Algemene subsidieverordening Kaag en Braassem 2011 (NIEUW)De raad van de gemeente Kaag en Braassem; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 9 februari 2010; gelet op het bepaalde in artikel 147 van de Gemeentewet en Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; besluit tot de vaststelling van de ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING KAAG EN BRAASSEM 2011 hoofdstuk1Algemene bepalingen artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder:a. raad: raad van de gemeente Kaag en Braassem;b. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kaag en Braassem;c. eenmalige subsidie: subsidie ten behoeve van bijzondere incidentele projecten of activiteiten die niet behoren tot de reguliere bezigheden van de aanvrager. Bovendien is de periode waarvoor het college subsidie wil verstrekken van tevoren bepaald en kan nooit langer duren dan vier jaar; d. jaarlijkse subsidie: subsidie die per (boek)jaar of voor een bepaald aantal boekjaren aan een instelling voor een periode van maximaal vier jaar wordt verstrekt. artikel2Reikwijdte verordening 1De gemeente kan op de volgende beleidsterreinen subsidie verstrekken: a. algemeen bestuur;b. openbare orde en veiligheid;c. verkeer, vervoer en waterstaat;d. economische zaken;e. onderwijs;f. cultuur en recreatie;g. sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening;h. volksgezondheid en milieu;i. ruimtelijke ordening en volkshuisvesting. 2Deze verordening is van toepassing op de subsidiëring van activiteiten op de beleidsterreinen genoemd in het eerste lid die door instellingen in het gemeentelijke belang worden uitgevoerd. In de bijlage bij deze subsidieverordening is een lijst opgenomen van bedoelde activiteiten. 3Het college is bevoegd om deze bijlage met activiteiten te wijzigen. 4Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de te subsidiëren activiteiten, de doelgroepen en de verdeling van de subsidie per beleidsterrein zoals bedoeld in het eerste en tweede lid. artikel3Bevoegdheid college 1Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van subsidies met in achtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen of het subsidieplafond en - indien de begroting nog niet is vastgesteld, dan wel goedgekeurd - onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. 2Het college is bevoegd om voorwaarden aan de beschikking tot subsidie¬verlening te verbinden. hoofdstuk2Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud artikel4Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1De raad kan jaarlijks bij de vaststelling van de begroting besluiten tot het instellen van subsidie¬plafond(
- s)per onderdeel van de programmabegroting. 2Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld. 3Het college kan - met inachtneming van de in artikel 2 genoemde beleidsterreinen en de ingevolge artikel 2 vast te stellen nadere regels, nadere regels stellen omtrent de verdeling van het beschikbare bedrag. 4Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen. 5Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. hoofdstuk3Aanvraag van de subsidie artikel5Bij aanvraag in te dienen gegevens 1De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college. Hiervoor kan een door het college vastgesteld aanvraagformulier worden gebruikt. 2Bij een aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager de volgende gegevens:a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;b. de doelstellingen en resultaten, die daarmee worden nagestreefd, en hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen. In bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen;c. een begroting en dekkingsplan van de kosten van de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Indien voor dezelfde activiteit ook elders subsidie is aangevraagd moet dit worden vermeld inclusief de stand van zaken van die aanvraag; 3Indien een aanvrager voor de eerste maal een jaarlijkse subsidie aanvraagt, voegt hij een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar als bijlagen toe aan het aanvraagformulier. 4Het college kan, al dan niet in nadere regels, bepalen dat de instelling andere of aanvullende gegevens en bescheiden overlegt dan genoemd onder het 2e en 3e lid. artikel6Aanvraagtermijn 1Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt gedaan uiterlijk 1 mei in het jaar voorafgaand aan het jaar, of de jaren waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft. 2De instelling is zelf verantwoordelijk voor het tijdig indienen van de gevraagde gegevens. 3Het college kan andere termijnen stellen voor het indienen van een aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies. artikel7Beslistermijn 1Het college beslist op een aanvraag om een eenmalige subsidie binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag, dan wel, indien het college hiertoe regels heeft opgesteld, 13 weken gerekend vanaf de uiterste indieningtermijn voor het aanvragen van de subsidie. 2Het college beslist op een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie uiterlijk vóór 31 december van het jaar waarop de aanvraag is ingediend. hoofdstuk4Weigering van de subsidie artikel8Weigeringgronden 1Het college kan een aanvraag voor subsidie weigeren indien a. de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of niet of nauwelijks ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;b. de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate passen binnen de gemeentelijke doestellingen;c. de aanvragende instelling niet openstaat voor alle individuen en groeperingen, danwel onderscheid maakt op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook;d. de instelling niet in staat is een correct overzicht van bezittingen en schulden en verkregen exploitatieresultaten, voorzien van bewijsstukken, te overleggen. 2Indien de jaarlijkse subsidie later ingediend wordt dan de in artikel 6 lid 1 genoemde indieningdatum. hoofdstuk5Verlening van de subsidie artikel9Verlening subsidie 1In de beschikking waarin de subsidie wordt verleend geeft het college aan op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaats vindt. 2Het college kan verplichtingen aan de beschikking tot subsidieverlening verbinden met betrekking tot het beheer en gebruik van de subsidie. artikel10Betaling en bevoorschotting 1Beschikkingen tot € 5.000 worden in één keer uitbetaald. 2Beschikkingen boven € 5.000 worden in termijnen uitbetaald. Een betalingsschema wordt opgenomen in de beschikking. hoofdstuk6Verplichtingen van de subsidieontvanger artikel11Meldingsplicht De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het college, zodra aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, niet of niet geheel worden verricht of dat niet of niet geheel aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan. artikel12Overige verplichtingen van de subsidieontvanger 1De subsidieontvanger verricht de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend. 2De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over:a. besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon;b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;c. ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen;d. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(
- s)en het doel van de rechtspersoon. hoofdstuk7Verantwoording en vaststelling van de subsidie artikel13Verantwoording subsidies tot € 5.000 1Subsidies tot € 5.000 worden door het college:a. direct bij de verlening vastgesteld of;b. ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken, nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht. Hierbij kan het college de aanvrager verplichten om aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. artikel14Verantwoording subsidie vanaf € 5.000 1Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 5.000, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college:a. bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken nadat de activiteiten zijn verricht;b. bij een jaarlijkse subsidie, uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk 4 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend. 2De aanvraag tot vaststelling bevat:a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop;d. een accountantsverklaring, indien de subsidie meer dan € 50.000 bedraagt. 3Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd. Dit wordt opgenomen in de beschikking waarin subsidie wordt verleend. artikel15Vaststelling subsidie 1Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast. 2Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie een langere termijn nodig is dan de termijn van 13 weken, dan bericht het college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling. 3Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat de subsidieontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in te dienen. 4Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk 4 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend is ontvangen, gaat het college zes weken na een eenmalige rappel over tot ambtshalve vaststelling, waarbij een korting toegepast kan worden. hoofdstuk8Overige bepalingen artikel16Berekeningswijze subsidiabele kosten In de beschikking van subsidieverlening wordt aangegeven op welke wijze de subsidiabele kosten worden bepaald. artikel17Hardheidsclausule Het college kan, in bijzondere gevallen, gemotiveerd een artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken ten gunste van de aanvrager of subsidieontvanger indien strikte toepassing van de verordening leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. artikel18Overgangsbepalingen Aanvragen voor subsidie die zijn ingediend voor 31 december 2010 en betrekking hebben op het subsidiejaar 2010 worden afgedaan volgens de verordeningen genoemd in artikel 19 lid 2. artikel19Inwerkingtreding 1Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar bekendmaking en is van toepassing op alle subsidieaanvragen die betrekking hebben op het subsidiejaar 2011; 2De Algemene subsidieverordening Jacobswoude 2002, Deelverordeningen overige subsidies Jacobswoude 2003, de Subsidieverordening Welzijn gemeente Alkemade 2006, Subsidieverordening oud papier Alkemade 1991, subsidieverordening recreatieve en promotioneel opgezette activiteiten 2009, bijdrageregeling voor molens in de gemeente Kaag en Braassem 2010 worden ingetrokken. artikel20Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Algemene subsidieverordening Kaag en Braassem 2011. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Kaag en Braassem gehouden op 15 maart 2010de griffier, de voorzitter,B.S.M. Sepers H.B. Eenhoorn Bij artikel 2 lid 21 De te subsidiëren activiteiten per beleidsterrein: a. algemeen bestuur b. openbare orde en veiligheid- het opvangen van gevonden dieren uit Kaag en Braassem;- het voorkomen en tegengaan van jeugdcriminaliteit (schadelijk of overlastgevend gedrag) in de lokale samenleving; - het terugdringen van veel voorkomende criminaliteit, gepleegd door jeugdigen, met als doel dat potentiële daders geen daders worden en dat daders niet recidiveren;- activiteiten op het gebied van integraal veiligheidsbeleid. c. verkeer, vervoer en waterstaat- administratieve ondersteuning van lokale initiatieven ter uitbreiding van het openbaar vervoer. d. economische zaken e. onderwijs- educatieve en pedagogische activiteiten op het gebied van sport/bewegen, cultuur/muziek, maatschappelijke vorming, natuur en milieu, zorg en veiligheid als extra voorziening naast het basiscurriculum van het onderwijs. f. cultuur en recreatie- de exploitatie van de openbare bibliotheek in Kaag en Braassem;- actieve sportbeoefening door de jeugd en ouderen;- het onderhouden van sportterreinen;- de ondersteuning van de exploitatie van sporthallen en zwembaden;- activiteiten op het gebied van amateuristische kunst;- het in stand houden van beschermde monumenten;- het onderhouden van molens;- het bijeenbrengen en in stand houden van beeldmateriaal, voorwerpen en geschriften die betrekking hebben op historie van de gemeente Kaag en Braassem;- het organiseren van activiteiten rondom de viering van Koninginnedag, 4 en 5 mei en Sinterklaas;- het bevorderen van de recreatief en promotioneel opgezette activiteiten ten behoeve van de inwoners, ondernemers, organisaties en anderen in de gemeente Kaag en Braassem;- ondersteuning van de instandhouding van de streekomroep;- het zijn van eigenaar en/of gebruiker van een accommodatie die is bestemd voor activiteiten zonder winstoogmerk en een sociale, culturele, maatschappelijke of sportieve functie heeft (het subsidiëren van OZB). g. sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening- activiteiten waarmee de ontwikkeling van initiatieven en samenwerking worden ondersteund en de initiatieven op het gebied van openbare geestelijke gezondheidszorg (OGGZ) worden bevorderd;- cliëntgestuurde initiatieven die bestaan uit psychiatrische zorgonderdelen zoals onderzoek, advisering, voorlichting, behandeling, begeleiding, lotgenotencontact, vriendendiensten, inloophuizen en informatiewinkels;- coördinatieactiviteiten van vrijwillige thuiszorg en ondersteuning van de mantelzorg ten behoeve van hulpvragers;- vorming en training en advies vrijwilligers specifiek voor taken in de maatschappelijke ondersteuning;- activiteiten op het gebied van opvoed- en opgroeiondersteuning;- ondersteuning in de kosten van de organisatie van activiteiten ter bevordering van maatschappelijke dienstverlening;- het verlenen van hulp en zorg thuis of in een hospice aan terminale patiënten en hun verwanten;- activiteiten van het gecoördineerd ouderenwerk;- het exploiteren van het dienstencentrum voor activiteiten voor het ouderenwerk;- activiteiten van jeugd- en jongerenverenigingen die culturele, educatieve en recreatieve activiteiten aanbieden;- de ondersteuning of het opzetten van activiteiten voor 12-15 jarigen en ambulant jongerenwerk;- activiteiten op het gebied van het bevorderen van jongerenparticipatie en -informatie;- voor georganiseerde inspraak en participatie op wijkniveau; - activiteiten gericht op de ondersteuning van vrijwilligers;- activiteiten gericht op sociale inclusie in de samenleving van achtergestelde groepen op basis van gelijkwaardige rechten en plichten;- voor activiteiten die de sociale cohesie bevorderen met uitzondering van buurtfeesten en buurtbarbecue´s;- het bevorderen van de ontwikkeling van jonge kinderen door hen in groepsverband samen te brengen onder deskundige begeleiding voor de uitvoering van activiteiten gericht op integratie. h. volksgezondheid en milieu- het organiseren van cursussen EHBO;- uitvoering van de jeugdgezondheidszorg;- uitvoering van de verslavingspreventie;- pre- en postnatale zorg;- cursussen en trainingen Automatische Externe Defibrilatoren;- activiteiten van lokale natuur- en milieuorganisaties, die educatie en activiteiten aanbieden ter bescherming van natuur en milieu;- activiteiten gericht op de scheiding van oud papier van het restafval. i. ruimtelijke ordening en volkshuisvesting 1Algemene subsidieverordening Kaag en Braassem