De dienst heeft tot doel het gemeenschappelijk belang sociale werkvoorziening ten behoeve van de deelnemende gemeenten te behartigen. Daartoe dragen de bestuursorganen van de deelnemende gemeenten de
van regeling en bestuur, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het in lid 1 genoemde belang, over, te weten: De volledige uitvoering van de wet en van de daaruit voorvloeiende voorschriften, voorzover die uitvoering aan de gemeenten is opgedragen, waaronder begrepen het in ontvangst nemen van de gelden, welke aan de deelnemende gemeenten zouden toekomen ingevolge de artikelen 40, 41 en 42 van de wet. Het oprichten, exploiteren en in stand houden van werkverbanden, omvattende industriële werkobjekten, kultuurtechnische en bouwtechnische werkobjekten, alsmede administratieve en dienstverlenende werkobjekten, welke zoveel mogelijk zijn gericht op het behoud, het herstel of de bevordering van de arbeidsgeschiktheid van de in de deelnemende gemeenten woonachtige personen, die tot arbeid in staat zijn, doch voor wie, in belangrijke mate ten gevolge van bij hen gelegen faktoren, gelegenheid om onder normale omstandigheden arbeid te verrichten niet of voorshands niet aanwezig is. Onverminderd het bepaalde in lid 2 onder b. kunnen ook personen uit niet aan deze regeling deelnemende gemeenten worden toegelaten. Toelating kan geschieden nadat de desbetreffende gemeente zich garant heeft gesteld voor betaling van een bijdrage zoals bedoeld in artikel 35. De taken en
welke ingevolge artikel 7, lid 1, van de wet aan de gemeentebesturen zijn opgedragen, blijven de besturen der deelnemende gemeenten uitoefenen, voor zover deze betrekking hebben op het voorlichten en voordragen van kandidaat- werknemers. De gemeentebesturen verplichten zich tot het medewerken aan het vinden van voldoende en geëigende werkzaamheden voor de werkverbanden. HOOFDSTUK III: ALGEMEEN BESTUUR Samenstelling Artikel 6 De raden van de deelnemende gemeenten wijzen uit hun midden, de voorzitter inbegrepen, elk twee leden van het algemeen bestuur aan, met dien verstande dat per gemeente tenminste een lid wordt aangewezen uit het kollege van burgemeester en wethouders. De leden van het algemeen bestuur worden aangewezen voor een tijdvak gelijk aan dat van de zittingsduur van de leden van de gemeenteraden, met dien verstande dat zij in het algemeen bestuur zitting blijven houden tot aan het tijdstip dat de opvolger zijn aanwijzing als lid van het algemeen bestuur heeft aanvaard. Hij die tussentijds ophoudt lid te zijn van de raad der gemeente, dan wel van het kollege van burgemeester en wethouders waaruit hij is aangewezen als lid van het algemeen bestuur, houdt van rechtswege op lid te zijn van het algemeen bestuur. De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter van het algemeen bestuur, alsmede de raad die hen heeft aangewezen, op de hoogte. Het ontslag gaat onmiddellijk in en is onherroepelijk. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, aangesteld door of vanwege een deelnemende gemeente (met uitzondering van onderwijzend personeel) of door het bestuur van de dienst. Met ambtenaar worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld zij, die op arbeidskontrakt naar burgerlijk recht werkzaam zijn, alsmede de werknemers die in dienst van de dienst worden genomen op grond van artikel 7 van de wet en waarop van toepassing zijn de bepalingen van hoofdstuk V en VI van deze wet. Werkwijze Artikel 7 Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste tweemaal en voorts zo dikwijls de voorzitter of het dagelijks bestuur dat nodig oordeelt danwel tenminste twee leden dat schriftelijk verzoeken met opgave van redenen. Voor het bepalen van het tijdstip van de vergadering en van het oproepen van de leden zijn de artikelen 47 en 48 van de gemeentewet van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de voorzitter de openbare kennisgeving doet plaatshebben in èèn of meer dag- of nieuwsbladen welke in de deelnemende gemeenten verspreiding vinden. Artikel 8 De vergaderingen van het algemeen bestuur worden in het openbaar gehouden. De deuren worden gesloten wanneer de voorzitter, danwel &én vijfde deel der aanwezige leden zulks verlangt. Het algemeen bestuur beslist vervolgens omtrent de beslotenheid en de opheffing daarvan. In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd noch een besluit worden genomen, betreffende onderwerpen als vermeld in artikel 50, lid 1 van de gemeentewet. In een besloten vergadering kan geen besluit worden genomen betreffende: a. onderwerpen als vermeld in artikel 50, lid 2 van de gemeentewet; b. het oprichten van of deelnemen in stichtingen, vennootschappen en verenigingen danwel het ontbinden daarvan of het beëindigen van de deelneming. Artikel 50, lid 3 van de gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. Artikel 9 Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. Het reglement van orde wordt aan gedeputeerde staten en aan de raden van de deelnemende gemeenten medegedeeld.
Het algemeen bestuur treedt ten aanzien van de regeling in de
van de raden der gemeenten. Het algemeen bestuur kan de uitoefening van de door hem te bepalen
volgens door hem te stellen regelen opdragen aan het dagelijks bestuur of aan een kommissie als bedoeld in artikel 19 van de regeling, met uitzondering van: A. het aanwijzen van werkverbanden in de zin der wet; B. het vaststellen en wijzigen van de begroting; C. het voorlopig vaststellen van de rekening; D. het aangaan van geldleningen, het uitlenen van geld, het aangaan van rekeningcourantovereenkomsten en de regeling van hetgeen verder de geldmiddelen van de dienst aangaat; E. de benoeming, de schorsing of het ontslag van de direkteur en .de sekretaris; F. het nemen van besluiten over het instellen van kommissies, als bedoeld in de artikelen 18 en 19 van de regeling. Vergoeding en tegemoetkoming Artikel 11 De leden van het algemeen bestuur kunnen een vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten ontvangen. Het algemeen bestuur stelt de bedragen van de vergoeding en de tegemoetkoming op jaarbasis vast en brengen deze ter kennis van gedeputeerde staten en de raden van de deelnemende gemeenten. HOOFDSTUK IV: DAGELIJKS BESTUUR Samenstelling Artikel 12 Het dagelijks bestuur bestaat uit: de voorzitter van de dienst; drie leden die door het algemeen bestuur uit zijn midden worden aangewezen; tenminste twee en ten hoogste drie leden die door het algemeen bestuur doch niet uit zijn midden, worden aangewezen. De in lid 1, onder c, bedoelde leden moeten op grond van hun algemene belangstelling voor de sociale werkvoorziening of hun deskundigheid op enig gebied daarvan geacht worden de geschiktheid te hebben welke nodig is om uitvoering te geven aan de taakstelling van het dagelijks bestuur. Het algemeen bestuur wijst in de eerste vergadering van elke zittingsperiode de leden van het dagelijks bestuur aan. De leden treden af op de dag van aftreden van de leden van het algemeen bestuur, met dien verstande dat zij in het dagelijks bestuur zitting blijven houden tot aan het tijdstip dat hun opvolgers hun aanwijzing als lid van het dagelijks bestuur hebben aanvaard. Het aanwijzen van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen die door ontslag, overlijden of om een andere reden openvallen, vindt plaats binnen één maand na dat openvallen. Gaat dit laatste gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur dan vindt het aanwijzen plaats binnen drie maanden na dat openvallen. Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, aangesteld door of vanwege een deelnemende gemeente (met uitzondering van onderwijzend personeel) of door het bestuur van de dienst. Met ambtenaar worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld zij, die op arbeidskontrakt naar burgerlijk recht werkzaam zijn, alsmede de werknemers die in dienst van de dienst worden genomen op grond van artikel 7 van de wet en waarop van toepassing zijn de bepalingen van hoofdstuk V en VI van deze wet. Werkwijze Artikel 13 Het dagelijks bestuur vergadert tenminste èénmaal per twee maanden. Vergaderingen worden voorts gehouden zo dikwijls de voorzitter van het dagelijks bestuur zulks nodig oordeelt of tenminste twee leden hem dat schriftelijk en met opgaaf van redenen verzoeken. De voorzitter is gehouden naar aanleiding van een dergelijk verzoek, in spoedeisende gevallen binnen èén week, een vergadering te beleggen. Indien hij daarmee in gebreke blijft, zijn de indieners van het verzoek gerechtigd een vergadering bijeen te roepen. Ten aanzien van de vergaderingen zijn de artikelen 52 en 98 van de gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
Het dagelijks bestuur treedt ten aanzien van de regeling in de bevoegd heden van de kolleges van burgemeester en wethouders der gemeenten. Aan het dagelijks bestuur behoren in ieder geval: het behoorlijk voorbereiden, voor zover niet aan anderen is opgedragen, van al hetgeen aan het algemeen bestuur ter overweging en beslissing moet worden gebracht; het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur; het, desgevraagd of uit eigen beweging, adviseren van het algemeen bestuur in alle zaken de sociale werkvoorziening betreffende; het onderhouden van kontakten met organen en het voorzover nodig samenwerken met organen, organisaties, instellingen en personen, die zowel binnen als buiten het gebied, waarover de regeling zich uitstrekt, werkzaam zijn; het plaatsen van personen in een werkverband en het met hen aangaan van een dienstbetrekking krachtens de wet en de daarbij behorende algemene maatregelen van bestuur c.q. ministeriële voorschriften; het beheer van de inkomsten en de uitgaven van de dienst voor zover dat niet bij of krachtens de regeling aan anderen is opgedragen; de zorg voor zover deze van het dagelijks bestuur afhangt voor de kontrole op het geldelijk beheer en de boekhouding van de met deze werkzaamheden belaste funktionaris; het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit; het met inachtneming van de door het algemeen bestuur vastgestelde begroting vaststellen van de personeelsformatie en de organisatiestruktuur; het benoemen, schorsen en ontslaan van het ambtelijk personeel, alsmede het in dienst nemen, schorsen en ontslaan van het personeel op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, dat niet krachtens deze regeling door het algemeen bestuur wordt benoemd c.q. in dienst genomen, geschorst of ontslagen; het toezien op het beheer en het onderhoud van de gebouwen, werken en inrichtingen, die de dienst bezit of op enigerlei wijze onder zich heeft; het voorstaan van belangen van de dienst; het houden van gedurig toezicht op al wat de dienst aangaat. Het dagelijks bestuur oefent, indien het algemeen bestuur daartoe besluit en naar door dit bestuur te stellen regelen, de aan het algemeen bestuur toekomende
uit. Vergoeding en tegemoetkoming Artikel 15 De leden van het dagelijks bestuur kunnen een vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten ontvangen. Het algemeen bestuur stelt de bedragen van de vergoeding en de tegemoetkoming op jaarbasis vast en brengen deze ter kennis van gedeputeerde staten en de raden van de deelnemende gemeenten. HOOFDSTUK V: VOORZITTER Aanwijzing Artikel 16 Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden de voorzitter van de dienst aan. Bij verhindering of ontstentenis wordt de voorzitter vervangen door een lid van het dagelijks bestuur, door dit bestuur uit zijn midden aan te wijzen. Het bepaalde in artikel 12, lid 3 tot en met 6 van de regeling is op de voorzitter van overeenkomstige toepassing.
De voorzitter is belast met: de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur; het ondertekenen van alle stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan; het zorgdragen voor het ten uitvoer brengen van de besluiten van het algemeen bestuur; het uitvoeren van de besluiten van het dagelijks bestuur; het vertegenwoordigen in en buiten rechte van de dienst; de zorg voor het doen instellen van voorlopig onderzoek in zaken met een spoedeisend karakter. De voorzitter kan, onder eigen verantwoordelijkheid en behoudens de beperkingen die wat de van het dagelijks bestuur uitgaande stukken betreft door het dagelijks bestuur mochten worden gesteld, het tekenen van bepaalde stukken, welke van het dagelijks bestuur of van hem uitgaan opdragen aan één of meer door hem aangewezen ambtenaren van de dienst. De voorzitter kan de vertegenwoordiging van de dienst bij buitengerechtelijke rechtshandelingen opdragen aan een door hem aangewezen gemachtigde. In rechtsgedingen tussen de dienst en de gemeente die hem heeft afgevaardigd, wordt de voorzitter vervangen door een lid van het dagelijks bestuur dat geen lid van het bestuur van de betreffende gemeente is.' Artikel 76, lid 2 tot en met 4 van de gemeentewet is op de voorzitter van overeenkomstige toepassing. HOOFDSTUK VI: KOMMISSIES Kommissies van advies Artikel 18 De onderscheiden bestuursorganen van de dienst kunnen koormissies van advies instellen, zulks overeenkomstig het bepaalde in artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het algemeen bestuur kan voor daarvoor in aanmerking komende leden van kommissies als bedoeld in dit artikel een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van die kommissies vaststellen. Bestuurskommissies Artikel 19 Het algemeen bestuur kan met het oog op de behartiging van het belang, zoals bedoeld in artikel 5, lid 1 van de regeling, een koormissie instellen, zulks overeenkomstig het bepaalde in artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het algemeen bestuur kan voor de leden van de in dit artikel bedoelde kommissie een vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten vaststellen. HOOFDSTUK VII: INLICHTINGEN, VERANTWOORDING EN TERUGROEPING Dagelijks bestuur/algemeen bestuur Artikel 20 Het dagelijks bestuur of èên of meer leden daarvan verstrekken aan het algemeen bestuur de door èèn of meer leden daarvan in een vergadering van het algemeen bestuur of schriftelijk gevraagde inlichtingen, voor zover zulks niet strijdig is met het openbaar belang. De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen twee maanden in een vergadering van het algemeen bestuur of schriftelijk verstrekt. Nadat de inlichtingen zijn verstrekt of dienden te zijn verstrekt, kan het algemeen bestuur het dagelijks bestuur of één of meer leden daarvan ter verantwoording roepen. Het algemeen bestuur kan een lid van het dagelijks bestuur, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit, ontslag verlenen. Artikel 87a, tweede tot en met zevende lid, van de gemeentewet is daarop van overeenkomstige toepassing. W.V.K.-groep/gemeenteraden Artikel 21 Het bestuur van de dienst verstrekt aan de raden van de deelnemende gemeenten de door één of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen schriftelijk en zo spoedig mogelijk, voor zover dat niet strijdig is met het openbaar belang. De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen twee maanden schriftelijk verstrekt en wel door het dagelijks bestuur, tenzij de inlichtingen uitdrukkelijk van het algemeen bestuur of de voorzitter worden verlangd. Lid algemeen bestuur/gemeenteraad Artikel 22 Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan de raad die hem heeft aangewezen, de door één of meer leden van die raad in een vergadering van die raad of schriftelijk gevraagde inlichtingen, voor zover zulks niet strijdig is met het openbaar belang. De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen twee maanden in een vergadering van die raad of schriftelijk verstrekt. Nadat de inlichtingen zijn verstrekt of dienden te zijn verstrekt, kan de raad het lid ter verantwoording roepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. De raad kan een door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur, indien dit lid het vertrouwen van de raad niet meer bezit, als zodanig ontslag verlenen. Artikel 87a, tweede tot en met zevende lid, van de gemeentewet is daarop van overeenkomstige toepassing. HOOFDSTUK VIII: PERSONEEL Onderscheid personeel Artikel 23 De dienst kent: werknemers, die in dienst worden genomen op grond van artikel 7 van de wet en waarop van toepassing zijn de bepalingen van hoofdstuk V en VI van deze wet; personeel, indienst van de dienst, waarop van toepassing zijn de bepalingen van dit hoofdstuk, genoemd het ambtelijk personeel. Direkteur Artikel 24 Met de dagelijks leiding van de dienst is belast een direkteur. Het algemeen bestuur beslist omtrent benoeming, schorsing en ontslag van de direkteur. Voor elke benoeming dient het dagelijks bestuur een aanbeveling in van, zo mogelijk, tenminste 2 personen. Het algemeen bestuur stelt voor de direkteur een instruktie vast. De direkteur staat de bestuursorganen en de kommissiesvan de dienst bij in de vervulling van hun taak en woont de vergaderingen van de bestuursorganen als adviseur bij. De direkteur wordt bij ziekte, afwezigheid of schorsing vervangen door een daartoe door het algemeen bestuur aangewezen personeelslid, zoals bedoeld in artikel 23, lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.