Verordening van het algemeen bestuur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta houdende regels omtrent bezwaren (Bezwarenverordening Waterschap Drents Overijsselse Delta 2016)Het algemeen bestuur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta; gelezen het voorstel van de Voorbereidingscommissie van het Waterschap Drents Overijsselse Delta i.o.; gelet op de Algemene wet bestuursrecht en artikel 78, eerste lid, van de Waterschapswet; B E S L U I T : vast te stellen de Bezwarenverordening Waterschap Drents Overijsselse Delta 2016 Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Algemene wet bestuursrecht; het bestuursorgaan: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur of de voorzitter van het waterschap, of een andere persoon of een ander college met enig openbaar gezag bekleed, ieder voor zover het zijn of haar bevoegdheid betreft; de commissie: een commissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht; secretaris: hij die door het bestuursorgaan in dienst van het waterschap is aangesteld om de commissie administratief te ondersteunen; Artikel2De commissie Er is een commissie voor de behandeling van bezwaren als bedoeld in artikel 1:5 van de wet met uitzondering van bezwaren, bedoeld in artikel 26, eerste lid, sub b van de Algemene wet inzake Rijksbelastingen en bezwaren met betrekking tot de vastgestelde heffingsmaatstaf voor de omslagheffing. Artikel3Benoeming 1.De commissie bestaat uit ten minste drie leden, waaronder de voorzitter, die door het dagelijks bestuur benoemd, geschorst en ontslagen worden. 2.De commissie is ter zitting als volgt samengesteld: Een voorzitter, die jurist is en geen deel uitmaakt van de bestuurlijke en ambtelijke organisatie van het waterschap; Twee leden, die geen deel uitmaken van de bestuurlijk en ambtelijke organisatie van het waterschap. 3.Er worden ten minste twee plaatsvervangende leden benoemd, op wie de voor de leden gegeven bepalingen van deze verordening van overeenkomstige toepassing zijn. 4.De commissie regelt de vervanging van de voorzitter door een van de leden en de wijze van vervanging van de overige leden door een van de andere leden. Artikel4 1.De zittingsduur van de commissie bedraagt vier jaar en kan eenmaal worden verlengd met vier jaar. 2.De voorzitter en de leden kunnen op ieder moment ontslag nemen. Zij geven daarvan schriftelijk kennis aan het dagelijks bestuur. 3.Het dagelijks bestuur voorziet zo spoedig mogelijk in ontstane vacatures. 4.De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie blijven hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien. 5.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan het dagelijks bestuur voor een of meer leden van de commissie afwijken van de eerste of tweede benoemingsperiode om zoveel mogelijk te voorkomen dat het lidmaatschap van de leden tegelijk eindigt. Artikel5 Het dagelijks bestuur wijst een ambtenaar en een plaatsvervangend ambtenaar aan die zorg dragen voor de secretariële ondersteuning van de commissie. Artikel6Bezwaarschrift 1.De datum van het ingediende bezwaarschrift wordt in het postregistratiesysteem geregistreerd. 2.Het bestuursorgaan is verplicht aan de commissie het bezwaarschrift en alle stukken over te leggen die betrekking hebben op het bezwaarschrift, tenzij het bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is. Artikel7 Het bestuursorgaan beslist op de bij hem ingediende bezwaren na advies van de commissie. Artikel8Overdracht bevoegdheden Naast het betreffende bestuursorgaan is ook de voorzitter bevoegd te beslissen over: het al dan niet verlangen van een schriftelijke machtiging op grond van artikel 2:1, tweede lid, van de wet; het stellen van een termijn, waarbinnen een verzuim als bedoeld in artikel 6:6 van de wet kan worden hersteld; het afzien van horen van een belanghebbende op grond van artikel 7:3 van de wet; het afzonderlijk horen van belanghebbenden als bedoeld in artikel 7:6 van de wet. Artikel9Vooronderzoek 1.De voorzitter draagt er zorg voor, dat al het noodzakelijke wordt gedaan om de behandeling van het bezwaarschrift ter zitting van de commissie genoegzaam voor te bereiden. Hij is daarbij bevoegd inlichtingen en adviezen van deskundigen, al of niet ambtenaren van het waterschap zijnde, in te winnen. Indien aan het inwinnen van advies kosten zijn verbonden, is daarvoor vooraf machtiging van de secretaris-directeur van het waterschap vereist. 2.De secretaris draagt er zorg voor, dat alle stukken die betrekking hebben op het bezwaarschrift worden gezonden aan de leden van de commissie, het bestuursorgaan en de belanghebbenden. Artikel10Plaats en tijdstip zitting De voorzitter bepaalt plaats en tijdstip van de openbare hoorzitting waarin belanghebbenden en het bestuursorgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen. Artikel11Uitnodiging zitting 1.De secretaris stelt zoveel mogelijk in afstemming met belanghebbenden en het bestuursorgaan een datum vast voor de hoorzitting en nodigt belanghebbenden en het bestuursorgaan ten minste twee weken voor de hoorzitting schriftelijk uit. 2.Indien een belanghebbende of het bestuursorgaan wijziging wenst van het tijdstip van de zitting, kan hierom onder opgaaf van redenen worden verzocht bij de voorzitter binnen vier dagen na de verzending van de in het eerste lid bedoelde mededeling. 3.De beslissing van de voorzitter op een verzoek als bedoeld in het tweede lid wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de belanghebbenden en het bestuursorgaan meegedeeld. 4.De commissie kan de deskundigen genoemd in artikel 9, eerste lid, en getuigen voor de zitting uitnodigen. Indien hieraan kosten zijn verbonden, is daarvoor vooraf machtiging van de secretaris-directeur van het waterschap vereist. Artikel12Openbaarheid hoorzitting 1.De hoorzittingen van de commissie zijn openbaar. 2.De deuren worden gesloten, wanneer dat door een van de aanwezige leden van de commissie of een belanghebbende wordt verzocht of indien de voorzitter het nodig acht. 3.Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats met gesloten deuren. Artikel13Quorum hoorzitting Voor het houden van een hoorzitting is vereist dat ten minste twee leden van de commissie, waaronder de voorzitter van de commissie, aanwezig zijn. Artikel14Onpartijdigheid leden commissie De leden van de commissie nemen niet deel aan de voorbereiding van en beraadslaging over het advies betreffende de beslissing op het bezwaar, indien bij hen sprake is van vooringenomenheid of persoonlijk belang bij de beslissing. Artikel15Verslaglegging van de zitting 1.Het verslag van de zitting, als bedoeld in artikel 7:7 van de wet, vermeldt de namen van de aanwezige belanghebbenden en de namen van de vertegenwoordigers van het bestuursorgaan, evenals hun hoedanigheid. Ook vermeldt het verslag kort wat tijdens de zitting is gezegd en voorgevallen. 2.Indien de zitting geheel of gedeeltelijk niet openbaar was, of indien belanghebbenden respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars aanwezigheid zijn gehoord, wordt dit in het verslag vermeld. 3.Het verslag verwijst naar de tijdens de zitting overgelegde stukken, die aan het verslag worden gehecht. 4.Het verslag wordt door de voorzitter en secretaris ondertekend. Artikel16Nader onderzoek 1.Indien na afloop van de zitting, maar voor het uitbrengen van advies, nader onderzoek wenselijk is, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verzoek van de commissie dit onderzoek houden. Verkregen informatie of adviezen worden in afschrift aan de leden van de commissie, het bestuursorgaan en de belanghebbenden toegezonden. 2.De leden van de commissie, het bestuursorgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de in het eerste lid bedoelde nadere informatie of adviezen, aan de voorzitter een verzoek richten tot het houden van een nieuwe zitting. De commissie beslist op een dergelijk verzoek. 3.Op een zitting als bedoeld in het tweede lid, zijn de bepalingen van deze verordening over de zitting zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Artikel17Uitbrengen van advies 1.De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar aan het bestuurs-orgaan uit te brengen advies. 2.De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies. Van minder-heidsstandpunten wordt bij het advies melding gemaakt, indien die minderheid dat verlangt. 3.Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel aan het bestuursorgaan over de op het bezwaar te nemen beslissing. 4.Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend. Artikel18Verdaging beslissing Indien naar het oordeel van de voorzitter de termijn van twaalf weken, als bedoeld in artikel 7:10 van de wet, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van advies door de commissie en het nemen van een beslissing op het bezwaar door het bestuursorgaan, verzoekt hij het bestuursorgaan tijdig de beslissing op het bezwaar te verdagen. Artikel19Kennisgeving beslissing bestuursorgaan 1.De commissie ontvangt een afschrift van de beslissing. 2.In afwijking van het voorgaande lid kan volstaan worden met een kennisgeving van de beslissing, indien het bestuursorgaan het advies en het voorstel van de commissie ongewijzigd heeft overgenomen. Artikel20Overgangsrecht Bezwaarschriften die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze verordening en waarover op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is geadviseerd aan het bestuursorgaan, worden behandeld in overeenstemming met deze verordening. Artikel21Inwerkingtreding en citeertitel 1.De Verordening behandeling bezwaren van het Waterschap Groot Salland, vastgesteld door het algemeen bestuur van Waterschap Groot Salland op 17 december 2009 en de Verordening behandeling bezwaren Reest en Wieden 2012, vastgesteld door het algemeen bestuur van Waterschap Reest en Wieden op 25 september 2012, worden ingetrokken met ingang van 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.