Integriteitscode burgemeester en wethouders Gelet op de behandeling in de commissie BMO van 22 januari 2004; Gelet op de artikelen 41b, 41 c en 69 van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de volgende Integriteitscode voor burgemeester en wethouders Deel IKernbegrippen van bestuurlijke integriteit Leden van colleges van burgemeester en wethouders stellen bij hun handelen de kwaliteit van het openbaar bestuur centraal. Integriteit van het openbaar bestuur is daarvoor een belangrijke voorwaarde. De belangen van de gemeente, en in het verlengde daarvan die van de organisaties en de burgers, zijn het primaire richtsnoer. Bestuurlijke integriteit houdt in dat de verantwoordelijkheid die met de functie samenhangt wordt aanvaard en dat er de bereidheid is om daarover verantwoording af te leggen. Verantwoording wordt intern afgelegd aan collega-bestuurders of aan de gemeenteraad, maar ook extern aan organisaties en burgers voor wie bestuurders hun functie vervullen. Een aantal kernbegrippen is daarbij leidend en plaatst bestuurlijke integriteit in een breder perspectief: 1.Dienstbaarheid Het handelen van een bestuurder is altijd en volledig gericht op het belang van de gemeente of de provincie en op de organisaties en burgers die daar onderdeel van uit maken. 2.Functionaliteit Het handelen van een bestuurder heeft een herkenbaar verband met de functie die hij of zij vervult in het dagelijks bestuur. 3.Onafhankelijkheid Het handelen van een bestuurder wordt gekenmerkt door onpartijdigheid, dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden. 4.Openheid Het handelen van een bestuurder is transparant, opdat optimale verantwoording mogelijk is en de controlerende organen volledig inzicht hebben in het handelen van de bestuurder en zijn of haar beweegredenen daarbij. 5.Betrouwbaarheid Op een bestuurder moet men kunnen rekenen. Die houdt zich aan zijn of haar afspraken. Kennis en informatie waarover hij of zij uit hoofde van diens functie beschikt, wendt de bestuurder aan voor het doel waarvoor die zijn gegeven. 6.Zorgvuldigheid Het handelen van een bestuurder is zodanig dat alle organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen. *7.Vertrouwelijkheid/geheimhouding Kennis en informatie met een vertrouwelijk karakter waarover bestuurders van de gemeente beschikken, blijven vertrouwelijk. Burgers, ambtenaren, collega-bestuurders en raadsleden kunnen erop rekenen dat gevoelige of vertrouwelijke informatie alleen wordt aangewend waartoe deze dient. Kennis en informatie met een geheim karakter waarover bestuurders van de gemeente beschikken, blijven geheim. Burgers, ambtenaren, collega-bestuurders en raadsleden kunnen erop rekenen dat geheime informatie alleen wordt aangewend waartoe deze dient. De bovengenoemde kernbegrippen zijn de toetssteen voor de nu volgende gedragsafspraken. Gedragingen moeten aan deze kernbegrippen getoetst kunnen worden. Deel IINadere invulling gedragscode bestuurlijke integriteit Artikel1 Algemene bepalingen 1.1Onder het college wordt verstaan: het college van burgemeester en wethouders van Rijnwoude. 1.2Deze gedragscode geldt voor de voorzitter en alle leden van het college, de (dagelijkse)bestuurders. 1.3In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het college. 1.4De code is openbaar en door derden te raadplegen. 1.5De leden van het college en de leden van de raad ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van de code. Artikel2 Belangenverstrengeling en aanbesteding 2.1Een bestuurder doet opgave van zijn of haar financiële belangen in ondernemingen en organisaties waarmee de gemeente zakelijke betrekkingen onderhoudt. De opgave is openbaar en door derden te raadplegen. 2.2Bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomt de bestuurder (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen. 2.3Een oud-bestuurder wordt het eerste jaar na de beëindiging van zijn ambtstermijn uitgesloten van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente, met uitzondering van het raadslidmaatschap en de hiermee samenhangende nevenfuncties. 2.4Een bestuurder die familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten aan de gemeente, onthoudt zich van deelname aan de besluitvorming over de betreffende opdracht. 2.5Een bestuurder neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente geen faciliteiten of diensten aan die zijn of haar onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kan beïnvloeden. Artikel3Nevenfuncties 3.1Een bestuurder vervult geen nevenfuncties waarbij strijdigheid is of kan zijn met het belang van de gemeente. 3.2Een bestuurder maakt melding van al zijn of haar nevenfuncties waarbij tevens wordt aangegeven of de functie wel of niet bezoldigd is. Deze gegevens worden openbaar gemaakt. 3.3De kosten die een bestuurder maakt in verband met een nevenfunctie uit hoofde van het ambt (q.q.-nevenfunctie), worden vergoed door de instantie waar de nevenfunctie wordt uitgeoefend. 3.4Een bestuurder die een nevenfunctie wil vervullen anders dan uit hoofde van het ambt, bespreekt dit voornemen in het college. Daarbij komt tevens aan de orde hoe wordt gehandeld met betrekking tot eventuele vergoedingen en de te maken kosten. Artikel4Informatie 4.1Een bestuurder gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij of zij uit hoofde van zijn of haar ambt beschikt. Hij of zij verstrekt geen geheime of vertrouwelijke informatie. 4.2Een bestuurder houdt geen informatie achter, tenzij deze geheim of vertrouwelijk is en het niet geven van informatie mogelijk is op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur. 4.3Een bestuurder maakt niet ten eigen bate of van zijn persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie. Artikel5Aannemen van geschenken 5.1Geschenken en giften die een bestuurder uit hoofde van zijn of haar functie ontvangt, worden gemeld en geregistreerd en zijn eigendom van de gemeente. Er wordt een gemeentelijke bestemming voor gezocht. 5.2Indien een bestuurder geschenken of giften ontvangt die een waarde van minder dan € 50 (vijftig euro) vertegenwoordigen, kunnen deze in afwijking van het bovenstaande worden behouden en behoeven ze niet te worden gemeld en geregistreerd. 5.3Geschenken en giften worden niet op het huisadres ontvangen. Indien dit toch is gebeurd, wordt dit gemeld in het college waar een besluit over de bestemming van het geschenk wordt genomen. Artikel6Bestuurlijke uitgaven 6.1Uitgaven worden uitsluitend vergoed als de hoogte en de functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond. Ter bepaling van de functionaliteit van bestuurlijke uitgaven worden de volgende criteria gehanteerd. 6.2Ter bepaling van de functionaliteit van bestuurlijke uitgaven worden de volgende criteria gehanteerd. Met de uitgave is het belang van de gemeente gediend en De uitgave vloeit voort uit de functie. Artikel7Declaraties 7.1De bestuurder declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed. 7.2Declaraties worden afgewikkeld volgens een daartoe vastgestelde administratieve procedure. 7.3Een declaratie wordt ingediend door middel van een daartoe vastgesteld formulier. Bij het formulier wordt een betalingsbewijs gevoegd en op het formulier wordt de functionaliteit van de uitgave vermeld. *7.4Gemaakte kosten worden in beginsel binnen een maand gedeclareerd. Eventuele voorschotten worden voorzover mogelijk binnen een maand afgerekend. 7.5De gemeentesecretaris is eindverantwoordelijk voor een deugdelijke administratieve afhandeling en registratie van declaraties. Declaraties van bestuurders worden administratief afgehandeld door een daartoe aangewezen ambtenaar. 7.6In geval van twijfel omtrent een declaratie, wordt deze voorgelegd aan de burgemeester, als het gaat om (een) declaratie(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.