Gemeenschappelijke regeling Grondbank RZG Zuidplas 2015 (Staatscourant 2015, 49003)Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland alsmede de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Gouda, Rotterdam, Waddinxveen en Zuidplas, gelezen het voorstel van het Algemeen Bestuur van de grondbank van 29 juni 2015 tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling; gelet op artikel 51 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, Overwegende dat: door de provincie Zuid-Holland, de gemeenten Rotterdam, Zuidplas, Gouda en Waddinxveen in 2004 de gemeenschappelijke regeling Grondbank RZG Zuidplas, hierna grondbank genoemd, zijn aangegaan voor de duur van 6 jaar; de grondbank is opgericht voor een effectieve uitvoering van de ruimtelijke, sectorale en grondbeleidsdoelstellingen voor de Zuidplaspolder ten behoeve van een effectieve realisatie van de in dat kader vastgestelde Intergemeentelijk Structuurplan in 2009 de grondbank met één jaar is verlengd, waarna is besloten de grondbank met de hierna genoemde gewijzigde opdracht tot 1 januari 2020 voort te zetten; sinds 2004 de grondbank strategische grondposities in de Zuidplaspolder heeft ingenomen. vanaf 2012 functioneert de grondbank als stallingbedrijf met een gewijzigde opdracht en is de Gemeenschappelijke Regeling aangepast; de evaluatie van de grondbank in 2013 heeft plaatsgevonden en de belangrijkste opdracht voor de grondbank is het voeren van een strategisch uitnamebeleid en het verwerven van meer inkomsten uit het beheer van de gronden; in 2013 en 2014 de Herijkingsstudie Zuidplaspolder respectievelijk de Visie Ruimte en Mobiliteit door provinciale staten van Zuid-Holland zijn vastgesteld. in 2014 de Regionale Ontwikkelingsorganisatie Zuidplas is opgeheven. deze wijziging van de gemeenschappelijke regeling grondbank RZG Zuidplas bepalingen bevat naar aanleiding van de op 1 januari 2015 in werking getreden gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen, dat de looptijd wijzigt, dat de Gemeenschappelijke regeling van een gemengde regeling is gewijzigd in een collegeregeling, dat deze is vereenvoudigd en voorts enige verbeteringen van juridische en redactionele aard zijn aangebracht. Besluiten: vast te stellen de navolgende Gemeenschappelijke regeling Grondbank RZG Zuidplas 2015: HOOFDSTUKIALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsomschrijvingen 1.Deze gemeenschappelijke regeling verstaat onder: a.grondbank: Grondbank RZG Zuidplas b.bestuur: bestuur van de Grondbank RZG Zuidplas; c.college: college van burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente; d.Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland; e.deelnemers: aan deze regeling deelnemende bestuursorganen van gemeenten en provincie; f.provincie: de aan deze regeling deelnemende provincie Zuid-Holland; g.deelnemende gemeente: aan deze regeling deelnemende gemeente; h.vertegenwoordigende organen: Provinciale Staten van Zuid-Holland en de raden van de deelnemende gemeenten; i.rondexploitatie: geheel van activiteiten en werkzaamheden met betrekking tot de verwerving, het bouw- en woonrijp maken, en de uitgifte van voor bebouwing geschikt gemaakte gronden, in het kader van de realisatie van planologische maatregelen; j.Herijkingsstudie: door Provinciale Staten op 8 oktober 2013 vastgestelde Herijkingsstudie Zuidplaspolder; k.Visie Ruimte en Mobiliteit: door Provinciale Staten op 9 juli 2014 vastgestelde Visie Ruimte en Mobiliteit; l.rechtsgebied: grondgebied binnen de gemeenten Gouda, Rotterdam, Waddinxveen en Zuidplas, met uitzondering van de grijs gearceerde gebieden, een en ander zoals aangegeven op de bij deze regeling behorende tekening; m.regeling of gemeenschappelijke regeling: Gemeenschappelijke regeling Grondbank RZG Zuidplas. n.USK: meerjarig Uitname Strategie Kader, zoals bedoeld in artikel 18 van deze regeling; o.wet: Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel2Het openbaar lichaam 1.Er is een openbaar lichaam genaamd: grondbank RZG Zuidplas. Het openbaar lichaam is rechtspersoon en is gevestigd te Den Haag. 2.Het gebied waarvoor deze regeling geldt, omvat het rechtsgebied; een en ander zoals dat is vastgelegd op de van deze regeling onderdeel uitmakende en gewaarmerkte kaart. HOOFDSTUKIIDOELSTELLINGEN, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN Artikel3Doel De grondbank heeft tot doel het ontwikkelen, vaststellen, initiëren en uitvoeren van een strategisch beheer- en uitnamebeleid voor de verworven gronden ten behoeve van een effectieve realisatie van de in de Herijkingsstudie en de Visie Ruimte en Mobiliteit voor het rechtsgebied geformuleerde ruimtelijke en sectorale doelstellingen. Artikel4Taken 1.De grondbank heeft tot taak het beheren en verkopen van de verworven gronden op zodanige wijze dat wordt voldaan aan de in artikel 3 omschreven doelstelling. Hiertoe worden onder meer de volgende, afgeleide, deeltaken gerekend: a.het opstellen van het USK; b.het voeren van (tijdelijk) beheer, in de ruimste zin van het woord, met betrekking tot de verworven gronden; c.het financieren van de verworven gronden, het beheer en de verdere kosten ter uitvoering van de doelstelling van deze regeling; d. het nemen van maatregelen om het waardebehoud van de gronden te borgen; e. het verkopen van verworven gronden ter uitvoering van de doelstelling van deze regeling. 2.De grondbank heeft tot taak het in opdracht en voor rekening van één of meerdere deelnemers verwerven en beheren van gronden voor zover die gronden zijn gelegen binnen het rechtsgebied. 3.Onder de taken van de grondbank is uitdrukkelijk niet inbegrepen de bij de deelnemers berustende taakstelling, gericht op het (doen) voeren van in ieder geval de grondexploitatie ter uitvoering van de planologische maatregelen die ter uitvoering van de Herijkingsstudie en de Visie Ruimte en Mobiliteit voor het rechtsgebied worden vastgesteld. Artikel5Bevoegdheden 1.Aan het bestuur van de grondbank worden ter vervulling van de in artikel 4 omschreven taken alle bevoegdheden van regeling en bestuur toegekend binnen de grens van artikel 54 van de wet, tenzij in deze regeling anders is bepaald. 2.Het bestuur van de grondbank heeft niet de bevoegdheid tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. HOOFDSTUKIIIINRICHTING EN SAMENSTELLING VAN HET BESTUUR Artikel6Bestuursorganen Het bestuur van de grondbank bestaat uit het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter. Paragraaf1.Algemeen bestuur Artikel7Samenstelling 1.Het Algemeen Bestuur bestaat uit twee leden per deelnemer. 2.De colleges en Gedeputeerde Staten wijst uit hun midden twee leden van het Algemeen Bestuur aan. 3.De colleges en Gedeputeerde Staten wijzen voor de door hen benoemde leden van het Algemeen Bestuur plaatsvervangende leden aan, die de door hen benoemde leden bij afwezigheid vervangen. Het bepaalde in deze regeling ten aanzien van de leden van het Algemeen Bestuur is op de plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing. 4.De aanwijzing van de leden van het Algemeen Bestuur, als bedoeld in het tweede en derde lid, geschiedt voor dezelfde periode als waarvoor de colleges worden benoemd en vindt plaats in de eerste vergadering van de colleges in nieuwe samenstelling. Wanneer een lid van het algemeen Bestuur ophoudt lid te zijn van het college of Gedeputeerde Staten, dat hem heeft aangewezen, dan houdt hij tevens op lid te zijn van het Algemeen bestuur. Het desbetreffende college of Gedeputeerde Staten voorziet zo spoedig mogelijk in de opvulling van de vacature. 5. De colleges en Gedeputeerde Staten kunnen zijn lid in het Algemeen Bestuur ontslaan bij gebrek aan vertrouwen. 6.De leden van het Algemeen Bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. 7.Behoudens het geval dat een lid van het Algemeen Bestuur onmiddellijk ontslag neemt, gaat het ontslag in met ingang van de dag, gelegen een maand na de dag waarop hij zijn ontslag heeft genomen of zoveel eerder als zijn opvolger de benoeming heeft aangenomen. 8.Indien niet alle leden van een deelnemer aan de stemming kunnen deelnemen, kan het wel aanwezige lid van de betreffende deelnemer naar rato over de stemmen van het afwezige lid beschikken. 9.Het Dagelijks Bestuur van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard wordt uitgenodigd als adviseur van het Algemeen Bestuur van de grondbank. Artikel8Vereisten lidmaatschap Het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar door of vanwege een deelnemer of de grondbank aangesteld of daaraan ondergeschikte. Onder ambtenaar wordt ook verstaan degene die op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam is. Artikel9Stemverhouding De leden van het Algemeen Bestuur hebben een meervoudig stemrecht. Het totaal in een vergadering uit te brengen stemmen binnen het Algemeen Bestuur bedraagt 40 stemmen, welk aantal als volgt is verdeeld: a.elk lid dat namens het college van de gemeente Rotterdam is aangewezen, heeft 8 stemmen; b.elk lid dat door Gedeputeerde Staten is aangewezen, heeft 8 stemmen; c.elk lid dat door het college van de gemeente Zuidplas is aangewezen, heeft 2 stemmen; d.elk lid dat door het college van de gemeente Gouda is aangewezen, heeft 1 stem; e.elk lid dat door het college van de gemeente Waddinxveen is aangewezen, heeft 1 stem. Artikel10Bevoegdheden 1.Het Algemeen Bestuur staat aan het hoofd van de grondbank. 2.Het bepaalde in de artikel 57 van de wet, tenzij bij wet of in deze regeling anders is bepaald. 3. Het Algemeen Bestuur heeft tevens de bevoegdheid tot het vaststellen van het USK. 4.Het Algemeen Bestuur kan de bevoegdheid tot het vaststellen van het USK niet overdragen aan het Dagelijks Bestuur Artikel11Vergaderingen 1.Op het houden en op de orde van vergaderingen van het Algemeen Bestuur is artikel 52, eerste lid, onder f van de wet van toepassing, tenzij in deze regeling anders is bepaald. 2.Het Algemeen Bestuur voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vaststelt. Paragraaf2Dagelijks Bestuur Artikel12Samenstelling 1.Het Dagelijks Bestuur bestaat uit de voorzitter, een eerste en tweede plaatsvervangende voorzitter en twee andere leden, door en uit het Algemeen Bestuur aan te wijzen. 2.De voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur gekozen uit hen die daartoe aangewezen zijn door Gedeputeerde Staten. 3.De eerste plaatsvervangende voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur gekozen uit hen die daartoe aangewezen zijn door het college van de gemeente Zuidplas. 4.De tweede plaatsvervangende voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur gekozen uit hen die daartoe aangewezen zijn door het college van de gemeente Rotterdam. 5.De andere twee leden worden door en uit het Algemeen Bestuur aangewezen op bindende voordracht van de colleges van de gemeente Gouda en Waddinxveen. 6.Een lid van het Dagelijks Bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan het Algemeen Bestuur. 7.Behoudens het geval dat een lid van het Dagelijks Bestuur onmiddellijk ontslag neemt, gaat het ontslag in met ingang van de dag, gelegen een maand na de dag waarop hij zijn ontslag heeft genomen of zoveel eerder als zijn opvolger de benoeming heeft aangenomen. 8.Het Algemeen Bestuur kan een of meer leden van het Dagelijks Bestuur, de voorzitter inbegrepen, ontslag verlenen, indien dezen het vertrouwen van het Algemeen Bestuur niet meer bezitten. Artikel 19a van de wet is van toepassing. 9.Wanneer een lid van het Dagelijks Bestuur ophoudt lid te zijn van het college of Gedeputeerde Staten, dat hem heeft aangewezen, dan houdt hij tevens op lid te zijn van het Dagelijks bestuur. Het Algemeen Bestuur voorziet zo spoedig mogelijk in de opvulling van de vacature. 10.Het Dagelijks Bestuur van het Hoogheemraadraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard wordt uitgenodigd als adviseur van het Dagelijks Bestuur van de grondbank. Artikel13Stemverhouding De leden van het Dagelijks Bestuur hebben een meervoudig stemrecht. Het totaal in een vergadering uit te brengen stemmen binnen het Dagelijks Bestuur bedraagt 20 stemmen, welk aantal als volgt is verdeeld: de voorzitter heeft 8 stemmen; de eerste plaatsvervangend voorzitter heeft 2 stemmen; de tweede plaatsvervangend voorzitter heeft 8 stemmen; het lid dat, met inachtneming van het bepaalde in artikel 12, vijfde lid, is gekozen uit hen die daartoe namens het college van de gemeente Gouda zijn aangewezen, heeft 1 stem; het lid dat, met inachtneming van het bepaalde in artikel 12, vijfde lid , is gekozen uit hen die daartoe door het college van de gemeente Waddinxveen zijn aangewezen, heeft 1 stem. Artikel14Bevoegdheden Het Dagelijks Bestuur is bevoegd tot: a.het bepaalde in de artikelen 57b en 57c van de wet. b.het voorstaan van de belangen van de grondbank bij andere overheden, instellingen en diensten waarmee, of personen met wie contact met de grondbank van belang is; c.het beheren van activa en passiva van de grondbank; Paragraaf3Voorzitter en plaatsvervangende voorzitters Artikel15Benoeming 1.De voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur gekozen uit hen die daartoe aangewezen zijn door Gedeputeerde Staten. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door de eerste plaatsvervangend voorzitter. Bij verhindering of ontstentenis van zowel de voorzitter als de eerste plaatsvervangend voorzitter worden deze vervangen door de tweede plaatsvervangend voorzitter. Artikel16Taken en bevoegdheden 1.De voorzitter is tevens voorzitter van het Algemeen en van het Dagelijks Bestuur. 2.De voorzitter is belast met de leiding van vergaderingen van het Algemeen en van het Dagelijks Bestuur. De voorzitter tekent de stukken die van het Algemeen en het Dagelijks Bestuur uitgaan. De voorzitter vertegenwoordigt de grondbank in en buiten rechte. HOOFDSTUKIVVerantwoording en informatie Artikel17Verantwoordings- en informatieplicht 1.Ten aanzien van de verantwoordings- en informatieplicht van het Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur respectievelijk van de voorzitter geldt het bepaalde in artikel 52, eerste lid, van de wet. 2.Het Reglement van Orde van het Algemeen Bestuur respectievelijk van het Dagelijks Bestuur regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het bepaalde in het eerste lid. 3.Gedeputeerde Staten en de colleges en de vertegenwoordigende organen bepalen op welke wijze de leden van het Algemeen Bestuur, tezamen en ieder afzonderlijk, respectievelijk het Dagelijks Bestuur en de voorzitter aan hun plichten als bedoeld in het eerste lid moeten voldoen. HOOFDSTUKVHET USK Artikel18Inhoud en procedure USK 1. Het Dagelijks Bestuur stelt ten minste eenmaal in de vier jaar , met inachtneming van het gestelde in hoofdstuk 2, een ontwerp-USK op, dat als kader geldt voor het door de grondbank uit te voeren beheer- en uitnamebeleid. In het ontwerp-USK worden in ieder geval voorstellen gedaan voor: a.de wijze, het tempo en de te verwachten resultaten van realisatie van de in artikel 3 genoemde doelstellingen; b.de afstemming met het door de deelnemers te voeren ruimtelijk en grondbeleid in relatie tot de uitvoering van de Herijkingsstudie en de Visie Ruimte en Mobiliteit binnen het rechtsgebied; c.de begrenzing in omvang van de voorraad verworven gronden; d.de inhoudelijke en procedurele voorwaarden waarbinnen privaatrechtelijke rechtshandelingen gericht op de verkoop van gronden, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid onder c , dienen plaats te vinden; e.de inhoudelijke en procedurele voorwaarden waarbinnen privaatrechtelijke rechtshandelingen gericht op de verwerving van gronden zoals bedoeld in artikel 4 tweede lid, dienen plaats te vinden. 2.Het USK beslaat steeds een periode van vier jaar, te rekenen vanaf de datum van haar vaststelling. 3.Het ontwerp-USK wordt na vaststelling door het Dagelijks Bestuur toegezonden aan de vertegenwoordigende organen. De vertegenwoordigende organen kunnen binnen drie maanden hun reacties op het ontwerp-USK kenbaar maken aan het Dagelijks Bestuur. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren waarin deze reactie is vervat, bij het ontwerp-USK zoals dit aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden. 4.Het Algemeen Bestuur stelt het USK vast. Na vaststelling wordt het USK toegezonden aan de vertegenwoordigende organen. HOOFDSTUKVIINFORMATIE, VERANTWOORDING EN ONTSLAG Artikel19Interne werking 1.De leden van het Dagelijks Bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur verantwoording verschuldigd voor het door het Dagelijks Bestuur gevoerde bestuur. 2.Zij geven het Algemeen Bestuur mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, op de wijze zoals die is geregeld in het Reglement van Orde van het Algemeen Bestuur. 3.Het bepaalde in de voorgaande leden is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem/haar gevoerde bestuur. Artikel20Externe werking, bestuursorganen 1.Het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur, en de voorzitter geven aan de vertegenwoordigende organen, gevraagd of ongevraagd, alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is, indien het verstrekken daarvan niet in strijd is met het openbaar belang. 2.Een verzoek om inlichtingen door een of meer leden van de vertegenwoordigende organen dient schriftelijk te worden ingediend bij het Dagelijks Bestuur. 3.Het Dagelijks Bestuur verstrekt de gevraagde inlichtingen aan vertegenwoordigende organen schriftelijk binnen één maand na ontvangst van het verzoek. Artikel21Externe werking, leden Algemeen Bestuur 1.Een lid van het Algemeen Bestuur geeft het bestuursorgaan dat hem als lid heeft aangewezen, mondeling of schriftelijk de door een of meerdere leden van dat bestuursorgaan overeenkomstig het Reglement van Orde van dat bestuursorgaan verlangde inlichtingen, waarvan het verstrekken niet in strijd is met artikel 16, tweede lid van de wet. 2.Alvorens de gevraagde inlichtingen zoals bedoeld in het eerste lid te verstrekken, kan het lid zich daarover laten adviseren door het Dagelijks Bestuur. 3.Een lid van het Algemeen Bestuur is aan het bestuursorgaan dat hem als lid heeft aangewezen, verantwoording schuldig voor het door hem in het Algemeen Bestuur gevoerde beleid. Het afleggen van verantwoording vindt plaats op de wijze zoals geregeld in het Reglement van Orde van het desbetreffende bestuursorgaan, met dien verstande dat daarbij een termijn in acht wordt genomen die het lid de gelegenheid biedt om zich desgewenst door het Dagelijks Bestuur te laten informeren. 4.Gedeputeerde Staten respectievelijk het college van een deelnemende gemeente is bevoegd een door hen respectievelijk hem aangewezen lid van het Algemeen Bestuur ontslag te verlenen indien dit lid het vertrouwen van Gedeputeerde Staten respectievelijk het college niet meer bezit, overeenkomstig het bepaalde in het Reglement van Orde van Gedeputeerde Staten respectievelijk het desbetreffende college. HOOFDSTUKVIIPERSONEEL EN ORGANISATIE Artikel22De secretaris en de directeur 1.Tot het personeel van de grondbank behoren de secretaris en de directeur. Het Dagelijks Bestuur beslist over de benoeming, de schorsing en het ontslag van de secretaris en de directeur. Deze functies zijn onverenigbaar. De secretaris en de directeur worden bij verhindering of ontstentenis vervangen op een door het Dagelijks Bestuur te bepalen wijze. 2.De secretaris is het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur, en de voorzitter behulpzaam in alles wat de hun opgedragen taak aangaat. Door de secretaris worden alle stukken die van het algemeen en van het Dagelijks Bestuur uitgaan, meeondertekend. 3.De directeur is onder toezicht van het Dagelijks Bestuur verantwoordelijk voor de administratie, het beheer van de vermogenswaarden en het jaarlijks opmaken van de rekening. Het Dagelijks Bestuur stelt voor de directeur een instructie vast. Artikel23Rechtspositie personeel 1.Het Dagelijks Bestuur kan, naast de in artikel 22 genoemde secretaris en directeur, met inachtneming van de door het Algemeen Bestuur te stellen regels personeelsleden aanstellen. 2.Het Dagelijks Bestuur regelt de bezoldiging van de secretaris, de directeur en het eventuele overige personeel van de grondbank, al dan niet werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht en met inachtneming van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector. 3.Op de ambtenaren van de grondbank, en op het overige personeel werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht zijn van overeenkomstige toepassing de door de provincie vastgestelde of nog vast te stellen regelingen van de rechtstoestand en van de arbeidsvoorwaarden met de daaruit voortvloeiende uitvoeringsvoorschriften. 4.Bij de uitvoering van de in het derde lid bedoelde regelingen en voorschriften treden in de plaats van de organen en functionarissen en de provincie, de overeenkomstige organen en functionarissen van de grondbank. Artikel24Detachering en dienstverlening 1.Voor de uitvoering van de in artikel 4, eerste lid genoemde deeltaken is het Dagelijks Bestuur, met inachtneming van de door het Algemeen Bestuur te stellen regels, bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten met één of meerdere deelnemers, waarbij personeel in dienst van de deelnemers wordt gedetacheerd bij de grondbank. In deze overeenkomst worden bepalingen opgenomen over het functionele werkgeverschap, de rechtspositie en de kosten. 2.Voor de uitvoering van de in artikel 4, eerste lid genoemde deeltaken is het Dagelijks Bestuur, met inachtneming van de door het Algemeen Bestuur te stellen regels, bevoegd tot het aangaan van dienstverleningsovereenkomsten met één of meerdere deelnemers. In deze overeenkomst worden bepalingen opgenomen over de met de uitvoering gepaard gaande kosten. HOOFDSTUKVIIIVERGOEDINGEN EN AANSPRAKELIJKHEID Artikel25Vergoedingen en verzekering 1.De leden van het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter ontvangen geen vergoeding voor hun werkzaamheden. 2.Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor het sluiten van een verzekering met een naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur toereikende dekking, tegen de risico's van burgerrechtelijke aansprakelijkheid (wettelijke en contractuele aansprakelijkheid) voor schade aan personen en goederen en wettelijke aansprakelijkheid voor vermogensschade. HOOFDSTUKIXFINANCIELE BEPALINGEN Artikel26Financiën 1.Op het voorbereiden en vaststellen van de begroting, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de jaarrekening is het bepaalde in de artikelen 58, 58b, 59 van de wet van toepassing. 2.Het Algemeen Bestuur stelt een verordening vast voor de organisatie van de administratie en van het beheer van vermogenswaarden. 3.De begroting, de begrotingswijzigingen, de meerjarenraming, en de rekening worden ingericht overeenkomstig de in en krachtens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten gestelde regels. 4.In de begroting wordt aangegeven het naar raming bepaalde batig of nadelig saldo. Artikel 27 is van overeenkomstige toepassing. 5.In de rekening wordt het werkelijke batige of nadelige saldo opgenomen. Artikel 27 is van overeenkomstige toepassing. 6.Begrotingswijzigingen hoeven niet aan Provinciale Staten en aan de raden van de deelnemende gemeenten voor zienswijze te worden aangeboden indien: a.die niet leiden tot overschrijding van het totaalbedrag van de lasten en/of baten van de begroting; b.die niet leiden tot een daling van het geraamde batig saldo dan wel stijging van het geraamde nadelig saldo; c.het totaal aan (budget)mutaties minder dan 5% van de totale begrotingsomvang, behoudens de vermogensmutaties, (baten) bedraagt d.indien de gerealiseerde grondverkopen de begroting overschrijdt; e.die te maken hebben met extra opdracht(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.