Interne Controle Plan 2016 (ICP 2016) gemeente Heemstede Interne Controle Plan 2016 (ICP 2016) gemeente Heemstede Aanleiding en doel Aanleiding Doel van het plan Waarom interne controle? Heemstede “in control” Samenhang interne controle en administratieve organisatie Samenhang interne en externe (accountants) controle Organisatie van de interne controle 2.1Rollen en verantwoordelijkheden 3 Aanpak Interne Controle 1 Bronnen van onderzoek 2 De getrouwheids-en rechtmatigheidscriteria voor de interne controle 3 Organisatiegerichte controle - bepaling deelwaarnemingen 4 Gegevensgerichte controle – bepaling steekproeven 5 Wijze waarop de controle wordt uitgevoerd 6 Foutenevaluatie bij gegevensgerichte controle 7 Goedkeurings-en rapporteringstoleranties accountant 8 Single Information Single Audit (SiSa) 4 Rapportage 1 Hoe wordt er gerapporteerd 2 Wanneer en aan wie wordt gerapporteerd BIJLAGEN Planning activiteiten interne controle 2016 Meerjarenoverzicht actualisatie AO beschrijvingen 1. AANLEIDING EN DOEL 1.1 Aanleiding Het college van B&W is verplicht (cf. art. 212/213 van de Gemeentewet) zorg te dragen voor de interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van beheershandelingen. Om hier invulling aan te geven wordt jaarlijks een Intern Controle Plan (ICP) opgesteld. Een goed opgezette interne controle is een belangrijke pijler waarop de gemeente Heemstede in het kader van planning en control moet kunnen steunen. Niet alleen voor wat betreft het controleren en signaleren van tekortkomingen in de uitvoering, maar zeker ook voor het bijsturen en het afleggen van verantwoording. Met een toereikend Intern Controle Plan kan structuur aan de uitvoering worden gegeven. Interne controles worden tijdens het jaar uitgevoerd waardoor eventuele fouten snel(ler) aan het licht komen en bijsturende maatregelen kunnen worden getroffen. Het leereffect dat van geconstateerde fouten uit zal gaan zal hierdoor worden versterkt. De uitgangspunten met betrekking tot de getrouwheids- en rechtmatigheidscontrole zijnvastgelegd in: De Gemeentewet; Het Besluit begroting en verantwoording gemeenten en provincies (BBV) 2004; De Nota van toelichting bij het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO); Het Controleprotocol accountantscontrole jaarrekening 2015 Heemstede (het controleprotocol accountantscontrole jaarrekening 2016 zal nog worden aangeboden aan de raad); Geactualiseerd normenkader. 1.2. Doel van het plan Het ICP 2016 geeft een totaalbeeld van de financiële beheersing van de gemeentelijke organisatie. Het is een leidraad voor de organisatie om te waarborgen dat financiële beheershandelingen getrouw en rechtmatig door de daartoe bevoegde personen worden uitgevoerd. Het is van belang dat deze interne controles zichtbaar (in de vorm van bewijs) worden vastgelegd, intern voor management én extern voor de accountant. De accountant maakt bij haar controlewerkzaamheden ook gebruik van de verantwoordingsfunctie van het Intern Controle Plan. In de bijlagen zijn de interne controles over 2016 gedetailleerd weergegeven en zijn de verantwoordelijkheden per proces nader uitgewerkt. De resultaten uit interne controles en onderzoeken geven informatie over in hoeverre degemeente Heemstede beheersing heeft over de bedrijfsvoering, oftewel ‘in control’ is. 1.3 Waarom interne controle? Interne Controle heeft als doel om onvolkomenheden in de uitvoering tijdig op te sporen en te corrigeren. Tevens biedt interne controle de kans op het treffen van preventieve maatregelen om onvolkomenheden in de toekomst te voorkomen. De informatie uit interne controles plus de inbedding van interne controlemaatregelen in de organisatie helpen om de kwaliteit van de bedrijfsvoering in alle opzichten te verbeteren. De interne controle richt zich voornamelijk op de zogenaamde getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van beheershandelingen. Dit betekent dat de interne controle vooral gericht is op: Het juist gebruik van gedelegeerde bevoegdheden; Het opvolgen van de wet- en regelgeving, voorschriften, instructies, procedures; Betrouwbaarheid (juistheid, volledigheid, tijdigheid) en rechtmatigheid van transacties en de daarbij behorende gegevensverwerking; 1.4 Heemstede “ in control ” Een goede interne controle is een van de pijlers voor het oordeel of Heemstede ‘in control’ is. Het oordeel over de mate waarin een organisatie ‘in control’ is, wordt vaak gebaseerd op 5 pijlers. Dit zijn: ·Heldere kaders (doelstellingen en randvoorwaarden). Hieronder vallen de programmabegroting en de verordeningen ex art. 212, 213, 213a gemeentewet; ·Goede kwaliteit van tussentijdse informatievoorziening.Betrouwbare tussentijdse informatie is essentieel om de (financiële) ontwikkeling naar aanleiding van de uitgevoerde activiteiten van de gemeente tijdig in beeld te krijgen en te spiegelen aan de begroting; ·Een goed opgezette en beschreven administratieve organisatie (AO).Deze beschrijvingen bevatten in bijzonder de essentiële functiescheidingen en de maatregelen van interne controle binnen de processen. Ook valt hieronder de budgethoudersregeling en de mandaatregeling; ·Risicomanagement; . Interne controle (IC). Het sluitstuk van ‘control’ vormt de aanwezigheid van goede interne controle in processen, waarbij door middel van (verbijzonderde) interne controle wordt vastgesteld of: in opzet sprake is van een goede AO / IC; de processen worden uitgevoerd conform de beschreven opzet; de interne controlemaatregelen worden uitgevoerd conform de gestelde kwaliteitseisen. 1.5 Samenhang interne controle en administratieve organisatie Om als organisatie de betrouwbaarheid van de informatievoorziening te kunnen waarborgen en vast te stellen dat de naleving van regelgeving voldoet aan de daaraan te stellen eisen, is een geheel van ondersteunende maatregelen nodig. Dit geheel van maatregelen wordt aangeduid als Administratieve Organisatie en de daarin verankerde Interne Controle (AO /IC). Een goede AO beperkt immers het risico op onvolkomenheden in de diverse werkprocessen en dus kan met een kleiner aantal Interne Controle (IC)-waarnemingen achteraf worden volstaan. Bovendien kan wanneer adequate controles zijn opgenomen in de bedrijfsprocessen zelf (de controles in de lijn) de interne controle zich primair richten op de werking van die controles. Periodiek kan een analyse worden gemaakt van de onderdelen van de uitvoering waarin risico’s worden gelopen. Vanuit de geconstateerde tekortkomingen dient steeds de vraag te worden gesteld waar het in de AO is misgegaan. Vervolgens kan dan worden bezien hoe dit voor de toekomst kan worden voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door aanpassing van de administratieve organisatie via het aanpassen van de organisatiestructuur, procedures, scholing personeel etc. Vervolgens zal via de interne controle in de praktijk worden getoetst of de doorgevoerde wijzigingen het gewenste effect hebben gehad. Zo ontstaat er een cyclisch proces van controle en bijsturing waarbij de risico’s op fouten steeds verder worden teruggedrongen. Een meerjarig overzicht voor actualisering van de Administratieve Organisatie is in bijlage 2 opgenomen. De vaststelling van de geactualiseerde AO beschrijvingen is gemandateerd aan het Directie Overleg (DO). 1.6 Samenhang interne en externe (accountants)controle Een doelstelling van het ICP 2016 is een maximale aansluiting te realiseren tussen de uitgevoerde interne controlewerkzaamheden en de door de accountant te verrichten (externe) werkzaamheden. Daarom is het belangrijk om onze accountant als adviseur hierbij te betrekken, waarbij u als college wel uw eigen verantwoordelijkheid blijft houden.Volgens de Controle en Overige Standaarden (ook wel COS genoemd) toetst de accountant jaarlijks de kwaliteit van de opzet, de invoering (het bestaan), en de werking van de belangrijkste interne controlemaatregelen voor alle significante financiële bedrijfsprocessen. Een bedrijfsproces is in dit verband een afgebakend geheel van eenduidige maatregelen van administratieve organisatie en interne controle. Een bedrijfsproces kan dus op verschillende afdelingen betrekking hebben. In overleg met de accountant zijn de volgende bedrijfsprocessen als significant aangemerkt: Inkoop en aanbesteding (incl. betalingsverkeer) Personeel Subsidieverstrekkingen Omgevingsvergunningen Parkeren Begraafrechten Burgerzaken Gemeentelijke belastingen (uitbesteed) Administratie en planning & control Treasury Participatiewet WMO voorzieningen Jeugdwet Dit toetsen van de significante bedrijfsprocessen op kwaliteit van opzet, bestaan en werking worden organisatiegerichte controles genoemd. Dit omvat een diepgaande beoordeling van de administratieve organisatie en interne controle. Middelen hiervoor zijn onder meer procedurebeschrijvingen, checklists, interviews, cijferbeoordelingen en deelwaarnemingen. De deelwaarnemingen, checklists en procedurebeschrijvingen maken onderdeel uit van het intern controleplan. In paragraaf 3.3 wordt aangegeven hoe het aantal deelwaarnemingen wordt bepaald. De criteria die worden gehanteerd en vergeleken met de norm zijn: Is het proces beschreven (Administratieve Organisatie)? Is de opzet van het proces toereikend? Is de checklist actueel? Werkt het proces ook daadwerkelijk conform de beschreven opzet? Is het proces onderdeel van de (verbijzonderde) interne controle? Is de interne controle voldoende m.b.t. getrouwheid en rechtmatigheid? Is de managementinformatie uit het proces betrouwbaar en toereikend? Zijn voldoende beheersmaatregelen genomen in de applicaties waarvan het proces gebruik maakt? Hebben we vanuit de externe controle bevindingen rondom het proces? Is de juridische controle beoordeeld en getoetst? Naast deze organisatiegerichte controles (gericht op opzet, bestaan en werking) moeten ook altijd gegevensgerichte controles worden uitgevoerd. waarbij wordt vastgesteld aan de hand van documentatie en de financiële administratie of de gecontroleerde euro of post getrouw en/of rechtmatig is. De organisatiegerichte controle is nader uitgewerkt in paragraaf 3.3 en de gegevensgerichte controle is nader uitgewerkt in paragraaf 3.4. Het ICP 2016 zal aansluiten op het nog vast te stellen controleprotocol accountantscontrole jaarrekening 2016 gemeente Heemstede. Het controleprotocol heeft als doel nadere aanwijzingen te geven aan de accountant over de reikwijdte van de accountantscontrole, de daarvoor geldende normstellingen en de daarbij verder te hanteren goedkeurings- en rapporteringstoleranties voor de controle van de jaarrekening. 2. ORGANISATIE VAN DE INTERNE CONTROLE 2.1 Rollen en verantwoordelijkheden College van B&W Op basis van de nieuwe Gemeentewet en de vertaling daarvan in verordening 212 (financieel beheer) is het College van B&W verantwoordelijk voor de getrouwheid en de rechtmatigheid van de jaarrekening, en voor het daaraan ten grondslag liggende (financiële) beheer. Het college legt verantwoording af aan de Raad over de uitvoering en adequate vastlegging hiervan. Het college dient zodanige maatregelen te treffen dat de rechtmatigheid van de algehele uitvoering gewaarborgd is. Een van die maatregelen is het laten opstellen van een intern controleplan. Het college geeft een schriftelijke bevestiging af aan de accountant waarin het de juiste en volledige informatieverstrekking verklaart voor zaken die in het kader van de getrouwheid en rechtmatigheid van belang kunnen zijn. Raad De opdrachtverstrekking aan de accountant vindt plaats door de Raad. In het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO) is vastgelegd wat deze controle minimaal behelst. De Raad stelt in het controleprotocol het normenkader en de goedkeurings- en rapportagetoleranties vast. De Raad stelt de jaarrekening vast. Daarbij heeft de Raad de mogelijkheid om met betrekking tot bepaalde onrechtmatigheden een indemniteitsprocedure te starten. Indien onrechtmatigheden voortkomen uit eigen regelgeving heeft de Raad de bevoegdheid om bij voldoende uitleg deze onrechtmatige handelingen achteraf te sanctioneren. Indien de regel goed is maar de naleving onvoldoende dan is de Raad verantwoordelijk om het college op te dragen maatregelen te nemen die een adequate naleving verzekeren. Accountant De accountant controleert de jaarrekening en verstrekt een verklaring waarin hij een oordeel geeft over het getrouwe beeld en de rechtmatigheid. De accountant is verantwoordelijk voor een degelijke en begrijpelijke onderbouwing van zijn oordeel in het verslag van bevindingen. Daarnaast rapporteert de accountant aan de raad zijn constateringen in een Managementletter en een Rapport van Bevindingen. De accountant maakt hiervoor gebruik van het Intern Controle Plan. Directieoverleg (DO) De directie is verantwoordelijk voor de uitvoering van het interne controle plan. Over de voortgang en bevindingen wordt 2 maal per jaar aan de directie gerapporteerd. Zonodig vindt –op basis van de bevindingen- bijsturing van de dagelijkse (bedrijfs)uitvoering plaats. Daarnaast vindt jaarlijks een actualisatie plaats van (een deel van) de AO-beschrijvingen. Deze worden eveneens voorgelegd aan de directie. AfdelingFinanciënen Afdeling Sociale Zaken Op hoofdlijnen vindt de uitvoering van de interne controles van de Participatiewet, de WMO voorzieningen en de Jeugdwet (bijlage 1 punt 20, 21 en 22) plaats onder verantwoordelijkheid van de Afdeling Sociale Zaken. De overige interne controles zijn de verantwoordelijkheid van de afdeling Financiën. In het in ICP 2016 zijn ook opgenomen de actualisaties van de AO (Administratieve Organisatie) beschrijvingen (zie bijlage 2). De AO beschrijvingen Sociale Zaken maken geen onderdeel uit van dit ICP2016. 3. AANPAK INTERNE CONTROLE De controleaanpak van de gemeente Heemstede valt uiteen in de volgende onderdelen 3.1 Bronnen van onderzoek 3.2 De getrouwheids- en rechtmatigheidscriteria voor de interne controle; 3.3 Organisatiegerichte controle - bepaling deelwaarnemingen; 3.4 Gegevensgerichte controle - bepaling steekproeven; 3.5 Wijze waarop de controle wordt uitgevoerd; 3.6 Foutenevaluatie bij gegevensgericht controle; 3.7 Goedkeurings- en rapporteringstoleranties. 3.8 Single information Single audit (SiSa) 3.1 Bronnen van onderzoek Voor het uitvoeren van interne controle wordt gebruik gemaakt van gegevensbestanden uit de financiële administratie, externe- en interne regelgeving (verordeningen, raads- en collegebesluiten, mandaatbesluiten) en de significante bedrijfsprocessen. Ten aanzien van de interne controles zijn per bedrijfsproces in het Key Control Dashboard (zie paragraaf 4.1) checklists (de key controls) vastgelegd. Bij de uitvoering van de organisatiegerichte controles zullen deze checklists gelijk worden geactualiseerd. De spelregels voor de rechtmatigheidscontrole zijn vastgelegd in het controleprotocol. Hier is ook het normenkader vastgelegd. Dit normenkader is een lijst van de voor de controle relevante interne- en externe wet- en regelgeving per bedrijfsproces. Het is van belang dat dit normenkader jaarlijks wordt geactualiseerd. In de planning van activiteiten ICP 2016 is dit opgenomen. Voor 2016 zal het normenkader verder worden uitgewerkt in een toetsingskader. 3.2 De getrouwheids- en rechtmatigheidscriteria voor de interne controle Voor de interne controles zullen onderstaande criteria worden betrokken. De criteria 1 t/m 6 hebben naast rechtmatigheid ook betrekking op getrouwheid. De criteria 7 t/m 9 zijn aanvullende criteria die alleen betrekking hebben op de rechtmatigheid. Calculatiecriterium, de vastgestelde bedragen zijn juist berekend. Voorbeelden: legesbedragen en facturen; Valuteringscriterium, het tijdstip van betaling en de verantwoording van verplichtingen is juist. Voorbeelden: aangegaan en verantwoording van contracten en verplichtingen; Leveringscriterium, juistheid van ontvangen goederen en/of diensten. Voorbeelden: inkoop van goederen/diensten; Adresseringscriterium, de persoon of organisatie waar een financiële stroom naar toe is gegaan, is juist (rechthebbende). Voorbeeld: betalingsverkeer; Volledigheidscriterium, alle opbrengsten die verantwoord zouden moeten zijn, zijn ook verantwoord. Voorbeelden: legesopbrengsten, OZB, rioolrechten, afvalstoffenheffing en grondverkopen; Aanvaardbaarheidscriterium, de financiële beheershandeling past bij de activiteiten van de gemeente en in relatie tot de kosten is een aanvaardbare tegenprestatie overeengekomen. Voorbeelden: inkoop van goederen en/of diensten en verstrekken van subsidies; Voorwaardencriterium, nadere eisen die worden gesteld bij de uitvoering van financiële beheershandelingen. Voorbeelden: subsidievoorwaarden, aanbesteding en belasting-wetgeving; Het voorwaardencriterium bestaat uit de volgende criteria: de omschrijving van de doelgroep respectievelijk het project, de heffings- en/of declaratiegrondslag, normbedragen(denk aan hoogte en duur, de bevoegdheden, het voeren van een administratie, het verkrijgen en bewaren van bewijsstukken, aan te houden termijnen besluitvorming, betaling, declaratie e.d.); Begrotingscriterium, financiële handelingen moeten passen binnen het kader van de geautoriseerde begroting (per programma). Voorbeeld: overschrijding van het programma; M&O-criterium, de interne toetsing op juistheid en volledigheid van gegevens die door derden zijn verstrekt bij het gebruik van overheidsregelingen (=misbruik) en de interne toetsing of derden bij het gebruik van overheidsregelingen geen (rechts)handelingen hebben verricht die in strijd zijn met het doel of de strekking van de regeling (=oneigenlijk gebruik). Voorbeelden: subsidieregelingen, kwijtschelding en uitkeringen. 3.3 Organisatiegerichte controle - deelwaarnemingen Bij de toetsing van de werking van de interne controlemaatregelen in de lijn, dienen de betreffende controlemaatregelen door de interne controlemedewerker door middel van verbijzonderde controles (deelwaarnemingen) worden overgedaan. Het aantal keren te toetsen is afhankelijk van de frequentie dat een bepaalde beheersmaatregel in de lijn wordt uitgevoerd. In onderstaande tabel zijn de aantallen weergegeven: Indien bij de dagelijkse controle fouten worden ontdekt, dient het aantal deelwaarnemingen te worden verhoogd met 60% (bij 25 naar 40). Indien bij de aanvullende deelwaarnemingen weer fouten worden geconstateerd dan wordt er uitgegaan van een niet/onvoldoende functionerende interne controle. Dit zal leiden tot een gegevensgerichte controle, waarbij omvangrijke steekproeven moeten worden getrokken. Indien bij de niet dagelijkse controle fouten worden ontdekt betekent dit een nadere analyse van de fout en moet worden beoordeeld of andere beheersmaatregelen de procesrisico’s afdekken waarvoor de fout is ontdekt. Indien dit niet het geval is zullen specifieke gegevensgerichte werkzaamheden moeten worden uitgevoerd op het onafgedekte risico. 3.4 Gegevensgerichte controle - risicomodel t.b.v. het bepalen van de steekproeven Om de omvang te bepalen van de gegevensgerichte controle (het aantal steekproeven) is een risico-analyse nodig. Deze risico-analyse geeft aan in welk risicomodel het significante bedrijfsproces valt. Dit risicomodel geeft een basis (R-waarde) voor de berekening van het aantal steekproeven. Met behulp van gegevensbestanden uit de financiële administratie en deze R-waarde kan het aantal steekproeven worden bepaald. Jaarlijks wordt vastgesteld of de verbijzonderde controles (VIC’
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.