VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN PRECARIOBELASTING 2016De raad van de gemeente Papendrecht, gelezen het voorstel van het college van 3 november 2015, gelet op artikel 228 van de Gemeentewet, besluit: vast te stellen de volgende verordening: VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN PRECARIOBELASTING 2016 Artikel1.Belastbaar feit Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zaken van het hebben van kabels, leidingen en buizen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Artikel2.Belastingplicht De precariobelasting wordt geheven van degene die de kabels, leidingen of buizen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie de kabels, leidingen of buizen onder, op of boven voor de openbare dienst gemeentegrond aanwezig zijn. Artikel3.Vrijstellingen De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van: kabels, leidingen of buizen waarvoor de gemeente een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; kabels, leidingen of buizen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van kabels, leidingen of buizen die in gebruik zijn bij een derde; buizen in de grond, tot lozing van fecaliën, huishoud- of hemelwater. Artikel4.Maatstaf van heffing en belastingtarief Het tarief bedraagt per strekkende meter of gedeelte daarvan per jaar: € 2,00 Artikel5.Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel6.Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel7.Ontstaan van de belastingplicht en heffing naar tijdsgelang 1.De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is het geldende tarief geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat belastingtijdvak verschuldigde belasting als er in dat belastingtijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel8.Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2.De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn. Artikel9.Kwijtschelding Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel10.Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de precariobelasting. Artikel11.Inwerkingtreding en citeertitel Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening precariobelasting 2016". Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 10 december 2015,de griffier,A.P.M.A.F. Bergmansde voorzitter,C.J.M. de Bruin
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.