Wegsleepregeling Montfoort 2016De raad, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15-12-2015, Gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 173 van de Wegenverkeerswet 1994 en het Besluit wegslepen van voertuigen; Overwegende dat het wenselijk is om in voorkomende gevallen op de weg staande voertuigen te kunnen verwijderen, over te brengen en in bewaring te stellen; Besluit vast te stellen de volgende verordening: Wegsleepregeling Montfoort 2016 Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: RVV 1990: het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990; wet: de Wegenverkeerswet 1994; besluit: het Besluit wegslepen van voertuigen; voertuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1 van het RVV 1990; motorrijtuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder c van de wet; het college: het college van burgemeester en wethouders. Artikel2Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen worden verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid onder c van de wet worden alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente aangewezen voor zover ze behoren tot een van de in artikel 2 van het besluit bedoelde soorten van wegen en weggedeelten. Artikel3Plaats bewaring voertuigen en openingstijden De plaats van bewaring van voertuigen wordt door het college vastgesteld; De openingstijden van de in het eerste lid bedoelde bewaarplaats wordt door het college vastgesteld. Artikel4Kosten overbrengen en bewaren voertuigen De hoogte van de kosten van het overbrengen van een voertuig naar de bewaarplaats worden bepaald door het college; De hoogte van de kosten voor het bewaren van een voertuig worden bepaald door het college. Artikel5Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen en in het geval van gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan wel het ontbreken van een behoorlijk zichtbare kentekenplaat Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 130, vierde lid, artikel 164, zevende lid en artikel 174, eerste lid van de wet, zijn artikel 1,3 en 4 van deze verordening van overeenkomstige toepassing. Artikel6Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 4 februari 2016, per die datum wordt de bestaande Wegsleepverordening voor Montfoort 2005 uit 2009 ingetrokken. Artikel7Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Wegsleepregeling Montfoort 2016. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Montfoort gehouden op 25 januari 2016. mevrouw drs. E.C.M. van der Klauw De griffier mevrouw mr. P.J. van Hartskamp - de Jong De voorzitter TARIEVENTABEL WEGSLEEPREGELING MONTFOORT 2016 Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders Gemeente Montfoort, d.d. 26 januari 2016 1. Begrippen 1.1 In deze tarievenlijst wordt verstaan onder: Uitrijtarief: kosten die in rekening worden gebracht op het moment dat de opdracht tot wegslepen wordt verstrekt en waarbij ook daadwerkelijk wordt uitgereden. Laad-/sleeptarief en bewaring: kosten die worden berekend vanaf het moment dat een medewerker van het wegsleepbedrijf bezig is met het daadwerkelijk wegslepen van het voertuig. 2. Wegslepen, opslaan en afgifte motorvoertuig De kosten die verband houden met het wegslepen, de opslag en de afgifte van een voertuig met een maximum bruto voertuiggewicht van 3500 kilogram zijn: - Uitrijtarief: - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - € 69,55 - Laad/sleeptarief en bewaring: - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - €173,88 - Opslag na eerste etmaal: per etmaal of deel van een etmaal: - - - € 10,00 Voor een voertuig met een bruto voertuiggewicht van meer dan 3500 kilogram worden de reëel gemaakte kosten in rekening gebracht. De genoemde bedragen zijn exclusief BTW. Behoort bij de "Wegsleepregeling Montfoort 2016“ Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 25 januari 2016 Uitvoeringsregeling wegslepen, bewaren en teruggave van voertuigen Wegsleepregeling Montfoort 2016 Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders Gemeente Montfoort, d.d. 26 januari 2016 1. Aantreffen foutief geparkeerd voertuigDe procedure betreffende de wegsleepregeling start met het aantreffen van een fout geparkeerd voertuig. Onder “voertuigen” wordt mede verstaan: fietsen, bromfietsen, scooters, invalidenvoertuigen, vrachtauto’s, bussen en aanhangwagens. De eerste afweging, die dan moet worden gemaakt, is of de aangetroffen situatie wegsleepwaardig is. Daarvoor gelden drie criteria: door de wijze van parkeren wordt de veiligheid op de weg in gevaar gebracht en/of door de wijze van parkeren wordt de vrijheid van het verkeer belemmerd en/of er wordt geparkeerd op één van de wegen of weggedeelten, die zijn aangewezen in het Besluit wegslepen van voertuigen en waarop de gemeentelijke wegsleepverordening van toepassing is. Uit de woorden “en/of” blijkt dat er tegelijkertijd sprake kan zijn van meerdere criteria, die de situatie wegsleepwaardig maken. Eén van de criteria is echter voldoende om de wegsleepregeling te kunnen toepassen. Ingevolge artikel 170 eerste lid sub c. van de wet, juncto artikel 2 van het Besluit, juncto artikel 2 van de Wegsleepverordening gemeente Montfoort 2016, kan in de gemeente Montfoort van de volgende soorten wegen en weggedeelten worden weggesleept: wegen en weggedeelten waar door middel van bord E 1 van bijlage 1 bij het RVV 1990 of door middel van een gele onderbroken streep als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel e, van het RVV 1990 wordt aangegeven dat het verboden is te parkeren; wegen en weggedeelten waar door middel van bord E 2 van bijlage 1 bij het RVV 1990 of door middel van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel g, van het RVV 1990 wordt aangegeven dat het verboden is stil te staan; parkeergelegenheden, aangeduid door bord E4 van bijlage I bij het RVV 1990, waarbij op een onderbord wordt aangegeven: de categorie of groep voertuigen waarvoor de parkeergelegenheid is bestemd, of; het parkeren op bepaalde dagen of uren is verboden; parkeerplaatsen voor gehandicapten, aangeduid door bord E6 van bijlage 1 bij het RVV 1990; gelegenheden voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen, aangeduid door bord E7 van bijlage 1 bij het RVV 1990; parkeergelegenheden voor een categorie of groep voertuigen, aangeduid door bord E8 van bijlage 1 bij het RVV 1990; parkeergelegenheden voor vergunninghouders, aangeduid door bord E9 van bijlage I bij het RVV 1990; voetgangersgebieden, aangeduid door bord G7 of door bord Cl van bijlage bij het RVV 1990. 1.1. NoodzaakWellicht ten overvloede wordt nog vermeld, dat het aantreffen van een fout geparkeerd voertuig op een aangewezen weg of weggedeelte, als bedoeld in artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen, in beginsel voldoende is om de wegsleepregeling toe te passen. De veiligheid op de weg of de vrijheid van het verkeer hoeft dan niet tevens in het geding te zijn. Wel moet de noodzaak in zekere mate duidelijk zijn. Zo is bijvoorbeeld het wegslepen van een voertuig om 04.00 uur ’s nachts vanaf een parkeerterrein waarop geen bijzondere situatie van toepassing is (het houden van een weekmarkt op die dag bijvoorbeeld), niet noodzakelijk. 1.2. ActieAlleen een executieve politieambtenaar, een bevoegde ambtenaar van de gemeente Montfoort (BOA), de marktmeester of een afzonderlijk daartoe gemandateerd persoon is bevoegd actie te ondernemen na het constateren van de overtreding. Indien er sprake is van een wegsleepwaardige situatie, wordt de wegsleep- en bewaarprocedure in gang gezet. Deze procedure wordt hierna beschreven. 1.3. WaarnemingstijdOm de overtreding nadrukkelijk te kunnen vaststellen kan allereerst een waarnemingstijd nodig zijn. Verbod stil te staan: voor constatering van een gedraging in strijd met een verbod stil te staan is geen waarnemingstijd nodig. Parkeerverboden: bij parkeerverboden lijkt een waarnemingstijd van tien minuten reëel, voordat er kan geconstateerd dat er sprake is van parkeren. Parkeren op laad- en loshavens: bij laad- en loshavens wordt een onafgebroken waarnemingstijd aanbevolen, gedurende welke geen laad- en losactiviteiten worden geconstateerd. Pas daarna wordt geconstateerd dat er sprake is van parkeren. 2. Toepassing procedureAlleen een executieve politieambtenaar, de bevoegde (BOA) ambtenaar van de Toezichthouders, de marktmeester of een afzonderlijk daartoe gemandateerd persoon (hierna: “de bevoegde functionaris”) schakelt bij een wegsleepwaardige situatie via de meldkamer het wegsleepbedrijf in. De bevoegde functionaris wacht in de nabijheid van het voertuig tot de komst van de takelwagen. De bevoegde functionaris maakt een constateringsrapport op. Na de komst van de takelwagen maakt het personeel van het takel- en bergingsbedrijf een digitale (of direct klaar) foto van de situatie. Op de foto moet de overtreding zo veel mogelijk zichtbaar zijn. Hierdoor kan het nodig zijn enkele foto’s te maken. De foto’s worden in het bewaringsregister opgenomen. Daarna controleert het personeel van het wegsleepbedrijf het voertuig op beschadigingen. De bevindingen worden ingevuld in het constateringsrapport. De bevoegde functionaris vult de takelkaart vervolgens ter plaatse volledig in. Het personeel van het wegsleepbedrijf vult alvorens de werkzaamheden voorafgaande aan het meevoeren te starten, ter plaatse de takelkaart aan de onderzijde volledig in. Dit document wordt ondertekend door een medewerker van het wegsleepbedrijf (namens de directeur van dit bedrijf) en de bevoegde functionaris. Na aankomst op de bewaarplaats controleert het personeel van het wegsleepbedrijf het voertuig nogmaals op beschadigingen. De bevindingen worden eveneens ingevuld op de takelkaart. Het constateringsrapport wordt opgenomen in het bewaringsregister. Voor het in bewaring stellen van het voertuig bij een voorlopige maatregel of buitengebruikstelling op grond van de 'wet Mulder' gelden aparte regelingen met betrekking tot de administratieve afhandeling. 2.1. Schade noterenIn verband met de schadevergoedingsplicht van de gemeente op grond van artikel 172, lid 8, WVW 1994 moet het weg te slepen voertuig zorgvuldig worden gecontroleerd op aanwezige schade. De schade wordt genoteerd op de takelkaart. Ook schade, die veroorzaakt is tijdens het bevestigen in het juk of tijdens het overbrengen moet worden genoteerd. 2.2. Geen Mulder-traject na wegslepenDe wetgever zet in de memorie van toelichting uiteen, dat van het instellen van een strafvervolging, dan wel het opleggen van een sanctie ingevolge de Wet Mulder, kan worden afgezien, omdat de overtreder ten gevolge van het wegslepen van het voertuig al genoeg “gestraft” is. De aanhalingstekens worden hier bewust gebruikt, omdat er formeel geen sprake is van straffen. Met het wegslepen wordt beoogd een einde te maken aan een verboden gedraging, niet het bestraffen van de bestuurder. De overtreder wordt bij toepassing van deze bestuursdwang wel met hoge kosten geconfronteerd en kan dit als een straf ervaren. Hierin kan aanleiding worden gevonden van een strafrechtelijk of administratiefrechtelijk vervolg af te zien. Er is een uitzondering waarin dat wel gebeurt. Dit betreft de situatie dat er meerdere auto’s moeten worden weggesleept om het betreffende terrein te kunnen inrichten voor de markt. In dat geval wordt op de auto’s eerst een Mulder-bon achtergelaten. Vervolgens gaat het wegsleepbedrijf opeenvolgend de auto’s wegslepen. Op het moment dat daadwerkelijk met het wegslepen wordt begonnen, wordt de Mulder-transactie ingetrokken. Dit wordt zo gedaan om rechtsongelijkheid te voorkomen. Binnen de gemeente Montfoort zijn deze afspraken ook van toepassing verklaard. 2.3. Sleepfasen en kostenHet wegslepen van voertuigen is te verdelen in twee fasen: FASE I: Onvolledige berging Een wegsleepvoertuig is besteld. Er is sprake van een onvolledige berging, indien de eigenaar/houder/bestuurder van het voertuig ter plaatse komt, voordat het wegsleepvoertuig ter plaatse is en de eigenaar/houder/bestuurder het voertuig wil verplaatsen. Het wegsleepbedrijf wordt direct afgebeld. Als het voertuig al op de takelwagen staat en de wegslepers zien de bestuurder alsnog arriveren, wordt het voertuig afgetakeld en is er nog steeds sprake van een onvolledige berging. De kosten overeenkomstig het tarief dat verbonden is aan de voorbereiding (voorrijkosten) van de overbrenging van het voertuig, dienen te worden voldaan. De bevoegde functionaris dient de personalia vast te stellen. De kosten voor de onvolledige berging dienen ter plaatse te worden vergoed. Gebeurt dit niet, dan wordt het voertuig alsnog weggesleept. In alle andere gevallen, zal eerst aan een aantal andere voorwaarden voldaan moeten worden, anders wordt de wegsleepprocedure vervolgd (bijvoorbeeld een overtreding van de WAM). FASE II: Het voertuig is weggesleept en in bewaring gesteld. Teruggave kan slechts plaatsvinden aan de eigenaar of houder of gemachtigde van het voertuig, na betaling van de volledige kosten: de wegsleepkosten en de kosten van bewaring. Ingeval een voertuig in beslaggenomen wordt en daartoe wordt weggesleept, zijn de kosten geheel voor de politie. In een aantal gevallen zijn geen kosten verschuldigd voor degene wiens voertuig is weggesleept. Denk hierbij aan tijdelijke bewaring in het kader van hulpverlening, bij inbeslagneming en in het kader van onder toezichtstelling. Voor voertuigen die na het vrijgeven niet worden opgehaald kunnen wel bewaarkosten worden berekend. In deze gevallen zal de bewaarder per aangetekend schrijven de eigenaar /houder hiervan in kennisstellen en zal dit vermeld worden in het bewaringsregister. 2.4. Geen kosten verschuldigdDe kosten van wegslepen en in bewaring stellen zijn niet verschuldigd voor de rechthebbende op het voertuig, indien: niet tot overbrenging en inbewaringstelling had mogen worden overgegaan; de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan, van dien aard waren dat de kosten redelijkerwijs niet verschuldigd zijn, of aannemelijk is dat het voertuig tegen de wil van de rechthebbende is gebruikt en hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. Het genoemde onder a, b of c dient rechthebbende aan te tonen door een afschrift van het vonnis c.q. uitspraak. Een dergelijk afschrift wordt door de griffie van de rechtbank waar de zaak is behandeld ter beschikking gesteld. Indien niet tot overbrenging en inbewaringstelling had mogen worden overgegaan, betaalt de gemeente tevens een redelijke schadeloosstelling aan de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald. Indien het voertuig ten tijde van de overtreding in gebruik was bij een ander dan de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald, treedt die ander voor de toepassing van deze schadeloosstelling in plaats van de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald. Indien aantoonbaar is dat tijdens de overbrenging en bewaring schade aan het voertuig is toegebracht, is het wegsleepbedrijf gehouden deze schade te vergoeden. 3.Bewaren van voertuigen3.1. Aanvang van het bewarenHet is belangrijk te weten wanneer er een aanvang is gemaakt met het bewaren van een voertuig. Aan het bewaren van een voertuig zijn vaak (verhaalbare) bewaarkosten verbonden. Het tijdstip van bewaren gaat, na het wegslepen van een voertuig in, op het moment dat het voertuig van het wegsleepvoertuig is losgekoppeld op de plaats van bewaring. 3.2. Plaats van het bewarenHet bewaren geschiedt op een door het college aan te wijzen plaats 3.3. ProcedureHet voertuig wordt geplaatst op de daarvoor aangewezen bewaarplaats. Ingeval er van een motorvoertuig contactsleutels aanwezig zijn, worden deze overgedragen aan de bewaarder; Het wegsleepbedrijf draagt er zorg voor dat het voertuig op de juiste wijze wordt ingeschreven in het bewaringsregister. Daarbij dienen de omstandigheden die verwijdering noodzakelijk maakten te worden vermeld. Tevens dient in het bewaringsregister te worden vermeld onder welke voorwaarde(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.