← Nederland

Verordening afvalstoffenheffing 2016 (Rijnwaarden)

V erordening afvalstoffenheffing 201 6 Verordening afvalstoffenheffing 2016 De raad van de gemeente Rijnwaarden; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10 november 2015; gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; besluit: vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing

  1. Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder “gebruik maken”: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer. Artikel2Aard van de belasting en belastbaar feit 1.Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994, 80). 2.De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. 3.De belasting voor het achterlaten van afvalstoffen als bedoeld in artikel 10.21 of 10.22 van de Wet Milieubeheer aan de Milieustraat wordt geheven van degene die deze afvalstoffen achterlaat. Artikel3Belastingplicht
  2. De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
  3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van het perceel; ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan. Artikel4Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel5Belastingjaar Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel6Wijze van heffing 1.De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag. 2.De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel7Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in onderdelen 1.1.1 en 1.1.4 van hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat voor de belasting als bedoeld in onderdelen 1.1.1 en 1.1.4 van hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 4,
  4. 4.Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 5.De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening.
  5. Belastingbedragen van minder dan € 4,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen aangemerkt als één belastingaanslag. Artikel8Termijnen van betaling 1.De op grond van artikel 6, eerste lid verschuldigde belasting moet worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2.In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval het totaalbedrag van de op het aanslagbiljet vermelde afvalstoffenheffing meer is dan € 50,00 doch minder dan € 10.000 dat de aanslag moet worden betaald in vier gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
  6. In afwijking in zoverre van het tweede lid geldt in geval een belastingplichtige voor het vervaardigen van een aanslagbiljet de gemeente machtigt tot een automatische incasso van het totaal verschuldigde bedrag, de aanslag moet worden betaald in acht gelijke termijnen voor zolang de verschuldigde bedragen via automatische incasso incasseerbaar zijn, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4.De afvalstoffenheffing moet worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6, tweede lid: mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na dagtekening van de kennisgeving. 5.De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn. Artikel9Kwijtschelding Van de artikelen genoemd in hoofdstuk 1.
  7. van de bij deze verordening horende tarieventabel wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel10Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing. Artikel11Inwerkingtreding en citeertitel 1.De 'Verordening afvalstoffenheffing 2015’ van 16 december 2014 en gewijzigd op 24 februari 2015 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
  8. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  9. 4.Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening afvalstoffenheffing 2016'. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 15 december 2015.De voorzitter, De griffier, Tarieventabel behorende bij de 'Verordening afvalstoffenheffing 2016'. Algemeen De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is. Hoofdstuk 1.1 Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing 1.1.1 De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar € 97,90 1.1.2 Onverminderd het bepaalde in onderdeel 1.1.1 bedraagt de belasting per lediging van: 1.1.2.1 een 140 liter container, bestemd voor overige huishoudelijke fvalstoffen € 5,80 1.1.2.2 een 180 liter container, bestemd voor overige huishoudelijke afvalstoffen € 7,50 1.1.2.3 een 240 liter container, bestemd voor overige huishoudelijke afvalstoffen € 10,00 1.1.2.4 een 140 liter container, bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval € 0,00 1.1.3 Onverminderd het bepaalde in onderdeel 1.1.1 bedraagt de belasting per aanbieding van huishoudelijk afval in een ondergrondse container € 2,00 Hoofdstuk 1.2 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing 1.2.1 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.
  10. bedraagt de belasting voor 1.2.1.1 het op aanvraag: 1.2.1.1.1 inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen, per aanvraag met een maximum van 1 kubieke meter € 25,00 1.2.1.1.2 inzamelen van grof tuinafval per aanvraag met een maximum van 2 kubieke meter € 25,00 1.2.1.1.3 het op verzoek in één kalenderjaar voor de tweede, derde etc. keer omwisselen van een container per omwisseling € 49,00 1.2.1.2 het achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen op de Milieustraat per aanbieding van: 1.2.1.2.1 kunststof verpakkingsafval gratis 1.2.1.2.2 oude metalen en blik gratis 1.2.1.2.3 oud papier en karton gratis 1.2.1.2.4 elektr(on)ische apparatuur (wit- en bruingoed) gratis 1.2.1.2.5 kleine afgedankte elektr(on)ische apparaten, lampen en tl buizen gratis 1.2.1.2.6 schoon puin per 100 kg of gedeelte daarvan € 1,50 1.2.1.2.7 autoband per stuk € 2,85 1.2.1.2.8 boomstobben / wortels per 100 kg of gedeelte daarvan gratis 1.2.1.2.9 groen / tuinafval per 100 kg of gedeelte daarvan gratis 1.2.1.2.10 vlak glas, gips en isolatiemateriaal per 100 kg of gedeelte daarvan € 5,70 1.2.1.2.11 hout A/B per 100 kg of gedeelte daarvan € 9,95 1.2.1.2.12 hout C per 100 kg of gedeelte daarvan € 9,95 1.2.1.2.12 grof huishoudelijk afval per 100 kg of gedeelte daarvan € 10,00 1.2.1.2.13 bouw / sloopafval per 100 kg of gedeelte daarvan € 11,40 1.2.1.2.14 asbest per 100 kg of gedeelte daarvan € 21,35 1.2.1.2.15 huishoudelijk restafval per zak van 60 liter € 2,00 1.2.1.2.16 verpakkingsglas gratis 1.2.1.2.17 textiel gratis 1.2.1.2.18 frituurvet en -olie gratis 1.2.1.2.19 gratis piepschuim per kubieke meter of gedeelte daarvan € 5,60 1.2.1.2.20 LPDE folie (krimpfolie) per 100 kg of gedeelte daarvan gratis 1.2.1.2.21 harde kunststoffen per 100 kg of gedeelte daarvan gratis 1.2.1.2.22 grond per 100 kg of gedeelte daarvan € 2,85 1.2.1.2.23 accu's gratis Behoort bij raadsbesluit van 15 december
  11. Mij bekend, De griffier van de gemeente Rijnwaarden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.