.5) in vaste activa worden lineair afgeschreven in: Waterkeringen robuust: 40 jaren Waterkeringen niet robuust : 12 jaren Solidariteitsheffing HWBP: 5 jaren Legger: 10 jaren Stuwen: Bouwkundig (civiel) 30 jaren Werktuigbouwkundig (mechanisch) 15 jaren Elektrotechnisch 15 jaren Inlaten / sluizen / zinkers / betuiningen: 20 jaren Overige peilregulerende kunstwerken: 10 jaren Grondwerken watergangen: 30 jaren Gebiedsontwikkelingen: 30 jaren Baggerwerkzaamheden (alleen profiel bepalend): 10 jaren Gemalen: Bouwkundig (civiel) 30 jaren Werktuigbouwkundig (mechanisch) 15 jaren Elektrotechnisch 15 jaren Rioolwaterzuiveringen en slibontwatering: Bouwkundig (civiel) 30 jaren Werktuigbouwkundig (mechanisch) 20 jaren Elektrotechnisch 20 jaren Processystemen 10 jaren Transportleidingen 40 jaren Apparatuur (kantoor machines) 5 jaren Hardware en software 5 jaren** Kantoormeubilair 10 jaren** Bureau inrichting (excl. telefoons) 4 jaren Tractiemiddelen en vervoersmiddelen 7 jaren Huisvesting: Bouwkundig (civiel) 40 jaren Werktuigbouwkundig (mechanisch) 15 jaren Elektrotechnisch 10 jaren Verbouwingen 20 jaren Werkplaatsen 30 jaren Loodsen en depots 15 jaren Immateriële vaste activa 5 jaren Verkiezingen 4 jaren *Het nieuwe concept van werken kan van invloed zijn op de afschrijvingstermijnen. Investeringen moeten zo goed mogelijk worden toegekend aan de in de bovenstaande activa categorieën. Daar waar splitsing niet mogelijk is, dient de zwaartepuntbenadering toegepast te worden om de juiste categorie te bepalen. Indien de bovenstaande tabel niet voorziet in een duiding van de verwachte economische levensduur van een actief; wordt een nadere inschatting gemaakt van de economische levensduur op basis van algemeen geaccepteerde standaarden (bijv. opgave fabrikant). Indirecte projectkosten (bijv. rente of advieskosten) worden toegerekend aan de componenten uit de afschrijvingstabel op grond van de financiële verhouding tussen de componenten binnen de investering. HWBP- Verdeling projectfinanciering Hoogwaterbeschermingsprogramma De versterking van primaire keringen die in beheer zijn van het waterschap, worden bekostigd op basis van cofinanciering. Hiervoor is door het Deltafonds de Dijkrekening ingericht, waaraan de waterschappen gezamenlijk 40% bijdragen en het Rijk 50%. De resterende 10% bestaat uit een projectgebonden aandeel (PGA) van het waterschap, bedoeld als doelmatigheidsprikkel. Waterschappen ontvangen dus 90% van de geraamde kosten van een ‘sober en doelmatig ontwerp’. Het Hoogwaterbeschermingsprogramma leidt bij het waterschap GSRW tot de volgende activeringen: De jaarlijkse bijdrage aan de Dijkrekening (gebaseerd op ingezetenen en WOZ-waarde); en Het project gebonden aandeel per versterkingsproject (10%). De jaarlijkse bijdrage aan de Dijkrekening wordt door het waterschap GSRW beschouwd als een investeringsbijdrage. Deze investeringsbijdrage wordt in 5 jaar afgeschreven. Dit betreft een voortzetting van het beleid als gevoerd door de rechtsvoorgangers van GSRW. Het project gebonden aandeel in een versterkingsproject wordt afgeschreven over de economische levensduur van de uitgevoerde versterking (afschrijvingstermijn robuust kering 40 jaar en niet robuust kering - verbeterwerken 12 jaar). Groot onderhoud en leeftijdsvervanging Groot onderhoud (
.5) van materiële vaste activa en leeftijdsvervanging worden lineair afgeschreven volgens de componentenbenadering voor de periode tot het volgende moment van groot onderhoud of leeftijdsvervanging. Lease contracten Materiële activa waarvoor het waterschap financiële leasecontracten is aangegaan en waarbij het economisch eigendom bij het waterschap berust, behoren tot de materiële vaste activa van het waterschap. Waardering van het actief vindt plaats tegen nominale waarde. Afschrijvingen geschieden tegen de duur van de leaseafspraken. Momenteel komt dit niet voor. 3.3Grond Op grond wordt in beginsel niet afgeschreven, omdat grond zijn waarde behoud. Een uitzondering kan gelden wanneer sprake is van waardevermindering van de grond. Op grond waarop gebouwd wordt of is, kan worden afgeschreven over dezelfde termijn waarover de bouwwerken op deze grond ook worden afgeschreven. Dit geld niet voor het hoofdkantoor. 4.DESINVERTERING, SLOOPKOSTEN & VERKOOP Van een desinvestering is sprake, als een vast actief, voordat het volledig is afgeschreven, uit het productieproces wordt gehaald. Op dat moment moet de restant boekwaarde als een extra afschrijving in één keer ten laste van de exploitatierekening gebracht worden en wordt het actief bruto uit de activa-administratie verwijderd. Als er gesloopt wordt, heeft een actief geen economisch nut meer, dus geen economische levensduur meer en mag er niet meer worden afgeschreven. De kosten van verwijdering, sloopkosten, moeten als incidentele last worden gezien. Bij verkoop van een actief wordt de boekwinst of het boekverlies ten gunste of ten laste van de exploitatierekening gebracht. BIJLAGE:TOELICHTING In deze toelichting wordt nader ingegaan op activering- en afschrijvingsbeleid. Bijdragen van eigen personeel (§2.3) In beginsel kan volgens de regels van het Besluit Beleidsvoorbereiding en Verantwoording van Waterschappen (BBVW) een redelijk deel van de kosten van ondersteunende diensten van het waterschap in de vervaardigingsprijs worden opgenomen. De term “in beginsel” laat voor waterschappen de ruimte om nadere invulling te geven aan de wijze waarop interne kosten (uren) worden toegerekend. Voorgesteld wordt om uitsluitende de uren te activeren van afdelingen die direct bijdragen aan de realisatie van de taken. Hieronder worden verstaan de afdelingen: Realisatie, Beheer Water en Dijken, Beheer Zuiveringen, Vergunning en Handhaving & Toetsen meten en monitoren. Middels dit beleid wordt geborgd dat kosten van het ambtelijk apparaat in beperkte mate naar de toekomst worden verplaatst, in lijn met de maatschappelijke tendens om de schuldenpositie van (decentrale) overheden te beperken. Om redenen van financiële efficiency worden uren van “ondersteunende” afdelingen wel geactiveerd, indien deze door derden worden gedekt (bijv. door het Rijk gedekte projecten). Ook hierbij geldt dat uitsluitend uren worden geactiveerd die via het tijdschrijfsysteem worden verantwoord. Bouwrente (§2.3) Ten aanzien van de bouwrente kan opgemerkt worden dat in ieder geval rente zal moeten worden toegerekend aan langer lopende bouwprojecten. Het ligt niet voor de hand rente toe te rekenen in geval van de aankoop van goederen en diensten. Ondergrens activering (§2.4) Alle waterschappen in Nederland zijn vrij om een grens te bepalen waarboven uitgaven moeten worden geactiveerd. Uitgaven voor zaken die langer dan een jaar mee gaan, maar lager zijn dan deze grens, worden in één keer ten laste van de exploitatie gebracht. Het bepalen van een ondergrens voorkomt dat kleine uitgaven voor zaken die langer dan een jaar worden gebruikt zouden moeten worden geactiveerd. De ondergrens voor activering is vastgesteld op € 50.000,-. Investeringen met een verkrijgingprijs lager dan dit bedrag worden niet geactiveerd, tenzij op voorhand een bedrag van ten minste € 50.000,- was geraamd voor de betreffende investering of tenzij het gronden of terreinen betreft. Afbakening investering, leeftijdsvervanging, groot onderhoud en onderhoud (§2.5) Onderhoud is er op gericht om een activum in goede staat te houden en er voor te zorgen dat dit gedurende zijn gebruiksduur goed blijft functioneren. Voorbeeld vormt het op frequente wijze reinigen van activa. De kosten van dit onderhoud worden in de exploitatierekening verantwoord. De uitgaven voor ‘levensduur verlengend groot onderhoud’ dienen bij voorkeur ten laste van de exploitatie worden gebracht maar mogen ook worden geactiveerd en afgeschreven conform de componentenmethode. Dit betreft bijvoorbeeld het periodiek grootschalig reinigen van activa (bijv. eens per 5 jaren). De bovenstaande definities van “onderhoud” en “groot onderhoud” zijn herleidbaar uit het besluit beleidsvoorbereiding en verantwoording waterschappen. De term “leeftijdsvervanging” wordt echter niet in de BBVW benoemd. Door bepalingen m.b.t. de begrip in beleid te verankeren, neemt Drents Overijsselse Delta een eigen positie in ten aanzien van de wijze waarop activa worden afgeschreven. Deze werkwijze is in lijn met de gangbare handelswijze in de private sector. Middels dit beleid wordt het bereiken van een jaarlijks terugkerend volume van kapitaallasten sterk bevorderd. Hieronder is voor een aantal activa de wijze van activering en afschrijving aangegeven ten einde praktische voorbeelden te benoemen en richting te geven aan de implementatie van het onderhavig beleid. Bij baggeren is er sprake van verschillende vormen waarmee als volgt dient te worden omgegaan: Als er gebaggerd moet worden om het profiel voor een eerste maal te bereiken, worden de uitgaven als een investering aangemerkt. Daarna is de watergang op leggerafmetingen. Vinden er vervolgens baggerwerkzaamheden plaats zodat de watergang aan het profiel blijft voldoen, dan is het onderhoud. Als het profiel vervolgens wordt aangepast om meer water te kunnen bergen, om de waterkwaliteit te verbeteren of om een andere reden, en er moet gebaggerd worden om de watergang aan dat nieuwe profiel te laten voldoen, dan is er weer sprake van een investering. In voorkomende gevallen wordt een relatie gelegd met een leggerwijziging. Achterstallig onderhoud komt ten laste van de exploitatie. Het vernieuwen (renoveren) of aanpassen van bijvoorbeeld waterkeringen, waterlopen, kunstwerken, transportgemalen en zuiveringsinstallaties wordt aangemerkt als investeringen en als zodanig geactiveerd. Pompen, kroosrooster en aanpassing automatisering etc. worden als afzonderlijk activum opgenomen. De uitgaven die betrekking hebben op vervanging van schuiven, overige roosters, filters, kleine materialen aan machines, etc. worden in beginsel aangemerkt als onderhoudskosten en ten laste van de exploitatie gebracht tenzij aangetoond kan worden dat deze uitgaven leiden tot verlenging van de levensduur van het gehele activum met minimaal 5 jaren. In dat geval worden de uitgaven beschouwd als groot onderhoud en als zodanig geactiveerd en afgeschreven conform de componentenmethode. Overzicht afschrijving Exploitatie Componentenbenadering Afschrijving conform vermelde termijnen Baggerwerkzaamheden zodat de watergang aan het profiel blijft voldoen Baggerwerkzaamheden om het profiel voor een eerste maal te bereiken Achterstallig onderhoud Baggerwerkzaamheden als het profiel wordt aangepast om meer water te kunnen bergen, om de waterkwaliteit te verbeteren of om een andere reden, om de watergang aan dat nieuwe profiel te laten voldoen, saneringsbaggeren Jaarlijkse onderhoud aan betuining van bepaalde watergang Onderhoud aan betuining vindt voor bepaalde watergang eenmaal in de zoveel jaren plaats Eerste aanleg van betuining Vervanging schuiven, roosters, filters etc. tenzij kan worden aangetoond dat deze uitgaven leiden tot verlenging van de levensduur van het gehele activum. Vervanging schuiven, roosters, filters etc. als kan worden aangetoond dat deze uitgaven leiden tot verlenging van de levensduur van het gehele activum. Vervanging pompen, kroosrooster, aanpassing automatisering. Bouw van transportgemaal of zuiveringsinstallatie. Schoonmaken beluchtingscircuits/slibgisting op RWZI’s tenzij kan worden aangetoond dat deze uitgaven leiden tot verlenging van de levensduur van het gehele activum. Wanneer gekozen is om de uitgaven voor ‘levensduur verlengend groot onderhoud’ of “leeftijdsvervanging” te activeren dan wordt er geactiveerd volgens de zogenaamde componentenbenadering. Dit houdt in dat uitgaven voor groot onderhoud die telkens na een langere gebruiksperiode plaatsvinden ineens bij aanvang van het gebruik van het actief als afzonderlijk samenstellend deel van het betreffende actief voor het volledige bedrag worden geïdentificeerd. De desbetreffende component van het actief wordt dan afgeschreven tot aan het moment van uitvoering van groot onderhoud. Bij de uitvoering van het groot onderhoud worden de kosten hiervan opnieuw geactiveerd, waarna deze afzonderlijke component opnieuw op dezelfde wijze wordt afgeschreven. Het verschil tussen groot onderhoud en levensduur vervanging vormt de afweging om bestaande activa buiten gebruik te stellen en deze te vervangen voor nieuwe. Zo wordt het reviseren van een gemaal en het daarbij smeren van de onderdelen als groot onderhoud gezien. Wanneer materiele onderdelen van het gemaal (bijvoorbeeld vervanging van de gehele schroef en achterliggende mechaniek) buiten gebruik worden gesteld en vervanging; is er sprake van leeftijdsvervangingen. Middels dit voorbeeld wordt getoond hoe dicht de definities van groot onderhoud en leeftijdsvervanging bij elkaar liggen. Voorbeeld componentenbenadering Aanschaf/bouw van een gebouw met een kostprijs van € 2.000.000. Op het moment van investeren worden de volgende schattingen gemaakt m.b.t. het gebouw zelf, de lift en de dakbedekking. De gebruiksduur van het gebouw bedraagt 40 jaar. Eens per 10 jaar dient de bitumenlaag van het dak te worden vervangen (investering € 50.000). De lift zal om de vijf jaar worden geïnspecteerd en er zullen onderdelen worden vervangen. Het investeringsbedrag voor de lift bedraagt € 100.000. Na vijf jaar wordt de lift daadwerkelijk aangepakt ten bedrage van € 110.000 en na acht jaar wordt dedakbedekking vervangen ten bedrage van € 45.000. Uitwerking: Indien de oorspronkelijke bestanddelen van de dakbedekking en de lift volgens de componentenbenadering zijn afgesplitst van de totale kostprijs, worden de afschrijvingen als volgt bepaald: dakbedekking : € 50.000,00 / 10 jaar € 5.000,00 lift : € 100.000,00 / 5 jaar € 20.000,00 gebouw resteert : € 1.850.000,00 / 40 jaar € 46.250,00 Afschrijving jaar 1 : € 71.250,00 Na vijf jaar wordt de lift aangepakt: de kosten van de vervanging ad € 110.000,00 wordt als nieuw afzonderlijk bestanddeel geactiveerd en wordt vervolgens afgeschreven over de verwachte levensduur. Er is geen desinvestering noodzakelijk, aangezien de boekwaarde van het liftbestanddeel aan het eind van jaar vijf nihil is. De kostprijs van het vervangen van de dakbedekking na acht jaar ad. € 45.000,00 wordt als nieuw afzonderlijk bestanddeel geactiveerd als onderdeel van het gebouw en wordt afgeschreven over de verwachte gebruiksduur. Aangezien de dakbedekking eerder wordt vervangen dan was voorzien, wordt de resterende boekwaarde van de initiële investering, ad € 10.000,00 (= € 50.000,00 minus 8 x € 5.000,00 afschrijving) als boekverlies verantwoord in de exploitatie. De huidige werkwijze van activering van levensduur verlengend groot onderhoud is conform de hierboven beschreven componentenbenadering. Immateriële vaste activa (§3.2) De immateriële vaste activa worden in artikel 4.41 van het waterschapsbesluit onderscheiden in: kosten verbonden aan het afsluiten geldleningen zoals provisies , kosten van notariële aktes en het saldo van agio en disagio; kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief; bijdragen aan activa in eigendom van derden; geactiveerde bijdragen aan het Rijk; geactiveerde bijdragen aan openbare lichamen; kosten overige immateriële vaste activa. De regels bevatten voorwaarden waaronder uitgaven voor ‘onderzoek en ontwikkeling’ (artikel 4.63 Waterschapsbesluit) en uitgaven voor ‘bijdragen aan activa in eigendom van derden’ als immaterieel actief kunnen worden geactiveerd. De inzet van middelen ten behoeve van onderzoek en ontwikkeling kan worden geactiveerd indien: de investering naar verwachting technisch uitvoerbaar is; de investering in de toekomst nut zal genereren; de uitgaven die aan de investering zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. Indien de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling (bijvoorbeeld om te komen tot het opstellen van een Waterbeheerplan) voldoen aan bovenstaande eisen, dan mogen deze geactiveerd worden. Voor deze immateriële vaste activa geldt volgens het ‘Waterschapsbesluit’ een maximale afschrijvingstermijn van 5 jaar. De invulling die middels het waterschapsbesluit aan “kosten voor onderzoek en ontwikkeling” wordt gegeven, impliceert dat alleen kosten geactiveerd mogen worden waarbij helder is wat er gerealiseerd gaat worden. Indien hier geen zicht op is; is er in onvoldoende mate zeker of er sprake is van toekomstig nut. Indien er echter sprake is van een eenduidig verband met te realiseren activa, worden voorbereidingskosten gezien als onderdeel van het te realiseren acties. Zodoende wordt in dit beleid voorgesteld geen gebruik te maken van de mogelijkheid tot het activeren van kosten voor “onderzoek en ontwikkeling”. Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd indien: sprake is van een investering door een derde; de investering bijdraagt aan de publieke taak; de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren op een wijze zoals is overeengekomen en de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of het waterschap anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering. Investeringen in activa die niet in eigendom zijn van het waterschap worden, wanneer deze voldoen aan bovenstaande eisen, als immateriële vaste activa aangemerkt en in 5 jaar afgeschreven. Van deze afschrijvingstermijn kan worden afgeweken als gemotiveerd wordt dat een andere periode passender is. In de praktijk vindt waardering vaak plaats tegen de termijn waarop de betrokken derde voornemens is het actief in gebruik te nemen. Groot onderhoud (§3.2) Groot onderhoud en leeftijdsvervanging (
.5) in materiële vaste activa worden lineair afgeschreven volgens de componentenbenadering voor de periode tot het volgende moment van groot onderhoud. De termijn tot het volgende moment van groot onderhoud wordt vastgesteld uit: de opgenomen termijnen in beheer- en onderhoudsplannen. Dit kan zijn dat het onderhoud meerjarig is gepland en al bekend is wanneer het volgende onderhoud zal plaatsvinden. Of er wordt uitgegaan van geraamde termijnen wanneer er weer onderhoud plaats moet vinden. Indien er geen planning voor toekomstig onderhoud is, zal uitgegaan worden van de gemiddelde termijn tussen twee groot onderhoudsbeurten voor het betreffende activum. Grond (§3.3) Vaste activa met een beperkte gebruiksduur moeten jaarlijks worden afgeschreven en de jaarlijkse afschrijving representeert de waardevermindering in dat jaar. Omdat grond in het algemeen zijn waarde behoudt, wordt daarop in de regel niet afgeschreven. Een uitzondering kan gelden voor gronden waarop gebouwd wordt of is. Deze kunnen worden afgeschreven over dezelfde termijn als waarover het bouwwerk wordt afgeschreven. Op de grond van het hoofdkantoor wordt niet afschreven.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.