HUISVESTINGSVERORDENING RIJNWOUDE HOOFDSTUK1ALGEMENE BEPALINGEN artikel1 In deze verordening wordt verstaan onder: wet: de Huisvestingswet; besluit: het Huisvestingsbesluit; huisvestingsvergunning: de vergunning, bedoeld in artikel 7 van de wet; woning: elke woonruimte, welke bestemd is om permanent als zelfstandige woonruimte te worden gebruikt; woningzoekende: het huishouden dat in het register als bedoeld in artikel 10 is ingeschreven; huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een (duurzame) gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren; ingezetene: degene die in het bevolkingsregister van de gemeente of van een andere tot de regio behorende gemeente is opgenomen, en feitelijk in die gemeente hoofdverblijf heeft in een voor permanente bewoning aangewezen woonruimte; economische binding: de binding van een persoon aan de gemeente of aan de regio Rijnstreek, daarin gelegen dat die persoon voor de voorziening van zijn bestaan een redelijk belang heeft zich in de gemeente of in de regio Rijnstreek te vestigen, met dien verstande dat een economische binding in elk geval wordt aangenomen ten aanzien van personen die voor de voorziening in het bestaan zijn aangewezen op het duurzaam verrichten van arbeid binnen of vanuit de gemeente of de regio Rijnstreek; regio Rijnstreek: de gemeenten welke deelnemen aan de Regeling Intergemeentelijk Overlegorgaan Rijnstreek; maatschappelijke binding: de binding van een persoon aan de gemeente of aan de regio Rijnstreek, daarin gelegen dat die persoon een redelijk, met de plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft zich in de gemeente te vestigen, met dien verstande dat een maatschappelijke binding in elk geval wordt aangenomen indien betrokkene in de voorafgaande tien jaar tenminste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest; huurprijs: de prijs welke bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte, uitgedrukt in een bedrag per maand; koopprijs: de prijs welke voor de enkele koop van woonruimte daadwerkelijk is of zal worden betaald; huurprijsgrens: de maximale huurprijs waarbij nog huursubsidie kan worden verkregen op grond van de Wet individuele huursubsidie (Stb. 1990); inkomen: het daaromtrent in artikel 7, juncto artikel 8, lid 3 en 4 van het besluit bepaalde; woningruil: het door twee of meer partijen wederkerig in gebruik nemen van elkaars woning, met met oogmerk van daadwerkelijke bewoning; HOOFDSTUK2VERDELING VAN WOONRUIMTE artikel2 1.Het is verboden zonder vergunning (huisvestingsvergunning) van burgemeester en wethouders een woning in gebruik te nemen of te geven. 2.Indien het college niet binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag heeft beslist wordt de huisvestingsvergunning geacht fictief te zijn verleend. artikel3 Een vergunning is vereist voor woonruimten met een huurprijs beneden de huurprijsgrens nieuw te bouwen woonruimten met een koopprijs beneden € 221.000,-- artikel4 De aanvraag voor een huisvestingsvergunning dient schriftelijk te geschieden middels een door of namens burgemeester en wethouders beschikbaar gesteld aanvraagformulier. artikel5 Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na ontvangst van de complete aanvraag. artikel6 Burgemeester en wethouders besluiten de aanvraag niet verder te behandelen, indien de aanvrager niet aannemelijk kan maken dat hij, indien hij een huisvestingsvergunning voor de in de aanvraag aangegeven woonruimte krijgt, die woonruimte ook daadwerkelijk in gebruik zal kunnen nemen, één en ander echter met uitzondering van de gevallen genoemd in artikel 23 lid 3 van de wet (medehuurderschap). artikel7 Op of bij de huisvestingsvergunning vermelden burgemeester en wethouders de volgende informatie: de mededeling dat binnen acht weken na oplevering van de woonruimte van de vergunning gebruik gemaakt moet worden; de namen van de personen die als vergunninghouder worden aangemerkt; het aantal personen dat de woonruimte in gebruik neemt; omstandigheden waaronder de verleende vergunning wordt ingetrokken. artikel8 Voor een vergunning als bedoeld in artikel 2, en met betrekking tot huurwoningen, komen in aanmerking personen van 18 jaar en ouder, die ingeschreven staan of onmiddellijk kunnen worden ingeschreven in het woningzoekendenregister; en een huishouden vormen voor welke de huurprijs van de woonruimte waarvoor een vergunning wordt aangevraagd, passend wordt geacht gelet op het inkomen van de aanvrager. artikel9 Voor een vergunning als bedoeld in artikel 2, en met betrekking tot koopwoningen, komen in aanmerking personen die de woonruimte zelf in gebruik wensen te nemen, en die ingezetenen zijn, dan wel ingeschreven staan of onmiddellijk kunnen worden ingeschreven in het woningzoekendenregister. HOOFDSTUK3INSCHRIJVING artikel10 Burgemeester en wethouders dragen zorg voor het aanleggen en bijhouden van een register van woningzoekenden. artikel10a Burgemeester en wethouders kunnen met de plaatselijk werkzame verhuurders een convenant sluiten, waarin bepalingen worden vastgelegd voor de distributie van onder de vergunningsplicht van deze verordening vallende huurwoningen van deze verhuurders. Artikel10b Het bepaalde in de, in 10a genoemde overeenkomsten treedt in de plaats van de betreffende delen van de verordening. artikel11 Burgemeester en wethouders schrijven op verzoek personen van 18 jaar en ouder in die op het tijdstip van aanvraag tot inschrijving: gedurende een termijn van tenminste twee jaar ingezetene zijn van de gemeente of van een andere tot de regio behorende gemeente en niet over zelfstandige woonruimte beschikken, of; economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente, economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de regio Rijnstreek en geen ingezetene zijn, of; tenminste twee jaar over passende zelfstandige woonruimte beschikken in de regio Rijnstreek maar wensen te verhuizen, of; ingezetenen zijn en in verband met renovatie, sloop of onbewoonbaarverklaring met dakloosheid worden bedreigd. artikel11a In een convenant worden in elk geval bepalingen opgenomen met betrekking tot de wijze van registratie van woningzoekenden (belangstellenden). artikel12 Met inachtneming van de in artikel 11 vermelde leeftijdsgrens schrijven burgemeester en wethouders bovendien op verzoek in het in artikel 10 bedoelde register in: degenen van wie redelijkerwijs niet of niet meer verwacht kan worden dat zij door het duurzaam verrichten van arbeid in hun bestaan voorzien, zoals gepensioneerden, ernstig invaliden, en langdurig werklozen; degenen die als remigranten wensen terug te keren naar Nederland of zijn teruggekeerd, doch nog niet over passende huisvesting beschikken; degenen die ingevolge de Vreemdelingenwet als vluchteling zijn toegelaten, dan wel personen aan wie om humanitaire redenen een verblijfsvergunning is verleend; degenen die na echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van huwelijk na scheiding van tafel en bed in verband met die omstandigheid dringend zelfstandige woonruimte behoeven; degenen die een procedure tot echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed aanhangig hebben gemaakt en een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 825b en 825c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering hebben verkregen, indien zij in verband met die omstandigheid dringend zelfstandige woonruimte behoeven; degenen die een met het huwelijk vergelijkbare duurzame samenlevingsvorm, welke tenminste aantoonbaar één jaar heeft geduurd, hebben verbroken, in die periode over zelfstandige woonruimte beschikten en in verband met die omstandigheid dringend vervangende woonruimte behoeven. artikel13 Verzoek om inschrijving vindt alleen plaats middels indiening van een volledig ingevuld en door burgemeester en wethouders verstrekt inschrijvingsformulier. artikel14 Gelijktijdig met de indiening van de aanvraag tot inschrijving dient de aanvrager gegevens betreffende het inkomen te verstrekken, alsmede andere gegevens welke voor een beoordeling van de mate van urgentie noodzakelijk zijn. artikel15 Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken over de aanvraag tot inschrijving. artikel16 Burgemeester en wethouders verstrekken aan de in het register ingeschreven woningzoekende een bewijs van inschrijving. artikel17 Het bewijs van inschrijving is, gerekend vanaf de inschrijvingsdatum, geldig voor de periode van maximaal 2 achtereenvolgende jaren. artikel18 Burgemeester en wethouders halen een inschrijving door indien: de woningzoekende zelfstandige woonruimte heeft aanvaard, of; is gebleken dat de woningzoekende niet meer voldoet aan de vereisten voor inschrijving zoals bedoeld in de artikelen 11 en 12, of; de woningzoekende daarom verzoekt. artikel19 Burgemeester en wethouders kunnen bovendien de inschrijving doorhalen indien: voor de derde maal een bij het huishouden passende woonruimte is geweigerd, of; indien onjuiste gegevens zijn verstrekt. Burgemeester en wethouders geven de betreffende woningzoekende een met reden omkleed bericht van doorhaling in het register. HOOFDSTUK4PASSENDHEID artikel20 1.De omvang van het huishouden van woningzoekende moet passen bij de grootte van de woonruimte. 2.Bij de toepassing van het gestelde in lid 1 hanteren burgemeester en wethouders zoveel mogelijk een tabel voor de bepaling van de verhouding tussen het aantal leden van het huishouden en het daarbij ten hoogste toegestane aantal kamers van de woonruimte. artikel21 1.Het inkomen van de woningzoekende moet in een redelijke verhouding tot de huurprijs van de woonruimte staan. 2.Bij de toepassing van het gestelde in lid 1 hanteren burgemeester en wethouders zoveel mogelijk de volgende tabel voor de bepaling van de verhouding tussen de huurprijs en het daarbij ten hoogste toegestane inkomen: BELASTBAAR JAARINKOMEN HUURPRIJS alleenstaan- den jonger dan 65 jaar alleenstaan- den ouder dan 65 jaar meerpersoons- huishoudens jonger dan 65 meerpersoons- huishoudens ouder dan 65 Huurprijs gelijk of lager dan € 600,-* € 36.500,-* € 30.750,-* € 48.600,-* € 40.500,-* Huurprijs € 600,- * tot huurprijsgrens loongrens ingevolge Ziekenfondswet *Over de actuele bedragen kan informatie worden ingewonnen bij Habeko wonen. HOOFDSTUK5URGENTIE EN VOORRANG artikel22 1.Burgemeester en wethouders stellen van iedere woningzoekende op het moment van inschrijving de mate van urgentie vast aan de hand van de door de raad vastgestelde puntentabel zoals opgenomen in artikel 23. 2.Voorts stellen zij minstens één maal per jaar de urgentie bij. 3.Indien zich wijzigingen in de persoonlijke omstandigheden voordoen, kan tot tussentijdse bijstelling worden besloten. artikel23 a.De urgentie wordt bepaald door de som van alle punten die aan een woningzoekende zijn toegekend op basis van het urgentiepuntensysteem zoals vermeld in artikel 24. b.Het urgentiepuntensysteem is opgebouwd uit zogenaamde basispunten, extra punten en minpunten. Basispunten worden toegekend op grond van ingezetenschap, economische of maatschappelijke binding of op grond van een overige binding. c.Extra urgentiefaktoren (g tot en met
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.