Beleidsregel taaleis gemeente Weert 2016De plicht tot het voldoen aan de Wet taaleis Participatiewet De wetgever legt in beginsel aan iedere bijstandsaanvrager en bijstandsgerechtigde de plicht op om te voldoen aan de Wet taaleis Participatiewet (Staatsblad 2015, 136). Dit geldt voor iedere bijstandsaanvrager en bijstandsgerechtigde die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en die een arbeids- en re-integratieverplichting heeft. De plicht bestaat uit het beheersen van de Nederlandse taal op minimaal referentieniveau 1F (A2). Artikel1.Keuze taaltoets 1.Voor Nederlandstalige bijstandsgerechtigden, die de gevraagde bewijsstukken niet kunnen overleggen, zet het college de Taalmeter in als eerste screeningsinstrument om een indicatie van het taalniveau van de belanghebbende te krijgen. 2.Indien uit de Taalmeter blijkt dat de belanghebbende de Nederlandse taal onder het referentieniveau 1F presteert, zet het college de taaltoets in. 3.Het college maakt voor de mondelinge en schriftelijke onderdelen van de taaltoets gebruik van de bestaande gevalideerde toetsen die zien op referentieniveau 1F of toetsen inzake vaardigheden Nederlandse taal die zijn ontwikkeld ter voorbereiding op of ter ondersteuning bij het inburgeringsexamen. Artikel2.Taaltoets 1.Het college neemt de taaltoets af als de belanghebbende geen bewijsstukken kan overleggen waaruit blijkt dat hij de taal op niveau 1F beheerst. Dit is het geval indien hij: niet gedurende 8 jaar Nederlandstalig onderwijs heeft gevolgd; geen inburgeringsdiploma kan overleggen; geen ander document kan overleggen waaruit blijkt dat hij de taal op niveau 1F beheerst; of onvoldoende scoort bij de eerste screening. 2.Als bewijsstukken waaruit blijkt dat een belanghebbende kan aantonen dat hij over het taalniveau 1F beschikt wordt in ieder geval gezien: een diploma of een inschrijvingsbewijs van een Nederlandstalige middelbare school in Nederland, de Nederlandse Antillen, Suriname of België; rapporten tot en met groep 8 van de basisschool of lagere school klas 6 in Nederland, waarbij een voldoende voor het vak Nederlandse taal is behaald; een diploma van een MBO-, HBO- of universitaire Nederlandstalige opleiding in Nederland, de Nederlandse Antillen, Suriname of België; een diploma van een opleiding Nederlands in het buitenland; het certificaat op grond van de Wet Inburgering Nieuwkomers (WIN) alsmede de verklaring van het regionaal opleidingscentrum (ROC) op grond waarvan dat certificaat is afgegeven, indien uit die verklaring blijkt dat voor het onderdeel Nederlands als tweede taal ten minste niveau 2 van de eindtermen Referentiekader Nederlands als Tweede Taal is behaald (artikel 2.4 lid 1 Besluit Inburgering); het certificaat voor oudkomers, zoals bedoeld in de Regeling certificaat inburgering oudkomers, indien uit de vermelding daarop blijkt dat ten minste het NT2-niveau 2 voor de onderdelen Luisteren, Spreken, Lezen en Schrijven is behaald (artikel 2.3 lid 1 onderdeel i Besluit inburgering); diploma staatsexamen NT2; certificaat Nederlandse Naturalisatietoets van een in Bonaire, Sint Eustatius, Saba, Aruba, Curaçao of Sint Maarten gevestigde erkende instantie. 3.Er wordt geen toets afgenomen indien de belanghebbende: ontheven is van de inburgeringsplicht op grond van onvoldoende leervermogen na aantoonbare inspanning; volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is; aantoonbaar niet over leervermogen beschikt; of bezig is met zijn inburgeringstraject in het kader van de Wet inburgering
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.