiten (vervallen per 1-9-2017) Artikel18Grondslag subsidie (vervallen per 1-9-2017) Artikel19Subsidieverplichtingen (vervallen per 1-9-2017) Hoofdstuk4Maatschappelijke dienstverlening en zorg Artikel20Doelstelling subsidie 1De gemeente subsidieert activiteiten op het gebied van maatschappelijke dienstverlening en gezondheidszorg om maatschappelijke en gezondheidsproblemen bij de bevolking van Noordenveld te voorkomen en te helpen oplossen. 2De gemeente streeft er met haar subsidiëring naar om de toegankelijkheid van zorgvoorzieningen te vergroten; zij doet dat onder andere door de zorgvoorzieningen te stimuleren om samen te werken en om samenhang aan te brengen in het zorgaanbod, zowel in het algemeen als per individuele cliënt. Artikel21Subsidiabele activiteiten 1.De gemeente subsidieert lokale of bovenlokale instellingen voor activiteiten op het gebied van verslavingszorg, slachtofferhulp, jeugdhulpverlening, maatschappelijke opvang en begeleiding en andere door de Raad aangegeven aandachtsgebieden, mits en in zoverre deze aanvullend zijn op de door Rijks- en provinciale overheid georganiseerde zorg. 2.De in lid 1 bedoelde activiteiten kunnen bestaan uit: cliëntgerichte hulp- en dienstverlening, te weten het begeleiden en ondersteunen van een cliënt gericht op behoud dan wel herstel van sociale vaardigheden en het maatschappelijk functioneren en het verrichten van concrete diensten voor een cliënt; het geven van informatie en advies aan een cliënt of groepen cliënten; preventieve activiteiten gericht op het voorkomen en het ontstaan van hulpvragen; het geven van maatschappelijke- en gezondheidsvoorlichting aan individuele burgers en specifieke groepen; het bieden van consultatie aan vrijwilligers en beroepskrachten van andere organisaties ten behoeve van de hulpverlening; het signaleren van ontwikkelingen in hulpvragen en bij (groepen) cliënten ten behoeve van interne en externe beleidsontwikkeling; telefonische hulp gericht op de behandeling van (anonieme) individuele vragen, zoals bijvoorbeeld bij de vertrouwenstelefoon; indicatiestelling voor toelating tot zorgvoorzieningen; andere activiteiten die naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders vallen onder de in het eerste lid van dit artikel genoemde gebieden. 3.Burgemeester en Wethouders kunnen op het gebied van maatschappelijke dienstverlening en gezondheidszorg subsidie verlenen als bijdrage in de kosten van: het instandhouden van een professionele non-profit instelling; door beroepskrachten uitgevoerde dan wel begeleide activiteiten van eenmalige vernieuwende projecten. Artikel22Grondslag subsidie 1De subsidie voor de in artikel 21 lid 3a genoemde activiteit wordt verleend in de vorm van een taakstellend budget dat samen met de te leveren prestatie, overige subsidieverplichtingen en wijze van indexering, voor meerdere jaren is vastgelegd in een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de wet. 2De subsidie voor de in artikel 21 lid 3 onder b en c genoemde activiteiten bestaat uit een door Burgemeester en Wethouders te bepalen bijdrage in de naar hun oordeel noodzakelijke kosten. 3In door de Raad te beslissen gevallen wordt subsidie verleend in de vorm van een bedrag per deelnemer dan wel per inwoner dan wel naar rato van het aantal inwoners van de gemeente. Hoofdstuk5Kunst en cultuur Paragraaf5.
Amateuristische kunstbeoefening: beoefening van kunst door individuen en instellingen, in de vrije tijd, zonder dat gestreefd wordt naar het verkrijgen van een inkomen uit het kunstproduct. b. Muziekvereniging: een instelling die als voornaamste doel heeft mensen te stimuleren en in staat te stellen om op amateur-basis te spelen en op te treden in een harmonie- of fanfarekorps of een drumband. c. Zangvereniging of koor: een instelling die als voornaamste doel heeft mensen te stimuleren en in staat te stellen om op amateur-basis te zingen en op te treden in een koor. d. Toneelvereniging: een instelling die als voornaamste doel heeft mensen te stimuleren en in staat te stellen om op amateur-basis toneel te spelen. e. Actieve leden: leden van een instelling voor amateuristische kunstbeoefening die daadwerkelijk deelnemen aan de activiteiten van de instelling. f. Activiteiten kunst en cultuur: activiteiten op het gebied van kunst- en cultuureducatie, muziek, beeldende kunst, podiumkunsten, film, media, letteren en cultuurbehoud. g. Culturele programmaorganisatie: een niet-professionele instelling die jaarlijks een aanbod van activiteiten op het gebied van kunst en cultuur organiseert. h. Bibliotheekvoorziening: een publieke voorziening voor het uitlenen van boeken en andere mediadragers en het verschaffen en toegankelijk maken van informatie op diverse terreinen. i. Museum: een instelling die de materiële getuigenissen van de mens en zijn omgeving verwerft, behoudt, onderzoekt, presenteert en hierover informeert voor doeleinden van studie, educatie en genoegen, zonder winstoogmerk. j. Lokale omroep: een lokale instelling die radio- en/of televisie-uitzendingen verzorgt met recreatieve, educatieve, k. culturele en informatieve programma’s voor en over de gemeente. Paragraaf5.2Amateuristische kunstbeoefening Artikel24Doelstelling subsidie 1De gemeente subsidieert de amateuristische kunstbeoefening in verenigingsverband om zowel de individuele kunstzinnige expressie en vorming als de sociale samenhang te bevorderen. 2De subsidie heeft tevens tot doel de deelname aan de amateuristische kunstbeoefening in het algemeen en van jongeren in het bijzonder te bevorderen. Artikel25Subsidiabele activiteiten Burgemeester en Wethouders kunnen subsidie verlenen als bijdrage in de kosten van de amateuristische kunstbeoefening in verenigingsverband. Artikel26Grondslag subsidie Vervallen in 2009 Artikel27Nadere regels Vervallen in 2009 Paragraaf5.3Culturele programmaorganisaties Artikel28Doelstelling subsidie De gemeente subsidieert culturele programmaorganisaties in Noordenveld om voor haar inwoners een samenhangend cultureel programma-aanbod te organiseren en toegankelijk te maken en om het culturele klimaat binnen de gemeente te bevorderen. Artikel29Subsidiabele activiteiten Burgemeester en Wethouders kunnen subsidie verlenen als bijdrage in de kosten van het organiseren van activiteiten op het gebied van kunst en cultuur door de culturele programmaorganisaties. Artikel30Grondslag subsidie 1De subsidie wordt verleend in de vorm van een taakstellend budget dat samen met de te leveren prestaties en overige verplichtingen voor meerdere jaren is vastgelegd in een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de wet. 2Het budget als bedoeld in lid 1 van dit artikel zal per 1 januari 2001 jaarlijks worden geïndexeerd volgens de uitgangspunten zoals die gelden voor de begroting van de gemeente Noordenveld. Artikel31Nadere regels 1De gemeente streeft naar een spreiding van culturele programmaorganisaties over de gemeente. 2De activiteiten kunst en cultuur die de culturele programmaorganisaties organiseren dienen afgestemd te zijn op de behoeften van de inwoners van de gemeente. 3De culturele programmaorganisaties dienen hun programma-aanbod op elkaar af te stemmen. 4De culturele programmaorganisaties dienen van de bezoekers aan de activiteiten een bijdrage te vragen die in verhouding staat tot de aard van die activiteit. 5De culturele programmaorganisaties worden geacht waar mogelijk eigen inkomsten te verwerven naast de subsidies en het innen van bijdrages van bezoekers. 6De culturele programmaorganisaties dienen zoveel als mogelijk gebruik te maken van de inzet van vrijwilligers. Paragraaf5.4Culturele activiteiten en experimenten Artikel32Doelstelling subsidie De gemeente subsidieert activiteiten op het gebied van kunst en cultuur ter bevordering van de zelfontplooiing van de inwoners, de sociale samenhang en het culturele klimaat binnen de gemeente. Artikel33Subsidiabele activiteiten Burgemeester en Wethouders kunnen subsidie verlenen voor: activiteiten op het gebied van kunst en cultuur buiten het aanbod van de programmaorganisaties; Vervallen in 2013 het beheer van een culturele accommodatie. Artikel34Grondslag subsidie 1De subsidie als bedoeld in artikel 33 a bestaat uit een door Burgemeester en Wethouders te bepalen bijdrage in de door hen noodzakelijk geachte kosten. 2Vervallen in 2013 3De subsidie als bedoeld in artikel 33 c wordt verleend in de vorm van een taakstellend budget dat samen met de te leveren prestaties, overige verplichtingen en wijze van indexering, voor meerdere jaren is vastgelegd in een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de wet. Artikel35Nadere regels 1De te subsidiëren activiteiten als bedoeld in artikel 33 onder a en b dienen een aanvulling te zijn op het ten tijde van de aanvraag binnen de gemeente geldende aanbod aan activiteiten. 2De nadere regels voor programmaorganisaties als genoemd in artikel 31 lid 2, 3, 4 ,5 en 6 zijn voor de in artikel 33 a genoemde activiteiten van overeenkomstige toepassing. 3Aanvragen voor subsidies uit het in artikel 34 lid 2 genoemde fonds dienen tenminste 8 weken voor de aanvang van de activiteit te worden ingediend en worden op volgorde van binnenkomst toegekend. 4Voor een subsidie uit het in artikel 34 lid 2 genoemde fonds kan dezelfde subsidieaanvrager slechts eenmaal per jaar in aanmerking komen. Paragraaf5.4Bibliotheekwerk Artikel36Doelstelling subsidie De gemeente subsidieert het openbare bibliotheekwerk om haar inwoners een laagdrempelige toegang te verschaffen tot boeken en andere informatiedragers ter ontspanning, informatie of ontwikkeling; de gemeente verwacht daarbij dat de bibliotheek de inwoners en met name de jeugd stimuleert om te lezen en van de beschikbare informatie gebruik te maken. Artikel37Subsidiabele activiteiten 1Burgemeester en Wethouders verlenen subsidie voor het in stand houden van vaste en mobiele bibliotheekvoorzieningen in de woonkernen van de gemeente. 2Burgemeester en Wethouders kunnen subsidie verlenen voor overige activiteiten voor zover passend binnen de functie bibliotheekwerk. Artikel38Grondslag subsidie 1De subsidie als bedoeld in artikel 37 lid 1 wordt verleend in de vorm van een taakstellend budget dat samen met de te leveren prestatie, overige verplichtingen en wijze van indexering, voor meerdere jaren met de gemeente is vastgelegd in een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de wet. 2De subsidie als bedoeld in artikel 37 lid 2 wordt verleend in de vorm van een door Burgemeester en Wethouders te bepalen bijdrage in de door hen noodzakelijk geachte activiteitenkosten. Artikel39Verplichtingen van de subsidieontvanger De instelling zal waar mogelijk en nodig samenwerken met, dan wel ondersteuning bieden aan andere instellingen op het gebied van cultuur, educatie en sociaal-cultureel werk. Paragraaf5.5Musea Artikel40Doel van de subsidie De gemeente subsidieert musea in de gemeente om te zorgen dat de betreffende museale collecties worden bewaard voor de toekomst, tentoongesteld en toegankelijk gemaakt voor een breed publiek en omdat zij een belangrijke bijdrage leveren aan de culturele, historische en recreatieve waarde van de gemeente. Artikel41Subsidiabele activiteiten Burgemeester en Wethouders kunnen subsidie verlenen als bijdrage in de kosten van het exploiteren van het museum; als bijdrage in de kosten van een museale activiteit. Artikel42Grondslag subsidie 1De subsidie als bedoeld in artikel 41 a wordt verleend in de vorm van een taakstellend budget dat samen met de te leveren prestatie, overige verplichtingen en wijze van indexering, voor meerdere jaren is vastgelegd in een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de wet. 2De subsidie als bedoeld in artikel 41 b wordt verleend in de vorm van een door Burgemeester en Wethouders te bepalen bijdrage in de door hen noodzakelijk geachte kosten. Paragraaf5.6Lokale omroep Artikel43Doelstelling subsidie De gemeente subsidieert de lokale omroep om aan haar inwoners nieuws en andere informatieve, educatieve, culturele dan wel recreatieve radio- en televisieprogramma’s te bieden die betrekking hebben, dan wel gericht zijn op de gemeente Noordenveld; een en ander als zinvolle aanvulling op het aanbod vanuit de landelijke en regionale media. Artikel44Subsidiabele activiteiten Burgemeester en Wethouders kunnen subsidie verlenen als bijdrage in de kosten van het produceren, het uitzenden en het publiceren van lokale programma’s. Artikel45Grondslag subsidie De subsidie als bedoeld in artikel 44 wordt verleend in de vorm van een taakstellend budget dat samen met de te leveren prestatie, de overige verplichtingen en de wijze van indexering, voor meerdere jaren is vastgelegd in een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de wet; de subsidie bestaat uit een door de Raad te bepalen bedrag per kabelaansluiting. Artikel46Verplichtingen van de subsidieontvanger 1De organisatie en uitzendingen van de subsidieontvanger moeten voldoen aan de eisen van de Mediawet. 2Naast de door de wet, de algemene subsidieverordening en de in deze verordening vereiste stukken dient de subsidieontvanger bij de aanvraag mee te zenden het reglement van orde, het jaarverslag en de ledenlijst van de Programmaraad en een overzicht van de voorgenomen programmering; over wijziging dan wel actualisering van deze stukken dienen Burgemeester en Wethouders tijdig te worden geïnformeerd. 3De in te dienen jaarrekeningen en begrotingen dienen een goed inzicht te geven in de investeringen en de opgebouwde reserves ten behoeve van de zendapparatuur. Hoofdstuk6Sport Paragraaf6.
Sport: het op recreatief niveau of op wedstrijdniveau beoefenen van een sport die door het NOC*NSF als zodanig is erkend. b. Sportvereniging: een volledige rechtsbevoegdheid bezittende vereniging, die aan de volgende voorwaarden voldoet: aangesloten is bij een landelijke of regionale sportbond die op haar beurt weer is aangesloten bij NOC*NSF; ingeschreven is in het verenigingsregister van de Kamer van Koophandel; zich ten doel stelt om zonder winstoogmerk door sportbeoefening in clubverband de vorming en ontwikkeling van alle leden te bevorderen; de inzet van voldoende bevoegde leiding. c. Sportopleidingen/-cursussen: algemene opleidingen of cursussen gericht op de ondersteuning of bijscholing van vrijwilligers in sportverenigingen of sportuitvoerende instellingen. d. Sportaccommodatie: een voorziening voor het beoefenen van sport. Paragraaf6.2Sportstimulering en -ontwikkeling Artikel48Doelstelling subsidie De gemeente subsidieert activiteiten gericht op sportstimulering en -ontwikkeling met als doel: de kwaliteit, de spreiding en de variatie van het bestaande sportaanbod en de sportdeelname door nader te bepalen doelgroepen te bevorderen; de organisatorische sportinfrastructuur te versterken en sportactiviteiten voor alle inwoners mogelijk te maken. Artikel49Subsidiabele activiteiten Burgemeester en Wethouders kunnen subsidie verlenen als bijdrage in de kosten van: Vervallen in 2013 Vervallen in 2013 Vervallen in 2013 deelname van vrijwillig sportkader aan sportopleidingen of -cursussen van sportbonden of landelijke sportorganisaties. Artikel50Grondslag subsidie 1Vervallen in 2013 2Vervallen in 2013 3De subsidie als bedoeld in artikel 49 onder d bedraagt maximaal 50% van de cursuskosten en bedraagt maximaal € 225,00 per vereniging. Artikel51Nadere regels 1.Vervallen in 2013 2.Vervallen in 2013 3.Vervallen in 2013 4.Vervallen in 2013 5.Cursuskosten die voor subsidie in aanmerking, als bedoeld in artikel 50 lid 3, komen zijn: inschrijf- en cursusgelden; examengelden; literatuur en lesmateriaal. Paragraaf6.3Sportaccommodaties Artikel52Doelstelling subsidie De gemeente draagt bij tot het in stand houden van sportaccommodaties in voorwaardenscheppende zin, zodat de toegankelijkheid voor iedere burger wordt vergroot en de sportaccommodaties gelijkmatig over het gemeentelijk gebied zijn verdeeld. Artikel53Subsidiabele activiteiten Burgemeester en Wethouders kunnen subsidie verlenen als bijdrage in de kosten van: het beheer en de exploitatie van sportaccommodaties; de huur van een niet gemeentelijke accommodatie, voorzover een sportvereniging hierop is aangewezen. Artikel54Grondslag subsidie 1De subsidie als bedoeld in artikel 53 onder a wordt verleend in de vorm van een taakstellend budget dat samen met de te leveren prestaties en overige verplichtingen, voor meerdere jaren is vastgelegd in een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de wet. 2De subsidie als bedoeld in artikel 53 onder b wordt verleend in de vorm van een door Burgemeester en Wethouders te bepalen bijdrage in de door hen noodzakelijk geachte kosten. Hoofdstuk7Overgangs- en slotbepalingen Artikel55Hardheidsclausule In bijzondere gevallen, en voorzover van toepassing van deze verordening zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, kan het College van Burgemeester en Wethouders afwijken van het in deze verordening bepaalde. Artikel56Overgangsbepalingen 1Voorzover niet bepaald in deze verordening, gaat indexering van subsidies op grond van bepalingen in deze verordening in per 2002. 2Daar waar de toepassing van deze verordening leidt tot verlaging van een structurele subsidie zal het verschil ingaande het jaar 2002 worden afgebouwd in twee jaarlijkse periodes. Artikel57Inwerkingtreding 1Deze verordening treedt in werking op 1 december 2002. 2De Subsidieverordening Welzijn, Cultuur en Sport, vastgesteld op 30 november 2000, komt met het in werking treden van deze verordening te vervallen. Artikel58Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als 'Subsidieverordening Welzijn, Cultuur en Sport Noordenveld 2002'.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.