Nadere regels Jeugdhulp Valkenswaard 2015Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Valkenswaard; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet besluit: Vast te stellen de Nadere regels Jeugdhulp Valkenswaard 2015. Artikel1.1 Begripsbepalingen 1.1.1 In deze regels wordt verstaan onder: aanbieder: een organisatie of ZZP’er die zorg, maatschappelijke en/of vergelijkbare dienstverlening aanbiedt aan Inwoners van de Gemeente; besluit: Besluit Jeugdwet; dienstverlener: de hulpverlener die ingevolge een pgb de hulp verleent aan een budgethouder; ouderbijdrage: een vast te stellen bijdrage, overeenkomstig het in artikel 8.2.1 van de wet en paragraaf 8.1 van het Besluit Jeugdwet geregelde; particuliere inzet: de inzet geleverd door een niet- professionele dienstverlener waaronder mede begrepen inzet door het sociale netwerk; pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken; pgb-plan: het door de jeugdige of ouders bij het college in te dienen plan ter ondersteuning van zijn wens tot verstrekking van een individuele voorziening in de vorm van een pgb; Particuliere inzet: inzet van zorg die niet wordt geleverd door een professionele dienstverlener zoals beschreven onder j. Onder particuliere inzet wordt mede begrepen de inzet door het sociaal netwerk. Professionele dienstverlener: een dienstverlener die beroepsmatig zorg, maatschappelijk en/of aanpalende diensten aanbiedt aan burgers vanuit een organisatie voor Jeugdhulp. sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt (artikel 1.1.1 Wmo 2015); SVB: Sociale verzekeringsbank; trekkingsrecht: het pgb, wordt beheerd door de SVB. De SVB betaalt vervolgens in opdracht van de cliënt rechtstreeks de hulpverlener; verordening: de Verordening Jeugdhulp Valkenswaard 2015; wet: Jeugdwet. ZZP’er: beroepsmatige dienstverlening door een zelfstandige zonder personeel. Deze dienst verlener dient als zelfstandige ingeschreven te staan in het handelsregister van de kamer van koophandel en daarnaast te beschikken over een VOG, Verklaring arbeidsrelatie Wuo/dga, Kwaliteitsregister jeugd/BIG registratie of geregistreerd jeugdwerkerschap. 1.1.2 Alle begrippen die in onderhavige Nadere regels worden gebruikt en die niet nader zijn omschreven in het eerste lid hebben dezelfde betekenis als de begrippen in de verordening, de Jeugdwet en /of de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 1.1.3 Bij alle bedragen geldt als uitgangspunt dat voor de diensten een vrijstelling omzetbelasting van toepassing is. Mocht voor de dienstverlening geen vrijstelling omzetbelasting van toepassing zijn, dan zijn de genoemde bedragen inclusief eventueel verschuldigde omzetbelasting. Hoofdstuk2Ondersteuningsvormen en toegang. Artikel2.1 Vormen van specialistische ondersteuning De individuele voorzieningen onder artikel in de Verordening worden onderscheiden in: Dagbehandeling (AWBZ); Dagbehandeling (Provinciaal); Begeleiding Groep (Provinciaal); Generalistische basis GGZ; Specialistische GGZ; Persoonlijke verzorging; Begeleiding regulier; Begeleiding speciaal; Behandeling basis; Behandeling speciaal; Dagbesteding regulier; Dagbesteding speciaal; Financiering van vervoer dagbesteding en dagbehandeling; Verblijf 24-uurs residentiële of intramurale behandeling; Pleegzorg; Jeugdbescherming; Jeugdreclassering; Diagnostiek. Artikel2.2 Vormen van overige voorzieningen De volgende overige voorzieningen zoals opgenomen in artikel 2.1 van de Verordening zijn onder andere beschikbaar: Informatie, consultatie en (handelings)advies; Licht pedagogische hulp; Kortdurende cliëntondersteuning Artikel 2.3 Wijze van verstrekken 2.3.1 Een individuele voorziening kan volgens de Jeugdwet in de vorm van zorg in natura of een pgb worden verstrekt. 2.3.2 Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt slechts plaats op verzoek van de aanvrager. Hoofdstuk 3 Ouderbijdrage Artikel 3.1 Ouderbijdrage voor individuele voorziening De aanvrager aan wie een individuele voorziening in natura of pgb is verleend voor verblijf buiten het gezin, is een ouderbijdrage verschuldigd overeenkomstig artikel 8.2.1 van de wet. Artikel 3.2 Hoogte en duur van de ouderbijdrage 3.2.1 De ouderbijdrage is verschuldigd voor de kosten van de aan de jeugdige geboden jeugdhulp; voor zover deze jeugdhulp verblijf buiten het gezin inhoudt, of in de kosten van verblijf in een justitiële jeugdinrichting waarbij sprake is van een ondertoezichtstelling. 3.2.2 Als een jeugdige 7 etmalen per week (dus voltijds) jeugdhulp met verblijf ontvangt zijn de bedragen voor 2015 als volgt (bij dagdelen jeugdhulp met verblijf wordt de helft van het bedrag gerekend): voor een jeugdige van 0 tot en met 5 jaar: € 75,75 per maand; voor een jeugdige van 6 tot en met 11 jaar: € 104,16 per maand; voor een jeugdige van 12 tot en met 20 jaar: € 132,56 per maand. 3.2.3 De bedragen van de ouderbijdrage worden met ingang van 1 januari of jaarlijks aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijsindex. Voor de hoogte en duur van de ouderbijdrage wordt onverkort aangesloten bij de (landelijke) systematiek en de bedragen van paragraaf 8.1.2 van het Besluit Jeugdwet. Hoofdstuk 4 Het pgb Artikel 4.1 Verstrekking pgb 4.1.1 Ingevolge artikel 8.1.1, derde lid van de Wet, vindt beoordeling van verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een pgb plaats indien de aanvrager dit wenst. 4.1.2 Een pgb wordt alleen verstrekt indien: de aanvrager naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat is dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger in staat is de aan een pgb verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren; en de aanvrager zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de individuele voorziening als pgb wenst geleverd te krijgen; en naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat individuele voorziening, veilig, doeltreffend en cliëntgericht wordt verstrekt en in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt en van goede kwaliteit is. het college in staat gesteld wordt te toetsen of aan de voorwaarden genoemd in 4.1 tweede lid is voldaan. Hiervoor dient de aanvrager in ieder geval een pgb-plan over te leggen conform een daartoe voorgeschreven format. Artikel 4.2 Besteding pgb 4.2.1 Het persoonsgebonden budget dient besteed te worden aan Jeugdhulp. Dit betekent dat het pgb in ieder geval niet besteed kan worden aan: bemiddelings- en administratiekosten; kosten verbonden aan opstellen pgb-plan; overheadkosten van de dienstverlener waaronder mede begrepen kosten van de dienstverlener tot opstellen van een zorg- of werkplan; 4.2.2 Het volledige bedrag aan pgb dient verantwoord te worden. De bestedingsvrije ruimte bedraagt daarmee € 0,00. 4.2.3 De jeugdige of zijn ouders mogen het pgb alleen gebruiken voor direct aan de individuele voorziening gerelateerde kosten. Dienstverlener mag het bedrag dus niet gebruiken voor compensatie van kosten die te beschouwen zijn als algemeen gebruikelijk (zoals voedsel, abonnementskosten, gebruikelijke kosten verbonden aan het uitoefenen van een hobby of sport, et cetera). Artikel 4.3 De hoogte van een pgb 4.3.1 De hoogte van een pgb: wordt bepaald aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden; is toereikend om veilige, effectieve en kwalitatief goede zorg in te kopen; bedraagt niet meer dan 75% van de kostprijs van de in die situatie goedkoopst compenserende natura voorziening. voor jeugdhulp wordt bepaald per uur, per resultaat of per dag(deel) op basis van het maximum tarief dat door de gemeente is vastgesteld voor de betreffende soort zorg per uur, per resultaat of per dag(deel) in natura. 4.3.2 Overgangsrecht Voor cliënten die reeds voor 1 januari 2015 een persoonsgebonden budget hadden voor Jeugdhulp, geldt continuïteit van zorg. Deze cliënten ontvangen over het jaar 2015 of tot de datum waarop de indicatie afloopt in 2015, 100% van het in 2014 door het Zorgkantoor vastgestelde tarief voor de betreffende zorg. Artikel 4.4 Het pgb tarief bij een individuele voorziening 4.4.1 Voor wat betreft pgb voor een individuele voorziening gelden twee tarieven: tarief voor de professionele dienstverlener vanuit een organisatie voor Jeugdhulp. Dit tarief is maximaal 75% van het bedrag afgeleid van het tarief zorg in natura voor de Jeugdhulp. tarief voor een professionele diensverlener werkzaam als ZZP’er. Dit tarief is maximaal 75% van het bedrag afgeleid van het tarief zorg in natura voor de Jeugdhulp. c.tarief voor particuliere inzet. Het uurtarief voor geboden zorg vanuit een particuliere inzet bedraagt maximaal € 20,00. 4.4.2 De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt, kan de jeugdhulp alleen betrekken van een persoon die behoort tot de particuliere inzet, wanneer er sprake is van een beperking en deze vorm van ondersteuning noodzakelijk is voor het kunnen wonen en functioneren van de jeugdige binnen het eigen gezin. Voor deze vorm van besteding van pgb gelden minimaal één of meerdere van de volgende voorwaarden: De hulp is niet goed vooraf in te plannen. De hulp moet op ongebruikelijke tijden geleverd worden. De hulp moet op veel korte momenten per dag geboden worden De hulp moet op verschillende locaties worden geleverd. De hulp moet 24 uur per dag en op afroep beschikbaar zijn. De hulp moet vanwege de aard van de beperking geboden worden door een persoon waar de jeugdige geen hechtings- of contactprobleem mee heeft. Artikel 4.5 Het pgb tarief bij verblijf deeltijd / dagbehandeling (kortdurend verblijf) 4.5.1 De voorwaarden voor het tarief en inzetten een pgb bij verblijf deeltijd / dagbehandeling (kortdurend verblijf) zijn gelijk aan de voorwaarden genoemd onder artikel 4.4. Met uitzondering van artikel 4.4 lid 1 onder c, te weten het tarief bij particuliere inzet. 4.5.2 De hoogte van het pgb voor kortdurend verblijf bij particuliere inzet bedraagt: maximaal € 33,00 per etmaal. Artikel 4.6 Uitbetaling pgb Uitbetaling van een pgb vindt plaats aan de SVB. De SVB betaalt vervolgens in opdracht van de jeugdige of de ouders rechtstreeks de hulpverlener. Hoofdstuk 5Kwaliteit Artikel 5.1 Kwaliteit individuele voorziening pgb 5.1.1 Ingevolge het bepaalde in artikel 8.1.1 van de Wet , wordt een pgb verstrekt indien sprake is van een veilige, doeltreffende individuele voorziening. Hierbij weegt het college, ingevolge artikel 8.1.1, derde lid, onder c van de wet, mee of maatregelen in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt en van goede kwaliteit is. 5.1.2 Voor de toets aan het gestelde in lid 1, vormt het pgb-plan, zoals benoemd in artikel 4.1 derde lid, van deze van deze nadere regels, de basis. Indien aanvullende informatie benodigd wordt geacht door het college, wordt deze door jeugdige of ouders verstrekt. Hoofdstuk 6Slotbepalingen Artikel 6.1 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige of ouders afwijken van de bepalingen van deze regels, indien toepassing van het besluit tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel 6.2 Inwerkingtreding De nadere regels treden in werking februari 2015. Toelichting op Nadere regelsJeugdhulp Valkenswaard 2015 Inleiding Op 30 oktober 2015 heeft de gemeenteraad de Verordening Jeugdhulp Valkenswaard 2015 vastgesteld. De gemeenteraden van de andere A2 gemeenten hebben deze verordening eveneens vastgesteld. De Nadere regels Jeugdhulp liggen in het verlengde van de verordening. Daar waar de verordening een aantal thema’s beschrijft op hoofdlijnen, wordt in deze regels – conform daartoe gestelde delegatiebepalingen in de verordening -, een aantal zaken concreter uitgewerkt. De regels gelden vanaf februari 2015. Reeds in januari 2015 is de Jeugdwet 2015 in werking getreden en dienen verordening en regels aangepast te zijn/worden op de nieuwe wetgeving. Hierna wordt per artikel een toelichting gegeven. Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen De Jeugdwet 2015 kent een flink aantal definities (artikel 1.1). Deze zijn bindend voor verordening en nadere regels. Ook definitiebepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn voor verordening en nadere regels van belang. Voor de duidelijkheid is een aantal definities zoals genoemd in deze wetten en de verordening herhaald in de nadere regels. Daarnaast is een aantal definities, zoals niet benoemd in de wet en verordening, in dit artikel gedefinieerd, te weten: aanbieder besluit dienstverlener ouderbijdrage particuliere inzet pgb pgb-plan Particuliere inzet Professionele dienstverlener sociaal netwerk SVB trekkingsrecht verordening wet ZZP’er Hoofdstuk 2 Ondersteuningsvormen en toegang. Artikel 2.1 Vormen van specialistische ondersteuning In de verordening zijn onder artikel 2.1, alle vormen van individuele voorzieningen beschreven welke er binnen de A2 gemeenten beschikbaar zijn. De specialistische ondersteuning, zoals beschreven onder 2.1 in de Verordening, is in de inkoopcontracten verder gespecificeerd. Onder dit artikel wordt een opsomming gegeven van alle vormen van specialistische ondersteuning die ingekocht zijn onder regie van de gemeente Eindhoven. Artikel 2.2 Vormen van overige voorzieningen In de verordening zijn de vormen van overige voorzieningen beschreven welke binnen de A2 beschikbaar zijn. Deze voorzieningen worden onder de regie van het CJG uitgevoerd. Hoofdstuk 3 Ouderbijdrage Artikel 3.1 Ouderbijdrage voor individuele voorziening In artikel 8.2.3 van de wet is bepaald dat de ouderbijdrage door ‘het bestuursorgaan dat (door Onze Ministers) met (de vaststelling
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.